Site-archief

Maand van de geschiedenis

Leo Vroman

.

Oktober is sinds enige jaren alweer de maand van de geschiedenis. Dit jaar is het thema van deze maand geluk. Het leek me een uitdaging daar een gedicht bij te vinden. Ik ben uiteindelijk uit gekomen bij Leo Vroman (1915 – 2014) en de bundel Psalmen en andere gedichten uit 1995. Het gedicht dat ik koos is getiteld ‘Ja wie niet’ en gaat over reïncarnatie en het geluk dat we geen herinnering hebben aan vorige levens (mijn interpretatie).

.

Ja wie niet

.

Haast elk is in een vorig leven

beslist Cleopatra geweest

en enkelen waren eerder even

een huisdier of uithuizig beest

.

maar wie schiet nog het jaar te binnen

dat wij raderdiertjes waren

of wier, te weerloos om te paren

te popelen laat staan beminnen?

.

En toch als in die eerste dagen

twee algen heel dicht samen lagen

ontblootte hij die toen nog zweeg

.

of al geleerd had eerst te vragen

een bult van louter zelfbehagen

en barstte in haar leeg.

.

Advertenties

Het lange spoor 4

Jan Lauwereyns

.

De Vlaamse neurowetenschapper en dichter Jan Lauwereyns (1969) promoveerde in 1998 aan de K.U.Leuven op een proefschrift over doelgerichte visuele waarneming en verrichtte neurowetenschappelijk onderzoek in Tokyo, Japan (1998 – 2002), Maryland, U.S.A. (2002 – 2003) en Wellington, Nieuw Zeeland (sinds eind januari 2003). Naast zijn wetenschappelijke werk  publiceerde Lauwereyns  dichtbundels zoals  ‘Nagelaten sonnetten’ (1999), ‘Blanke verzen’ (2001), ‘Buigzaamheden’ (2002) en ‘Vloeistof en welvaart’ (2008). Ook werkte hij samen met wetenschapper en dichter Leo Vroman en zijn vrouw Tineke in de bundel ‘Zwelgen wij denkend rond’.

Voor de bundel ‘Hemelsblauw’ uit 2011 kreeg hij de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Tegenvoetig, tweebenig’ uit 2004 het gedicht  ‘het lange spoor 4’.

 

Het lange spoor 4

Onderaards krioelen, gericht op sjouwen
van immense korrels zand, rotsblokken,

mieren, bladluizen, honderdpoten.
Dit is de tweeledigheid der schepping,

op en om, vervolgens op en nogmaals om.
Zandberg, zanddal, stoffelijkheid migreert.

Onder en boven lopen, woeker, woeker,
op het karkas van arme geelkuifkaketoe.

.

paviljoen De Witte

Gedichten in de buitenruimte

.

Een tijdje geleden ben ik benaderd door Kila van der Starre om bijdragen te leveren aan http://www.straatpoezie.nl, een PhD-onderzoek van deze student aan de Universiteit van Utrecht. Doel is om alle gedichten in de openbare ruimte in kaart te brengen in Nederland en Vlaanderen. Omdat ik via mijn rubrieken Gedichten op vreemde plekken en Gedichten in de openbare ruimte al veel voorbeelden heb verzameld was het bijna logisch dat ze ook bij mij terecht kwam. Deze week werd ik door John Jansen van Galen van ‘Met het oog op morgen’ op radio 1 (de poëzierubriek) gebeld met de vraag of ik wist of er ooit onderzoek gedaan was naar poëzie in de buitenruimte?

Voor zover ik weet is dat niet het geval, veel voorbeelden zijn plaatselijk en in hun soort redelijk uniek. Vaak zijn het voorbeelden van stadsdichters ter verfraaiing van de buitenruimte en maar een enkele keer gaat het om, wat Kila noemt, canonieke gedichten, gedichten die in het collectief geheugen van de Nederlander (en Vlaming) zitten.

Tweede kerstdag was ik in Beelden aan zee, een museum op de duinrand van Scheveningen met beeldhouwwerk (en een tentoonstelling van  Picasso) dat voor een deel onder paviljoen De Witte is gesitueerd. Op 18 november 1827, de verjaardag van koningin Wilhelmina van Pruisen, namen koning Willem I en zijn vrouw namen met feestelijk vertoon een strandpaviljoen in gebruik dat de koning speciaal voor haar had laten bouwen. Zij leed aan slapeloosheid, en men hoopte dat veelvuldig verblijf aan zee hierin verbetering zou brengen.

In de jaren tachtig van de twintigste eeuw waren de exploitatiekosten van het paviljoen sterk opgelopen. De eigenaar, Littéraire Sociëteit De Witte, zocht daarom naar andere inkomstenbronnen. Op 17 september 1990 keurde de algemene ledenvergadering van Sociëteit de Witte een plan voor een beeldenmuseum in het pand goed. In 1994 werd museum Beelden aan zee door koningin Beatrix geopend.

Aan de Pellenaerstraat kant van het paviljoen is ‘De Transparant’ een glazen afscheiding tussen straat en paviljoen van 65 meter lang. Op zestien panelen staan stukken tekst en gedichten over kunst, glas en de zee/het strand.

Hieronder een paar voorbeelden met gedichten van Jan Wolkers, Leo Vroman en Gerrit Kouwenaar.

.

g1

g4

g5

Met dank aan http://www.denhaag.wiki/index.php/cultuur/monumenten/278-paviljoen-von-wied

Kathedralen

Leo Vroman

.

Afgelopen zomer was ik op vakantie in Engeland, Cornwall. Op enig moment bezochten we de kathedraal van Truro, hiertoe ook aangezet door wat ik in ‘According to Yes’ las van Dawn French (ja die van French and Saunders). In deze roman van comedian/romanschrijfster French bezoekt de (Engelse) hoofdpersoon een oude kerk in New York die haar aan de kathedraal in haar geboorteplaats Truro doet denken.

Omdat wij in de buurt van Truro logeerde besloten we deze kathedraal met een bezoek te vereren. Aangekomen in de kathedraal werd ik verrast door een enorm springkussen en een soort creatieve markt/rommelmarkt in de kathedraal die gewoon nog in gebruik is als kerk. Vooral het springkussen was een detonerend object tussen zoveel geschiedenis.

Ik moest hier aan denken toen ik in ‘In liefde bloeyende’  De Nederlandse poëzie van de twaalfde tot en met de twintigste eeuw in 100 en enige gedichten, van Gerrit Komrij,  het deel over het gedicht ‘Kathedralen’ van Leo Vroman (1915-2014) las.

In zijn beschouwing over dit gedicht schrijft Komrij: “Het gaat hier om een laat-twintigste-eeuwse kathedraal, een kathedraal die een andere bestemming lijkt te hebben gekregen – die van meubelzaal of een rommelmarkt.”

Hieronder de foto’s die ik nam van en in de kathedraal en het gedicht van Leo Vroman.

.

Kathedralen

.

Wij zijn kathedralen

vol duistere geuren

en duistere gangen

achter zware deuren

verborgen zalen

Van het beeldwerk hangen

versmolten spiralen

en treurige slangen

van kleurloze kralen

Daar zijn voelbare balen

verouderde stangen

verwaarloosde palen

Daar stijgen en dalen

verdwaalde gezangen

verdichte verhalen

van dood en verlangen

zichtbare gangen

geopende zalen

en zonlicht

.

img_5235

img_5099

 

 

Van de morgen tot morgen

Bloemlezing van moderne poëzie (1964)

.

Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het  betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.

Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.

Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.

., 

In het bos

.

Daar was het zo stil,

ik kon mijn stem er niet verbergen

in het rumoer van auto’s,

in de muziek van een café.

.

Er was geen omweg voor het woord

en geen geluid waarin het kon verdrinken

en weer gevonden worden

alsof het van een ander was.

.

Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,

had je het onherroepelijk gehoord,

hadden wij zwijgend verder moeten lopen.

Te stil was het, ik durfde niet.

.

En toen we bijna bij de huizen waren

en ik het zeggen ging, zag je

een eekhoorn, je wees

en holde naar de boom waarin hij was geklommen.

.

Vandemorgentotmorgen

Een uitzicht op de eeuwigheid

Leo Vroman

.

Vandaag heb ik een gedicht gekozen uit een bundel uit mijn boekenkast. Inmiddels beslaan dichtbundels reeds meerdere meters in mijn boekenkast en af en toe pak ik daar een bundel uit zonder te kijken welke het is. Op die manier herlees ik bundels soms alsof het voor het eerst is.

Vandaag pakte ik de bundel ‘De gebeurtenis en andere gedichten’ van Leo Vroman (1915 – 2014) uit de kast. Deze bundel verscheen in 2001 en wat mij trof was het gegeven dat in veel van zijn gedichten de wetenschap (in algemene zin) en god regelmatig een rol spelen. Leo Vroman was behalve een zeer begenadigd dichter, eerst en vooral (in zijn eigen ogen) wetenschapper namelijk bioloog en hematoloog (medisch specialisme dat zich bezighoudt met afwijkingen van het bloed).

Ook in het gedicht ‘Een uitzicht op de eeuwigheid’ komen deze genoemde elementen terug.

.

Een uitzicht op de eeuwigheid

Ieder staat aan de kant van iets groots:
de rand van het leven en des doods.
Wij staren onze toekomst in
en zien geen eind en geen begin,

een uitzicht dat geen inzicht geeft,
een leven waar niets buiten leeft
binnen de korte warme poos
van onbewust naar bewusteloos.

Hoe vinden wij, het lijf ten spijt,
tijd voor een geloof in eeuwigheid?
Niets is immers voor altoos?
En bloemen, vlinders, aarde dan,
waarom genieten wij daarvan?
Wij raken immers alles kwijt?

Maar het vervallen van de roos,
het rode zwellen van de vrucht
dat niemand nog begrijpen kan
onder de dodeloze tijd
die elk jaar weer de dood herhaalt
en dan de zon die stijgt en daalt,
en altijd weer dat overdoen en
wederkeren der seizoenen…
wordt hier een les gerepeteerd?
Doen wij dus alles nog verkeerd?

En aldoor weer gedichten schrijven
om na mijn dood nog wat te blijven,
zoals onvruchtbaaar rozenzaad
gelooft dat het eeuwig voortbestaat?
Dat kan geen wiijsheid wezen, want
zoiets doet elke bloeise plant.

.

 

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Leo-Vroman

Een psalm voor mijn vingers

Leo Vroman

.

Vandaag uit mijn boekenkast de bundel ‘Nee, nog niet dood’ uit 2008 van Leo Vroman. Uit deze bundel het gedicht ‘Een psalm voor mijn vingers’.

.

Een psalm voor mijn vingers

.

Systeem!

Laat mijn verliefde vingers toch

al heb ik er wel zo veel

dat ik op mijn geliefde nog

een soort piano speel

.

doorgaan met mij verbazen

hoe ernstig ze bezig blijven,

hoe ver ze van mijn hoofd hun dwaze

droevige verzen schrijven,

.

hoe ze de engel aller engelen

als tien welgeknakte slangen

die de andere tien gekuste

.

omstrelen en omstrengelen

met hun verward verlangen

en dan uitrusten,

Systeem

.

nee nog niet

Leo_Vroman

 

Leo Vroman

Vrede

.

Na een week van liefdesgedichten zou ik bijna vergeten om een prachtig gedicht over de vrede te plaatsen. Na 4 en 5 mei is dat wel gepast. Met dank aan hetmooistegedicht.blogspot.nl een van de, volgens mij, mooiste gedichten over de oorlog en de vrede van Leo Vromans. Dit gedicht bevat een aantal van de mooiste zinnen uit de Nederlandse poëzie.

.

Vrede

Komt een duif van honderd pond,

een olijfboom in zijn klauwen,

bij mijn oren met zijn mond

vol van koren zoete vrouwen,

vol van kirrende verhalen

hoe de oorlog is verdwenen

en herhaalt ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen.

.

Sinds ik mij zo onverwacht

in een taxi had gestort

dat ik in de nacht een gat

naliet dat steeds groter wordt,

sinds mijn zacht betraande schat,

droogte blozend van ellende

staan bleef, zo bleef stilstaan dat

keisteen ketste in haar lenden,

ben ik te dicht en droog van vel

om uit te zweten in gebeden,

kreukels knijpend evenwel,

en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede’.

.

Liefde is een stinkend wonder

van onthoofde wulpsigheden

als ik voort moet leven zonder

vrede, godverdomme, vrede;

want het scheurende geluid

waar ik van mijn lief mee scheidde

schrikt mij nu het bed nog uit

waar wij soms in dromen beiden

dat de oorlog van weleer

wederkeert op vilte voeten,

dat we, eigenlijk al niet meer

kunnend alles, toch weer moeten

liggen rennen en daarnaast

gillen in elkanders oren,

zo wanhopig dat wij haast

dromen ons te kunnen horen.

.

Mag ik niet vloeken als het vuur

van een stad, sinds lang herbouwd,

voortrolt uit een kamermuur,

rondlaait en mij wakker houdt?

Doch het versgebraden kind,

vuurwerk wordend, is het niet

wat ik vreselijk, vreselijk vind:

het is de eeuw dat niets geschiedt,

nadat eensklaps, midden door een huis,

een toren is komen te staan van vuil,

lang vergeten keldermodder,

snel onbruikbaar wordend huisraad,

bloedrode vlammen en vlammend

rood bloed, de lucht eromheen behangen

met levende delen van dode doch

aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-

dat het verbaasde kind in deze zuil

gewurgd wordt en reeds de armpjes opheft.

,

Kom vanavond met verhalen

hoe de oorlog is verdwenen,

en herhaal ze honderd malen:

alle malen zal ik wenen.

.

leaf and old barbed wire

leaf and old barbed wire

Zomergasten en de poëzie

Ionica Smeets

.

Afgelopen zondag was wetenschapsjournaliste en wiskundige Ionica Smeets (1979) de Zomergast  bij het gelijknamige programma van de VPRO (lees vooral ook de recensie van dit programma vandaag in de Volkskrant van Jean-Pierre Geelen). Nu ken ik Ionica al vele jaren, ze werkte jarenlang tijdens haar school- en studietijd bij de bibliotheek Maassluis waar ik directeur ben. In de jaren dat we collega’s waren was Ionica precies zoals ze op tv was afgelopen zondag. Ik herinner me een keer na een bibliotheekuitstapje, toen ik haar een lift gaf naar haar woonplaats Delft, dat ze tijdens de autorit uit haar hoofd een gedicht voordroeg.

Toen ze zondagavond dan ook een fragment liet zien van haar favoriete dichter Leo Vroman verbaasde mij dat niet. Een prachtig fragment uit een documentaire over Leo Vroman en zijn vrouw Tineke. Naar aanleiding van deze aflevering heb ik werk van Leo Vroman herlezen en wil ik graag een gedicht van hem met jullie delen.

.

In bed

.

Het is mij een droom te ontwaken

door een hand op het haar en de slapen

en de streling van zaaien en rapen

meer dromen te voelen maken;

.

hoor in het omhullend geruis

van een adem de zee, de wind

op een lang, leeg strand, en een kind

ver van het ouderlijk huis –

.

Zij vroeg mij waar we nu waren.

Het was herfst in mijn droom en ook buiten

bewegen zich dorre blaren

door de lucht, en over de ruiten.

.

Ionica

 

159696-300-446-scale

 

 

Palet

Eenvoudige poëzie uit deze eeuw

.

Vandaag uit mijn boekenkast een curieus boekje onder de titel Eenvoudige poëzie uit deze eeuw (en even voor de goede orde, dat was dus de vorige eeuw want uit 1967). Verzameld door A.C. Bosch en uitgegeven door J.B. Wolters te Groningen.

Een bloemlezing voor “ongeschoolde” lezers en daarmee worden leerlingen in de laagste drie klassen van de middelbare scholen bedoeld door meneer Bosch. De criteria bij het bijeenbrengen van de gedichten waren dan ook eenvoud en begrijpelijkheid. De gedichten komen uit het tijdvak 1900-1950.

Wie staan er dan zoal in zul je je afvragen? Nou dat zijn niet de minste: J. C. Bloem, Achterberg, Hanlo, Lucebert, A. Roland Holst, Slauerhoff, Jos Vandeloo, Leo Vroman en ga zo maar door. Me dunkt, niet de minste. En als je dan naar de inhoud kijkt, daar hoef je tegenwoordig niet meer mee aan te komen bij middelbare scholieren, snappen ze niks van. Misschien daarom is dit juist zo’n heerlijke bundel.

Als hommage aan de overleden Leo Vroman, zijn gedicht ‘Bloemen’ uit deze bundel.

.

Bloemen

.

Als alle mensen eensklaps bloemen waren

zouden zij grote bloemen zijn met lange snorren.

Vermagerende vliegen, dode torren

zouden blijven haken in hun haren.

Tandestokers, steelsgewijs – ontsproten,

zouden zwellen tot gedraaide tafelpoten,

katoenen knoppen zouden openscheuren

tot pluche harten die naar franje geuren.

.

en op de bergen zouden gipsen zuilen staan

die gipsen druiven huilen.

.

Op het water dreven bordkartonnen blaren,

de vlinders vielen uit elkaar tot losse vlerken

en van geur verdorden alle perken

als alle mensen eensklaps bloemen waren

.

Origineel uit: gedichten, Querido, Amsterdam

.

Palet

Afbeelding : Nederlandse Poëzie Encyclopedie
%d bloggers liken dit: