Site-archief

Boekenweek

De mooiste zin

.

Het thema van de 87ste Boekenweek, die loopt van 9 t/m 18 april en wordt georganiseerd door de CPNB (Collectieve Propaganda van het Nederlandse Boek) is een ode aan de eerste liefde. In dat kader werd de bezoekers van het Boekenbal, tijdens het uitnodigingstraject gevraagd welke zin zij de mooiste liefdeszin vonden uit de Nederlandse literatuur. Van al die zinnen werd een top 10 gemaakt en een steekproef onder Nederlanders door onderzoeksbureau Direct Research leverde een winnaar op: Arthur Japin, met een zin uit ‘Een schitterend gebrek’ te weten de zin: ‘Dit is het enige wat telt, lieverd, dat iemand meer in je ziet dan je wist dat er te zien was’.

Ik vind daar iets van. Wat ik heb begrepen heb stonden er in de top 10 in ieder geval twee dichters. Herman Gorter met de zin ‘Zie je ik hou van je, ik vin je zoo lief en zoo licht – je oogen zijn zoo vol licht, ik hou van je, ik hou van je’ uit het gedicht zonder titel uit zijn bundel ‘Verzen’ uit 1890. En Hugo Claus met de zin ‘Ik schrijf je neer op papier, terwijl je als een boomgaard in juli zwelt en bloeit’, een zin uit het gedicht ‘Ik schrijf je neer’ uit de gelijknamige bundel uit 2002.

Beiden prachtige zinnen maar ik denk dat er door de respondenten op de vraag van het CPNB erg gekeken is naar proza zinnen en minder naar zinnen en regels uit poëzie. Daarom een kleine selectie die wat mij betreft zeker had mee mogen dingen naar de titel aangevuld met wat naar mijn smaak (maar over smaak valt te twisten, dat blijkt maar weer) de mooiste liefdeszin is uit de Nederlandse literatuur.

‘Zoals je loopt / door de kamer uit het bed / naar de tafel met de kam / zal geen regel ooit lopen’  uit ‘Een vergeefs gedicht’ van Remco Campert

‘We zullen elkaar omhelzen om het land zijn grens te trekken / om de leegte te noemen met een kus’ uit het gedicht ‘Kus’ uit ‘De liefdesgedichten van Leonard Nolens

‘Wij zullen / elkander niet vervelen met ons verval / en sterven stil, zonder tijding, / zonder deining, wetend: / wij zijn in wezen / nooit kapotgegaan’ uit ‘Stoppen met roken in 87 gedichten’ van Dimitri Verhulst

‘Gelukkig, ze is weg. Maar ik, / ik ben haar hond, ik kwispel als / zij komt. Meer nog dan ze denkt.’ uit ‘Laura’ van Menno Wigman.

‘Tijd is slechts een obstakel / als je tijd ervaart. Staat zij / stil dan zijn er geen regels, / ontbreken waarheid en gebod, / is er geen god die er toe doet, / slechts jij / en ik’ uit ‘Gewijd aan jou’ uit mijn bundel ‘XX-XY’

‘Een vrouw beminnen is de dood ontkomen, / weggerukt worden uit dit aards bestaan, / als bliksems in elkanders zielen slaan’ uit ‘Een vrouw beminnen’ van Ed. Hoornik

‘Genoeg gedicht over de liefde vandaag / want al schrijvend heb ik de liefde niet bedreven’ uit ‘Genoeg gedicht…’ van Hagar Peeters

‘Mag ik je woorden ondertussen / plukken | plakken / op mijn lijf | waar de stilte / bijten sloeg’ uit ‘Impersant’ van Evy Van Eynde

‘Neem de tijd, als je dat wilt. / Wacht een maand. een jaar, / de eeuwigheid en één seconde meer – / maar kom, voor ik mijn ogen sluit.’ uit ‘De liefste onbekende’ van Ingmar Heytze

‘Hij zal je hart loszingen uit het puin / van halfontluisterde herinneringen, / en neer doen strijken in de verre tuin / waar het geluk fonteinen doet ontspringen’ uit ‘De liefste’ van Hanny Michaelis

’t Is liefde die ziet / hoe opnieuw te beginnen / die ieder verdriet / ook de dood kan overwinnen’ uit ‘Zonder liefde ben je nergens’ van Karel Eykman

En zo kan ik nog wel regels en zinnen doorgaan. De Nederlandstalige poëzie zit vol met prachtige liefdeszinnen. Dichters als Herman de Coninck, Gerrit Komrij, Vasalis, etc. er valt zoveel moois over de liefde te genieten. Toch is voor mij de mooiste liefdeszin geen Nederlandse maar een Engelse zin uit het gedicht van E.E. Cummings ‘I carry your heart’ in de Nederlandstalige versie luidt deze:

‘ik draag jouw hart met mij(ik draag het in / mijn hart) ik heb het altijd bij(overal ga jij / met mij mee, mijn lief; en wat er ook gebeurt / door mij alleen komt door jou, mijn liefste)’

Maar nogmaals, over smaak en voorkeur valt te twisten. Ik wens je een liefdevolle Boekenweek toe.

.

The Notebook

Poëzie en Film

.

In de film ‘The Notebook’ van Nick Cassavetes uit 2004 naar een boek van Nicholas Sparks. In de hoofdrollen zijn Ryan Gosling en Rachel McAdams te zien naast Gena Rowlands en James Garner. Leuk weetje is dat de twee hoofdrolspelers in 2005 bij de MTV movie awards de prijs wonnen voor beste kus.

Het verhaal van de film gaat over verloren liefdes en in de film zijn twee gedichten van Walt Whitman verwerkt;  ‘Spontaneous me’  en ‘So long’ .

.

So long!

To conclude, I announce what comes after me.

I remember I said before my leaves sprang at all,
I would raise my voice jocund and strong with reference to consummations.

When America does what was promis’d,
When through these States walk a hundred millions of superb persons,
When the rest part away for superb persons and contribute to them,
When breeds of the most perfect mothers denote America,
Then to me and mine our due fruition.

I have press’d through in my own right,
I have sung the body and the soul, war and peace have I sung, and
the songs of life and death,
And the songs of birth, and shown that there are many births.

I have offer’d my style to every one, I have journey’d with confident step;
While my pleasure is yet at the full I whisper So long!
And take the young woman’s hand and the young man’s hand for the last time.

I announce natural persons to arise,
I announce justice triumphant,
I announce uncompromising liberty and equality,
I announce the justification of candor and the justification of pride.

I announce that the identity of these States is a single identity only,
I announce the Union more and more compact, indissoluble,
I announce splendors and majesties to make all the previous politics
of the earth insignificant.

I announce adhesiveness, I say it shall be limitless, unloosen’d,
I say you shall yet find the friend you were looking for.

I announce a man or woman coming, perhaps you are the one, (So long!)
I announce the great individual, fluid as Nature, chaste,
affectionate, compassionate, fully arm’d.

I announce a life that shall be copious, vehement, spiritual, bold,
I announce an end that shall lightly and joyfully meet its translation.

I announce myriads of youths, beautiful, gigantic, sweet-blooded,
I announce a race of splendid and savage old men.

O thicker and faster–(So long!)
O crowding too close upon me,
I foresee too much, it means more than I thought,
It appears to me I am dying.

Hasten throat and sound your last,
Salute me–salute the days once more. Peal the old cry once more.

Screaming electric, the atmosphere using,
At random glancing, each as I notice absorbing,
Swiftly on, but a little while alighting,
Curious envelop’d messages delivering,
Sparkles hot, seed ethereal down in the dirt dropping,
Myself unknowing, my commission obeying, to question it never daring,
To ages and ages yet the growth of the seed leaving,
To troops out of the war arising, they the tasks I have set
promulging,
To women certain whispers of myself bequeathing, their affection
me more clearly explaining,
To young men my problems offering–no dallier I–I the muscle of
their brains trying,
So I pass, a little time vocal, visible, contrary,
Afterward a melodious echo, passionately bent for, (death making
me really undying,)
The best of me then when no longer visible, for toward that I have
been incessantly preparing.

What is there more, that I lag and pause and crouch extended with
unshut mouth?
Is there a single final farewell?
My songs cease, I abandon them,
From behind the screen where I hid I advance personally solely to you.

Camerado, this is no book,
Who touches this touches a man,
(Is it night? are we here together alone?)
It is I you hold and who holds you,
I spring from the pages into your arms–decease calls me forth.

O how your fingers drowse me,
Your breath falls around me like dew, your pulse lulls the tympans
of my ears,
I feel immerged from head to foot,
Delicious, enough.

Enough O deed impromptu and secret,
Enough O gliding present–enough O summ’d-up past.

Dear friend whoever you are take this kiss,
I give it especially to you, do not forget me,
I feel like one who has done work for the day to retire awhile,
I receive now again of my many translations, from my avataras
ascending, while others doubtless await me,
An unknown sphere more real than I dream’d, more direct, darts
awakening rays about me, So long!
Remember my words, I may again return,
I love you, I depart from materials,
I am as one disembodied, triumphant, dead.

.

notebook

Nieuw gedicht

Vergezicht

 

Vrees niet

wat er niet is

 

zei ze toen ik

aan haar voeten lag

 

leg geen verbanden

als er geen wonden zijn

 

en geef door wat je

het liefst voor jezelf houdt

 

ik stond op, gaf haar een kus

waarna ik mijn weg vervolgde

Recensie

http://www.markdeckers.net

Op de mooi vormgegeven en bijzonder informatieve website van Mark Deckers heeft hij een (korte) recensie geschreven van ‘Je hebt me gemaakt met je kus’.

 

De recensie en de tekst van het gedicht ‘Kus’ vindt je hier terug: http://www.markdeckers.net/2011/01/kus.html

Op de Valentijnsuggestie kom ik volgende week terug.

 

markdeckers6

%d bloggers liken dit: