Site-archief

Haarlemse Dichtlijn

Frans Terken

.

Al jarenlang wordt er in Haarlem een poëziefestival georganiseerd onder de noemer Haarlemse Dichtlijn. Maar liefst 100 dichters krijgen een plek in één van de plekken in de stad (kroeg, zangvereniging, atelier, wijnbar etc.) en mogen daar drie gedichten voordragen. En dat tweemaal. Nu kun je denken; drie gedichten? Dat is niet veel. Dat klopt maar door het grote aantal dichters is dit het maximaal haalbare. En als je op twee plekken voordraagt kun je dus 6 gedichten doen. Het grote voordeel van deze opzet is de interactie met andere dichters en door de bekendheid die de Haarlemse Dichtlijn inmiddels heeft is er altijd veel publiek aanwezig.

Gisteren mocht ik ook mijn gedichten voordragen. In Wijnlokaal Louwtje en in de prachtige zaal van Zang & Vriendschap, beide malen voor flink aantal mensen. De Haarlemse Dichtlijn eindigt altijd met een samenkomst bij café Koops en daar waren heel veel dichters en bekenden aanwezig. Een compliment voor de uitstekende organisatie en het hoge niveau van voordrachten op deze mooie dag.

Zelf stond ik twee keer op een podium waar ook Frans Terken stond. Frans ken ik al vele jaren en hij reist regelmatig het land door om zijn poëzie voor te dragen. Zo zal hij ook op 7 juli op het podium van Ongehoord! in de Jacobustuin acte de presence geven en ook op ‘Ssssttt Geheim’ op 6 juli in Den Haag (waar ik ook sta) kun je hem zien en horen. Frans schrijft regelmatig op zijn blog https://fransterken.blogspot.com/ en vandaag wil ik het gedicht dat hij gistermiddag bij de Haarlemse Dichtlijn voordroeg en tevens in de festivalbundel staat, met jullie delen.

.

Onder ogen

.

Bij binnenkomst sta ik oog in oog

met de glazen bollen van Maria B.

in een roes beginnen ze te spreken

proberen een woord te zeggen

.

hoe het blijft bij proberen

als ik een kamer verder ga

terwijl zij mij op toonhoogte

meevoert in haar beelden

.

haperend vloeiend stotterend

in proberen blijft steken

alsof er beren op de weg

gaten waarin het woord wegduikt

.

hoe het in de oren kruipt

de ruis van blijven proberen

ogen die keren en draaien

aftastend zich tot me richten

.

tussen stalen sponningen

mij volgen tot op loopafstand

buiten waar het landschap fluistert

.

(Bij TRY-ING, Song for three rooms. Installatie van glazen objecten, Maria Narnbas, Kröller-Müller Museum 2018)

.

Foto: Babs Witteman

Carl Andre

Gedichten in vreemde vormen

.

Carl Andre werd geboren in 1935 in Massachusetts in de VS waar hij de kunstacademie bezocht en zich vestigde als kunstenaar.

Vanaf de jaren ’60 ging Andre zich toeleggen op zijn bekende sculpturen gemaakt uit vaak eenvoudige, makkelijk verkrijgbare materialen. In zijn vroege werk citeerde hij naar Constantin Brancusi in grotendeels houten, verticale werken. In deze periode maakte Andre vooral grote verticale werken, die in de beginfase nog door hem werden bijgewerkt, maar die hij onder invloed van andere minimalistische kunstenaars uiteindelijk onbewerkt liet.

De verticale sculpturen waren echter niet bevredigend genoeg voor Andre, hij ging zich steeds meer toeleggen op horizontale sculpturen. Bekende werken zijn de grote metalen platen die in een gelijkzijdig vierkant op de grond zijn neergelegd. In Nederland zijn deze werken onder andere te zien in het Gemeentemuseum in Den Haag en het Kröller-Muller museum i Otterlo. In feite is het de bedoeling dat de bezoeker om, over en langs het werk kan lopen, dit wordt echter niet in elk museum evenveel gewaardeerd.

Terwijl hij  vooral bekend is om zijn beeldhouwwerk,  produceerde Carl Andre ook poëzie. Vanaf de vroege jaren 50 tot het midden van de jaren 70.  Andre’s gedichten, die werden getypt op een typemachine of met de hand geschreven, kunnen ook gelezen worden als tekeningen. Zij houden rechtstreeks verband met de kunstenaars driedimensionale werk in de zin dat ze het woord nemen als een compositorisch module, net als het typische gebruik van baksteen of metalen platen in zijn beeldende kunst. De gedichten hebben vaak historische referenties en autobiografische elementen . De, vaak schuin geschreven, gedichten  doen qua karakter en instelling denken aan een integratie van verschillende literaire vormen zoals het sonnet, opera, of de roman. Andre doneerde bijna 500 pagina’s van zijn poëzieverzameling aan de Chinati foundation. Het werk werd geïnstalleerd in een eigen gebouw, in vitrines ontworpen door de kunstenaar, in 1995.

Dit gebouw (een van de 15) is gesitueerd in de Chihuahuan woestijn in Texas en zijn zeer moeilijk te bereiken (te voet en vaak door open terrein zonder paden).

Hieronder een aantal voorbeelden van de poëzie van Carl Andre.

.

293088S02

andre 1

andre2

%d bloggers liken dit: