Site-archief

Rafaello

De donkere bloei

.

In de bundel ‘De donkere bloei’ van Willem de Mérode (pseudoniem van Willem Eduard Keuning, 1887 – 1939) uit 1926 dat ik in bezit heb, is op de titelpagina een blad geplakt van de Chr. Reciteerclub “Da Costa” Schiedam. De eerste prijs werd toegekend in den onderlingen wedstrijd op maandag 15 juli 1929 aan den heer C.J. Nobel, in de afdeeling Ernst, Klasse A.

Kom daar nog maar eens om, een reciteerclub. Het voordragen van gedichten is tegenwoordig voorbehouden aan poëziepodia en dichtersclubjes waar men gedichten aan elkaar voorleest of voordraagt. Maar een club voor het reciteren van gedichten door jongelui (dat laatste bedenk ik erbij) is vooral iets vanuit een ver verleden. Grappig genoeg droeg C.J. Nobel geen gedicht voor uit de bundel ‘De donkere bloei’ en ook niet van Willem de Mérode maar het gedicht ‘De Vreemde Tocht’ van François Pauwels (1888 – 1966).

De bundel van Willem de Mérode bevat vele religieus getinte gedichten en een aantal gedichten gewijd aan kunstenaars zoals Michelangelo, Lionardo en Raffaello. Het gedicht over de laatste wil ik hier met jullie delen.

.

Raffaello

.

Hij houdt zoo argeloos van bonte kleuren,

Een kind, dat blij zijn fijnste verfjes nam,

En wachtte pooplend, of er iemand kwam,

Om met zijn glanzend bonte prent te geuren.

.

Hij schildert het verschrikkelijke gebeuren

Met lossen zwier en vol lieftalligheid

’t is alles zalig en gebenedeid,

Al moet de hemel ook van droefheid scheuren.

.

Hoe weent en dondert Michel Angelo,

Hoe hemels glimlacht Fra Angelico?

Maar hij werd nooit gestoord door moeite en zorgen.

.

Zijn naam is als een levend klankenspel.

Gods jongste engel heet zoo: Rafaël.

En wie bemint geen lichte lentemorgen!

.

Poëzie bij kunst

Werklicht # Fenix I

.

Enige tijd geleden werd ik door dichtervriend Joz Knoop gevraagd of ik een bijdrage wilde leveren aan het project Werklicht # Fenix I, een poëtische Raam-Wandel-Expositie bij Fenix I in Katendrecht Rotterdam aan de Nico Koomanskade 94 aldaar. Kunstenaarscollectief WERKLICHT van Joz Knoop en Theo Huijgens hebben in samenwerking met Verhalenhuis Belvédère en Poetry International de poëtische Raam-Wandel-Expositie georganiseerd.

100 Dichters presenteren nieuw werk bij de werken van 100 beeldend kunstenaars. De samenvoegingen zijn te zien in de vorm van een raamexpositie XL. Publiek wandelt rondom de Fenixloods 1 langs de ramen waar maar liefst de 100 van de nieuwe ‘gesamtkunstwerke’ zichtbaar zijn. Hiermee transformeren zij de Fenixloods in de zomer van 2021 tot een museumvitrine. Dat het een voornamelijk Katendrechts feestje is blijkt wel uit het feit dat maar liefst 70 kunstenaars en dichters woonachtig zijn in deze wiijk van Rotterdam.

Minder bekende namen en bekende namen doen mee aan dit project zoals Hans Wap, Vrouwkje Tuinman, Daniel Dee, Jana Beranová en Ahmed Aboutaleb. En ik heb dus ook meegedaan en mijn gedicht ‘Hou jij een oogje in het zeil?’ is deel van deze enorme museumvitrine. Hieronder het kunstwerk van Ronald Motta getiteld MOTTAORI waarbij ik het gedicht schreef en mijn gedicht. De gedichten en kunstwerken zijn nog de hele zomer te zien dus ga vooral eens kijken.

.

Hou jij een oogje in het zeil?

 

Hou jij een oogje In het zeil?

ogen in je rug, ogen van de ziel.

 

Zelden zag ik iets dat leek te kijken

zoals ik dacht, en waarvan ik had

 

verwacht, dat het bereik van wat ik

dacht te zien, nog groter was dan wat

 

het leek te zijn. Geen alziend oog, geen

god misschien maar alles in het vizier

 

van dooie mus, ongekend plezier, tot

waar het oog reikt; het nu en het hier.

.

Hier openen

Anne Vegter

.

In de bibliotheek van Maassluis, waar ik werk, is bij de nieuwbouw in 2000 in het kader van de 1% regeling beeldende kunst door Geerten ten Bosch en Moritz Ebinger in 6 weken een organisch ontstaan kunstwerk op de muren van de jeugdbibliotheek gemaakt. Beide hadden een aantal afbeeldingen die ze wilden schilderen en tekenen op de muren en als zo’n afbeelding (bijna) af was van de een, dan ging de ander erop verder. Zo ontstond een bijzonder fantasierijke muurschildering die zelfs na 20 jaar zijn kracht nog niet heeft verloren.

Ik moest hieraan denken toen ik op de Wikipedia van dichter. proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster Anne Vegter (1958) las, dat ze met Geerten ten Bosch had samengewerkt. Ik ken Anne Vegter dan ook in eerste instantie van haar kinderboeken. Pas later, toen ze dichter des vaderlands werd van 2013 tot 2017 begon ik me ook in haar als dichter te interesseren. Inmiddels is ze sinds begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam en denk ik bij haar naam als eerste aan haar als dichter.

Haar laatste dichtbundel is alweer van 2019 ‘Big data’ maar het gedicht ‘Hier openen’ komt uit haar bundel ‘Eiland berg gletsjer’ uit 2011 hetzelfde jaar waarin ze de Awater Poëzieprijs ontving.

.

Hier openen

.

Ik heb een inkomentje van niks,

liefste, iets voor ouden van dagen.

Uit mijn broekje hangt een sliert

want moeder fokt, je moeder fokt.

Ik had een moeder die op zoek was

naar een bekendstaand psycholoog.

Ik hielp haar zoeken, zoekende

word je alleen anders dol. Werken,

tweede onderwerp. En mijn rug

was niet zo sterk. Wat doe je liefste,

als de mannen je willen. Eentje kwam

maar half, eentje bracht het tot vader.

De resten heb ik uitgekotst. Het was

een kwestie van dagen. Nu lig ik

op mijn moeder en gek van verdriet

zoek ik een ouder voor mijn kind.

De brief moet naar mijn zoon.

.

Allerzielen 2020

Dichter bij de dood

.
In 2018 en 2019 mocht ik deelnemen aan het project rond Allerzielen ‘Dichter bij de dood’ waarbij een aantal dichters op Allerzielen (2 november) ’s avonds op de begraaf plaats Oud Eik en Duinen in Den Haag gedichten voordraagt. In het geval van Oud Eik en Duinen, één van ’s lands oudste en mooiste begraafplaatsen, gedichten bij de graven van bekende dichters, schrijvers en kunstenaars. In 2018 droeg ik een gedicht voor van de dichter Dop Bles https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/10/16/voordracht-tijdens-allerzielen/ en in 2019 van de dichter G.H.J.E. Boswel https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/10/26/tranen/. Dit jaar had ik voor de dichter-drogist S.J. van den Bergh gekozen https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/04/10/drogist/ en iedereen had er zin om weer een bijzondere avond rondom de dood en poëzie te beleven.
.
Helemaal omdat dit jaar ‘Dichter bij de dood’ haar lustrum viert. Iedereen had er zin en er werden allerlei plannen bedacht samen met de
begraafplaats. Deze editie wilde de organisatie iets bijzonders doen, extra uitpakken. Zo werd er een workshop gegeven aan de deelnemende  dichters, om ‘n portretgedicht te schrijven, over de persoon die zij hadden gekozen. Deze gedichten wilde de organisatie uitbrengen in een mooie dichtbundel. Een mooie kroon op onze afgelopen vijf jaar.
.
Maar zoals bij zoveel mooie initiatieven werd ook dit project definitief afgelast. Dankzij een tip van een van de deelnemende dichters, heeft de organisatie echter het volgende plan opgevat: de voordrachten van de gedichten worden gefilmd op de begraafplaats. Deze film zal worden verspreidt op 1 november a.s. via alle mogelijke kanalen. Daarnaast zullen deze prachtige gedichten bij de graven worden neergezet, waar zij de hele maand november te lezen
zullen zijn op de begraafplaats Oud Eik & Duinen.
.
Zo hebben de twee organisatoren Marjon van der Vegt en Liesbeth de Blécourt samen met Monuta, de eigenaar van Oud Eik en Duinen toch iets moois en speciaals weten neer te zetten rondom Allerzielen. Nadat het dichterspodium van Marjon ‘Dichter bij Den Engel, ophield te bestaan, en zij hoorde over de ‘Witte dichters’ die op de Oosterbegraafplaats in Amsterdam gedichten voordroegen eind november, heeft zij samen met Liesbeth ‘Dichter bij de dood’ opgericht. Waarmee ze een mooie en bijzondere manier biedt aan bezoekers om te herdenken en aan dichters om deze avond een bijzonder tintje mee te geven. 
.
Normaal gesproken wordt er op de avond zelf, 1 gedicht voorgedragen uit het werk van de schrijver/dichter, en 1 troostend gedicht over de dood. De begraafplaats heeft door de jaren heen gezien hoeveel mensen troost putten uit deze mooie avond. Het is uitgegroeid tot een waardevol evenement, waar mensen al in september om komen vragen, wanneer het evenement weer is, bij de begraafplaats. De dichters zijn trots om een mooi gedicht te schrijven, en deze voor te mogen dragen, aan de belangstellenden. Dan ontstaat er soms een gesprek, waarin hun verhaal aan bod mag komen, over hun ouder of kind die op de begraafplaats begraven ligt, om weer even hun naam te noemen, ze weer even hardop herinneringen kunnen worden opgehaald. Op deze manier gedenken, en uiting te kunnen geven aan het gemis, is een mooie manier om even bij stil te staan met Allerzielen.
Nu het dit jaar dus niet kan doorgaan door de Corona crisis zal er op 2 november een film worden gepubliceerd (ook op dit blog) met daarin de dichters en de gedichten die zij over de bekende schrijvers, dichters en kunstenaars maakten.
.
.
Mijn gedicht gaat, zoals ik al schreef, over S.J. van den Bergh (1814 – 1868), dichter, drogist en oprichter van letterkundig genootschap Oefening Kweekt kennis, en ik heb het gedicht getiteld ‘De drogist-dichter’. De video-opname van mijn voordracht kun je na 2 november via dit blog bekijken evenals de voordrachten van de andere dichters.
.
.

De drogist-dichter

.

In de voorraadkast van de dichter

staat geen zand, zeep of soda.

In taal samengesteld liggen de

onderdelen klaar samengevoegd te worden.

,

Om zo te komen tot een resultaat, ook

hier geldt: oefening kweekt kennis.

,

De waarde van woorden wordt niet

afgewogen, niet uitgedrukt in vaste frasen

of tabellen, hier bepalen vers en vorm

de inhoudsmaat.

,

Weegt en wikt de dichter tot het juiste

gewicht is bereikt.

,

Het graf van S.J. van den Bergh

Een aantal van de deelnemende dichters

Gedicht van S.J. van den Bergh op zijn graf

Tijdens de filmopnames van Marije Hendrikx

 

 

Het is jij of ik

Kunst en poëzie

.

Ik schreef al vaak over de combinatie van kunst en poëzie. Soms betreft het hier kunstzinnig vormgegeven poëtische uitingen of (beeldende) kunst waarin poëzie is verwerkt en vandaag wil ik het hier hebben over een boek als kunstobject waarin poëzie en fotografie is opgenomen.

Het betreft hier het kunstboek ‘het is jij of ik’ van Marilou Klapwijk. Het boek ‘Het is jij of ik’ gaat over jou en mij. Marilou schrijft hierover:

.

“Maar ‘wij’ hadden iedereen kunnen zijn. Alle facetten van onze identiteit worden achterwege gelaten. Jij en ik zijn in dit boek dus ongeacht: onze relatie, geschiedenis, afkomst, rijkdom, uiterlijk, welzijn, gezondheid, geaardheid, geslacht, talent, persoonlijkheid, leeftijd of erfenis. 

_Maar wat blijft er dan nog van ons over? 

Zijn het onze intenties, ons dagelijks (on)gesproken dialoog, ons conflict, ons vertwijfeld monoloog. Of slechts de leurende bevestiging van je identiteit door de blik van de ander?

Dit boek is een zoektocht naar het onherleidbare aspect van jou.

_Ik zal nooit weten wat jij denkt. 

Het boek bevat poëzie en fotografie, die de situaties schetsen van ‘iets’ alledaags. Ze worden onderbroken door notities, reviews, berichten of opmerkingen van een voorbijganger, die ook als zodanig zijn vormgegeven. Alles gebeurt tegelijkertijd. We leven in contrast. Het boek is een poging dit enigszins inzichtelijk te maken en werpt een blik op de diversiteit aan perspectieven in het (digitale) leven.”

.

Het boek is opgedeeld in 14 clusters en een aantal spreads kun je hieronder zien. Op de foto (spread zoals Marilou ze noemt) ‘Dun ijs’ is het volgende gedicht te lezen:

.

We hebben het er (maar) niet (meer) over

Het zet ons beiden aan een kant van de weg

Een zee bevroren tussen ons in

.

Diep water _ Dun ijs

.

Toch wilde ik de oversteek wagen

al was het alleen maar

.

om je hand vast te houden

.

Meer over Marilou en het boek ‘Het is jij of ik’ kun je lezen op http://www.marilouklapwijk.nl/het-is-jij-of-ik  . Om het boek te realiseren zijn ze (de uitgever en Marilou) middels een crowdfunding op voordekunst.nl een voorverkoop gestart. Er zijn (zoals ze dat noemen) tegenprestaties voor grote en kleine bijdrage. Eén daarvan is dus het aankopen van een boek voor €40. Het boek verschijnt bij Uitgeverij Unformed Informed. Deze uitgeverij onderzoekt in samenwerking met kunstenaars ‘het boek’ als kunstruimte. Een speelruimte die constant in ontwikkeling is. Waarbij de kaders steeds opnieuw worden bepaald door de verschillende samenwerkingen waarbinnen deze ontstaan. Zo ook de manier hoe het uiteindelijke ‘boek’ zijn publiek zal ontmoeten.

.

Anamorfose

Boudewijn de Groot

.

Als er een zanger is die vele prachtige poëtische liederen heeft voortgebracht dan is het wel Boudewijn de Groot (1944). Veel van zijn liedjes zijn geschreven door Lennaert Nijgh maar ook na het overlijden van Nijgh schreef de Groot menig prachtig en poëtisch nummer. In 2015 bracht hij de LP/CD ‘Achter glas’ uit waar onder andere het nummer ‘Anamorfose’ staat.

Een anamorfose is een vertekende afbeelding, die er slechts gezien vanuit een bepaalde hoek of onder bepaalde optische voorwaarden realistisch uitziet. De anamorfose ontstond in de tijd van de Renaissance. Kunstenaars wilden alles zo realistisch mogelijk weergeven, dus ging men het perspectief bestuderen. Meestal deed men dit omwille van een zo goed mogelijke natuurgetrouwheid, maar soms ook om te laten zien wat op dit gebied allemaal mogelijk was. Zo ontstond de anamorfose: een schilderij waarvan de afbeelding slechts op een bepaalde manier correct waar te nemen is. Een voorbeeld van een regelmatig gebruikte anamorfose is de zogenaamde memento mori, meestal te zien in de vorm van een vervormde schedel die ergens in het schilderij verwerkt zit en met een moraliserend vingertje wijst op de sterfelijkheid van de mens.

Boudewijn de Groot gebruikte dit beeld, en de betekenis van de anamorfose als uitgangspunt voor de tekst van zijn lied.

.

Anamorfose

.

blijf niet verborgen
in de spiegel van de tijd
kom nader
ik ben het zicht op
wie je was die jaren kwijt
kom nader
aarzel niet kom nader
wie gevangen zit
weet van geen horizon
maar wie gestorven is
weet van geen ketens
kom nader
.
in dit huis met zwarte trappen
naar waar geen kamer zich bevindt
waar ik op de zolder van mijn jeugd
nog altijd ronddwaal als een kind
geef jij niet thuis
het zijn de straten van de stad
waarin jij wel een kamer had
geen eigen huis
.
ik kijk en luister
in de stilte van de tijd
kom nader
vaag en vervormd
in je verborgenheid
kom nader
aarzel niet kom nader
er staat niet
wie er staat, zeg jij
maar wat ik hoor is:
help me vergeten
kom nader
.
alles is anders dan ik ooit dacht
terwijl de stem waarop ik wacht
zich schuilhoudt in de schemer
wat ik zie en hoor
is steeds iets anders dan
wat ik eens verloor
is dit de aarde of de hemel
.
het beeld verspringt
de stem vervormt
wat blijft is altijd weer het kader
sta niet verborgen
in de schaduw van de tijd
kom nader
aarzel niet kom nader
.
je was mijn vader

.

.

Budé over Armando

Dichters over dichters

.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ van Frans Budé, gepubliceerd in 2015 staat fraaie poëzie te lezen. Franciscus Hyacinthus Gerardus Antonius (Frans) Budé (kom er nog maar eens om zulke prachtige voornamen) is een Nederlands dichter geboren in Maastricht (1945). Budë debuteerde in 1968 met een aantal gedichten dat werd afgedrukt in Elseviers Weekblad. Zijn eerste bundel ‘Vlammend marmer’ verscheen in 1984, waarna hij een groot oeuvre van poëzie, proza en essays opbouwde. Budé is bekend door de vele gedichten die hij schreef bij werk van beeld kunstenaars.

In de bundel ‘Achter het verdwijnpunt’ zijn 14e dichtbundel, staan een aantal voorbeelden van gedichten die hij naar aanleiding van of over beeldende kunst schreef. Misschien is daarom ook het gedicht ‘Armando uitgelicht’ opgenomen maar omdat Armando ook een dichter is heb ik het gedicht toch vooral gelezen als een gedicht van de ene dichter over een andere dichter.

.

Armando uitgelicht

.

Als een blad neerdaalt midden in het zwijgen, water

zich samentrekt en weer uitvloeit, als een bos

het duister afschermt, een bronstig hert vervaagt

in gedempt licht en druppels schuchter beginnen

aan een eentonig vallen zonder zich te schikken

naar strak staande waterplassen. Als de rots gestreng

zijn rug recht voordat hij de avond omhelst,

verguld met zichzelf tijd in handen krijgt die hij

openbreekt en uitzet ver het landschap in, dan,

ja dan, verwijdt zich het ogenblik, schuift de horizon

de zee vooruit, verspreidt een geur van zout en zand.

.

(Wasser)

.

Spiegel internationaal

René Char

.

In 1988 verscheen bij uitgeverij Meulenhoff de bundel ‘Spiegel Internationaal’ moderne poëzie uit 21 talen. De bundel werd samengesteld door Maarten Asscher en Laurens Vancrevel en bevat poëzie uit 21 taalgebieden van over de hele wereld (met een nadruk op Europese landen). Een aantal dichters is zeer bekend en beroemd (Günter Grass, T.S. Eliot, Seamus Heaney, Primo Levi, Octavio Paz, Anna Achmatova) maar er staan ook, voor mij, verrassingen in zoals de dichter René Char (1907 – 1988) uit Frankrijk.

Char publiceerde in 1929 zijn eerste poëziebundel en werd in zijn beginjaren aangemoedigd door Paul Éluard, een van de bekendste Franse Surrealisten. Hij trok naar Parijs, waar hij onder meer André Breton en Louis Aragon leerde kennen. In 1934 vestigde hij zijn naam met de ‘Le marteau sans maître’, een van de belangrijkste dichtbundels voortgekomen uit het surrealisme van de periode 1929-1934. Uit de bundel spreekt een samenballing van krachten die ook zijn latere werk zal kenmerken. Invloeden van Nietzsche zijn herkenbaar, maar wel steeds vanuit een originele eigen visie.

In de oorlog zit Char in het verzet maar blijft schrijven. Kort na de oorlog publiceert hij zijn bekende bundel ‘Fureur et mystère’ (1948), waarin een intense bewogenheid doorklinkt en het mysterie van de tederheid centraal staat. Deze bundel werd opgenomen in Les Mondes ‘100 boeken van de eeuw’. Char nam na de oorlog vaak openlijk politieke standpunten in. Vanaf de jaren zestig klinkt steeds sterker de angst en de hoop van het tijdsgewricht door in zijn poëzie. In die periode keerde hij zich onder andere publiekelijk tegen de stationering van atoomraketten in de Provence.

Char was goed bevriend met veel (bekende) kunstenaars als Albert Camus, Pablo Picasso, Joan Miró en Wassily Kandinsky.

In Spiegel Internationaal staat onder andere het gedicht ‘Pyreneeën’ in vertaling van Clasine Heering.

.

Pyreneeën

.

Gebergte van de grotelijks bedrogene,

Op de spits van uw koortsige torens

Verzwakt de laatste lichtschijn.

.

Niets dan leegte en lawine,

Treurnis en nood!

.

Al die karig-beminde troubadours

Zagen binnen het bestek van die éne zomer

Hun zoet en pessimistisch koninkrijk wit kleuren.

.

O! onverbiddelijk is de sneeuw

Die zich verheugt in lijden aan haar voeten,

Die wil dat wie geleefd heeft in het zand

IJskoud verstijfd zal sterven.

.

Rood

Tentoonstelling en magazine

.

Van november 2010 tot mei 2011 werd in het Tropenmuseum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Rood’ georganiseerd. In die periode verscheen ook het magazine Rood, een uitgave van het Tropenmuseum en KIT publishers. In het magazine een overzicht van wat er allemaal te zien was in deze tentoonstelling. Driehonderd objecten die rood van kleur waren of in overgrote mate rood gekleurd waren zoals een Engelse soldatenjas uit de slag bij Waterloo, een prachtige hoofdtooi uit Noord-Amerika, een Roemeens duivelsmasker en politieke affiches uit Nederland, Iran en China. Daarnaast veel kunstwerken van kunstenaars als Armando, Walter van Beirendonck, Inez van Lamsweerde en Constant.

In het magazine veel prachtige fotografie (van de verschillende objecten), rood in kunstfotografie maar ook artikelen over mensen met rood haar, rood in de erotiek en rood in volkskunst. En poëzie. Poëzie uitgezocht door Hafid Bouazza en wel van een dichter Tamim Ibn Al-Mu’izz (gestorven in 984) een prins uit de Fatimidische dynastie die heerste over Egypte en de rest van Noord-Afrika. Omdat hij geen troonopvolger was wijdde hij zich aan de poëzie. Het voorbeeld stond in het magazine.

.

O nacht waarin de maan mij lag te omhelzen

En waarin de zon een van mijn disgenoten was

.

En die ik verwijlde onbehoeftig door tanden aan hagelstenen

En door konen aan appels en mirte

.

Ik overhandigde haar de gelijkenis van haar wang: een wijn

Gemengd in de beker als het licht van een toorts

.

Ik kuste haar en zei sprak al wenend: –

Hoe kun je mensenwangen aan mensen schenken?

.

Ik zei: – Drink: zij ontsprong uit mijn tranen en haar menger

Is mijn bloed en mijn ademtochten kookten haar in haar beker

.

Zij zei: – Als je om liefde voor mij bloed hebt geweend

Drenk mij dan met deze wijn bij mijn ogen en hoofd! –

.

L=A=N=G=U=A=G=E

Taaldichters

.

De ‘Language School of Poetry’ begon in de jaren zeventig als reactie op traditionele Amerikaanse poëzie.  In navolging van bewegingen als de ‘Black Mountain’ en ‘New York Schools’, was het de bedoeling van ‘The Language School of Poetry’ om de nadruk te leggen op de taal van het gedicht en om een ​​nieuwe manier te creëren voor de lezer om met het werk om te gaan. Taalpoëzie wordt ook geassocieerd met linkse politiek en was ook verbonden aan diverse literaire tijdschriften gepubliceerd in de jaren ’70, met inbegrip van ‘This’ en ‘L = A = N = G = U = A = G = E’.

Tussen februari 1978 en oktober 1981 werden dertien edities van het avant-gardistische poëzietijdschrift ‘L = A = N = G = U = A = G = E’ uitgegeven door Charles Bernstein en Bruce Andrews. Samen met het Canadese magazineThis is dit de tijdschrift waarnaar vaak wordt verwezen als broedplaats voor de groep schrijvers die bekend werden als ‘The Language Poets’ of ‘de taaldichters’. Alle edities zijn gedigitaliseerd en te lezen op http://english.utah.edu/eclipse/projects/LANGUAGE/language.html

Belangrijke aspecten van taalpoëzie zijn onder meer het idee dat taal betekenis dicteert in plaats van andersom. Taalpoëzie probeert ook de lezer bij de tekst te betrekken, waarbij belang wordt gehecht aan de deelname van lezers aan de constructie van betekenis. Door poëtische taal te doorbreken, eist de dichter van de lezer dat hij een nieuwe manier vindt om de tekst te benaderen.

Een van de dichters die in ‘L = A = N = G = U = A = G = E’ heeft gepubliceerd is Robert Grenier (1941). Hij is één van de dichters die is verbonden is aan de ‘Language School of Poetry’ . Hij was medeoprichter (met Barrett Watten ) van het invloedrijke tijdschrift  ‘This’(1971–1974). ‘This’ was samen met ‘L = A = N = G = U = A = G = E’ een keerpunt in de geschiedenis van recente Amerikaanse poëzie en was een van de eerste samenwerkingsverbanden in druk van verschillende schrijvers, kunstenaars en dichters die nu worden aangeduid (of losjes genoemd) als de ‘Taaldichters’.

Greniers recente ‘boeken’ worden op verschillende manieren beschreven als folio’s van haiku-achtige inscripties of transcripties. Curtis Faville stelt dat Grenier “een nieuwe hybride vorm heeft voortgebracht – noch” poëzie “noch grafische kunst – die woorden (letters) behandelt als een letterlijke vorm visueel ontwerp, waarbij “leesbaarheid” aan de rand van ongerustheid zweeft “. Voor voorbeelden van zijn actuele poëzie kun je hier terecht: http://writing.upenn.edu/pennsound/x/Grenier.php

In ‘L = A = N = G = U = A = G = E’ verscheen destijds het volgende gedicht van Grenier.

.

Tegenwoordig maakt Robert Grenier vooral ‘Language Objects’ vier-kleurige tekening-gedichten. Hier een voorbeeld getiteld ‘Evening will come’.

.

 

%d bloggers liken dit: