Site-archief

Blue tits

Phoebe Hesketh

.

Afgelopen zaterdag droeg ik voor tijdens de Dag van de Roos in het Westbroekpark in Den Haag. In dit mooie park vol bomen, struiken, rozen en andere bloemen moest ik denken aan een bundel die ik ooit kreeg van Elisabeth getiteld ‘Poems for gardeners’ samengesteld door Germaine Greer uit 2003. Deze Engelse bundel (hoe kan het ook anders, een dichtbundel over tuinieren), met een collectie gedichten van de antieke oudheid tot de 21ste eeuw staat vol tuingedichten. Over specifieke bloemen en planten, over tuinieren, over bomen en zelfs over gemaaid gras. Maar ook over de dieren in de tuin, zoals de ‘Blue tit’ of Pimpelmees. Het aardige van dit boekje is dan ook nog, speciaal voor de echte natuurliefhebber, dat achterin de bundel informatie staat over het onderwerp van het gedicht. In het geval van de Blue tit over wat de Pimpelmees eet, en waar en wanneer hij nestelt.

De dichter die ‘Blue Tits’ schreef, Phoebe Hesketh (1909-2005) kwam uit Lancashire en was vooral bekend door haar gedichten over de natuur. Zij schreef in haar lange leven 17 dichtbundels.

.

Blue Tits

.

Bobbing on willow branches, blue and yellow

Acrobatic blue tits swing and sway

In careful somersault and neat gyrations

Grub-picking deftly down and bending spray.

.

Now one rebuffs an alien intruder-

Humdrum sparrow, drab among the gold-

Churrs and scolds in azure crested anger,

Scuttles down a twig in blue and bold

Defiance at this urchin gutter-haunter

Till all the blues combine against one grey:

Active whirr and flutter, feathered thunder

Of tiny wings to drive the foe away.

.

Brave blue tit, white-cheeked like a painted toy

Jerking to life from pavement-seller’s string,

Twirls round twigs, his natural trapezes,

Darts to snap a moth upon the wing.

Plumb-as-willow-catkin, primrose-breasted,

This sky-capped morsel magnifies the Spring.

.

 

Advertenties

Weeën

Lemn Sissay

.

Het bizarre verhaal van de schrijver/dichter Lemn Sissay begint in 1966 als zijn moeder als vluchtelinge uit Ethiopië in Bracknell in het Verenigd Koninkrijk arriveert en daar in 1967 naar een ziekenhuis in Lancashire wordt gestuurd waar ze haar zoon krijgt. Een sociaal werker, Norman Goldthorpe, biedt zijn moeder een manier om haar studies af te ronden door haar zoon onder te brengen bij (maar feitelijk te laten adopteren door) een Engelse familie. Hij hernoemt Sissay ‘Norman’ en tot zijn twaalfde woont hij bij dit Engelse gezin.

Dit strenge gelovige gezin herdoopt hem als Mark (naar de evangelist Marcus) en geven hem een nieuwe achternaam Greenwood. Als hij twaalf is plaatst dit gezin hem in een kindertehuis omdat ze dan inmiddels 3 kinderen van zich zelf hebben met de mededeling dat niemand van dit gezin ooit nog contact met hem zal opnemen.

Tussen zijn 12e en 17e woont hij in 4 kindertehuizen en als hij meerderjarig wordt krijgt hij zijn geboorte-akte onder ogen waarin staat dat zijn moeder  Yemarshet Sissay is en dat zijn naam Lemn Sissay is. Dan krijgt hij ook een brief van zijn moeder uit 1968 van zijn moeder aan Norman Goldthorpe waarin ze hem smeekt haar zoon terug te brengen. Ze schrijft: “How can I get Lemn back? I want him to be with his own people, his own colour. I don’t want him to face discrimination”

Lemn Sissay gaat op zoek naar zijn moeder en vindt haar op zijn 21ste. Op die leeftijd ook debuteert hij met zijn eerste dichtbundel ‘Tender Fingers in a Clenched Fist’. Vanaf zijn 24ste is hij full time schrijver en werkt hij onder andere mee aan Radio Plays bij de BBC, schrijft hij toneelstukken en poëzie.

Zijn werk is op verschillende plaatsen in de openbare ruimte te bewonderen en te lezen zoals onderstaande voorbeelden laten zien.

.

weeen

Lemn Sissay

weeen2

lemn

 

%d bloggers liken dit: