Site-archief

Jij en ik

Willem Wilmink

.

Ik vond het weer eens tijd voor een liefdesgedicht. Nu heb ik in de loop der tijd al vele liefdesgedichten geplaatst op dit blog en ook al enige gedichten van Willem Wilmink (1936 – 2003). In dit geval is mijn keuze gevallen op het gedicht ‘Jij en ik’ van Wilmink uit de bundel ‘Verzamelde liedjes en gedichten’uit 1986. Een liefdesgedicht geschreven vanuit het perspectief van een puber? Een adolescent misschien? In dit gedicht komt de fijngevoeligheid van Wilmink in ieder geval mooi naar voren.

.

Jij en ik

.

Later zul je bij me wonen.
Later zijn we met z’n beiden.
Dat bedenk ik soms, wanneer je
giechelt met de an’dre meiden.

’t Is voorlopig nog maar beter
om de zaak geheim te houden,
‘k zal je nog maar niet gaan zeggen
dat ik van je ben gaan houden.

Later ga ik reizen maken
heel alleen, naar verre landen,
en daar ga ik mensen redden,
redden met mijn eigen handen.

Iedereen zal in de kranten
van mijn grote daden lezen.
‘Waarom zou die mensenredder
zo ontzettend moedig wezen?’

Niemand zal de waarheid weten,
jóu alleen zal ik ’t vertellen:
later, als ik zó beroemd ben
dat ik bij je aan durf bellen.

.

Advertenties

Neeltje Maria Min

Een vrouw bezoeken

.

Er zijn Nederlandse dichters, die iedereen kent of waarvan iedereen toch wel eens gehoord heeft maar die niet of nauwelijks in het nieuws komen. En met in het nieuws komen bedoel ik dan op een positieve manier omdat er bijvoorbeeld een nieuwe bundel komt of is, omdat een gedicht of bundel (of de dichter zelf) bekroond is of een prijs heeft gekregen, of omdat deze dichter op een belangrijk podium staat. Zo’n dichter is Neeltje Maria Min. Na haar overdonderende debuut in 1966 met ‘Voor wie ik liefheb wil ik heten’ (waarvan al meer dan 80.000 exemplaren zijn verkocht!) duurde het maar liefst 19 jaar voor er een vervolg volgde ‘Een vrouw bezoeken’ uit 1985. In 1995 verscheen alweer haar laatste poëziebundel ‘Kindsbeen’. Omdat de poëzie van Min zo heel eigen is, zo verfijnd en bijzonder en omdat ik haar bundel uit 1985 weer eens herlas het gedicht zonder titel hieronder van haar hand.

.

Kom heiland, wijze minnaar, blijf.
Voltooi haar. Wees haar toeverlaat
maar slacht haar speelgoedbeesten af.
Ontken haar vrees en strijk haar plooien glad.
Ruk splinters uit haar bleke jeugd en luister
naar wat haar ongeduld beveelt.
Haar kinderlijke drift is niet gespeeld.
Zij zal niet slapen voor zij is gekruisigd.
.

Liefdeslied

Joseph Brodsky

.

Tijd voor een liefdesgedicht en wel van de Amerikaanse dichter Joseph Brodsky ( 1940 – 1996) uit 1995 in vertaling van Robbert-Jan Henkes met de veelzeggende titel ‘Liefdeslied’.

.

Liefdeslied

.

Als jij zou verdrinken, kwam ik je redden,

Wikkelde je in mijn deken en schonk je hete thee.

Als ik een sherrif was, plaatste ik je onder arrest en

Sleepte ik je voortaan overal gevankelijk mee.

 

Als jij een vogel was, dan maakte ik een plaat

Om de hele nacht te luisteren naar je hoge trillen.

Als ik een sergeant was, was je mijn jansoldaat,

En zou je niks anders meer dan drillen willen.

 

Als je Chinees was, leerde ik de talen,

Ik brandde een boel wierook, kleedde me curieus.

Als je een spiegel was, bestormde ik de Dames,

Ik gaf je mijn rode lipstick en poederde je neus.

 

Als je van vulkanen hield, was ik lava,

Onstuitbaar stromend uit mijn verborgen bron.

En als je mijn echtgenote was, was ik je minnaar,

Omdat je voor de kerk niet scheiden kon.

.

Kwade trouw

De grote lijsters

.

In 1996 verscheen in de serie ‘De grote lijsters’ het zesde deel met als titel ‘Kwade trouw’ met gedichten van Jean Pierre Rawie. In dit kleine maar vriendelijke bundeltje staan naast gedichten in het hoofdstuk  Kwade trouw ook een drietal gedichten in het hoofdstuk Liederen in opdracht.

In totaal 18 gedichten maar waarom ik er toch graag enige aandacht aan besteed is omdat in het hoofdstuk Kwade trouw het gedicht ‘Kleine liefdesverklaring’ staat. Omdat het lente is en omdat het altijd tijd is voor een liefdesgedicht vandaag dit gedicht.

.

Kleine liefdesverklaring

.

Ik ben al bijna dood, en ik

zal nooit aan mensen wennen;

zo meen ik ook geen ogenblik

je werkelijk te kennen,

.

maar soms, tezamen in het huis

en in één bed tezamen,

met het behoede geruis

van regen langs de ramen,

.

heb ik wel eens een kort moment

gedacht dat ik doorgrondde

hoe ondoorgrondelijk je bent,

en dat al veel gevonden.

.

Ik ben de vurige

De liefste, onsterfelijke liefdesverzen

.

Gustavo Adolfo Domínguez Bastida (1836 – 1870), kortweg Gustavo Bécquer, was een Spaanse toneelschrijver en dichter. Hij wordt tot de bekendste schrijvers van de Spaanse romantiek gerekend.

Zijn bekendste werken zijn de Rimas (‘Rijmen’) en de Leyendas (‘Legendes’), die tegenwoordig doorgaans samen als de  ‘Rimas y leyendas’ worden uitgegeven. Deze gedichten en verhalen vormen een onlosmakelijk onderdeel van de Spaanse literatuur en behoren tot de verplichte stof van middelbare scholieren in de Spaanstalige wereld.

In de bundel ‘De liefste, Onsterfelijke liefdesgedichten’ staat het gedicht ‘Ik ben de vurige’ van zijn hand.

.

Ik ben de vurige

,

‘Ik ben de vurige, de donkere vrouw,

ik ben het zinnebeeld van elk verlangen;

door liefdeshunker is mijn ziel bevangen.

Ben jij op zoek naar mij?’ – ‘Neen, niet naar jou.’

.

‘Mijn hoofd is bleek; mijn vlechten zijn van goud;

ik heb jou eindeloos geluk bereid;

ik draag in mij een schat aan tederheid.

Roep jij misschien naar mij?’- ‘Neen, niet naar jou.’

.

‘Ik, ik ben een onmogelijke droom,

een hersenschim van nevel en van licht;

ik heb geen lichaam, ik heb geen gezicht;

ik kan je niet beminnen.’  – ‘Kom, o kom!’

.

Valentijnsgedicht

Karel Kramer

.

In 2009 kwam van collega dichter bij uitgeverij De Brouwerij Karel Kramer, de bundel ‘Liefdesgedichten’ uit, en omdat het vandaag 14 februari is, Valentijnsdag, leek mij dit een mooie gelegenheid om deze bundel weer eens uit mijn kast te pakken en een gedicht uit de bundel met jullie te delen.

Dus heb je nog geen gedicht, kan je geen gedicht vinden of had je misschien helemaal niet gedacht aan een gedicht voor je lief, hier zijn er twee van Karel.

.

kom bij me

lig naast me

omarm me

vergeet

*

dan blijven we in bed

eten en drinken niet meer

de buurt verzorgt ons

regelt de toeloop

er gebeuren wonderen

een golf van vrede

trekt over de wereld

zij aan zij

worden we opgebaard

en begraven

op de steen staat

alleen de liefde

.

De hinde

Francesco Petrarca

.

Ik vond het wel weer eens tijd voor een liefdesgedicht en dus trok ik de bundel ‘De liefste, onsterfelijke liefdesverzen’ maar eens uit mijn kast. Deze bundel is samengesteld en vertaald door Paul Claes en bevat dichters die “eeuwig verliefd zijn, verliefd op hun beminde en op de taal, maar nog het meest op de liefde zelf”.

In deze bundel beroemde dichters uit alle tijden zoals Sappho, Dante, Keats, Hölderlin, Beaudelaire, Rilke, Yeats, Pessoa en vele anderen. Ik koos voor het gedicht ‘De hinde’ of zoals het in het Italiaans heet ‘Canzoniere CXC’ en ik heb zowel het origineel als de vertaling overgenomen.

.

De hinde

.

Een blanke hinde zag ik op het groen

met gouden horens onder een laurier

verschijnen bij de dubbele rivier,

terwijl de zon rees, in het guur seizoen.

.

Zo zoet verheven was dit visioen,

dat ik elk werk liet varen om het dier

te volgen, als een vrek die met plezier

zijn zwoegen opgeeft om een vondst te doen.

.

‘Raak mij niet aan,’ stond op haar sierhalsband

geschreven met topas en diamant,

‘Mijn heer heeft mij in vrijheid laten gaan.’

.

Reeds zag ik hoe de zon in ’t zenit scheen

-mijn ogen waren moe, maar niet voldaan-

toen ik in ’t water viel, en zij verdween.

.

Canzoniere CXC 

.

Una candida cerva sopra l’erba

verde m’apparve, con duo corna d’oro,

fra due riviere, all’ombra d’un alloro,

levando ’l sole, a la stagione acerba.

.   

Era sua vista sì dolce superba,

ch’i’ lasciai per seguirla ogni lavoro;

come l’avaro, che ’n cercar tesoro,

con diletto l’affanno disacerba.

Nessun mi tocchi — al bel collo d’intorno

scritto avea di diamanti e di topazî —

libera farmi al mio Cesare parve.

Et era ’l sol già vòlto al mezzo giorno;

gli occhi miei stanchi di mirar non sazî,

quand’io caddi ne l’acqua, et ella sparve.

.

Lennaert Nijgh

Pastorale

.

In het onvolprezenmaandblad van het Genootschap Onze Taal, Onze taal, van december 2017 staat een mooi beschrijvend artikel van Guus Middag over de tekst/liedjesschrijver Lennaert Nijgh. Zie dat je dit tijdschrift te pakken krijgt en lees dit artikel. In het stuk behandelt hij de tekst van het lied ‘Pastorale’ gezongen door Ramses Shaffy en Liesbeth List, een duet dat Nijgh samen met Boudewijn de Groot schreef in 1968. Middag beschrijft in dit artikel de kosmische poëzie die in dit lied zit. Ik ben het met hem eens, de tekst van ‘Pastorale’ is, uitgeschreven gewoon een prachtig gedicht. Oordeel zelf.

.

Pastorale

 

Mijn hemel blauw met gouden harp
Mijn wolkentorens, ijskristallen
Kometen, manen en planeten, aah alles draait om mij
En door de witte wolkenpoort tot diep onder de golven
Boort mijn vuur, mijn liefde, zich in de aarde
En bij het water speelt een kind
En alle schelpen die het vindt gaan blinken als ik lach

‘k Hou van je warmte op mijn gezicht
Ik hou van de koperen kleur van je licht
Ik geef je water in mijn hand
En schelpen uit het zoute zand
Ik heb je lief, zo lief

Ik scheur de rotsen met mijn stralen
Verhoog de meren in de dalen en
Onweersluchten doe ik vluchten, aah als de regen valt
Verberg je ogen in een hand
Voordat m’n glimlach ze verbrandt
M’n vuur, m’n liefde, mijn gouden ogen
’t Is beter als je nog wat wacht
Want even later komt de nacht en schijnt de koele maan

De nacht is te koud, de maan te grijs
Toe neem me toch mee naar je hemelpaleis
Daar wil ik zijn alleen met jou
En stralen in het hemelblauw
Ik heb je lief, zo lief

Als ik de aarde ga verwarmen
Laat ik haar leven in m’n armen
Van sterren weefde ik het verre, aah het noorderlicht
Maar soms ben ik als kolkend lood
Ik ben het leven en de dude
In vuur, in liefde, in alle tijden
M’n kind ik troost je, kijk omhoog
Vandaag span ik mijn regenboog
Die is alleen voor jou

Nee nooit sta ik een seconde stil
‘k Wil liever branden neem me mee
Geen mens kan mij dwingen wanneer ik niet wil
Wanneer je vanavond gaat slapen in zee
Geen leven dat ik niet begon
En vliegen langs jouw hemelbaan
Je kunt niet houden van de zon
Ik wil niet meer bij jou vandaan

Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief, zo lief
Ik heb je lief

.

Ik heb de liefde lief

Herman Gorter

.

In 1993 verscheen de verzamelbundel ‘Ik heb de liefde lief’ met daarin de mooiste liefdesgedichten uit de Nederlandse en Vlaamse poëzie. Deze bundel werd samengesteld door Willem Wilmink en bevat, naast vele bekende liefdesgedichten, een aantal liefdesgedichten die ik nog niet kende. Sommige daarvan zijn uit de eeuwen voor de 20ste eeuw maar er zijn er ook bij van recenter jaren. Zo kwam ik een gedicht tegen van Herman Gorter (1864-1927) dat ik niet nog kende maar dat van een eenvoud en schoonheid is dat ik, toen ik het gedicht las, wist dat ik op dit blog zou plaatsen. Het titelloze gedicht verscheen eerder in de bundel ‘Verzamelde lyriek tot 1905’ uit 1977.

.

Hé ik wou jij was de lucht

dat ik je ademen kon

en je zien in het hooge licht

en door je gaan kon.

.

Waar zijn je armen en je handen

en die witte overschoone landen

van je schouders en schijnende borst-

ik heb zoo’n honger en dorst.

.

 

Banket

Nieuw gedicht

.

Banket

.

De een beweegt vrijer. In

een ovale vorm is het

makkelijk parels maken.

De ander zit vaster, moet

harder werken voor zo’n

kleinood.

.

Zelfs als vlees op de botten telt

of onregelmatigheid van

schelp, blijft een keuze

willekeurig,

twisten over smaak doet

dan misschien alleen denken aan

vrijheid.

.

Waar het zilte overheerst

prikkelt de tong

uitnodigend gebarend.

Beschermd mag er genoten

worden, niemand leeft

gesloten.

.

%d bloggers liken dit: