Site-archief

Eddy’s verstrooiing

Anton Korteweg

.

Voor de rubriek dichters over dichters, kwam ik in de bundel ‘Ouderen zijn het gelukkigst’ uit 2009 van Anton Korteweg, het gedicht ‘Eddy’s verstrooiing’ tegen over de verstrooiing van de as van dichter Eddy van Vliet op 12 oktober 2002 in Watou in België.

Eduard Léon Juliaan (Eddy) van Vliet (1942 – 2002) was een Vlaams schrijver, dichter en advocaat. Regelmatig werd de poëzie van Eddy van Vliet als neoromantisch bestempeld of geplaatst in de literaire richting van de nieuwe romantiek. Neoromantiek is een synoniem van postromanticisme of laat romanticisme. Het is een langdurige beweging die begint aan het einde van de negentiende eeuw en het is een herleving van de romantiek in de kunst en de literatuur.

In 1971 won Eddy Van Vliet de Arkprijs van het Vrije Woord voor ‘Columbus Tevergeefs’. In 1975, mocht van Vliet de Jan Campert-prijs in ontvangst nemen en in 1989 kreeg hij de Staatsprijs voor poëzie in België.

Anton Korteweg (1944) schreef het gedicht dus naar aanleiding van het verstrooien van de as van van Vliet in Watou, het kleine dorpje in West Vlaanderen, bijna op de grens met Frankrijk, waar tussen 1980 en 2008 de Poëziezomer Watou werd georganiseerd door Gwy Mandelinck – zelf een dichter – en zijn echtgenote Agnes Hondekyn. Het vormde al die jaren gedurende twee zomermaanden een unieke dialoog tussen internationale beeldende kunst en poëzie.

.

Eddy’s verstrooiing

(voor P.P.

‘Zoals een man pist, met de wind mee, zo

verstrooie men as.’

Chinese wijsheid

.

Maar andersom heeft ook wel wat: een zwarte,

gekromde regenjas met wapperende panden,

als boos tegen de storm optornend op een hoefpad

een man uitzaaiend, en daarachter wij,

.

een rijtje treurenden: wat mooie blonde vrouwen

met zonnebril, maar ook zwartharige zonder,

want Eddy was een te benijden echte

dichter geweest, steeds goed omringd, morsige

door drank – en dichtzucht aangetaste koppen en

hardlijvige vriendachtigen, – dat volk

woei de dichter toen in de gezichten.

.

We nipten daarna in De Hommelhof

zijn as van haar en huid, eigen en andermans,

en dachten bedremmeld die Eddy.

.

Ik was er trouwens niet bij

maar zie het weer duidelijk voor me.

.

grafmonument voor Eddy van Vliet in Watou

Collagegedichten

Jehudi van Dijk

.

Voor Vaderdag kreeg ik van mijn dochter het boek ’60 collagegedichten’ van kunstenaar Jehudi van Dijk. Een bijzonder fraai uitgegeven boek met collagegedichten van een dichter/collagemaker die gevonden was door dochterlief via Instagram @jehudi_werk.

In het boek staan dus 60 collagegedichten al vind ik de term wel wat misleidend. Het betreft hier namelijk in mijn ogen geen feitelijke collages, daarvoor is de afbeelding steeds 1 foto met daarop gesneden woorden uit kranten, tijdschriften en wat dies meer zij. Omdat ik het ook niet zeker wist heb ik even de definitie van ‘collage’ opgezocht:

Een collage is een kunstvorm, waarbij de kunstenaar gebruikmaakt van uitgeknipte of gescheurde stukken papier of ander materiaal, die met lijm op een steviger drager, bij voorbeeld papier of schildersdoek geplakt worden. De gebruikte materialen kunnen bijvoorbeeld zijn: (kleine) losse objecten, knipsels uit tijdschriften (tekst, foto’s, advertenties), delen van originele foto’s, tekeningen, gescheurde stukjes van een mislukte aquarel. Het woord collage komt uit het Frans, van het werkwoord coller, waar het plakken of kleven betekent.

Als je deze wat ruime definitie hanteert is het gebruik van tekst dus feitelijk al een vorm van collage. Wat me ook opvalt bij Jehudi van Dijk is dat hij de losse woordjes plakt met plakband op een foto wat soms nog een extra vervreemdend effect geeft. Het is duidelijk dat de inhoud hier boven de vorm gaat en aangezien de inhoud steeds een gedicht is, kan ik hier moeilijk iets tegen hebben.

De gedichten in deze bundel zijn (naast de collagefoto’s) dan ook echt de moeite waard. Het boek is via donaties en een crowdfund-campagne tot stand gekomen en is via de boekhandel te bestellen. Op https://www.voordekunst.nl/projecten/11296-jehudis-collagegedichtenbundel-1 kun je meer lezen over de manier van werken van Van Dijk en de totstandkoming van deze bundel.

.

 

Voor waar genomen

Inge Boulonois

.

Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.

Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.

De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/

Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.

.

Bij de stillevens van Giorgio Morandi (20e eeuw)
.
Dat dingen kunnen rijmen.
Leeg steengoed in bedaarde aardetinten,
verbindend strijklicht. Onveranderlijk
.
in een geschikt herschikt evenwicht,
een seizoenloze pleisterplaats
voor onze ogen. Kijken
.
wordt zien hoe tijd door verf
tot stilte is gebracht. Ik hoor
het zwellen van mijn oorgesuis.
.
Wilde de schilder lof zwijgen
van het dieplood van het hier en nu,
van vazen die tot zichzelf ontwaken,
ving hij hun eigen klank op?
.
Of zag hij dat ze zó stil staan
te staan als enkel schilderijen
kunnen laten horen?
.

 

Visuele poëzie

Warren Lehrer

.

De Amerikaanse schrijver en ontwerper/kunstenaar Warren Lehrer (1955) staat vooral bekend om zijn zeer visuele boeken en multimediaprojecten. Hij kreeg bekendheid in de jaren tachtig en negentig vanwege zijn pogingen om de vorm van gedachten en spraak vast te leggen op de gedrukte pagina in zijn boeken en performance-partituren die worden gekenmerkt door polyvalente (veelzijdige) verhalen en expressionistische typografie. 

In november 2019 ontving Lehrer de Lifetime Achievement Ladislav Sutner-prijs in Tsjechië. voor ‘zijn baanbrekende werk op het gebied van visuele literatuur en vormgeving’. De jaarlijkse onderscheiding, genoemd naar de Tsjechisch-Amerikaanse designpionier, erkent individuele kunstenaars uit de hele wereld die uitmuntende prestaties leveren op het gebied van schone kunsten, met name toegepaste kunst en design.

In 2020 had Lehrer een tentoonstelling in de Center for Book Arts in New York waarin hij zijn benadering van het visualiseren van poëzie en proza ​​in projecten met meerdere vertakkingen door middel van boeken, typografie, animatie en performance weergaf. Uit deze tentoonstelling hier een paar voorbeelden van zijn visuele vorm van poëzie.

.

Hier openen

Anne Vegter

.

In de bibliotheek van Maassluis, waar ik werk, is bij de nieuwbouw in 2000 in het kader van de 1% regeling beeldende kunst door Geerten ten Bosch en Moritz Ebinger in 6 weken een organisch ontstaan kunstwerk op de muren van de jeugdbibliotheek gemaakt. Beide hadden een aantal afbeeldingen die ze wilden schilderen en tekenen op de muren en als zo’n afbeelding (bijna) af was van de een, dan ging de ander erop verder. Zo ontstond een bijzonder fantasierijke muurschildering die zelfs na 20 jaar zijn kracht nog niet heeft verloren.

Ik moest hieraan denken toen ik op de Wikipedia van dichter. proza-, toneel- en kinderboekenschrijfster Anne Vegter (1958) las, dat ze met Geerten ten Bosch had samengewerkt. Ik ken Anne Vegter dan ook in eerste instantie van haar kinderboeken. Pas later, toen ze dichter des vaderlands werd van 2013 tot 2017 begon ik me ook in haar als dichter te interesseren. Inmiddels is ze sinds begin dit jaar stadsdichter van Rotterdam en denk ik bij haar naam als eerste aan haar als dichter.

Haar laatste dichtbundel is alweer van 2019 ‘Big data’ maar het gedicht ‘Hier openen’ komt uit haar bundel ‘Eiland berg gletsjer’ uit 2011 hetzelfde jaar waarin ze de Awater Poëzieprijs ontving.

.

Hier openen

.

Ik heb een inkomentje van niks,

liefste, iets voor ouden van dagen.

Uit mijn broekje hangt een sliert

want moeder fokt, je moeder fokt.

Ik had een moeder die op zoek was

naar een bekendstaand psycholoog.

Ik hielp haar zoeken, zoekende

word je alleen anders dol. Werken,

tweede onderwerp. En mijn rug

was niet zo sterk. Wat doe je liefste,

als de mannen je willen. Eentje kwam

maar half, eentje bracht het tot vader.

De resten heb ik uitgekotst. Het was

een kwestie van dagen. Nu lig ik

op mijn moeder en gek van verdriet

zoek ik een ouder voor mijn kind.

De brief moet naar mijn zoon.

.

Noodplan

Sven de Swerts

.

Via Meander kreeg ik een paar bundels van uitgeverij Leeuwenhof en daar zat de bundel ‘Noodplan’ van Sven de Swerts (1987) bij uit januari 2021. Leeuwenhof geeft op zichzelf mooi verzorgde bundels uit maar in het geval van ‘Noodplan’ ontbreekt er wel wat. Noem me ouderwets maar als ik een bundel in handen heb dan vind ik het fijn om een titel en dichtersnaam op het omslag te vinden of überhaupt enige informatie op de omslag. Daar is bij ‘Noodplan’ geen sprake van.

Op de omslag wel een (beeldvullend) detail van een schilderij van Rozemarijne Margaretha Christina. Want de bundel bevat niet alleen poëzie van de Swerts maar ook een afdeling ‘Tekeningenbundel’ met artwork van genoemde Rozemarijne Margaretha Christina, Martin Peulen en Ben Chermenschi. Fraaie kunst van met name Peulen die de bundel een extraatje geven.

De poëzie van de Swerts is als altijd anders, Fysieke poëzie, Vlaams, soms rauw en waar de gedichten bij één van de kunstwerken is geschreven staat er in het klein een afbeelding van het kunstwerk met een paginanummer op de pagina met het gedicht.

Ik koos voor het gedicht ‘Niet van ons’ dat niet bij een afbeelding is geschreven.

.

Niet van ons

.

Ik ben begonnen met u op te schrijven

.

te vertalen – los in elkaar – verzamelen – uit te puzzelen –

nooit uit te krijgen

.

ik heb uw woorden – uit elke volgorde – in elkaar geknipt

.

ik wil wakker worden in uw verhaal

want lichamen onthechten

.

ik ben begonnen met u op te schrijven

want we doen niets meer samen en

dit ons is niet meer  van ons

.

als ogen vechten missen wij een stuk hoofd.

.

Omslag

Martin Peulen 

 

Drie choreografieën

Willy Roggeman

.

In een uitgiftepunt van boeken, die mensen over hebben en niet bij het oud papier willen gooien (zo’n kastje aan de muur met de zeer misleidende titel Minibieb, maar dit terzijde), vond ik een vuistdikke verzamelbundel van de Vlaamse dichter Willy Roggeman met de titel ‘De gedichten’ 1953 – 2002. Eerst was ik nog even in verwarring, omdat ik dacht dat het hier een andere Vlaamse dichter betrof die ik wel ken, maar meteen wist ik, nee dit is een naam van een mij onbekende dichter.

Willy Roggeman (1934) is een bijzondere man en dichter. Hij was actief als leraar aan het secundair rijksonderwijs en aan het hoger niet-universitair rijksonderwijs, aan het Hoger Rijskinstituut voor Technisch Onderwijs en aan het Hoger Rijksinstituut voor Handel en Administratie met Normaalleergangen, allemaal in Vlaanderen. Daarnaast was hij schrijver, dichter en jazzmuzikant.

Roggeman werkte van 1953 tot 1976 aan een reeks boeken, die hij vanaf 1969 als een samenhangend, gesloten oeuvre opvatte, zijn ‘Opus finitum’. Van de 30 boeken waaruit deze reeks bestaat, zijn er 19 gepubliceerd. Van 1977 tot 2002 schreef hij zijn tweede opus onder de naam ‘Usque ad Finem’. De toon was reflectief en de schrijfdwang waaronder de werken in ‘Opus finitum’ geschreven werden, viel weg. Veel van dit werk werd nooit gepubliceerd. Van 2003 tot 2009 schreef hij zijn derde opus onder de naam ‘Post Opera Supplementa’. Hiermee sloot de auteur zijn literaire carrière af, al schreef hij in 2009-2010 nog 10 delen ‘Annex Documenta’ en 10 delen ‘Protocollen’.

Roggeman was redacteur van de tijdschriften ‘Tijd en Mens’ (1954-55), ‘Gard Sivik’ (1959-63) en ‘Komma’ (1964-68). Hij was ook criticus voor het dagblad ‘Vooruit’ (1955-1965). Zijn werk werd vele malen bekroond en Roggeman kreeg verschillende literaire prijzen voor zijn gedichten, essays en proza.

Wat mij meteen opviel toen ik in de bundel ‘De gedichten 1953-2002’ ging lezen, was dat zijn poëzie niet de toegankelijkste poëzie is die ik ken. In deze bundel zijn de drie genoemde opussen opgenomen die hij schreef tussen 1953 en het verschijnen van de bundel in 2004. Op de binnenflap van de bundel staat te lezen: In 1954 maakte Willy Roggeman zijn tijdschriftdebuut met een gedichtencyclus waarin Louis Paul Boon de opvolger van Paul van Ostaijen ontwaarde. Als centraal thema behandelen zijn werken allen het probleem van de artisticiteit. Roggeman ziet in de autonome kunst de enige mogelijkheid om aan de vulgaire, vormloze realiteit te ontsnappen. Het ‘Opus finitum’ bijvoorbeeld is moeilijk toegankelijk, omdat Roggeman geen concessies wil doen aan de lezer en zich vaak uitdrukt in een duister kunst-theoretische jargon. Dezelfde ervaring had ik bij het grootste deel van zijn werk in deze bundel.

In een recensie van de NBD staat over dit werk geschreven: “Die onwrikbare standvastigheid ( in zijn poëzie) hangt samen met het radicale modernisme dat de dichter voorstaat. Voor hem is literatuur een soort van laboratorium, waar alle onvermoede lagen van de taal worden aangeboord. Zijn verzen zijn dan ook pareltjes van zinsbouw, complexe beelden en samenstellingen, een veelheid aan betekenissen en betekenisraadsels, dat strak wordt samengebonden door een hechte formele structuur.” En: “Al die inspiratiebronnen worden in zijn werk, haast alchemistisch, versmolten tot een eigen taalcreatie. Het resultaat is een monumentale, maar tegelijk haast ondoorgrondelijke poëzie, waarbij ook de bedreven lezer algauw aan het duizelen gaat.”

En toch valt er veel te genieten als je de drang om meteen te begrijpen los laat en de taal die Roggeman gebruikt als op zich staande vorm van kunst tot je neemt. Verder zijn vele verwijzingen naar de meetkunde, wiskunde, de kunst en kunstwerken, muziek (klassiek en jazz) en het veelvuldig gebruik van Latijn en de Griekse mythologie (zijn inspiratiebronnen) in zijn werk opvallend. Zoals geschreven geen makkelijke poëzie maar ik heb uit het hoofdstuk ‘The Minimalist Encyclopedia’ het gedicht ‘Drie choreografieën’ gekozen dat volgens mij laat zien hoe Roggeman de taal benadert en toch goed leesbaar is.

.

Drie choreografieën

.

Dubbelgangers op het schaakbord

verschillen slechts in de kleur

van de angst. Zij groeten elkaar

in de wurggreep van het zwijgen.

.

Glaskralen rondom de enkels

maken de dans nog niet. Voeten

van aarde, vingers van lucht bepalen

van beweging eenheid en breuk

.

Koordvlechten ontslaat de heilige

niet van de spreidstand op het midden.

De beelden nemen hun beloop, adem

staat stil in de val van de teerling.

.

The Mersey Sound

Adrian Henri, Roger McGough en Brian Patten

.

In 1967 publiceerde Penguin Books ‘The Mersey Sound’ nummer 10 in The modern poets series. In deze bundel stonden zo’n 100 gedichten van de Liverpoolse dichters Adrian Henri (1932-2000), Roger McGough (1937) en Brain Patten (1946). Van deze bundel zijn meer dan 500.000 exemplaren verkocht, meer dan van welke bloemlezing in het Verenigd Koninkrijk ooit. In 2009 werd in het Victoria Gallery and Museum een tentoonstelling georganiseerd over deze drie dichters en hun kunst. In dat zelfde jaar werd door de universiteit van Liverpool werk aangekocht uit de erven van Adrian Henri, om maar aan te geven hoe belangrijk deze drie dichters zijn (geweest) voor Liverpool en het tijdsgewricht waarin deze bloemlezing werd gepubliceerd.

Liverpool was in de jaren ’60 een brandpunt van de popcultuur. De Liverpool-dichters werkten in een omgeving waar kunst, muziek en literatuur nauw met elkaar verbonden waren. In de gids die bij de tentoonstelling werd gemaakt werd het als volgt omschreven: “Zoals veel jongeren in het Groot-Brittannië van de jaren zestig, werden de Liverpool Poets sterk beïnvloed door de hippie subcultuur van de Verenigde Staten. Jonge Amerikanen kregen lang haar, leefden samen, beoefenden gratis seks en drugsgebruik en woonden massale openlucht muziekconcerten bij. De oorlog in Vietnam, raciale onrust en de druk om zich te conformeren frustreerden hen. ‘Vrede’ en ‘liefde’ waren hun slogans. De dichters uit Liverpool schreven uitgebreid over het onderwerp liefde. Ze onderzoeken de vele vormen van liefde, van korte ontmoetingen en verlangen tot duurzame relaties en verliefdheid. De dichters gebruikten liefde ook als thema voor uitvoeringen, waarbij ze ten minste drie ‘Lovenights’ ensceneerden in het Everyman Theatre. Bij het onderzoeken en uiten van deze fundamentele menselijke emotie probeerden ze hun poëzie voor iedereen toegankelijk te maken. De zomer van 1967 werd uitgeroepen tot de Summer of Love, vernoemd naar een massabijeenkomst in het Golden Gate Park, in San Francisco.”

Het is volgens mij dan ook geen toeval dat het nummer ‘All you need is love’ van de Beatles (geschreven door John Lennon) in dat jaar uit kwam. Dichter Adrian Henri schreef het gedicht ‘Love is…’ dat in ‘The Mersey Sound’ is opgenomen.

.

Love is…

.

Love is…
Love is feeling cold in the back of vans
Love is a fanclub with only two fans
Love is walking holding paintstained hands
Love is

.

Love is fish and chips on winter nights
Love is blankets full of strange delights
Love is when you don’t put out the light
Love is

.

Love is the presents in Christmas shops
Love is when you’re feeling Top of the Pops
Love is what happens when the music stops
Love is

.

Love is white panties lying all forlorn
Love is pink nightdresses still slightly warm
Love is when you have to leave at dawn
Love is

.

Love is you and love is me
Love is a prison and love is free
Love’s what’s there when you are away from me
Love is…

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen

Lies van Gasse

.

Lies van Gasse (1983), is dichter, beeldend kunstenaar en leraar. Ze schreef onder andere de bundels ‘Hetzelfde gedicht steeds weer'(2009), ‘Brak de waterdrager’ (2011), ‘Wenteling'(2013), ‘Zand op een Zeebed’ (2015) en ‘Wassende stad’ (2017). Met ‘Brak de waterdrager’ won ze de prijs van de provincie Oost-Vlaanderen voor poëzie, met ‘Wenteling’ werd ze genomineerd voor de Pernathprijs.

Van Gasse profileert zich ook met mengvormen van poëzie en beeld. Zo verraste ze met de graphic poems ‘Sylvia’ en ‘Waterdicht’ (i.s.m. Peter Theunynck) ,waarvan de tekeningen werden getoond op Watou 2011, en schreef ze met Annemarie Estor aan het multimediale epos ‘Hauser’.

In het gedicht zonder titel uit haar bundel ‘Wassende stad’ geeft Lies Van Gasse op een eigenzinnige manier gestalte aan het wezenlijk romantisch levensgevoel dat iedereen weleens overvalt, dat al wat mooi was in ons leven, in onze relatie met een ander misschien wel voorgoed verleden tijd is, dood is.

Wil je de analyse van onderstaand gedicht in zijn geheel lezen ga dan naar https://poezieleesgroep.wordpress.com/analyse-van-enkele-gedichten-6/

.

Ik ben vergeten wat ik met een lichaam zou doen
als ik het in mijn hand kon houden vergeten
hoeveel wegen ik wil trekken in de lijnen
van die hand ik ben mijn oorsprong vergeten
de stappen die ik sindsdien heb gezet en die
me het strak gechronometreerde leven in hebben
geleid vergeten dat ik kon vergeten ik ben

bijna vergeten hoe een lichaam voelt
wanneer ik het opbouw uit de vlakken
van mijn hand vergeten hoe een zijwaartse vlam
een schouder kan belichten vergeten
hoe ik vergat de verdwaalde lok over je gezicht
het spannen van je hoekige kaaklijn je
in rust zelfs bewegende handen vergeten –

we leven in een zelfde bacteriële werkelijkheid

wat die hand met dat lichaam kan doen
hoe we kinderen op de wereld zetten
om die te vergeten, vergeten hoe

een blik in het ijle een streling van zon
regen die valt als onverwacht applaus

.

Het is jij of ik

Kunst en poëzie

.

Ik schreef al vaak over de combinatie van kunst en poëzie. Soms betreft het hier kunstzinnig vormgegeven poëtische uitingen of (beeldende) kunst waarin poëzie is verwerkt en vandaag wil ik het hier hebben over een boek als kunstobject waarin poëzie en fotografie is opgenomen.

Het betreft hier het kunstboek ‘het is jij of ik’ van Marilou Klapwijk. Het boek ‘Het is jij of ik’ gaat over jou en mij. Marilou schrijft hierover:

.

“Maar ‘wij’ hadden iedereen kunnen zijn. Alle facetten van onze identiteit worden achterwege gelaten. Jij en ik zijn in dit boek dus ongeacht: onze relatie, geschiedenis, afkomst, rijkdom, uiterlijk, welzijn, gezondheid, geaardheid, geslacht, talent, persoonlijkheid, leeftijd of erfenis. 

_Maar wat blijft er dan nog van ons over? 

Zijn het onze intenties, ons dagelijks (on)gesproken dialoog, ons conflict, ons vertwijfeld monoloog. Of slechts de leurende bevestiging van je identiteit door de blik van de ander?

Dit boek is een zoektocht naar het onherleidbare aspect van jou.

_Ik zal nooit weten wat jij denkt. 

Het boek bevat poëzie en fotografie, die de situaties schetsen van ‘iets’ alledaags. Ze worden onderbroken door notities, reviews, berichten of opmerkingen van een voorbijganger, die ook als zodanig zijn vormgegeven. Alles gebeurt tegelijkertijd. We leven in contrast. Het boek is een poging dit enigszins inzichtelijk te maken en werpt een blik op de diversiteit aan perspectieven in het (digitale) leven.”

.

Het boek is opgedeeld in 14 clusters en een aantal spreads kun je hieronder zien. Op de foto (spread zoals Marilou ze noemt) ‘Dun ijs’ is het volgende gedicht te lezen:

.

We hebben het er (maar) niet (meer) over

Het zet ons beiden aan een kant van de weg

Een zee bevroren tussen ons in

.

Diep water _ Dun ijs

.

Toch wilde ik de oversteek wagen

al was het alleen maar

.

om je hand vast te houden

.

Meer over Marilou en het boek ‘Het is jij of ik’ kun je lezen op http://www.marilouklapwijk.nl/het-is-jij-of-ik  . Om het boek te realiseren zijn ze (de uitgever en Marilou) middels een crowdfunding op voordekunst.nl een voorverkoop gestart. Er zijn (zoals ze dat noemen) tegenprestaties voor grote en kleine bijdrage. Eén daarvan is dus het aankopen van een boek voor €40. Het boek verschijnt bij Uitgeverij Unformed Informed. Deze uitgeverij onderzoekt in samenwerking met kunstenaars ‘het boek’ als kunstruimte. Een speelruimte die constant in ontwikkeling is. Waarbij de kaders steeds opnieuw worden bepaald door de verschillende samenwerkingen waarbinnen deze ontstaan. Zo ook de manier hoe het uiteindelijke ‘boek’ zijn publiek zal ontmoeten.

.
%d bloggers liken dit: