Site-archief

Het enige

Willy Spillebeen

.

Zo nu en dan loop ik de foto’s die ik in de loop van de jaren heb genomen nog eens door. Een enkele keer kom ik dan foto’s tegen waarvan ik helemaal vergeten was dat ik ze ooit heb genomen. Zo kwam ik foto’s tegen van de bundelpresentatie van de Vlaamse dichter en schrijver en vriend Hervé Deleu, de eerste winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/10/14/presentatie-bundel-herve-deleu/ in zijn woonplaats Menen in Vlaanderen. Zoals je kunt zien heb ik van die presentatie een aantal foto’s gemaakt en geplaatst. Toch kwam ik nog een paar foto’s tegen die ik niet heb geplaatst toen. Een daarvan is een foto van een gedicht van plaatsgenoot van Hervé, Willy Spillebeen, die ook aanwezig was bij deze presentatie.

Willy Spillebeen (1932) is een Vlaams dichter en schrijver, zijn poëzie bezit een opvallende eenheid qua thematiek en levensbeschouwing. De sleutelbegrippen tot de gedichten keren terug in de romans en verhalen. De vaak sterk symbolisch geladen beelden uit zijn poëzie zijn ook terug te vinden in zijn proza en worden daar aangevuld met een naturalistische natuurbeschouwing. 

De werken van Spillebeen kunnen worden gezien als een geschreven zoektocht die gaat van chaos naar orde, van verbrokkeling naar eenheid en van meta-fysieke twijfel naar een vrijzinnig geloof in de persoonlijke verantwoordelijkheid van de mens. Willy Spillebeen is een zeer veelzijdig mens. Zo was hij poëzie-recensent, redacteur van Dietsche Warande en Belfort, vertaler van poëzie, samensteller van poëziebloemlezingen, essayist, verzorger van literaire radiokronieken, jurylid van vele poëziewedstrijden, lid van allerlei commissies op het gebied van de letteren en ga zo maar door.

Op 14 december 2014 mocht ik Willy Spillebeen ontvangen op het podium van Ongehoord! in Rotterdam en daar maakte hij (zeker ook bij het jongere publiek) een bijzondere indruk op de aanwezigen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/12/10/laatste-ongehoord-podium-van-2014/ 

Van deze bijzondere Vlaamse dichter en grootheid uit de Nederlandstalige poëzie hieronder het gedicht ‘Het enige’ op canvas dat ik destijds fotografeerde.

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd

Ivo van Strijtem

.

Ivo van Strijtem is het pseudoniem van Ivo Evenepoel (1953) een Vlaams dichter, essayist en bloemlezer die zichzelf vernoemde naar zijn geboortedorp Strijtem in Vlaams Brabant gelegen in het Pajottenland. Hij werd door het Poëziecentrum als ‘ambassadeur van de poëzie’ of ‘advocaat van de poëzie’ bestempeld doordat hij steeds enthousiasmerend spreekt en schrijft over de dichtkunst.

Van Strijtem debuteerde in 1983 met de bundel ‘Aardbeien met slagroom’ die hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgden nog 11 dichtbundels en vele bloemlezingen over onder andere de liefde, erotiek, de dood en de wereldpoëzie. Maar hij schrijft dus ook zelf poëzie en in de bundel ‘De Liefde, jazeker’ staat het heerlijke gedicht ‘Er wonen meisjes in mijn hoofd’.

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd.

Een kwam er om een klontje suiker,

een ander wilde iets om op te schrijven,

een blad, het juiste woord,

en weer een ander vroeg een koord,

dat heb ik niet gegeven.

.

Zo bleven zij, ook zonder mij,

maar kom ik thuis, dan staat er

toch maar weer een verse ruiker,

kattenbelletje incluis:

Komt later langs, ben buitenshuis

verliefd. Ik ook, lach ik dan, ik ook.

.

Haha, die liefde

Maurice Roelants

.

Mauritius Adolphus (Maurice) Roelants (1895 – 1966) was een Vlaams dichter en romanschrijver maar hij was ook onderwijzer, ambtenaar, journalist en conservator van het nationale museum het kasteel van Gaasbeek. Samen met Menno ter Braak en E. du Perron was Maurice Roelants een van de oprichters van het gezaghebbende literaire tijdschrift Forum, een Nederlands-Vlaams literair tijdschrift dat van 1932 tot 1935 verscheen. Daarnaast was hij medeoprichter van het tijdschrift ’t Fonteintje’ en het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Daarnaast was hij een tijdlang redacteur van Elsevier’s Weekblad.

In het oeuvre van Roelants neemt de poëzie slechts een kleine plaats in, hij was vooral schrijver van proza. Toch ontving hij in 1950 de driejaarlijkse cultuurprijs de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie. In de verzamelbundel ‘Zo sprak mijn lief mij toe’ Nederlandse liefdespoëzie uit 1957, is een gedicht opgenomen van Roelants. Het gedicht ‘Haha, die liefde’ verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het verzaken’ uit 1930.

.

Haha, die liefde

.

De Liefde is oud en heeft een scheeven mond,

gespleten op haar brokkelige tanden,

zij deelt zoo licht wat lieve lachjes rond

en blaast al schalksch een kusje van haar handen.

.

Nooit is haar hupsche en speelsche voet gewond,

schoon zij nog danst als niet één kind van schande;

zij looft den tango en tezelfder stond

bespot zij fijn den ernst der sarabande.

.

’s Namiddags is ze op rijke tea’s te gast

en laat er soms door sier en zeedgen fleur

aan ongerepte maagdlijkheid gelooven.

Maar ’s avonds slaapt ze met een jongen kwast,

die zich bedrinkt aan haar verlepten geur,

en reukwerk waant de lucht van oude alkoven.
.
.

Slechte film, goede poëzie

Hartenstrijd en Komrij

.

Afgelopen week keek ik naar de Nederlandse film Hartenstrijd uit 2016, een romantische komedie van het soort 12 in een dozijn. Niet een geweldige film maar een niemanddalletje voor tussendoor met Tibor Lukács en Jennifer Hoffman. Zo.n film waarin je allerlei situaties en verhaallijntjes ontdekt die je al in zoveel andere romantische komedies hebt gezien. Een film ook waarin best een paar grappige scenes zitten én een film waarin heel onverwacht twee gedichten een rol spelen.

Tijdens een huwelijksscene dragen de bruid en de bruidegom aan elkaar een gedicht voor. Één van die gedichten is me bij gebleven want dat is het gedicht ‘Liefde’ van Gerrit Komrij (1944 – 2012). Het gedicht staat in de bundel ‘Hutten en paleizen’ De mooiste gedichten, uit 2001. Het is me bijgebleven omdat het een vreemd gedicht is om aan je geliefde voor te lezen tijdens je bruiloftsceremonie. Oordeel zelf zou ik zeggen.

.

Liefde
.
Ze liggen op elkaar, schurft op eczeem.
Je hoort de schilfers knappen. Roos stuift op.
Hun schedels glimmen als een diadeem.
Ze liefkoost teder zijn gezwollen krop.
.
Zijn pink verdwijnt in een abces van bloed.
Ze kronkelt. Uit haar mond springt slijm. Een blaas
ontploft. Zijn krop wordt blauwer. Hij vat moed.
Hij rolt haar op haar rug. Hij is de baas.
.
Dan gaan zijn sleetse lendenen tekeer.
Het is een machtig knarsen. Het gesop
van kwijl in etter kent geen einde meer.
Zij kotst. Gods wonder in een notedop.

.

 

Over liefde en niets anders

Toon Tellegen

.

Omdat het weer eens tijd was voor een liefdesgedicht (dacht ik) stond ik voor mijn boekenkast en vond daar de bundel ‘Over liefde en over niets anders’ van Toon Tellegen uit 1997. Tsja, als je dan op zoek bent naar een liefdesgedicht laat zo’n titel niets meer aan de fantasie over, dit gaat over de liefde (en over niets anders). Toch is Toon Tellegen geen gewone liefdesgedichtendichter. In een recensie over deze bundel van Gert Jan de Vries in de Volkskrant las ik: Tellegen mag alles nog zo omdraaien, vergroten, verkleinen en verdwazen, nergens verhult hij zijn onderwerpen: herkenbaar menselijk gedrag en herkenbare menselijke emoties.

En zo is het. Toon Tellegen beschikt als geen ander over een bijzondere manier van kijken naar de dingen en het vervolgens op een misschien nog wel bijzondere manier verwerken in een gedicht. Dat gebeurt ook in het gedicht zonder titel maar met de eerste zin ‘De jaloezie was jong’

.

De jaloezie was jong,

ze dampte nog,

en de liefde schuifelde onwennig langs het eerste koren,

prikte zich aan de eerste doornen,

wist nog niet wat schrikken was

en bloeden.

.

In de verte lag het woord: groot, rimpelig en leeg.

.

De natuurwetten kraakten, knarsten,

kwamen een voor een op gang.

Appels vielen, bladeren, sterren.

Rivieren stroomden van de eerste bergen.

.

Kaïn hief zijn arm omhoog.

Alles begon, alles was nieuw,

alles was onontkoombaar.

.

O kus mij, omarm mij

Hans Lodeizen

.

Gelukkig lijkt het erop dat er vanaf deze week weer wat meer mogelijk is als het gaat om ontmoeting en intermenselijk verkeer. Om iedereen een hart onder de riem te steken dacht ik maar weer eens een liefdesgedicht te plaatsen. Dit keer van Hans Lodeizen (1924 – 1950), de op jonge leeftijd overleden dichter die niet meer achterliet dan één bundel en een aantal nagelaten gedichten. Hoewel Lodeizen geldt als een van de Vijftigers schreef Peter Berger over Lodeizen en zijn poëzie in het boek ”t Is vol van schatten hier’ uit 1986:

“Weliswaar vertoont Lodeizen een zekere verwantschap met deze naoorlogse dichters (de Vijftigers), maar bij lezing van zijn werk valt het eigen, persoonlijke karakter op. ‘De gedichten van Hans Lodeizen, met hun sfeer van jong-zijn en kleurige feestelijkheden, lijken in hun luchtige elegantie een beetje boven de wereld te zweven. Ze zijn licht en onaards, maar toch zeer autobiografisch.”

Uit de bundel ‘Het innerlijk behang en andere gedichten’, samengesteld door J.C. Bloem, Jan Greshoff en Adriaan Morriën en gepubliceerd 6 jaar na zijn dood (1956) staat het gedicht ‘3’ waarin de beginzin voor veel mensen momenteel heel na aan het hart zal liggen.

.

3

.

o kus mij, o omarm mij

ik heb lang in de regen gestaan

ik heb lang op de bus gewacht

ik heb geen taxi kunnen krijgen

ik heb lang wakker gelegen

ik heb ontzettend gedroomd

ik heb niets gegeten

ik heb gestolen

.

o kus mij, o omarm mij

ik ben de witte slanke jongen

ik ben degene die droomde

ik ben de schim in de regen

ik ben de danser, de dirigent

ik ben de man bij het avondrood

ik ben het lichaam

ik ben de enige

.

Nooit genoeg over de liefde

Hagar Peeters

.

In de afgelopen jaren, viel mij op, heb ik al verschillende keren geschreven over Hagar Peeters en haar poëzie. Ze was dichter van de maand in januari 2017 en we kunnen wel stellen dat ik een bewonderaar en liefhebber van haar poëzie ben. In de bundel ‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag’ staat het (bijna) gelijknamige gedicht. Nu vind ik dat er nooit genoeg over de liefde gedicht kan worden en dit is weer een bevestiging van dit idee. Genoeg gedicht over de liefde vandaag? Okay dat mag, maar morgen gewoon weer opnieuw over de liefde dichten, steeds opnieuw.

Uit de bundel uit 1999 het gedicht ‘Genoeg gedicht…’ waarin heel subtiel een vorm van rijm is opgenomen in de vloeiende en muzikale zinnen die het gedicht een extra dimensie geven.

.

Genoeg gedicht…

.

Genoeg gedicht over de liefde vandaag
want al schrijvend heb ik de liefde niet bedreven.
Het leven laat zich maar al te graag
liever beschrijven dan beleven.
Die jij van wie ik zo hoog opgeef
die leeft niet behalve zoals ik je opschreef.
Je kust en je verlaat zoals de windhaan draait,
mijn plaat steeds overslaat,
zoals, zoals men zegt, dat in het echte leven gaat.

.

Al die minnaars met al hun dichtklappende deuren.
Ik zou geen tijd meer hebben, de pen eens op te pakken
als ik mezelf steeds in de spiegel moest keuren
en met naaldhakken aan mijn nagels moest lakken.
Een dichter is nooit te vangen met haar eigen pen.
Steeds heeft zij haar antwoord klaar
want je kwetst haar zoals zij had gepland
al keren haar woorden zich soms tegen haar;
zij zijn minstens zo ontrouw als al haar minnaars.

.

Mijn woorden niet. Die blijven aan mij gekluisterd.
Nooit werd een wreder moeder in de poëzie beluisterd
dan die, die haar kroost op het hart hield gedrukt:
‘blijf voor altijd zoals ik het je heb ingefluisterd’.
Maar nee, de inkt kruipt waar hij niet kan gaan
zoals het bloed, in zo veel aan de inkt gelijk.
Dus zeg ik je, toe maar, vlieg dan uit,
maar ga niet met de verkeerde mannen mee naar huis.

.

Warmte, een woonplaats

Ellen Warmond

.

In deze tijd van polarisatie en het vergroten van de verschillen in denkwijze over van alles, leek het me een goed idee om weer eens een liefdesgedicht te plaatsen. Ik ging op zoek en kwam het gedicht ‘Warmte, een woonplaats’ tegen van Ellen Warmond (1930-2011) in de gelijknamige bundel uit 1961. Want zoals Ellen dicht “want liefde en het besef / van liefde daaraan ontsteken / ogen en stemmen hun licht”. en liefde en licht daar kunnen we wel wat van gebruiken in deze letterlijk en figuurlijke donkere tijden.

.

Warmte, een woonplaats

.

Liefde en het besef
van liefde daartussen bouwen
mensen een warmende woonplaats

.
en sprekende zeggen ze: liefste
open je ogen nu langzaam en eet
ik heb het licht voor je aangesneden
of: open je ogen niet drink nu het donker
ik heb de nacht voor je omgekocht

.
want liefde en het besef
van liefde daaraan ontsteken
ogen en stemmen hun licht
daarin ontbloeien de lippen
daaruit ontstaat het gedicht.

.

Geliefde in slaap

Hans Andreus

.

Als ik door de jaren heen blader op mijn blog dan valt me op dat ik in bepaalde perioden bepaalde dichters meer aandacht heb gegeven dan in andere perioden. Aan een paar van die dichters heb ik de laatste jaren of maanden nauwelijks aandacht besteed. Aan de ene kant omdat er steeds weer nieuwe dichters verschijnen die ook aandacht verdienen en aan de andere kant omdat ze een beetje uit mijn vizier zijn geraakt. Ten onrechte moet ik daar meteen aan toevoegen. Het zijn niet alleen Nederlandse dichters maar ook Vlaamse dichters of dichters uit het Engelse taalgebied.

Vandaag een Nederlandse dichter en niet de eerste de beste. Hans Andreus, pseudoniem van Johan Wilem van der Zant (1926 – 1977) schreef het gedicht ‘Geliefde in slaap’ dat ik nam uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 2004.

.

Geliefde in slaap

.

Mijn lief dier slaapt diep en teder,

slaapt loom in het diepste gras

en loopt vederlicht langs de hemel.

.

Haar ogen schijnen voorgoed verdwenen.

Haar mond heeft mijn mond vergeten.

Haar buik glooit nu langzamer rond

en haar tweede mond slaapt tevreden.

.

Mijn lief dier leeft nu in vrede:

iedere adem een dag in de zomer,

elke beweging een strekken in het gras.

.

Maar lopende door de ruimte

met haar twee lachende kinderen,

haar negertjes, haar zwarte ogen,

die alles zien,

.

weet zij niet meer dat zij slaapt hier,

zwaar van aarde, licht van adem, onbereikbaar.

.

 

De verliefde

Paul Éluard

.

De Franse dichter Paul Éluard (1895-1952) was naast dichter tevens een van Frankrijks bekendste surrealisten. Éluard was een zeer sociaal bewogen mens. In de Spaanse burgeroorlog vocht hij als lid van de Franse communistische partij mee tegen dictator Franco, in de tweede wereldoorlog sloot hij zich aan bij het Franse verzet en na de oorlog was hij betrokken bij het verzet van de Griekse partizanen. Éluard (en zijn vrouw Gala die later Salvador Dali trouwde) waren goed bevriend met Max Ernst, de Duitse surrealistische schilder.

Toch is in zijn werk het surrealisme niet altijd heel prominent aanwezig. Zo is het gedicht ‘De verliefde’ of ‘L’amoureuse’ in een vertaling van Hans van Straten dat staat in de bundel ‘De moderne Franse poëzie, een anthologie’ uit 2001, meer een liefdesgedicht dan een surrealistisch gedicht, al heeft het hier en daar surrealistische verwijzingen.

.

De verliefde

.

Zij staat over mijn oogleden

en haar haren zijn in de mijne,

zij heeft de vorm van mijn handen,

zij heeft de kleur van mijn ogen,

zij verzinkt in mijn duister

als een steen op de hemel.

.

Zij heeft haar ogen altijd open

en laat mij niet slapen.

Haar dromen in het volle licht

slaan wolken uit de zonnen

laten mij lachen, huilen en lachen,

en praten zonder iets te hoeven zeggen.

.

%d bloggers liken dit: