Site-archief

Trek me aan

Iris Brunia

.

Het is alweer een paar jaar geleden dat Iris Brunia bij Ongehoord! voordroeg in de Jacobustuin (2012). Het jaar erna zou haar debuutbundel ‘Laten we mijn lichaam delen’ uitkomen en in de tuin deed ze gedichten uit die latere bundel. De bundel was een succes, werd meteen genomineerd voor de C. Buddingh’-prijs. Voor de publicatie van deze bundel publiceerde ze al in Hollands Maandblad, Tirade en de Poëziekrant en ontving ze van Hollands Maandblad de schrijversbeurs voor poëzie (2009/2010). Het is echter alweer een paar jaar stil rond Iris wat ik jammer vind. Ze werkt aan een nieuwe bundel dus het is te hopen dat deze binnenkort uitkomt. Tot die tijd doen we het met haar poëzie uit haar debuutbundel zoals het gedicht ‘Schrap’.

 

.

Schrap

.

Vanaf je vertrek

klinkt het gezoem van tl-buizen

snoeihard

heb ik geen hand meer over

met de vingers die ik in mij stop

 

Ik wil je weten, zeg je

hoe je los beweegt. Hoe je mijn naam instelt

als wachtwoord op je pc

maar mijn gedachten rafelen baldadig

sinds je weg –

 

klamp ik en passant iemand vast

die jij net zo goed bent

 

(kleed je uit)

 

Trek me aan

dan ben ik jou en jij niet meer

Je kunt niet tweeledig zijn

 

En garde

De pachters van ons bijzijn

 

Beweging bevriest –                  Kies

 

met teveel grond onder de voeten

en opgesjorde acrylsokken

staren we naar mij

tussen de klare lijnen

die wij misten

.

omslag-brunia-m-dvwpijl-grijs

Meer informatie over Iris op http://www.irisbrunia.nl/

Advertenties

Iris

Laten we mijn lichaam delen

.

Uit de prachtige debuutbundel uit 2013 ‘Laten we mijn lichaam delen’ van Iris Brunia (1977) het titelgedicht.

.

Laten we mijn lichaam delen

om de week, afwisselend een weekend
Over halve dagen valt te praten

Mijn hemd deed ik bijna uit, hier, midden in het café
Gelukkig bedacht ik me, maar O die dag, dat ik te laat ben

wil je de notaris bellen?

Rond etenstijd kwam je binnen, we aten pannenkoeken met zeewier
Ik keek uit op het aquarium. Twee vissen treuzelden –

Een bubbelend in een boterhamzak, de ander lippen tuitend op haar af
botste, stuiterde kopje duikelend terug

Om te wennen zei de ober, anders gingen ze dood
De overgang zou te groot zijn

wennen? de dood?

Een pin van mijn kam schoot mijn nagelriem in. De rekening
Ik graaide in mijn tas

dus ja, ik bloed wel eens, maar ik vergeet

Bijna kregen we ruzie, omdat het aquarium klinkt als onze koelkast
Je wilde geen nieuwe zolang hij het deed, maar geluiden
kunnen ondraaglijk zijn

Ik las dat drie appels per dag goed zijn voor een gezond verstand
Je keek over je bril, slikte een hap weg, dat ik de boodschappen
dan niet moest vergeten

Ik begon maar weer over die vissen, dat ik me als ik een vis was
daar in het water niet thuis zou voelen, dat ik beter gedij
op plekken waar ik niet verwacht word

maar als ik naar je kijk ben ik er nog
en als ik glimlach beaam jij dat

.

Iris

%d bloggers liken dit: