Site-archief

De Koepel

Haarlemse Dichtlijn

.

In Haarlem ligt de voormalige Koepelgevangenis. Als kleine jongen reden we daar regelmatig langs op weg naar mijn opa en oma en ik vond de Koepelgevangenis altijd iets indrukwekkends hebben (en nog steeds wel). De Koepel, zoals het tegenwoordig heet aan de Harmenjansweg 4, wordt verbouwd tot University College, campus met studentenwoningen, horeca en filmhuis. Van gesloten gevangenis naar open campus is een hele metamorfose. In oktober  2018 vindt er een maand lang ‘architectural healing’ plaats om met kunst en cultuur de sfeer van het verleden uit het monument te verdrijven. Daarna begint de verbouwing van zo’n twee jaar.

Onderdeel van deze ‘architectual healing’ is een poëzieproject van de Haarlemse Dichtlijn. Op zondag 14 oktober helpen twintig dichters mee om het gebouw te ‘genezen’. Verspreid over de cellen zullen ze poëzie gaan schrijven. Bezoekers worden aangemoedigd om hen in hun cel te bezoeken. Daar zien ze de dichter aan het werk en mogen ze rekenen op een persoonlijke voordracht van vers geschreven poëzie. Helaas is de toegang niet gratis, maar je krijgt er veel voor terug! Bovendien krijgen de eerste honderd bezoekers via een intekenlijst een korting van 5 euro op de aanschaf van de bundeling van alle gedichten!

De dichters die in de Koepel aanwezig zijn en die je daar kunt ontmoeten tussen 15.00 en 18.00 zijn:
Demi Baltus, Grim Bouwmeester, Lilian Cornielje, Wieke Hart, Peer van den Hoven, Sylvia Hubers, Mischa van Huijstee, Marten Janse, Jan Kal, Eric van Loo, Harmen Malderik, Simon Mulder, Paul Roelofsen, Riet van Schie, John Schoorl, Willemien Spook, Frans Terken, Anneruth Wibaut, Maarten Willems en Pom Wolff.

.

Alvast een voorproefje van één van hen, Anneruth Wibaut, een gedicht uit 2014 getiteld ‘Zonder vleugels’.

.

Zonder vleugels

.

mensen vielen uit de hemel
engelen die vrede kwamen brengen
hoopten we
maar ze hadden geen vleugels

stukken van mensen regenden neer
op onze daken en tuinstoelen
in onze velden en akkers
tussen gras en graan

mensen kwamen tevoorschijn uit de wolken
als vogels hoopten we nog
dat ze geen doden waren

ik heb je zoon gevonden en zijn vrouw
hun dochter ook
ik heb ze gelegd tussen de zonnebloemen
ik zal vrede voor ze zoeken

.

Advertenties

Poëzie museum

Virtuele poëzie

.

Via mijn Probiblio collega Ineke kreeg ik de tip over het Poëzie museum. Toen ze me vertelde wat dit precies was, werd ik meteen enthousiast. Het Poëzie museum werd op 1 april 2017 (geen grap) geopend aan het Museumplein in Amsterdam. Het is in feite een onzichtbaar museum, totdat je de app download (IOS en Android). Wanneer je dan ergens op het Museumplein de app opent vormt zich een wereld vol poëzie voor je ogen door middel van Augmented Reality. Je richt je telefoon of tablet op een plek op het Museumplein en voor je ogen verschijnen gedichten van 10 Nederlandse dichters op je scherm terwijl je nog steeds naar de plekken op het Museumplein kijkt.

Het Poëzie Museum is een initiatief van Internationational Silence. (Twan Janssen en Johannes Verwoerd). International Silence initieert en ontwikkeld culturele projecten op het snijvlak van kunst en design. Zij vroegen dichter Anna Enquist om als curator op te treden van dit virtuele museum.

Anna Enquist selecteerde tien Nederlandse dichters: Ida Gerhardt, Annie M.G. Schmidt, Gerrit Kouwenaar, Elly de Waard, Neeltje Maria Min, Leonard Nolens, Eva Gerlach, René Puthaar, Menno Wigman en Alfred Schaffer. Iedere dichter krijgt een eigen paviljoen, dat zes gedichten in 3D  toont. 24 uur per dag kun je de ruimtelijke gedichten lezen via telefoon of tablet.

Inmiddels is er al een uitbreiding gekomen van de makers van deze app namelijk een virtueel poëziepanorama in park Doornburgh in Maarssen onder de titel ‘Wat blijft’. Uitgangspunt hierbij is de gelijknamige tekst van Spinvis, deze kun je al lopend door het park virtueel lezen.

.

Wat blijft

De afstand blijft
De vangrail blijft
De populieren gaan
De helden gaan
Augustus blijft

Getuigen gaan
Gefluister gaat
De conversatie staakt
De Noordzee gaat
Het weergaloze blijft

Het doorgaan blijft
Voorlopig blijft
Al vroeg gegaan naar dierentuin, toen
Weggebracht naar busstation
Gezwaaid

Een sigaret
De bomen gaan
Het ruisen blijft

En als het soms
En dank u wel
En of ze ooit nog schrijft

Het landschap gaat
Het uitzicht blijft

We vinden ons
Het vinden blijft
Twee zomerarmen wijd
De schaduw gaat
De schemer blijft altijd

Het drinken blijft
Het drinken blijft
Ik hoorde dat, ach ook laat ook maar
Gewoonste gang van zaken
Zet de hond
Aan wie dan ook

Ze blijven hier
Ze hangen rond
De vaders gaan
De namen gaan
Na verloop van tijd
De duinen gaan
Het eiland blijft

Onderste drie foto’s: Ineke Goedhart

Poëzieroute Wassenaar

A. Marja

.

Nederland blijkt een land van wandel- en fietsroutes te zijn. Niet alleen ter recreatie maar vaak ook langs kunst, beelden en poëzie in de buitenruimte. Ik schreef in het verleden al over verschillende poëzie(wandel)routes in Nederland en België maar ik kwam er recent weer een tegen in Wassenaar https://www.poezieroutewassenaar.nl/. De Stichting Poëzie Route Wassenaar bestaat uit 3 niet nader genoemde personen uit deze plaats en heeft tot doel een interessante en mooie route samen te stellen om gedichten dichterbij mensen te brengen. Zij willen dit doen door een route van 24 gedichten in de openbare ruimte te plaatsen van gedichten van dichters die in Wassenaar gewoond hebben of die op andere wijze een band hebben met Wassenaar.

Van de 24 geplande gedichten zijn er inmiddels 16 geplaatst op plekken in het dorp, van de bibliotheek en de kerk tot op de parkeergarage en in tuinen. Op de hoek van de Zuylen van Nijeveltstraat, bij nummer 202 ligt voor de stoep van De Wassenaarse Krant een tegeltableau met een gedicht van A. Marja. Marja is het pseudoniem van Arend Theodoor Mooij (1917-1964). Marja woonde niet in Wassenaar, maar hij verbleef in de Pauwhof, een buitenplaats in het dorp waar het echtpaar Overvoorde-Gordon gastvrijheid bood aan letterkundigen om in een rustige omgeving te kunnen werken.

.

 

Humor

Voor elk wat wils

.

Humor in de poëzie, het is een boeiend thema waarover heel verschillend gedacht wordt. De een vindt humor bijna een onmisbaar element als het gaat om de aantrekkelijkheid of leesbaarheid van poëzie, de ander is het een gruwel, poëzie is niet louter ter vermaak. Ik denk dat humor in de poëzie heel goed kan, kijk naar grote namen als Willem Wilmink, Jules Deelder, Lévi Weemoedt, Drs. P. Allemaal voorbeelden van dichters die humor een centrale plaats gaven in hun poëzie of er in ieder geval gebruik van maakte en maken.

Vindt je humor een onmisbaar onderdeel van poëzie dan zijn er voorbeelden genoeg om te lezen en blij van te worden, heb je niets met humor in poëzie dan zijn er genoeg dichters die daar juist niets mee doen. Voor ieder wat wils dus. Ik hou van humor in poëzie maar waardeer serieuze poëzie net zo goed. De ene dag wel en de andere dag niet of wat minder. Je hebt tenslotte ook niet elke dag zin in het zelfde eten of drinken. Voor de liefhebbers van humor in de poëzie wat voorbeelden.

.

Relatief

.

Het navelstaren

der barbaren

wordt bij hun buren

vaak kil turen.

.

Th. Sontrop

.

Ode aan een bandrecorder

.

Met een kater

luister ik

naar het inschenken der borrels.

.

J. Bernlef

.

Kunst

.

‘Wie van de aanwezigen

houdt er van kunst?’

.

‘Ikke.’

.

‘Prachtig! Dan kunt u

mij vast wel even helpen

met het ophangen van de

schilderijen.’

.

Jules Deelder

.

Capitaine Mobylette

.

Van zwart haar moet ‘k zo huilen.

Van blond krijg ik ’t benauwd…:

ach! vind je ’t erg als jij vannacht

je bromfietshelm ophoudt?

.

Lévi Weemoedt.

.

WiFi poëzie

Hendrik Hantschel

.

Dat poëzie in vele vormen bestaat is inmiddels wel bij menig een bekend, al is het maar via de categorie ‘gedichten in vreemde vormen’ op dit blog. Toch is het ook voor mij steeds weer een verrassing wanneer iemand mij wijst op weer een nieuwe vorm die ik niet ken. In dit geval was het mijn broertje die me wees op een initiatief uit 2016 van kunstenaar Hendrik Hantschel. Hantschel liep, samen met een groepje medestudenten van het Frank Mohr Instituut, rond in Groningen en verzamelde WiFi namen. Je weet hoe dat gaat als je op je telefoon, tablet of laptop de functie WiFi zoeken aanzet, dan krijg je, zeker in de steden, vaak lange lijsten met de meest bijzondere WiFi netwerknamen.

Deze namen heeft Hantschel als uitgangspunt gebruikt voor een nieuwe voorm van Readymade poëzie. Hantschel kwam op enig moment in een wijk waar de WiFi namen een soort strijd met elkaar leken uit te vechten: “je moeder is een netwerk’, ‘je bent zelf een netwerk’ en ‘ik netwerk jullie de moeder’ zijn wel wat anders dan de veel gebruikte Fritzbox of Ziggo namen.  Hantschel zelf zegt hierover: “Vooral die communicatie die erin zit. Het is grappig om te zien dat mensen hun territorium door middel van wifi markeren, zoals een hond dat met zijn geur doet.”

Een aantal voorbeelden die Hantschel samenstelde uit de WiFinamen die ze tegen kwamen:

Met dank aan https://creators.vice.com

Walking around

John Ashbery

.
John Lawrence Ashbery ( 1927 – 2017) was een Amerikaans avant-gardistisch dichter. Op jonge leeftijd wilde hij kunstschilder worden en van zijn elfde tot zijn vijftiende nam hij met veel enthousiasme tekenlessen. Geleidelijk verlegde hij echter zijn interesse naar de dichtkunst en begon hij poëzie te schrijven. Tijdens zijn studie aan de Harvard-universiteit raakte hij bevriend met Kenneth Koch, Barbara Epstein, James Schuyler, Frank O’Hara en Edward Gorey, met wie hij later de New York School of Poets zou vormen. In 1949 studeerde hij cum laude af op een dissertatie over W.H. Auden. Ashbery’s vroege werk werd erg beïnvloed door die zelfde Auden maar later werd zijn werk steeds modernistischer. In de jaren 60′ verkeerde hij in avant gardistische kringen hetgeen zijn werk ook beïnvloedde.
Ashbery’s werk kenmerkt zich door vrije, spontane associatie, waarbij zijn gedichten meestal nauwelijks een echt onderwerp kennen. Hij kan heel vaag en poëtisch zijn over concrete alledaagse dingen, waarbij hij regelmatig de parodie als stijlmiddel gebruikt. Een overkoepelend thema is de relatie tussen chaos en het bewuste menselijk denken en met de kunst in zijn algemeenheid.  Tijdens zijn leven werd hij meerdere keren onderscheiden en ontving hij een aantal literaire prijzen voor zijn werk waaronder de National Book Award for Poetry en in 1976 de Pulitzerprijs voor poëzie.
Uit de bundel ‘A Wave’ uit 1984 het gedicht ‘Just walking around’.
.
.
Just Walking Around 
.
What name do I have for you?
Certainly there is no name for you
In the sense that the stars have names
That somehow fit them. Just walking around,An object of curiosity to some,
But you are too preoccupied
By the secret smudge in the back of your soul
To say much and wander around,Smiling to yourself and others.
It gets to be kind of lonely
But at the same time off-putting.
Counterproductive, as you realize once againThat the longest way is the most efficient way,
The one that looped among islands, and
You always seemed to be traveling in a circle.
And now that the end is near

The segments of the trip swing open like an orange.
There is light in there and mystery and food.
Come see it.
Come not for me but it.
But if I am still there, grant that we may see each other.

.

Klankgedicht

Hugo Ball en The Talking Heads

.

In het bijzonder boeiende boek ‘Made in Europe’  van Pieter Steinz uit 2014, lees ik een stuk over het klankgedicht van Hugo Ball dat later op muziek gezet is door The Talking Heads. Nu heb ik de muziek van The Talking Heads altijd erg gewaardeerd en dus ging ik op zoek, naar het gedicht van Ball en naar de muziek van The Talking Heads. Het Dadaïstische klankgedicht van Hugo Ball ‘Gadji Beri Bimba’ uit 1916 is in 1979 omgewerkt naar het nummer ‘I Zimbra’ van The Talking Heads van hun LP ‘Fear of Music’. Hugo Ball vertolkte dit klankgedicht in Cabaret Voltaire in Zurich.

Om beide te kunnen vergelijken hier de tekst van Ball uit 1916 (en zijn outfit waarin hij destijds dit gedicht voordroeg) en de clip van The Talking Heads. Wil je meer over deze boeiende persoon lezen en het nummer ‘I Zimba’ ga dan naar https://dadarockt.wordpress.com/2013/01/21/cabaret-voltaire-talking-heads/

.

Gadji Beri Bimba

.

Gadji beri bimba clandridi

Lauli lonni cadori gadjam

A bim beri glassala glandride

E glassala tuffm i zimbra

.

Bim blassa galassasa zimbrabim

Blassa glallassasa zimbrabim

.

A bim beri glassala grandid

E glassala tuffm i zimbra

.

Gadji beri bimba glandridi

Lauli lonni cadora gadjam

A bim beri glassasa glandrid

E glassala tuffm i zimbra

 

 

.

.

Straatkunst

Wan bon

.

R. Dobru (1935-1983) is het pseudoniem van vakbondslid en activist Robin Ravales, die zich zowel binnen als buiten de poëzie verzet heeft tegen de sociaal-maatschappelijke problemen in zijn land Suriname en de koloniale overheersing van de Nederlandse staat. Vlak voor zijn dood heeft hij ook nog in de regering van Suriname gezeten als Minister van Cultuur, in welke hoedanigheid hij zich inzette voor de politieke en culturele eenwording van Suriname.
Zijn poëzie kenmerkt zich door een sterke betrokkenheid bij het lot van de Surinamers en het lijden van hen die sociaal achtergesteld waren. Als dichter verwoordde en voedde hij vanaf de jaren zestig het steeds sterker wordende nationalisme en verlangen naar onafhankelijkheid van zijn volk. Het gedicht ‘Eén boom’  of ‘Wan bon’ is een van de bekendste voor-beelden van de behoefte om saamhorigheid te creëren in een tijd waarin de roep om vrijheid steeds luider wordt. De metaforiek is eenvoudig en geeft weinig ruimte voor misverstanden. Dobru stierf op achten-veertigjarige leeftijd aan de gevolgen van suikerziekte.

Het gedicht is in Suriname op het gebouw van het Welzijns Instituut Nickerie (Wingroep) aangebracht maar ook in Rotterdam West op het Virulyplein op de gevel van een huizenblok. De kunst is van kunstenaar Carlos Blaaker (1961). Het gedicht (in het Surinaams en het Nederlands) gaat als volgt:

.

Wan bon 

Wan bon
someni wiwiri
wan bon.

Wan liba
someni kriki
ale e go na wan se

Wan ede
someni prakseri
prakseri pe wan bun mus’ de

Wan Gado
someni fasi fu anbegi
ma wan Papa

Wan Sranan
someni wiwiri
someni skin
someni tongo

Wan pipel

.

Eén boom

.
Eén boom
zovele bladeren
één boom.

Eén rivier
zovele kreken
alle stromen naar één zee

Eén hoofd
zovele gedachten
gedachten waar een goede tussen moet zitten

Eén God
zoveel manieren om te aanbidden
maar één enkele Vader

Eén Suriname
zoveel soorten haar
zovele huidskleuren
zoveel talen

Eén volk

.

Dichter op verzoek

Deel 6: Harry Man

.

Van Odile Schmidt kreeg ik onder andere de vraag om aandacht te besteden in Dichter op verzoek, aan de dichter Harry Man, omdat “haar jonge gezelschap zo weg was van hem”. Geen beter reden lijkt me dan deze.

Hoewel ik dacht dat Harry Man wellicht een Nederlandse dichter was blijkt hij uit het Verenigd Koninkrijk te komen. Daar wordt Man (1982) gezien als een jonge, eigenzinnige dichter die de grenzen van papier en podium, wetenschap en kunst op intrigerende wijze aftast.

Begonnen als spoken word dichter debuteerde hij in 2014 met ‘Lift’ waarmee hij meteen al de prestigieuze (want langst bestaande) Struga Award won. Deze prijs wordt vergeven in Macedonië.

Harry Man was Clarissa Luard Wordsworth Trust Poet in Residence in 2016 en in 2016 Hawthornden Fellow. In 2016 was hij ook nog TOAST dichter. TOAST Poetry help dichters de stap te zetten van een debuut naar een inbedding van hun werk door ze een podium te bieden en door financiële middelen te vergaren. https://toastpoetry.com/

Zijn meest recente ‘pamphlet’ zoals hij ze zelf noemt, is ‘Finders Keepers’ dat handelt over bedreigde diersoorten op de Engelse eilanden. Hij heeft dit samen gemaakt met de kunstenaar Sophie Gainsley. Man’s poëzie  werd al in vele talen vertaald.

Het gedicht ‘Ultrasound’ werd gepubliceerd in Popshot Magazine in 2012.

.

Ultrasound

.

The white artery of your spine
hovers beneath a butterfly’s ghost;

wings budding into flight
twice a second, heartbeat by heartbeat.

The isthmus of your foot kicks in the fluid –
the pressure of the sensor is ticklish.

With the end of his biro the doctor
circles your magnified hand gloved in light

and this shimmer, this afterthought of air
in the trees is the breath of your mother.

Night-blind you will fumble back
to its anthem through the clicks

of your hardening head.
This song, secret as a light switch,

is how your breathing will be.
The warmth of my wrist on your belly;

your pulse and mine in time –
the first of your strengths is to be loved.

.

Papa Says It Won’t Hurt Us

De allereerste readymade

.

“Wat is het verschil tussen een ketchup label, en een gedicht?” Dat is wat dichter Ivor Unsk zich in 1915 afvroeg. De Russische immigrant Unsk, een  onbekende dichter en drinkgezel van Marcel Duchamp,  was degene die de oorspronkelijke readymade bedacht.

Toch werd deze vorm van readymade poëzie destijds niet geaccepteerd door de literaire wereld. Hoe fanatiek en luidruchtig en met argumenten, Unsk deze nieuwe vorm van poëzie ook verdedigde. De ondertekening van een gedicht door de dichter, de plaatsing in een literair tijdschrift, de bijbehorende aandacht van de lezer, dat maakt dat de de poëzie zich nestelt in de geest.

“Reclames voor schoensmeer, sigaretten, of revolvers zijn een naadloze weerspiegeling van de industriële massaproductie en moderniteit bevat een alledaagse waarheid die de dichter, gebogen over zijn typemachine, nooit kan benaderen. De titel van een gedicht kan niet concurreren met een krantenkop in de aandacht van de geest van de moderne mens.” Zo stelde Ivor Unsk in 1915.

Hoewel Marcel Duchamps beroemd werd met zijn readymade kunst kun je stellen dat Unsk in feite de grondlegger was van deze vorm van kunst (en dus ook poëzie). Toen het gedicht ‘Papa says it won’t hurt us’ werd gepubliceerd in ‘The Southwest Review’ werd het met de grond gelijk gemaakt door de critici.

De ironie wil dat Unsk in 1916 werd dood geschoten door een Iver Johnson revolver na een mislukte inbraak (hij had gok- en drankschulden) waardoor dit het enige gedicht is dat er van Unsk bekend is.

Hieronder de oorspronkelijke advertentie van Iver Johnson revolvers en de readymade die Unsk daarvan maakte.

.

Op de dag (vandaag) dat in de Volkskrant een heel artikel verschijnt over het porceleinen urinoir van Marcel Duchamps (en waar dat ding gebleven is) post ik dit stuk (dat ik begin van deze week al schreef (toeval bestaat niet). Hoewel het oorspronkelijke Amerikaanse artikel heel echt leek, blijkt dit een geval van  ‘alternative facts’, of een hoax. De auteur van dit artikel over Ivor Unsk blijkt Eric Kuns en het is dus allemaal bedacht. Desalniettemin vind ik het een mooi (bedacht) verhaal en als readymade zeker niet slecht!

%d bloggers liken dit: