Site-archief

Klaaglied

Stevie Smith

.

Lezend in de bundel ‘Vrienden zonder grenzen’ liedteksten & gedichten over vriendschap, uit 1993, samengesteld door Henk van Zuiden en Emanuel Overbeeke, stuitte ik op een gedicht van Stevie Smith. De Engelse dichter en schrijfster Stevie Smith (1902-1971) ken ik sinds ik Joris Lenstra het prachtige gedicht Not Waving But Drowning bij een podium van Ongehoord! hoorde voordragen.

In dit geval betrof het haar gedicht ‘Klaaglied’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Collected Poems of Stevie Smith’ in 1972 maar in vertaling werd opgenomen in de bundel Spiegel van de Engelse poëzie uit de gehele wereld deel twee: dichters van de twintigste eeuw’. Ik bleef bij dit gedicht hangen door de naam van Stevie Smith maar ook zeker door de titel. We leven in een tijd waarin er veel, heel veel geklaagd wordt. Terecht of onterecht, daar wil ik van wegblijven maar geklaagd wordt er. In het gedicht ‘Klaaglied’ beschrijft Smith een berusting die haar van haar angsten weghoudt. Die positieve boodschap lijkt me een goed advies in moeilijke tijden.

.

Klaaglied

.

Door een vriend van een vriend proef ik vriendschap,

door een vriend van een vriend liefde,

geestelijk in verwarring,

heb ik jarenlang gevochten,

maar nu weet ik dat ik vriendschap

nooit dichter zal naderen

dan een vriend van een vriend,

liefde nooit dichter dan de liefde van een vriend.

.

De donkere nacht in

ga ik berustend,

ik ben niet bang voor de donkere nacht

als de vrienden die ik niet ken,

ik ben niet zo bevreesd voor de nacht hierboven

als voor de vrienden hier beneden.

.

 

Creatief met poëzie

Bossy Betty

.

Op haar website http://www.bossybetty.com/ schrijft Betty op 3 januari 2014 over een creatief idee voor een nieuwjaarsfeest. Ze wilde al haar gasten iets meegeven ter herinnering. In eerste instantie dacht ze aan het vullen van potten met spreuken (waarvan je er dan elke dag of wanneer gewenst 1 uit kan nemen) maar uiteindelijk koos ze voor poëziepotten. Deze glazen potten (een soort voorraadpotten) die ze poetryjars noemt, zijn gevuld met gedichten. Ze koos allerlei gedichten die ze mooi vond en printe deze op gekleurd papier.

Sommige gedichten leende zich voor een bijzondere vorm, zo stopte ze het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ (klaaglied voor de geschreven brief) in een envelop en vouwde ze het gedicht ‘This paper Boat’ in een bootje. Op de buitenkant kwam een sticker met ‘Read as needed’ of haal er een gedicht uit wanneer je er een nodig hebt. Een bijzonder aardig idee om creatief met poëzie bezig te zijn ook als je geen dichter bent. Als je er even over nadenkt dan zijn er genoeg voorbeelden te bedenken voor deze vorm van creatief zijn met poëzie. Denk aan ‘Een zakdoek in de oceaan’ van Harry scholten (op een zakdoek geschreven), ‘Slakkehuis’ van Gerrit Komrij (in de vorm van een slak),  ‘Papieren vliegtuig’ van Marije Geerts (op een gevouwen vliegtuigje) of dichter bij huis, mijn gedicht ‘Mae West Sofa’ in de vorm van twee rode lippen.

Uiteraard ben ik op zoek gegaan naar het gedicht ‘Elegy for the Written Letter’ maar zonder succes. Wel kwam ik het gedicht ‘Elegy for the Personal Letter’ (Klaaglied voor de persoonlijke brief) tegen van Allison Joseph, uit ‘My Father’s Kites’, die had ook zomaar in een poëziepot terecht kunnen komen.

.

Elegy for the Personal Letter

.

I miss the rumpled corners of correspondence,
the ink blots and crossouts that show
someone lives on the other end, a person
whose hands make errors, leave traces.
I miss fine stationary, its raised elegant
lettering prominent on creamy shades of ivory
or pearl grey. I even miss hasty notes
dashed off on notebook paper, edges
ragged as their scribbled messages—
can’t much write now—thinking of you.
When letters come now, they are formatted
by some distant computer, addressed
to Occupant or To the family living at
meager greetings at best,
salutations made by committee.
Among the glossy catalogs
and one time only offers
the bills and invoices,
letters arrive so rarely now that I drop
all other mail to the floor when
an envelope arrives and the handwriting
is actual handwriting, the return address
somewhere I can locate on any map.
So seldom is it that letters come
That I stop everything else
to identify the scrawl that has come this far—
the twist and the whirl of the letters,
the loops of the numerals. I open
those envelopes first, forgetting
the claim of any other mail,
hoping for news I could not read
in any other way but this.

.

%d bloggers liken dit: