Site-archief

De stilte is krols

Lente

.

Nu de lente is begonnen en de zomertijd weer is aangebroken is het tijd voor een gedicht over dit jaargetijde. Op mijn zoektocht naar een passend gedicht kwam ik uit bij het gedicht ‘Tegen het verdwalen’ van Hagar Peeters. Toen ik de eerste zin las wist ik het; dit wordt hem. Oordeel zelf. Uit de bundel ‘Wasdom’ uit 2011.

.

Tegen het verdwalen

.

Lente. De stilte is krols.
Een lach komt ten val
aan geluk.

Twee vliegen breken
het raam, weten
dat het je de das omdoet

als je voorgoed je lijfs-
behoud aan gene zijde
ervan zoekt

rommelt de lucht
nabij, stommelt
een vrouw
op de trap
geur van lokroep

verlaten vlinders
bijtijds onderkomens
om vogels, naar vlinders
op zoek.

Gevonden ben je allang.
Hoe ben je anders bij mij.

.

Kwade trouw

De grote lijsters

.

In 1996 verscheen in de serie ‘De grote lijsters’ het zesde deel met als titel ‘Kwade trouw’ met gedichten van Jean Pierre Rawie. In dit kleine maar vriendelijke bundeltje staan naast gedichten in het hoofdstuk  Kwade trouw ook een drietal gedichten in het hoofdstuk Liederen in opdracht.

In totaal 18 gedichten maar waarom ik er toch graag enige aandacht aan besteed is omdat in het hoofdstuk Kwade trouw het gedicht ‘Kleine liefdesverklaring’ staat. Omdat het lente is en omdat het altijd tijd is voor een liefdesgedicht vandaag dit gedicht.

.

Kleine liefdesverklaring

.

Ik ben al bijna dood, en ik

zal nooit aan mensen wennen;

zo meen ik ook geen ogenblik

je werkelijk te kennen,

.

maar soms, tezamen in het huis

en in één bed tezamen,

met het behoede geruis

van regen langs de ramen,

.

heb ik wel eens een kort moment

gedacht dat ik doorgrondde

hoe ondoorgrondelijk je bent,

en dat al veel gevonden.

.

Lente

Dichter van de maand

.

Voor de laatste keer is vandaag Armando dichter van de maand. Volgende week op 1 april (geen grap) een nieuwe dichter van de maand, wie dat is blijft nog even geheim, volgende zondag gewoon lezen. Omdat het afgelopen 21 maart officieel lente is geworden vandaag een gedicht van Armando over de lente ui de bundel ‘Liever niet’ uit 2017.

.

Lente

.

‘t Is bijna lente, de knoppen zijn al weerloos,
de takken steken hun armen uit
en de groei heeft de bloei ontdekt.

Het blijft voorlopig lente,
omdat het gretig groen is.

Het was de luidruchtige lente,
die even heeft geglimlacht.

.

The Waste Land

T.S. Eliot

.

Vorige week bezocht ik het filmhuis voor de film ‘Problemski Hotel’ naar het boek van Dimitri Verhulst. Een bijzondere film, dramatisch en komisch tegelijk. In deze film citeert de hoofdpersoon Bipul enige keren een aantal zinnen uit het gedicht ‘The Waste land’ van T.S. Eliot (1888 – 1965) en dan met name de regels uit de eerste strofe  ‘April is the cruelest month’. De eerste 7 regels van de eerste strofe bevatten deze regels. In deze regels noemt T.S. Eliot April een wrede maand terwijl wij hier in het Westen April zien als de maand dat de Lente begint.

In dit gedicht spreekt een getormenteerd mens. Een dichter die aan depressies lijdt. In plaats van het mooie nieuwe te zien voelt de dichter hier een pijnlijke opluchting en brengt dit pijnlijke herinneringen bij hem boven. In de rest van het gedicht werkt hij dit (zijn depressie) verder uit. In de film verwijzen deze regels naar de problemen en uitzichtloosheid van de vluchtelingen in de opvang (het Problemski Hotel).

T.S. Eliot droeg dit gedicht op de dichter Ezra Pound. Het gedicht bestaat uit 5 delen. Als je het gehele gedicht wil lezen kan dat op http://www.poetryfoundation.org/poem/176735 Ik plaats hier het eerste gedeelte.

.

The waste Land

              I. The Burial of the Dead

 

 April is the cruellest month, breeding
Lilacs out of the dead land, mixing
Memory and desire, stirring
Dull roots with spring rain.
Winter kept us warm, covering
Earth in forgetful snow, feeding
A little life with dried tubers.
Summer surprised us, coming over the Starnbergersee
With a shower of rain; we stopped in the colonnade,
And went on in sunlight, into the Hofgarten,
And drank coffee, and talked for an hour.
Bin gar keine Russin, stamm’ aus Litauen, echt deutsch.
And when we were children, staying at the arch-duke’s,
My cousin’s, he took me out on a sled,
And I was frightened. He said, Marie,
Marie, hold on tight. And down we went.
In the mountains, there you feel free.
I read, much of the night, and go south in the winter.

 

  What are the roots that clutch, what branches grow
Out of this stony rubbish? Son of man,
You cannot say, or guess, for you know only
A heap of broken images, where the sun beats,
And the dead tree gives no shelter, the cricket no relief,
And the dry stone no sound of water. Only
There is shadow under this red rock,
(Come in under the shadow of this red rock),
And I will show you something different from either
Your shadow at morning striding behind you
Or your shadow at evening rising to meet you;
I will show you fear in a handful of dust.
                      Frisch weht der Wind
                      Der Heimat zu
                      Mein Irisch Kind,
                      Wo weilest du?
“You gave me hyacinths first a year ago;
“They called me the hyacinth girl.”
—Yet when we came back, late, from the Hyacinth garden,
Your arms full, and your hair wet, I could not
Speak, and my eyes failed, I was neither
Living nor dead, and I knew nothing,
Looking into the heart of light, the silence.
Oed’ und leer das Meer.

 

  Madame Sosostris, famous clairvoyante,
Had a bad cold, nevertheless
Is known to be the wisest woman in Europe,
With a wicked pack of cards. Here, said she,
Is your card, the drowned Phoenician Sailor,
(Those are pearls that were his eyes. Look!)
Here is Belladonna, the Lady of the Rocks,
The lady of situations.
Here is the man with three staves, and here the Wheel,
And here is the one-eyed merchant, and this card,
Which is blank, is something he carries on his back,
Which I am forbidden to see. I do not find
The Hanged Man. Fear death by water.
I see crowds of people, walking round in a ring.
Thank you. If you see dear Mrs. Equitone,
Tell her I bring the horoscope myself:
One must be so careful these days.

 

  Unreal City,
Under the brown fog of a winter dawn,
A crowd flowed over London Bridge, so many,
I had not thought death had undone so many.
Sighs, short and infrequent, were exhaled,
And each man fixed his eyes before his feet.
Flowed up the hill and down King William Street,
To where Saint Mary Woolnoth kept the hours
With a dead sound on the final stroke of nine.
There I saw one I knew, and stopped him, crying: “Stetson!
“You who were with me in the ships at Mylae!
“That corpse you planted last year in your garden,
“Has it begun to sprout? Will it bloom this year?
“Or has the sudden frost disturbed its bed?
“Oh keep the Dog far hence, that’s friend to men,
“Or with his nails he’ll dig it up again!
“You! hypocrite lecteur!—mon semblable,—mon frère!”
.
.

PH.

September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 - 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)

September 1958: Portrait of American-born poet TS Eliot (1888 – 1965) sitting with a book and reading eyeglasses, around the time of his seventieth birthday. (Photo by Express/Express/Getty Images)

Lente

Gedicht uit mijn laatste bundel

.

Hoewel nog volop zomer, vandaag een gedicht uit mijn laatste (papieren) bundel ‘Zoals de wind in maart graven beroert’ (nog steeds voor een spotprijsje bij mij te bestellen € 10,- geen verzendkosten). Het gedicht is getiteld ‘Lente’en ik heb het een paar lentes geleden geschreven.

.

Lente

.

Waar tussen kastanjes en eiken

grondig het hoofd wordt geschud,

een grijze jas afgelegd,

glijden warm voedende stralen binnen

in hoofd en nest

.

de eerste muggen rond de regenton,

razernij nog in het verschiet

nachten die zich steeds vroeger

prijsgeven aan de ochtendzon

.

wortels van elastiek die zich vastzetten

in de zwetende klei, op zoek naar ruimte

.

daar meen ik in de luchtdans van de

pimpelmezen een bijenvolk te herkennen

de vorige zomer indachtig

.

lentetuin

Lente volgens E.E. Cummings

Spring is like a perhaps hand

Spring is like a perhaps hand (which comes carefully out of Nowhere)arranging a window,into which people look(while people starearranging and changing placing carefully there a strange thing and a known thing here)andchanging everything carefullyspring is like a perhaps Hand in a window (carefully to and fro moving New and Old things,while people stare carefully moving a perhaps fraction of flower here placing an inch of air there)andwithout breaking anything.
%d bloggers liken dit: