Site-archief

Pornografica

Om wat er nog komen moet

.

In 2008 verscheen bij uitgeverij Prometheus de bundel ‘Om wat er nog komen moet’ van Hafid Bouazza met als ondertitel ‘Pornografica’. Dat deze bundel er kwam was zeker geen vanzelfsprekendheid. Bouazza schrijft in zijn voorwoord: “Er is niets schadelijks of schaamtevols aan seks en porno, maar bepaalde instanties die wij benaderden voor de financiering van dit boek durfden hun vingers er niet aan te branden.” Dat de gedichten ook nog eens van Arabische dichters zijn, deed bij diezelfde mensen ook nog eens de angst rijzen dat moslims er wel eens aanstoot aan zouden kunnen nemen.

Hafid Bouazza liet zich er niet door weerhouden en vond bij Prometheus de uitgeverij die de bundel wel wilde uitgeven. De bundel is geen pamflet, schrijft Bouazza opnieuw in het voorwoord maar een zoeternij voor literaire zoetekauwen. De illustratie op de voorkant van de bundel is gemaakt door Dick Matena.

De gedichten zijn voor het grootste deel van dichters uit de 8e en 9e eeuw waarbij vooral de dichter Abū-Nuwās een groot deel voor zijn rekening neemt. Bij de bundel zit ook een CD waarop 19 gedichten te horen zijn, vertaald door Bouazza en ingesproken door Katja Schuurman waarbij een groot deel van de gedichten van de dichter Ibn al-Mu’tazz zijn.

Uit de bundel koos ik voor het gedicht zonder titel van de dichter Abū-Nuwās (ca. 750 – 810). Deze zoon van een Perzische moeder wordt gerekend tot de grootste klassieke Arabische en Perzische dichters. Hij was een meester in alle standaard genres van Arabische poëzie. In de verhalen van Duizend-en-één-nacht is hij de metgezel van kalief Haroen ar-Rashid. Zijn vrijheid van meningsuiting, vooral over onderwerpen die door islamitische normen werden verboden, heeft ertoe geleid dat veel van zijn werk later in gecensureerde vorm werd uitgegeven.

.

Een kus van jou is als neuken met iemand anders

En zo zijn zij in vergelijking voor mij evenveel waard

Als ik een bevallig gezicht wil

Dan is mijn geluk dat ik in dat gezicht jou zie

De mensen zijn geschapen om elkaar dingen aan te fluisteren

Onder het juk van tradities maar jij bent zoals je geneukt wordt

Bij mijn vader – wat ben je weergaloos en innemend!

Schone gezichten worden overtroffen door de schoonheid van je rug

.

Aleksander Jerjomenko

Russisch dichter

.

Aleksander Jerjomenko  (1950) werd geboren in de Altaj (een deelrepubliek van Rusland, grenzend aan China, Mongolië en Kazachstan, ook wel het Tibet van Rusland genoemd). Voordat hij ging studeren aan een literatuurinstituut werkte hij als matroos op een vissersschip.

De poëzie van Jerjomenko is typisch postmodernistisch. satire, parodie en veel citaten uit andermans werk waaronder dat van klassieke dichters. Hij behoort tot de ‘metametaforisten’

.

Heer, wijs mij naar de bioscoop de weg,

en geef mij dan frambozenjam te eten.

Al wat wij denken is allang gezegd;

wij kunnen slechts herhalen wat wij weten.

.

Zoals een dichter, door zijn tijd vergeten,

een zei toen hij een kaartje had gelegd:

naar delingregels worden wij gespleten,

dus ruk mijn tong maar uit – het geeft niet echt!

.

De regen zal over de hele breedte

van je gedichten voor je exegeten

accenten zetten. ’t Weer is buiten slecht.

.

Hier wordt elk gen voor wat genie wil heten

steeds aan het aantal botsingen gemeten.

Ook dat was lang gelden al gezegd.

.

altaj1

 

Met dank aan Spiegel van de Russische poëzie
%d bloggers liken dit: