Site-archief

Tenslotte wint de liefde

Maarten Willems

.

Ik kreeg de bundel ‘Tenslotte wint de liefde’  cadeau. Deze bundel is geschreven door Maarten Willems, een muzikant en dichter uit Den Haag die ik reeds vele malen tegen kwam op podia in en rond de hofstad. De bundel bevat gedichten van Maarten geïllustreerd met aquarellen van Jeroen Duyn.

Poëzie van Maarten werd gepubliceerd in onder andere ‘Mens en Gevoelens’ (waar ik ook ooit lang geleden in ben gepubliceerd en feitelijk ben gedebuteerd als dichter met het gedicht ‘Strand’) en Poëzie op Pootjes, een Haags initiatief waar ik ook aan meedeed met het gedicht ‘Lijn 24’, en dat schept toch een band.

In de bundel  ‘Tenslotte wint de liefde’ staan luchtige en light verse gedichten, gedichten met een knipoog en een glimlach. Uit de bundel koos ik het gedicht ‘Ik lijk wel gek’.

.

Ik lijk wel gek

.

Ik lijk wel gek

om om kwart voor zes ’s ochtends

in kamerjas ongewassen en -gekamd

en met lege maag en koude voeten

op de bank alle mogelijke moeite te doen

jou aan het lachen te krijgen.

.

Advertentie

Vroeger

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een dubbel-gedicht over vroeger, toen alles nog goed was (schijnt). Grappig genoeg zijn de twee gedichten die ik vond en over vroeger gaan beide met een stevige knipoog. Het eerste gedicht ‘Vroeger’ is van Wim de Vries (1923 – 1994) en komt uit de bundel  ‘Van 8 tot 5’ uit 1975. Wim de Vries was arbeider, dichter en prozaïst. Daarnaast was hij redacteur van het tijdschrift WAR (Werkgroep voor Arbeidsliteratuur Rotterdam) en medewerker aan Remco Camperts tijdschrift Gedicht.

Het tweede gedicht ‘Vroeger kon het zo hard sneeuwen’ is van Willem Wilmink (1936-2003) en komt uit ‘Verzamelde liedjes en gedichten’, uit 1986. Willem Wilmink was een zeer bekend en gewaardeerd dichter, zanger en schrijver.

.

Vroeger

.

Als mijn vader het boodschappenlijstje

voor Simon de Wit invulde,

schreef hij achter elk artikel

(goed en goedkoop).

Hij is nu oud maar beschikt nog

altijd over een grenzeloze fantasie.

.

Willem Wilmink, uit Verzamelde liedjes en gedichten, uit 1986

.

Vroeger kon het zo hard sneeuwen

.

Vroeger kon het zo hard sneeuwen,

zo’n dik pak.

Dus je kon alleen je huis uit

langs het dak.

En je zag wel aan de torens

waar je was,

en dan kwam je door de schoorsteen

in je klas.

.

En dan maakte ik een sneeuwpop,

groot en wit.

En zijn tanden waren vaders

kunstgebit.

Sneeuwpop kon een liedje zingen,

lief en zacht.

Maar toen is hij weggelopen,

in de nacht.

.

Van een hele grote sneeuwhoop,

stap voor stap,

maakte ik een hele hoge,

lange trap.

Ben ik naar de maan geklommen,

tree na tree.

Kijk: een hele tas vol sterren

bracht ik mee.

.

Twee-pigrammen

Florence Tonk

.

Vorig jaar brachten uitgeverij Wereldbibliotheek en Nieuw Amsterdam een bundel uit met poëzie over het thema van de Boekenweek in een specifieke dichtvorm. Het thema dat jaar was rebellie en de dichtvorm het sonnet. Ook dit jaar koos men een thema; tweestrijd en als vorm koos men het epigram. Bovendien bevat de bundel dit jaar ook gedichten van andere dichters dan die van Nieuw Amsterdam en Wereldbibliotheek.

Het epigram heeft de volgende vaste regels: acht regels; vrije versvorm; hetzelfde slotwoord in de regels 1,3,5 en 7; metrum naar believen; de slotregel bevat de pointe. Een ander woord voor epigram is puntdicht. Het is een kort gedicht, vaak geestig. Slechts enkele gedichten uit de bundel voldoen aan deze regel. Ook de humoristische laatste zin met een rake pointe komt niet vaak voor. Wel zien we dat de gedichten acht regels tellen en dat de herhaling van het slotwoord veel is toegepast.

Omdat het thema Tweestrijd is heeft men voor de titel Twee-pigrammen gekozen, epigrammen over tweestrijd. Dichter Florence Tonk (1970) heeft zich voorbeeldig aan de regels van het epigram gehouden met haar gedicht ‘Puntdicht’ dat subtiel knipoogt naar het gedicht ‘Sotto voce’ van Vasalis.

.

Puntdicht

.

Een punt breekt af, de punt doet pijn

in zinnen aan mijn zusjes

een punt die stopt, veroorzaakt pijn

staat voor venijn en stelligheid, gelijk

is niet vrijblijvend, dat doet pijn

het stokken, afgesloten zijn

mijn tere zusjes lijden pijn

geen punt, het mag niet van mijn brein.

.

SOS

Rieneke Minderman-Grobben

.

Als er één dichter is die ik mis dan is het wel Rieneke Minderman-Grobben (1944 – 2018), de immer in het roze geklede Rotterdamse die jarenlang een vaste bezoeker en dichter was van de Ongehoord! podia die ik mede mocht organiseren. Haar vrolijkheid, haar nuchterheid en haar lach was genoeg om je dag glans te geven. Steevast noemde ze me Woutertje en zij mocht dat want ze bedoelde het altijd op een positieve en lieve manier.

Haar voordrachten waren legendarisch, haar gedichten altijd met een stevige knipoog. Zo ook het gedicht ‘SOS’ uit de bundel ‘De wereld volgens Grobben; Rotterdamse gedichten en verhalen’ die Joop van der Hor samenstelde in 2018.

.

SOS

.

Ik leed schipbreuk en spoelde aan

Het was geen prettige ervaring

Bijna was het met me gedaan

Ik stak nog een vuurpijl af

maar dat had géén effect

Doodmoe zeiknat

Maar God zij dank

Ik leefde nog

Dat had ik zojuist gecheckt!

Ik spoelde op een eiland aan

Viel in slaap

Werd wakker bij het rijzen van de zon

Maakte een plan

Hoe ik overleven kon!

Ik wilde dolgraag een vuurtje stoken

Maar mijn lucifers waren nat

M’n aansteker verloren

In mijn broekzak zat een gat!

Ik ging op verkenning uit

En keek op mijn kompas

Wilde water drinken uit m’n fles

Maar merkte dat het een wijntje was

SOS

Ik zit op 51 graden noorderbreedte

Het eiland onbewoond

De naam is Tiengemeten!

En als je me komt redden

Neem dan broodjes mee

Graag iets te roken en

Een warm koppie thee

Want…

Ik heb al 40 dagen niet gegeten

Op het eiland Tiengemeten

.

Hoge Noot

Heere Heeresma

.

In 2015 schreef ik over Heere Heeresma (1932-2011), de schrijver van licht hilarische boeken uit mijn jeugd, en over het feit dat ik erachter was gekomen dat hij ook poëzie had geschreven zoals in de bundel ‘Eens en nooit weer…’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2015/11/27/eens-en-nooit-weer/.

Wat schetst mijn verbazing, de goede man heeft nog meer poëzie geschreven. Ik ben inmiddels in het bezit van een kleinood of moet ik zeggen ‘Hoge noot’ een bundeltje dat als geschenk werd uitgegeven voor het Heeresma lezende publiek, door uitgeverij Villa in Weesp in 1984 in een oplage van 1 mln. exemplaren (wat we maar met een flinke korrel zout zullen nemen). De 10 gedichten in dit kleine bundeltje zijn een keuze uit de bibliofiele verzamelbundel ‘Eens en nooit weer..'(daar is ie weer) en zijn volgens de binnenflaptekst ‘een zorgvuldige keuze uit een klein maar fijn en wijsgerig poëzie-oeuvre van een dichter die beroemd werd als prozaïst.’

De auteur omschrijft zijn verzen als de zangen van een harp, een zingen ook bij de zaagwaardin allerlei zielenroerselen worden saamgeklankt tot tenslotte een enorme convocatie die de gevoelige, de nadenkende ook, als het ware meevoert gelijk een prop papier op de rug van een machtige bergstroom vol ineen donderende watervallen. Ook dit zullen we maar met een knipoog lezen.

En toch. De verzen in de bundel zijn origineel, lezenswaardig en getuigen van de markante en creatieve geest van de schrijver en dichter Heeresma.

.

Gang maar

.

Nou, neem mij dan. Een touw rondom me middel,

een grenslijn voor van boven en vanonder.

Want wat ik voelen kan, ach ’t is nauwelijks

bizonder.

Maar dan het denken, he, dat is en blijft een wonder!

.

Uiterst wantrouwig ben ik, voor die wereld met z’n

fiddle

van lekker toch! en neem het er maar van,

en Pakken jongens wat je pakken kan.

Na ons de zondvloed, dus wat wil je anders, dan?

.

Daarom bind ik een touw rondom mijn middel.

Men gaat zijn gang maar, ik blijf nuchter en waak.

Mijn slaap is die van de rechtvaardigen, en vaak

speel ik het pandverbeuren, doch ook steeds beter

schaak.

.

Vandaar dat touw, rondom het middel…

.

Knipoog

Elma van Haren

.

Dichter en beeldend kunstenaar Elma van Haren (1954) studeerde aan de kunstacademie in Den Bosch en vertrok daarna naar Amsterdam. Tegenwoordig woont en werkt ze in België.
Ze debuteerde in 1988 met de bundel ‘De reis naar het welkom geheten’, die werd bekroond met de C. Buddingh’-prijs voor nieuwe Nederlandse poëzie (het was de eerste keer dat deze prijs werd uitgereikt). In 1997 ontving ze de Jan Campert-prijs voor haar bundel ‘Grondstewardess’. Het gedicht ‘Het schitterende’ uit de bundel ‘Eskimoteren’ werd gekozen als een van de drie beste gedichten van 2000. Naast haar dichtwerk schreef ze voor het literaire tijdschrift  De Revisor.
Van Harens poëzie kenmerkt zich door los rijm en een eigenzinnige typografie, alsof impressies en fragmenten op willekeurige wijze met elkaar verbonden zijn. Haar poëzie vormt zich uit haar voortdurende en onbegrensde verbazing over de dagelijkse realiteit, welke worden vermengd met associaties en herinneringen, die, eenmaal op schrift gezet, weer hun eigen associaties genereren. Haar poëzie is vaak verhalend opgebouwd waardoor de vrije vorm gekozen kan worden en elk gedicht weer anders van opzet is.

Uit  haar debuutbundel ‘De reis naar het welkom geheten’ uit 1988 het gedicht ‘Knipoog’.

.

Knipoog

.

Buiten mist. Het ratelen van de wielen
verhult alle geluid hierbinnen.
Ik kan niets meer horen.
Blikken ontwijken me, naamborden ontglippen me.
Op goed geluk moet ik er straks uit.

Het is er weer, dit stollen,
na langdurig het hoofd te hoog
te hebben gedragen.
In mijn bagage,

mijn dagboek,
ontvleesd verleden, een herbarium vol bladskelet.
Ik blader.
Zo was het in een paar woorden.
Geklost als kant, wit gezouten,
dit tenminste
blijft!

De trein stopt.
Ik bezichtig een bekende touristenplaats.
Een bord zegt ‘Bezoek onze grotten!’
Ik volg de pijlen en word welkom geheten
in scherp verlichte,
haast kraakheldere catacomben,
waarin opeen gepakt is,
waarin tot aan het plafond toe
opgestapeld is.

.

                                                                                                                                                                                          Foto: Astrid Dewaele

Luchtfiets

Versvormen

.

Nu de tien genomineerden voor de Willem Wilmink Dichtwedstrijd bekend zijn wilde ik stil staan bij het light verse genre, de wat luchtiger, wat meer humoristische poëzie met een knipoog. Een mooi voorbeeld van dit soort poëzie is de Luchtfiets. De luchtfiets is bedacht door Frits Criens in 2015.  DeLuchtfiets is een versvorm waarbij de dichter opzettelijk fouten maakt tegen de vervoeging van niet scheidbare, schijnbaar samengestelde werkwoorden en schijnwerkwoorden. Voorbeelden van dit soort werkwoorden zijn luchtfietsen, samenrapen, nachtbraken, speculeren etc.

Het vermeende werkwoordelijke deel is een bestaand werkwoord. Het vermeende niet werkwoordelijke deel is niet per se aan een woordsoort gebonden, al is het meestal een naamwoord.
Bij vervoeging mogen deze werkwoorden niet worden gescheiden, vandaar de term niet scheidbare schijnbaar samengestelde werkwoorden. Wanneer je deze werkwoorden toch scheidt,dan levert dat een ongrammaticale constructie op. Doe je dat structureel en bewust in een nonsensvers, dan is er sprake van een Luchtfiets. Voorwaarde is wel dat de helft van het aantal versregels tennminste één fout bevat tegen de onscheidbaarheid van niet scheidbare schijnbaar samengestelde werkwoorden en schijnwerkwoorden.
.
Een mooi voorbeeld van de bedenker zelf:
.
Luchtfiets
.
Ik fiets geen lucht en bak geen sla
En bol geen knik
Ik jou geen jij en veer geen la
Ik lak geen lui en klak geen klik
En lier geen tier
Ik vecht geen bek en tak geen tik
Ik scheer geen gek en fluit geen flier
En bal geen voet
Ik slijp geen straat en waai geen pier
Met taal toch ben ik beregoed:
Ik haspel onvolprezen stoet
.
.
Foto: zon123

Alles is ijdelheid maar dat geeft niet

Nieuwe bundel van Pieter Drift

.

Kunstenaar en dichter Pieter Drift heeft een nieuw bundeltje gedichten doen laten verschijnen. De titel: ‘Alles is ijdelheid maar dat geeft niet’. En zo is het maar net. Tien gedichten in een prachtig vormgegeven bundeltje. Het colofon meldt: ‘De tekst van deze bundel is met de hand gezet uit de Lectura en De Roos (Naar de ontwerper van de letter Sjoerd de Roos) door Dick Ronner. De hoogdrukets op het omslag is vervaardigd door de dichter. De oplage van 66 exemplaren werd op een Korrex proefpers gedrukt.’

Uit alles blijkt dat Pieter zich met deze uitgave heeft bemoeit, de bundel is in feite een klein kunstwerkje. Het papier, de druk, het feit dat de bundel is ingenaaid, de nummering van elk deel (ik heb nummer 2 van 66), de ondertekening, het is een feest om het boekje te voelen en te bekijken. Uit alles blijkt met hoeveel liefde en aandacht dit bundeltje is uitgegeven.

Dan de inhoud. Met ironie en een knipoog dicht Pieter korte puntige gedichten. Maar ook serieuze onderwerpen schuwt hij niet zoals in het gedicht ‘Als ik dood’ met de beginzinnen ‘Als ik dood ben wil ik / nog een beetje nagalmen’. In het hart van dit bundeltje staat het gedicht ‘Spiegel’ waar ik me wel wat in herken (Pieter is een paar jaar jonger dan ik) en waar de titel van de bundel uit is genomen. Een bundel voor de liefhebber van mooie boekjes en poëzie. Ik ben blij dat ik een exemplaar heb.

.

Spiegel

.

Ogen worden nooit ouder

kijken gulzig om zich heen

maar in de spiegel

valt het zwaar

.

Graag zien ze het lijf

strak getekend

.

niet deze omtrek

De ontkenning

van een Spartaans bestaan

.

Zou het lukken om mezelf

weer in vorm te gunnen?

.

Alles is ijdelheid

maar dat geeft niet

.

ijdelheid

%d bloggers liken dit: