Site-archief

Ik hou van mij

Harrie Jekkers

.

Toen in 1982 de (toen nog) LP van het Klein Orkest ‘Het leed versierd’ uit kwam en mijn eerste kennismaking met Harrie Jekkers een feit was, was ik al zeer onder de indruk van de teksten en taal van Haagse Harrie. Samen met Koos Meinders die daarna heel succesvol werd met het schrijven van jeugdboeken, was hij verantwoordelijk voor een klassieker uit de Nederlandstalige popmuziek namelijk ‘Laat mij maar alleen’. Harrie Jekkers werd vervolgens bekend door zijn romans, cabaretprogramma’s en musicals. De meeste mensen zullen hem kennen van de singles ‘Koos Werkeloos’, ‘Oh, oh Den Haag’ en ‘Over de muur’ of van de CD’s met kinderliedjes die hij ook maakte.

Er is dus een hele ruime keuze van liedjes en teksten waar ik uit kon putten toen ik bedacht dat ik iets van Jekkers wilde plaatsen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een wat minder bekend lied van de CD ‘Mijn Ikken’ uit 1997 getiteld ‘Ik hou van mij’ omdat in dit lied heel mooi de vrolijke en humoristische kant van Harrie Jekkers wordt vermengd met zijn serieuzere kant.

.

Ik hou van mij

.

Ik hou van mij hoor je nooit zingen
Ik hou van mij wordt nooit gezegd
Maar ik hou van mij ga ik toch zingen
Want ik hou van mij, van mij alleen en ik meen het echt.

Ik hou van mij, want ik ben te vertrouwen
Ik hou van mij, van mij kan ik op aan
Ik hou van mij, op mij kan ik tenminste bouwen
Ik hou van mij en ik laat mij nooit meer gaan.

Ik blijf bij mij en niet voor even
Ik blijf bij mij voor eeuwig en altijd
Ben zelfs bereid mijn leven voor mezelf te geven
Ik blijf bij mij totdat de dood mij scheidt.

Ik hou van jou zeg ik soms ook wel
Ik hou van jou, schat en ik meen het echt
Maar ‘ik hou van jou’ zeg ik alleen maar voor de spiegel
Zo komt ‘ik hou van jou’ weer bij mezelf terecht.

Ik hou van mij, van mij, van mij en van geen ander
Want ik ben verreweg de leukste die ik ken.
Ik hoef mezelf zo nodig ook voor mij niet te veranderen
Ik blijf bij mij mezelf, gewoon zoals ik ben.

Want ik hou van jou betekent meestal
Schat hier heb je mijn problemen, los maar op;
Leef in een hel en verwacht van jou de hemel.
Je geeft de hel weg, dank je wel zeg, rot lekker op.

Want houwen van een ander
Dat heb jij alleen maar nodig
Omdat je niet genoeg kan houden van jezelf.
Hou van jou joh, maak de ander overbodig.
Ware liefde, geloof me, begint altijd bij jezelf.

Want ik hou van jou is niet de sleutel tot de ander
Maar: ik hou van mij, al klinkt het bot en slecht.
Want wie van zichzelf houdt,
Die geeft pas echt iets kostbaars
Als-ie ik hou van je tegen een ander zegt.

.

Advertenties

La Belle Dame sans Merci

John Keats

.

In 1819 schreef de Engelse dichter John Keats de ballade ‘La Belle Dame sans Merci’. Hij gebruikte de titel van een veel oudere ballade uit ongeveer 1424 van de Franse dichter Alain Chartier getiteld ‘La Belle Dame sans Mercy’. Hoewel de titels dus vrijwel hetzelfde zijn is de inhoud van de beide gedichten volledig verschillend.

Het gedicht wordt beschouwd als een Engelse klassieker, stereotiep voor andere werken van Keats (1795 – 1821). Het vermijdt de eenvoud van de interpretatie ondanks de eenvoud van de structuur. Hoewel eenvoudig van structuur (slechts twaalf korte stanzas, van slechts vier regels elk, met een simpel ABCB rijmschema) , zit het gedicht toch vol raadsels en is het onderwerp van talrijke interpretaties geweest.

Keats maakt gebruik van een stanza van drie jambische tetrameters met de vierde dimetrische lijnen, waardoor de stanza een zelfstandige eenheid lijkt en waardoor de ballad een doelbewuste en langzame beweging heeft die aangenaam is om naar te luisteren. Keats maakt gebruik van een aantal van de stijlkenmerken van de ballad, zoals de eenvoud van de taal, herhaling en afwezigheid van details. Keats’s ‘zuinige’ manier om een ​​verhaal te vertellen in “La Belle Dame sans Merci” is het tegenovergestelde van zijn overdreven manier waarop hij bijvoorbeeld in ‘The Eve of St. Agnes’  schrijft.  Een deel van de fascinatie die door het gedicht wordt uitgeoefend komt voort uit het gebruik  van het understatement door Keats.

.

La Belle Dame sans Merci

.

O what can ail thee, knight-at-arms,
Alone and palely loitering?
The sedge has withered from the lake,
And no birds sing.

O what can ail thee, knight-at-arms,
So haggard and so woe-begone?
The squirrel’s granary is full,
And the harvest’s done.

I see a lily on thy brow,
With anguish moist and fever-dew,
And on thy cheeks a fading rose
Fast withereth too.

I met a lady in the meads,
Full beautiful, a fairy’s child;
Her hair was long, her foot was light,
And her eyes were wild.

I made a garland for her head,
And bracelets too, and fragrant zone;
She looked at me as she did love,
And made sweet moan

I set her on my pacing steed,
And nothing else saw all day long,
For sidelong would she bend, and sing
A faery’s song.

She found me roots of relish sweet,
And honey wild, and manna-dew,
And sure in language strange she said—
‘I love thee true’.

She took me to her Elfin grot,
And there she wept and sighed full sore,
And there I shut her wild, wild eyes
With kisses four.

And there she lullèd me asleep,
And there I dreamed—Ah! woe betide!—
The latest dream I ever dreamt
On the cold hill side.

I saw pale kings and princes too,
Pale warriors, death-pale were they all;
They cried—‘La Belle Dame sans Merci
Hath thee in thrall!’

I saw their starved lips in the gloam,
With horrid warning gapèd wide,
And I awoke and found me here,
On the cold hill’s side.

And this is why I sojourn here,
Alone and palely loitering,
Though the sedge is withered from the lake,
And no birds sing.

.

  John William Waterhouse (1893)

Lang of kort

Rutger Kopland

.

Tegenwoordig lees ik steeds vaker gedichtenbundels met lange gedichten, verhalende, bijna proza gedichten. Nu lees ik alle poëzie met veel plezier en interesse maar het deed bij mij wel de vraag opkomen wat ik nu prefereer; lange gedichten of juist korte gedichten.

Gelukkig hoef ik niet te kiezen want er zijn lange gedichten waar ik erg van hou en andere, juist weer heel korte gedichten kan ik ook zeer waarderen. In zijn bundel ‘Alles op de fiets’ uit 1970 publiceerde Rutger Kopland vele veelal korte gedichten. De bekendste natuurlijk ‘Jonge sla’.

Omdat de gedichten in deze bundel kort zijn zal ik er twee met jullie delen. ‘Jonge sla’ (ik kwam erachter dat ik daar nog niet over geschreven had en het is een klassieker wat mij betreft) en ‘Een moeder’ omdat dit gedicht je zo heerlijk op het verkeerde been zet.

.

Jonge sla

Alles kan ik verdragen,
het verdorren van bonen,
stervende bloemen, het hoekje
aardappelen, kan ik met droge ogen
zien rooien, daar ben ik
werkelijk hard in.

Maar jonge sla in september,
net geplant, slap nog,
in vochtige bedjes, nee.

.

 

Een moeder

 

loopt langzaam naar haar kind om

het niet te laten schrikken,

pakt het voorzichtig op om

het niet te beschadigen,

slaat dan keihard.

.

%d bloggers liken dit: