Site-archief

Zomerwind

Jo Kalmijn-Spierenburg

.

Uit de heerlijke serie (al is het maar door de titel) ‘Met een boekske in een hoekske’ uit de Libellen serie, heb ik rond Oud en Nieuw in Groningen weer twee nieuwe deeltjes gekocht. Een van deze twee is het bundeltje ‘Zomerwind’ van Jo Kalmijn-Spierenburg (deel 377). Na enig speurwerk kwam ik erachter dat deze bundel in 1939 werd uitgegeven (het bundeltje zelf geeft geen uitsluitsel). Jo Kalmijn-Spierenburg (1905 – 1991) was schrijfster van gedichten, romans en kinderboeken. Voor wie meer wil weten over leven en werken van Jo Klamijn-Spierenburg verwijs ik graag naar de beschrijving van har werk op https://www.dbnl.org/tekst/_nie002193901_01/_nie002193901_01_0219.php

Uit dit leuke vierkant uitgegeven bundeltje (alle Libellen reeks deeltje zijn vierkant van vorm), het gedicht ‘Het is geen lente nog’.

.

Het is geen lente nog

.

Maar een vermoeden, onuitspreek’lijk teeder,

van komend bloesemen vlaagt aan.

Men weet niet hoe of waar vandaan.

.

De lucht is grijs gelijk een duivenveder,

een glanzend grijs. en er begint

iets luws te zwellen in den wind.

.

Er is een and’re klank in ’t vogelfluiten,

een dieper en een voller slag

in ieder lied op dezen dag.

.

Er is een mildheid, een zich zacht ontsluiten

voor al wat zuiver is en goed.

Een nieuw geloof en nieuwe moed…..

.

Advertenties

Als kind moest ik een walvis eten

Wiel Kusters

.

Pasgeleden liep ik lang de universiteitsbibliotheek in Maastricht en ik werd daar gewezen op een gedicht van Wiel Kusters dat daar op een zijmuur was aangebracht. Naast het fietsenhok zodat alle studenten het regelmatig tegen komen. Ik heb gelijk even gecheckt of het al op https://straatpoezie.nl stond en dat was al het geval (wat ik al dacht maar je weet het nooit zeker).

Wiel Kusters (1947) is dichter en was hoogleraar letterkunde aan de universiteit van Maastricht. Kusters is naast dichter ook schrijver van proza, brieven, theaterstukken, kinderboeken en hij heeft verschillende vertalingen op zijn naam staan. Naast landelijke bekendheid als dichter was en is hij vooral actief in Limburg onder meer als  voorzitter van de Zuidelijke Afdeling van het letterkundig-historisch genootschap de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

De foto is van de muur bij de universiteitsbibliotheek, het gedicht komt uit de bundel ‘Als kind moest ik een walvis eten’ uit 2002.

.

Dubbelganger

.

Het is zomer en ik lig
met andere jongens in het gras
op mijn buik zodat ik ruik
hoe vroeger alles anders was
of moet ik zeggen dat ik rook
hoe later alles eender wordt?

er is een meisje bij dat zit
met bruine benen in het gras
zij lacht beweegt zodat iets wits
soms even zichtbaar wordt
of moet ik zeggen dat het zwart
voor ogen mijn verlangen was?

het gras staat vol met klavertjes
het gras ruikt naar geluk
zolang het niet gemaaid was
want dan rook het naar geruk
of moet ik zeggen dat de geur
weemoedig en opstandig is?

ik was er nu ik ben er toen
er is geen prikkeldraad geen heg
een open veldje veertien jaar
het gras staat hoog je ziet me niet
of moet ik zeggen dat ik lieg
dat ik me met mezelf bedrieg?

.

Ik hou van mij

Harrie Jekkers

.

Toen in 1982 de (toen nog) LP van het Klein Orkest ‘Het leed versierd’ uit kwam en mijn eerste kennismaking met Harrie Jekkers een feit was, was ik al zeer onder de indruk van de teksten en taal van Haagse Harrie. Samen met Koos Meinders die daarna heel succesvol werd met het schrijven van jeugdboeken, was hij verantwoordelijk voor een klassieker uit de Nederlandstalige popmuziek namelijk ‘Laat mij maar alleen’. Harrie Jekkers werd vervolgens bekend door zijn romans, cabaretprogramma’s en musicals. De meeste mensen zullen hem kennen van de singles ‘Koos Werkeloos’, ‘Oh, oh Den Haag’ en ‘Over de muur’ of van de CD’s met kinderliedjes die hij ook maakte.

Er is dus een hele ruime keuze van liedjes en teksten waar ik uit kon putten toen ik bedacht dat ik iets van Jekkers wilde plaatsen. Uiteindelijk heb ik gekozen voor een wat minder bekend lied van de CD ‘Mijn Ikken’ uit 1997 getiteld ‘Ik hou van mij’ omdat in dit lied heel mooi de vrolijke en humoristische kant van Harrie Jekkers wordt vermengd met zijn serieuzere kant.

.

Ik hou van mij

.

Ik hou van mij hoor je nooit zingen
Ik hou van mij wordt nooit gezegd
Maar ik hou van mij ga ik toch zingen
Want ik hou van mij, van mij alleen en ik meen het echt.

Ik hou van mij, want ik ben te vertrouwen
Ik hou van mij, van mij kan ik op aan
Ik hou van mij, op mij kan ik tenminste bouwen
Ik hou van mij en ik laat mij nooit meer gaan.

Ik blijf bij mij en niet voor even
Ik blijf bij mij voor eeuwig en altijd
Ben zelfs bereid mijn leven voor mezelf te geven
Ik blijf bij mij totdat de dood mij scheidt.

Ik hou van jou zeg ik soms ook wel
Ik hou van jou, schat en ik meen het echt
Maar ‘ik hou van jou’ zeg ik alleen maar voor de spiegel
Zo komt ‘ik hou van jou’ weer bij mezelf terecht.

Ik hou van mij, van mij, van mij en van geen ander
Want ik ben verreweg de leukste die ik ken.
Ik hoef mezelf zo nodig ook voor mij niet te veranderen
Ik blijf bij mij mezelf, gewoon zoals ik ben.

Want ik hou van jou betekent meestal
Schat hier heb je mijn problemen, los maar op;
Leef in een hel en verwacht van jou de hemel.
Je geeft de hel weg, dank je wel zeg, rot lekker op.

Want houwen van een ander
Dat heb jij alleen maar nodig
Omdat je niet genoeg kan houden van jezelf.
Hou van jou joh, maak de ander overbodig.
Ware liefde, geloof me, begint altijd bij jezelf.

Want ik hou van jou is niet de sleutel tot de ander
Maar: ik hou van mij, al klinkt het bot en slecht.
Want wie van zichzelf houdt,
Die geeft pas echt iets kostbaars
Als-ie ik hou van je tegen een ander zegt.

.

Nog eens een liefdesgedicht

Ed Leeflang

.

Het is alweer even geleden dat ik een liefdesgedicht plaatste. Daarom vandaag het titelloze gedicht van Ed Leeflang uit zijn bundel ‘Op Pennewips plek’ uit 1982. Ed Leeflang ( 1929 – 2008) was enkele jaren actief als journalist, studeerde Nederlands en gaf  les in Zeeland en in Amsterdam. Als leraar besteedde hij veel aandacht aan het poëzieonderricht.
Hij begon met het schrijven van liedjesteksten en vertaalde  kinderboeken uit het Engels.
Al schreef hij al heel lang poëzie, vanaf zijn vijtiende, toch publiceerde hij pas op zijn vijftigste gedichten. Dieren en de natuur in het algemeen, vooral die van het voormalige Zeeuwse eiland Schouwen-Duiveland, spelen een belangrijke rol in zijn poëzie. Ook zijn ervaring als leraar vinden we terug in zijn gedichten zoals ook onderstaand voorbeeld.

.

Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig.

Ze haalt haar wijsheid uit een land

waar vuilnisbakken zijn beverfd met bloemen;

’s zomers zeilt zij op haar houten ledikant.

Haar lach vliegt zeer omslachtig

als een fazant bijvoorbeeld door het lokaal,

zo kleurig ook; zij houdt van allemaal

en niemand is alleen gelaten.

Zij kan niet haten.

Op het bord zij waaren en hij hete;

ze is er voor het zijn, niet voor het weten,

naar kennis heeft ze nooit gedorst.

Ze is zo groot, zo warm, zo zonnig;

ze geeft straks heel de klas de borst.

.

 

Weekoverzicht

Joke van Leeuwen

.

De schrijfster, dichter, illustrator en cabaretier Joke van Leeuwen (1952) studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en de Hogeschool Sint-Lukas Brussel in Schaarbeek, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.

Ze is vooral bekend van haar kinderboeken, won het Camerettenfestival, ze deed theatervoorstellingen en Ze wordt al enige jaren genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award. Voor volwassenen schrijft ze in 2008 ‘ Alles nieuw’ een geïllustreerde roman; maar ook gedichtenbundels zoals ‘De tjilpmachine’ (1990), ‘Wuif de mussen uit’ (2006). Verzameld werk,  ‘Fladderen voor de vloed’ ( 2007), ‘Hoe is’t ‘ (2010) en ‘Half in de zee’ (2012). Van 2008 tot 2010 was ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit de bundel Fladderen voor de vloed’ het gedicht ‘Weekoverzicht’.

.

Weekoverzicht

Na de autoloze zondag
kwam gehevenhoofden maandag
het herhalingshuppelen
van jottem en allez.

En de zogezonde dinsdag,
alleman de ramen open,
zingend van de vitamines
en de jodium aan zee.

En de levendelen woensdag,
alleman de deuren open,
roepend over jicht en jachtig
en theïne in de thee.

En de donderdag en vrijdag
mocht naar eigen inzicht blijven,
werd gebotst, gemoord, gemopperd
en het stonk op zaterdag.

.

Vijfendertig tranen

Ida Vos

.

Ida Vos (1931-2006) begon met schrijven in 1975. Ze publiceerde in dat jaar de gedichtenbundel ‘Vijfendertig tranen’ na jaren van zwijgen. De vijfendertig tranen verwijzen naar vijfendertig joodse kinderen die met elkaar in één klas hebben gezeten. Slechts vier van hen overleefden de oorlog en één van die vier kinderen was Ida Vos. Hierna volgde nog de bundel ‘Schiereiland’ (1979) en ‘Miniaturen’ (1980). Na deze poëzie voor volwassenen heeft ze zich toegelegd op het schrijven van kinderboeken.
De bundel ‘Vijfendertig tranen’ was lang niet verkrijgbaar. Het exemplaar dat ik bezit is een 6e druk uit 1983. Het Herinneringscentrum Kamp Westerbork heeft  een nieuwe en bijzondere uitgave gemaakt: een lees- en luisterboek.Kort voor haar dood werden de gedichten door Ida Vos zelf ingesproken.

In de bundel  geeft Ida Vos op ingetogen wijze een beklemmend beeld van het drama van de jodenvervolging. Dit doet zij in korte gedichten van soms maar een paar regels. In alle gedichten is het grote drama van de oorlog en de vernietigingskampen heel voelbaar en duidelijk aanwezig.

Ik wil hier twee gedichten uit deze bundel plaatsen. Het eerste  gedicht ‘aardrijkskunde’  doet bij veel mensen wel een belletje rinkelen al weet men vaak niet wie dit gedicht heeft geschreven (zo was het bij mij ook, ik herkende het gedicht toen ik het las maar had geen idee dat het uit deze bundel van Ida Vos kwam). Het tweede gedicht ‘naar buiten’  vind ik als gedicht gewoon heel erg mooi.

.

aardrijkskunde

.

zij had een onvoldoende

voor aardrijkskunde

die laatste dag

maar wist een week later

precies waar Treblinka lag

.

héél even maar

 

.

naar buiten

.

ze wil nu buiten spelen

gaan lopen in een bos,

rennen door sneeuw en regen

ze laten haar niet los

.

ze is er wel,

ze is er niet,

ze mag er niet meer zijn

.

de letters in haar sprookjesboek

staan niet meer op één lijn

.

ivos

vt

 

Emily Dickinson

In vertaling

.

In 1991 verscheen de bundel ‘Emily Dickinson Gedichten’ in vertaling van Louise van Santen bij de Prom. Dickinson ( 1830 – 1886) is één van de meest intrigerende dichters in de westerse literatuur. Ze schreef 1775 gedichten tijdens haar leven. Na haar dertigste trok ze zich als dichter terug en slechts bij hoge uitzondering ontving zij gasten. Ondanks dat was dit een zeer creatieve tijd.

Ze wordt tot de grootste Amerikaanse dichters gerekend. Samen met Walt Whitman luidde zij een nieuw tijdperk in de Amerikaanse literatuur in, het zogenaamde Modernisme.

Louise van Santen heeft meer dan tien jaar het leven van Dickinson bestudeerd. Vanuit de kennis die ze in die tijd heeft opgedaan heeft ze een bundel vertalingen gemaakt uitgaande van de opdracht van Emily Dickinson:

 

Dit is mijn schrijven aan de wereld

die nimmer schreef aan mij –

een tijding door natuur verteld

met tedere majesteit

 

Louise van Santen heeft zelf meerdere dichtbundels geschreven maar ook een roman en kinderboeken. Uit de vele gedichten uit deze bundel, waarvan vele bestaan uit twee strofen van vier regels, heb ik gekozen voor het volgende titelloze gedicht.

.

The Mountain sat upon the Plain

In this tremendous Chair –

His observation omnifold,

His inquest, everywhere –

.

The Seasons played around his knees

Like Children round a sire –

Grandfather  of the Days is He

Of Dawn, the Ancestor –

.

.

De Berg op zijn enorme Stoel

zat breeduit in het Dal –

Zijn blik is alomvattend wijd,

Zijn vonnis, overal –

.

Seizoenen speelden rond zijn knie

als Kinderen rond gezag –

Voorvader van de Morgenstond

Grootvader van de Dag –

.

woman-of-inspiration-emily-dickinson1

Gedicht op een kas

Jos Vandebergh

.

Van Jos Vandebergh kreeg ik via de mail deze foto toegestuurd. Dit gedicht (of deel van het gedicht) van Geert de Kockere staat geschreven op de ruit van een kas van de Kinderboerderij van Kiewit bij Hasselt in België.

Geert de Kockere (1962) is een Vlaams schrijver van vooral kinderboeken. Maar hij schreef ook verschillende poëziebundels. Hij kreeg verschillende literaire prijzen voor zijn kinderboeken  en in 1995 kreeg hij de Prijs Letterkunde van de Vlaamse Provincies voor kinderliteratuur voor zijn poëziebundel ‘Een fruitje van zilver’. Geert werkte ook mee aan de Vlaamse ‘Man bijt hond’ en ‘Woestijnvis’.

.

gedicht op kas

geertdekockere

Regenboog

Hiroshi Kawasaki

.

Kawasaki (1930-2004) was kort na de oorlog bouwvakker, klusjesman en kantoorbediende. Vanaf 1951 verschijnen gedichten  van zijn hand in tijdschriften. Hij was één van de oprichters van het literaire tijdschrift Kai (1953). Hij debuteerde met zijn bundel ‘Hakucho’ (Zwaan) in 1955 en schreef daarna vele dichtbundels, luisterteksten, kinderboeken en essays. In 1980 nam hij deel aan Poetry International en in de bundel ‘Honderd dichters uit vijftien jaar Poetry International 1970 – 1985’ zijn twee gedichten van hem opgenomen in vertaling van Noriko en Pim de Vroomen. Hier het gedicht ‘Regenboog’.

.

Regenboog

.

Verstrooid stond ik stil in het gras.

‘Jullie twee daar, gaan jullie trouwen?

hoorde ik zeggen.

Ik antwoordde: ‘Ja!’

‘Welnu, als dat het geval is’ – met die woorden

verscheen er een prachtige regenboog.

.

Kawasaki

Regenboog

 

%d bloggers liken dit: