Site-archief

Leesletters

Remko Ekkers

.

Ik schrijf hier vrijwel altijd over poëzie voor volwassenen en adolescenten, maar er wordt ook regelmatig poëzie voor kinderen geschreven die zeer de moeite waard is. Zo heeft in de bundel ‘Leesletters’ Elseline Knuttel vijftig gedichten opgenomen over letters, lezen, boeken, voorlezen, leren lezen, bibliotheek, boeken zonder en lezen in bed. Een bloemlezing voor jong en oud. De bundel is geïllustreerd door Ceseli Josephus Jitta en bevat gedichten van bekende dichters als Herman de Coninck, Joke van Leeuwen, Hans Kuyper en Ted van Lieshout maar ook van minder bekende dichters als Leendert Witvliet en Gerard Berends.

In de bundel, uitgegeven door uitgeverij De Inktvis in 2011, staat ook het gedicht ‘Eerste woord’ van de dit jaar overleden dichter Remko Ekkers (1941 – 2021) dat ik hier graag met jullie deel.

.

Eerste woord

.

Mijn eerste woord was r aa m.

Het hing in de eerste klas

vlak onder het raam.

Later zag ik ook d eu r.

.

Je kon naar buiten

dan waren de woorden weg

maar hun beeld zweefde

nog in mijn hoofd.

.

Ik leerde dat de letters

van het woord vrij

konden fladderen

maar deze bleven samen.

.

Tot ik een naam

gaf aan bijna alle

dingen in de klas.

het raam ging open staan.

.

Een kwiek sexfestijn

Johnny the Selfkicker

.

Soms heb je van die dagen dat je wel even een opkikkertje kan gebruiken. Voor mij werkt dan vaak het lezen van een gedicht of, nog beter, het kijken en luisteren naar een dichter die voordraagt. Een dichter die mij altijd een zetje de goede richting in duwt met zijn voordracht is Johnny van Doorn of Johnny the Selfkicker (1944 – 1991). Kijk maar eens op YOUtube naar zijn performances, die zijn van een geweldige kwaliteit.

Maar om te lezen zijn ze ook zeer te genieten, zoals het gedicht ‘Een kwiek sexfestijn’ uit de bundel ‘Droom vrijuit’ alle gedichten uit 2014.

.

Een kwiek sexfestijn

.

Achteraf bekeken heb

Ik het toch te

Bont gemaakt:

Van zo’n 50 (mijn

Huis instormende)

Handtekening-

Jaagsters heb ik

Er 12 van

Ontmaagd &

Op 4 ervan

Rugpuncties &

Hartinjekties

Verricht &

1 ervan

Vergiftigd

Met opdiumde

Rivaten & een

Stevige Spaanse

Vlieg, –

Na dit kwieke-

SexFestijn

Week ik mijn

Roofdgeschuurd

Geslachtsorgaan

Schoon onder de

Heetwaterstralen

Van een

Homofiel getint

Badgebouw,

Alwaar ik blind

Van Penisnijd

Met een haastig

Getrokken aard-

Appelmes een

Teelbal aan

Het lichaam

Van een sex-

Rivaal ontruk…

De terugslag

Komt zwaarder aan

Dan ik had ge-

Dacht:

Uitgeblust val ik

Neer op mijn

Doorgezakte

Legerstede &

Als mokers slaat

Een treiterende

Christelijke

Marsmuziek

Door mijn

Gefolterd

Brein &

Mijn darminven-

Taris raakt

Danig in

De war, –

Mijn dagelijkse

Portie gezuurde

Mosselen kots

Ik rap de

Dakgoot in &

Door een chro-

Nisch gebrek

Aan proteïnen

Is mijn potentie

Ondermijnd &

Geërgerd speel

Ik een spelletje

Russische Rou-

Lette:

Maar helaas

Zonder succes &

Dit bedroeft

Mij zeer

.

Remco Ekkers

Bewondering

.

Op 4 juni jongsleden overleed dichter Remco Ekkers (1941 – 2021) op bijna tachtigjarige leeftijd aan een hartstilstand in zijn woonplaats Zuidhorn in Groningen. In de Volkskrant van donderdag 29 juli schrijft Jurre van den Berg een mooi stuk over Remco Ekkers in de rubriek ‘Het eeuwig leven’.

Een zin uit dat stuk bleef aan me hangen, niet alleen omdat ik het er roerend mee eens ben maar vooral ook omdat het aansluit bij iets dat ik al jaren zeg (maar daarover zo meer). De zin waar ik het hier over heb is de volgende:

‘Je ziet meer vogels als je meer weet van vogels. Dat geldt ook voor poëzie. Als iemand jou uitlegt hoe het in elkaar zit, kan je bewondering alleen maar groeien.’  Ik zeg al jaren tegen beginnende dichters (uit mezelf of als mij daarover vragen worden gesteld) dat de beste manier om als dichter te groeien, om betere poëzie te schrijven, is om heel veel poëzie te lezen, naar poëzie te luisteren. Hoe meer poëzie (vogels) je leest en tot je neemt, hoe beter je poëzie gaat begrijpen en hoe meer je daar als dichter van kan groeien.

Remco Ekkers zal als dichter herinnerd worden, hij zal, ook omdat hij baanbrekend werk heeft verricht op het gebied van poëzie voor jongeren, altijd een plaats innemen in de canon van de Nederlandse poëzie. Als eerbetoon en omdat het altijd goed is om poëzie (van hem) te lezen, hier het gedicht ‘Hoe je verder moet’ dat verscheen in literair tijdschrift Raster nummer 92 uit 2000.

.

Hoe je verder moet

.

Stap opgewekt voort
al weet je niet zeker
waar naar toe. Vooruit

.

over het glimmende asfalt
tussen de kale bomen
hoofd scheef, wuivend
naar het huis dat al in de mist
is verdwenen en straks vergeten.

.

Je zet een voet vooruit
en dan een andere.
Je kijkt niet naar de spiegeling
in de plassen, het beeld
van de takken waar je
tussen hangt, pats!
in het water.

.

Zo kom je verder
weg van wat is geweest.

.

Wat is mogelijk?

Adrienne Rich

.

Adrienne (Cecile) Rich (1929 – 2012) was een politiek en sociaal geëngageerde Amerikaanse dichter, docent, essayist, woordvoerder voor de lesbische belangen en feministe.  Rich studeerde in 1951 af aan Radcliffe College met een Bachelor of Arts-graad. Op de universiteit las ze moderne Britse en Amerikaanse dichters zoals Wallace Stevens, Robert Frost en W. H. Auden. Haar debuut als dichter met de bundel, ‘A Change of World’, gepubliceerd in hetzelfde jaar dat ze afstudeerde, toont de invloed van deze dichters. Haar carrière als schrijver werd gelanceerd toen ze in 1951, op 22-jarige leeftijd, door W. H. Auden werd gekozen voor de Yale Younger Poets Award.

Adrienne Rich werd een van de meest gelezen en invloedrijkste dichters uit de tweede helft van de 20e eeuw. In de vele dichtbundels die ze schreef is een stilistische evolutie merkbaar vanaf formele poëzie naar een meer persoonlijke en krachtige stijl. Tot haar bekendste gedichten behoren. Met ‘Diving into the Wreck’ (1973) won ze de National Book Award. Ze accepteerde deze prijs samen met twee finalisten, Audre Lorde en Alice Walker, in naam van alle vrouwen. Daarnaast werd ze onder meer bekroond met de Bollingen Prize in 2003 en in 2010 ontving zij de ‘Lifetime Recognition Award’ van de Griffin Poetry Prize.

Door de redactiefilosoof van MUGzine Marie-Anne Hermans werd ik gewezen op een bijzonder gedicht van Adrienne Rich getiteld ‘What is possible’. Wil je het gedicht luisteren? Ga dan naar https://comraderadmila.com/tag/adrienne-rich/  of lees het hieronder.

.

What is possible

.

A clear night if the mind were clear

.

If the mind were simple, if the mind were bare
of all but the most classic necessities:
wooden spoon knife mirror
cup lamp chisel
a comb passing through hair beside a window
a sheet
thrown back by the sleeper

.

A clear night in which two planets
seem to clasp each other in which the earthly grasses
shift like silk in starlight
If the mind were clear
and if the mind were simple you could take this mind
this particular state and say
This is how I would live if I could choose:
that is what is possible

.

A clear night. But the mind
of the woman imagining all this the mind
that allows all this to be possible
is not clear as the night
is never simple cannot clasp
its truths as the transiting planets clasp each other
does not so easily
work free from remorse
does not so easily
manage the miracle
for which mind is famous
or used to be famous
does not at will become abstract and pure

.

this woman’s mind

.

does not even will that miracle
having a different mission
in the universe

.

If the mind were simple if the mind were bare
it might resemble a room a swept interior
but how could this now be possible
given the voices of the ghost-towns
their tiny and vast configurations
needing to be deciphered
the oracular night
with its densely working sounds

.

If it could ever come down to anything like
a comb passing through hair beside a window

.

no more than that
a sheet
thrown back by the sleeper

.

but the mind of the woman thinking this is wrapped in battle
is on another mission
a stalk of grass dried feathery weed rooted in snow
in frozen air stirring a fierce wand graphing

.

Her finger also tracing
pages of a book
knowing better than the poem she reads
knowing through the poem
through ice-feathered panes
the winter
flexing its talons
the hawk-wind
poised to kill

.

Poëzie luisteren

Ode aan de nacht

.

Poëzie moet je lezen, regelmatig lezen, herlezen, maar poëzie kun je ook voor laten lezen of laten voordragen. In tijden van Corona is het moeilijk om poëziepodia te bezoeken (al komen er het en der wel weer initiatieven onder strenge regels tot stand) dus kun je kijken naar alternatieven. Zoals het luisteren naar poëzie. Dat kan via Youtube (er is echt een heel grote verzameling binnen en buitenlandse dichters te beluisteren), via streamingdiensten of gewoon nog ouderwets vanaf cd’s.

Ik schreef op dit blog al eerder over luister cd’s met poëzie zoals over https://woutervanheiningen.wordpress.com/2014/04/29/dichters-in-de-nacht/ Dichters in de nacht, twee cd’s met een registratie van de 25ste nacht van de poëzie in Vredenburg Utrecht, maar ook over  https://woutervanheiningen.wordpress.com/2013/12/14/de-goddelijke-vonk/ De goddelijke vonk, gesprekken met dichters uit het NPS-radioprogramma Kunststof, en https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/01/09/taal-zonder-mij/ over het 4 cd-luisterboek ‘Taal zonder mij’ van Kristien Hemmerechts van uitgeverij Rubinstein.

Daar wil ik er vandaag een aan toe voegen. In 2005 namelijk (voordat ‘Dichters in de nacht’ verscheen in 2006) kwam de 4-cd verzameling uit onder de titel ‘De nacht van de poëzie’ samengesteld door Anneke van Dijk en Koen Vergeer. Op deze 4 cd’s zijn de beste voordrachten van 25 jaar Nacht van de poëzie verzameld. Vrijwel alle bekende dichters die er ooit stonden zijn vertegenwoordigd op deze 4 cd’s: Lucebert, Hugo Claus, Rutger Kopland, Gerrit Komrij, Judith Herzberg, Jules Deelder, Herman de Coninck, Leo Vroman, Remco Campert, Tjitskes Jansen en ga zo maar door. Een feest der poëzie kortom, 4,5 uur luisterplezier. En hoewel uit 2006 is deze prachtige verzameling nog steeds te koop voor een vriendelijke prijs.

In 2002 stond Anneke Brassinga op de Nacht van de poëzie. Van haar het gedicht ‘Aan zee’ uit haar bundel ‘Wachtwoorden’ uit 2005.

.

Aan zee

.

De wind weegt de woorden
bevindt ze te licht
de wind huilt, veegt de woorden
van tafel, uit het zicht

.

het stormvogeltje dat ze opslikt
zal stijgen tot de hoogten van de reuzenalbatros
of alleen nog willen krijsen
zoals ik, bestoven aap op stok.

 

.

Poëzie luisteren

LP en DVD

.

Vorige week was ik in een kringloopwinkel in Limburg en daar lag een LP box met bakelieten 78 toeren platen uit 1936 met als titel ‘Tweede album verzen van Nederlandse en Vlaamse dichters van 1500 tot op heden’ gezegd door Paul Huf. Omdat ik geen platenspeler bezit waarop je 78 toeren platen kan afspelen heb ik de box niet gekocht. Met enige spijt want verzen die ‘gezegd’ worden uit 1936 had ik graag beluisterd.

Gelukkig kocht ik in een andere kringloopwinkel de bundel ‘Meer poëzie in Carré 1966 & 2006’ van uitgeverij van Gennep. Deel 1 van de Awater-reeks. Bij deze bundel zit een DVD met daarop een televisieregistratie van de spraakmakende 28 februari 1966 van Poëzie in Carré.

Naast deze DVD is er in de bundel een terugblik te lezen op die avond in 1966 en een foto-impressie. En natuurlijk lijsten van de deelnemende dichters in 1966 en in 2006 (in 2006 deden drie dichters mee die ook in 1966 deelnemen te weten Simon Vinkenoog, Gerrit Kouwenaar en Hans Verhagen).

Naast deze drie ouwe rotten veel hedendaagse dichters als Tjitskes Jansen, Ingmar Heytze, Hagar Peeters, Vrouwkje Tuinman, H.H. ter Balk, Ilja Leonard Pfeijffer en nog een aantal. Luisteren naar poëzie is iets bijzonders. Reden waarom ik graag op poëziepodia sta en ze ook bezoek. Je kunt een gedicht vele malen hebben gelezen maar als je de dichter het gedicht voor hoort dragen kan ik daar extra van genieten, om de voordracht en de accenten die de dichter in het gedicht legt die je nooit van papier kunt lezen.

Uit de bundel met dichters van Poëzie in Carré uit 2006 koos ik voor het gedicht ‘Jij ziet goed uit vandaag’ van Vrouwkje Tuinman.

.

Jij ziet goed uit vandaag.

.

De man van de griesmeelpannenkoeken

zegt iets tegen mij. De man de bakker.

Ik heb hem niet verstaan verdiept

in het vooruitzicht van mijn volle maag.

Veilig vol hij zegt het nogmaals

en ik schaam me. Je laat niet eimand

twee keer zeggen jij ziet goed uit.

Hij zegt ik mooi. dat verstaan.

Zou hij weten hij is de eerste die tegen

mij praat vandaag – nooit spreken met

volle mond – dat het de derde pannenkoek

is deze week. Hij vraagt of ik getrouwd.

.

Het boek

Muus Jacobse

.

Nu uit onderzoek blijkt dat maar liefst 61% van de Nederlanders aangeeft in tijden van thuiszitten vooral te gaan lezen, geef ik graag wat leestips. Degene die mij een beetje kennen weten dat ik niet voor de bekende boeken en de bekende schrijvers (in mijn geval dichters) ga. Ik wil juist die dichters onder de aandacht brengen die we misschien zijn vergeten. Daarom in de categorie (bijna) vergeten dichters vandaag de dichter Muus Jacobse.

Muus Jacobse was het pseudoniem van Klaas Hanzen Heeroma (1909-1972). Heeroma was dichter en taalkundige. Heeroma werd in 1936 benoemd tot medewerker aan het Woordenboek der Nederlandsche taal te Leiden, waar hij bleef werken tot zijn benoeming in 1948 tot hoogleraar in de Nederlandse taal- en letterkunde aan de Universiteit van Indonesië in Djakarta. In 1953 werd hij benoemd tot hoogleraar in de Nedersaksische taal- en letterkunde in Groningen. In 1952/1953 was hij een van de dichters die op de Pietersberg in Oosterbeek ging werken aan een nieuwe psalmberijming.

In de bundel ‘Het landvolk’ Oosterbeekse gedichten, met daarin gedichten van de dichtende medewerkers aan de nieuwe psalmberijming, uit 1958 staat het gedicht ‘Het boek’. Dit gedicht gaat over zijn werk voor de nieuwe psalmberijming maar is toch ook voor niet gelovigen goed te lezen.

.

Het boek

.

Het Woord van het begin

Sluit alle woorden samen.

Zij zeggen ja en amen

En krijgen slot en zin.

.

God heeft zegen en vloek

Van de dood en het leven

Eens voor al opgeschreven.

God is een open boek.

.

En ik begrijp vaak niet,

Als ik zijn held’re geheimen

Moet navertellen in rijmen,

Wat Hij daar nog in ziet.

.

In de bibliotheek

Herman de Coninck

.

in deze moeilijke tijden van Coronavirus en het stilvallen van het dagelijks leven zijn er gelukkig nog instituten waar je terecht kan wanneer je gedwongen bent om thuis te blijven. Zeker wanneer zo’n beetje elke vorm van vermaak is afgelast, geannuleerd of verzet is er niets mooiers dan naar de bibliotheek te gaan en daar het boek van je keuze uit te zoeken, te lenen en te gaan lezen.
Ik weet dat er ook bibliotheken sluiten ( zeker de grote waar op elk moment van de dag meer dan 100 mensen aanwezig zijn) maar er zijn zeker ook nog veel bibliotheken die gewoon open zijn en waar je terecht kan.

Charles Simic (1938) is een Servisch-Amerikaanse dichter en voormalig co-poëzie-editor van de Paris Review. Hij ontving de Pulitzer Prize for Poetry in 1990 voor ‘The World Doesn’t End’, en was finalist van de Pulitzer Prize in 1986 voor ‘Selected Poems, 1963-1983’ en in 1987 voor ’Unending Blues’.

In ‘ De gedichten’ de verzamelde werken van Herman de Coninck uit 1998 staat een door Herman de Coninck vertaald gedicht van Charles Simic met als titel ‘In de bibliotheek’. Als ode aan de dit belangrijke instituut dat ook heden ten dagen nog steeds midden in de samenleving staat hier het gedicht van Simic.

.

In de bibliotheek

.

Er is een boek,

’Het woordenboek der engelen’ geheten.

Vijftig jaar lang heeft niemand het geopend,

Weet ik, want toen ik het deed

Krakte de cover, verkruimelden

De bladzijden. Daar ontdekte ik

.

Dat engelen ooit zo talrijk waren

Als vliegensoorten

In de schemering

Maakten ze de lucht dik.

Je had twee armen nodig

Om ze van je af te slaan.

.

Vandaag schijnt de zon

Door de hoge ramen.

De bibliotheek is een rustige plek.

Engelen en goden opeengepakt

In donkere, ongeopende boeken.

Het grote geheim ligt

Op een schap waar Mrs. Jones

Elke dag op haar ronde voorbijgaat.

.

Ze is erg groot, ze houdt haar hoofd

Daar nog bovenuit, of ze luistert.

De boeken fluisteren.

Ik hoor niks, maar zij wel.

.

De nieuwe bibliotheek aan het Neude in Utrecht die vandaag geopend zou worden.

 

Lijstjes

Meander

.

Het fenomeen van lijstjes maken is mij niet vreemd. Zo heb ik op dit blog een lijstje gemaakt van muzieknummers die ik graag luister en mij vooral energie geven, ben ik gevraagd door de redactie van literatuurwebsite Meander om, als medewerker/bestuurslid, mijn drie favoriete gedichten op te stellen en nu ben ik door dichter/schrijver/organisator Alja Spaan via Facebook gevraagd 7 dagen lang elke dag de cover van een boek te plaatsen zonder verdere informatie om het belang van lezen te benadrukken.

Dat lijstje van mijn drie favoriete gedichten hou ik nog even voor me, dat wordt binnenkort via de nieuwsbrief van https://meandermagazine.nl/ bekend gemaakt, dus was je nog geen abonnee, zorg er dan nu voor dat je dat wordt. Elke week een nieuwsbrief met informatie over poëzie, recensies en artikelen via https://meandermagazine.nl/aanmelden-voor-het-gratis-meander-magazine/ .

Maar nu terug naar de boeken. Mij is gevraagd geen poëziebundels te plaatsen maar romans of andere interessante boeken. Dat is geen probleem, dat doe ik graag maar eigenlijk had ik al eerste boek ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ van Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries willen plaatsen. En daarom doe ik dat hier. Deze dikke bundel met een canon van de Europese poëzie bevat een schat aan de meest geweldige gedichten. Ruim 720 pagina met de mooiste gedichten (in vertaling) vanaf de 8ste eeuw voor Chr. tot het begin van de 21ste eeuw. Van Homerus tot H.H. ter Balkt.

En omdat een bericht op dit blog geen bericht is zonder gedicht koos ik voor het gedicht ‘De Muze’ van Jevgeni Baratynski (1800-1844) in een vertaling van Peter Zeeman. Baratynski werd geprezen door Alexander Pushkin als de beste Russische elegische dichter. Na een lange periode waarin zijn reputatie aan het afnemen was, werd Baratynsky herontdekt door dichters van de Russische symboliek als een van de beste dichters. De stijl van Baratynsky is klassiek. Maar in zijn pogingen om zijn gedachten een diepgaande en geconcentreerde verklaring te geven, wordt hij soms duister.

.

De Muze

.

Mijn Muze kan me niet verblinden:

Ze gaat niet voor een schoonheid door,

Dat mannen zich rond haar verdringen

In vuur en vlam – het komt niet voor.

Ze heeft geen zin, noch het vermogen

Om te verleiden met kledij,

Spitsvondigheden of haar ogen.

Toch raakt men soms verwonderd bij

De aanblik van haar oogopslag,

Soms treft de eenvoud van haar woorden.

Hier past geen schamper hoongelach,

Maar lof in sobere akkoorden.

.

 

Poëzie schrijven

Over het hoe en wat van Poëzie

.

Op 31 januari jongstleden (Nationale Gedichtendag) verscheen in dagblad Trouw een artikel over Tom Lanoye, Poëzieweekdichter van 2019, waarin hij 5 tips geeft over ‘hoe je poëzie schrijft’. Ik moest meteen denken aan een bericht dat ik hier op 21 augustus 2017 op dit blog plaatste over wat poëzie nu eigenlijk is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/08/21/poezie-zeker/. Een aantal zaken kwamen overheen. Ook de andere tips van Tom hebben in de loop der tijd dit blog wel gehaald. Al lezend in het artikel werd mij wel duidelijk dat we er hetzelfde over denken. Poëzie is vooral je ‘eigen stem’ vinden, wat je doet door veel naar poëzie te luisteren en het te lezen, en het gewoon doen, het schrijven.

Voor wie het artikel niet heeft gelezen hier de tips van Tom:

  1. Laat je door niemand iets wijsmaken. Wat poëzie precies is, is voor ieder mens anders. De een zal refereren aan de klassieken, aan de vaste versvormen, de ander zal deze juist ver van zich werpen. Poëzie komt in vele vormen en maten. Van sterk hermetische poëzie tot verhalende proza gedichten, van de beeld poëzie van de Dada dichters tot de readymades en stiftgedichten. Terecht merkt Tom op dat hoe meer kennis je hebt van de verschillende stijlen en technieken hoe beter je eigen poëzie vaak wordt. Ze wordt dan gelezen of opgenomen in een kader dat lezers (her)kennen.
  2. Léés voordat je gaat schrijven. Ook hier ben ik het hartgrondig eens met Tom. Om poëzie te kunnen schrijven (in welke vorm dan ook) heb je een kader nodig om je poëzie in te framen. dat is wat anders dan domweg iemand na doen of een stijl kopiëren. Lezen, lezen en nog eens lezen. Door veel te lezen merk je vanzelf welke vormen en stijlen je liggen en welke minder. De vorm die je bevalt en ligt kun je vervolgens jezelf eigen maken(wat ook echt iets anders is dan gewoon nadoen). Elke dichter heeft voorbeelden, wordt geïnspireerd door andere dichters. Door veel te lezen gaat er niet alleen een wereld voor je open, er zal zich ook een idee vormen van de poëzie die je zelf graag wil schrijven.
  3. Probeer alle genres zonder dedain. Deze is niet eenvoudig kan ik uit ervaring zeggen. Maar opnieuw heel waar. Jarenlang dacht (en vond) ik dat ik niet over een vaststaand thema kon dichten. Ik moest geïnspireerd worden. Maar ik wilde wel graag af en toe aan een wedstrijd meedoen. Dus ik heb mezelf ertoe gezet. Dit bleek heel succesvol, ik won wedstrijden met gedichten die ik speciaal voor dat doel had geschreven. een ander voorbeeld; ik werd gevraagd om een gedicht voor een kersttentoonstelling te schrijven. Het wilde maar niet lukken en toen dacht ik, laat ik eens gek doen, ik probeer een sonnet te schrijven. dat had ik nog nooit gedaan daarvoor. Vooral omdat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen (te gekunsteld, te gezocht). Niets was minder waar. het ging me heel goed af en er kwam een prachtig, kloppend gedicht van waar ik nog steeds heel blij van wordt.
  4. Draag je poëzie voor. Deze komt uit mijn hart. Er is werkelijk niets mooiers, niets leukers dan je eigen poëzie voordragen en de reactie van de toehoorders te merken. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, ik doe dit al jaren maar ik herinner me de eerste keer nog. Net voor het uitbrengen van mijn debuutbundel ging ik met de versie op A4 mijn gedichten voordragen. Ik was er (toen) niet bijster goed in maar het voelde geweldig, dit wilde ik. Een enkele keer zeg ik weleens tegen dichters dat het voordragen van je poëzie je gedichten pas echt laten leven. Na vele jaren oefenen denk ik het eindelijk een beetje onder de knie te hebben. Door te kijken en luisteren naar dichters die voordragen zal het je zelf ook steeds makkelijker afgaan. Dus doen!
  5. Als laatste punt laat Tom optekenen: vergeet niet te leven. En dat is natuurlijk waar. Wie dingen meemaakt heeft altijd een reservoir aan ideeën en herinneringen om over te schrijven. En daar horen de vervelende zaken van het leven ook wel degelijk bij. Dus liefde, romantiek, ontdekkingen en geluk maar ook ziekte, dood, ongeluk, verlies, wanhoop. Je hoeft er niet naar op zoek te gaan maar scherm je er niet voor af, doorleef de dingen. Ze zullen je poëzie ten goede komen.

Uitstekende tips dus van een goed schrijver en dichter. Ik zou daar heel onbescheiden nog een laatste aan toe willen voegen: Fantasie. Laat je fantasie de vrije loop, verzin dingen die niet kunnen, associeer er op los, laat woorden, zinnen ontstaan die misschien kant noch wal raken maar laat de fantast, het kind zo je wil, in jezelf los en schrijf. Je zult zien dat je hieruit de meest fantastische gedichten kunt distilleren. Misschien niet altijd als tekst maar zeker al idee.

Om een voorbeeld van zo’n soort gedicht te noemen heb ik gekozen voor een gedicht van Jeroen de Vos uit zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ uit 2009.

.

Duet

.

Mijn gitaar staat naast zijn vriend

de piano

.

ze kunnen het wel vinden die twee.

.

vaak genoeg laat mijn gitaar zich

voorover vallen

zodat hij met zijn kop tegen de piano slaat

.

iedere keer als dat gebeurt trillen hun snaren

en komt er een onbestemd diep bombastisch

geluid naar boven.

.

daarna moeten ze onbedaarlijk lachen

.

                                                                                                                                                                                                                                             Foto Tom Lanoye: Saskia Lienard

%d bloggers liken dit: