Site-archief

Waka

Japanse versvorm

.

De Waka (letterlijk: Japans gedicht) of Yamato uta is een genre van klassieke Japanse dichtkunst, en een van de hoofdgenres van de Japanse literatuur. De term ontstond tijdens de Naraperiode, en werd gebruikt om Japanstalige gedichten te onderscheiden van Kanshi (gedichten geschreven in het Chinees door Japanse dichters) en renga (kettinggedicht, gewoonlijk geschreven in samenwerking tussen verschillende dichters). Traditioneel heeft Waka over het algemeen geen concept van rijm of een vaste structuur.

In het ‘omstreden’ boek ‘Bloemen van het kwaad’ staat over Keizer Hirohito een aardig stuk met betrekking tot deze vorm van dichtkunst. Elk jaar tijdens de jaarlijkse Keizerlijke Dichtwedstrijd, de Utakai Hajime, die wordt georganiseerd in het Keizerlijk paleis, zendt de keizer van Japan ook zelf een gedicht in.Dit gedicht wordt door iemand anders dan de keizer zelf voorgelezen. In de waka’s van de keizer, die meestal natuurbeschrijvingen of onschuldige observaties bevatten zit echter altijd een dubbele laag, waarin de keizer echt zegt wat ie vindt.

De grootvader van Hirohito, keizer Meiji schreef bijvoorbeeld deze Waka:

.

‘De zee omringt de wereld, overal zijn wij broeders

Waarom gaan de wind en de golven dan zo wild tekeer?’

.

Keizer Meiji verwijst in deze Waka ‘acht koorden aan de kroon, één dak’ naar zijn streven om alle hoeken van de wereld onder Japanse hegemonie te brengen. Meiji was ook helemaal niet vreedzaam of pacifistisch; hij viel, net als zijn kleinzoon later Pearl Harbour, de Russische vloot aan zonder oorlogsverklaring. In 1940 was Hirohito’s bijdrage aan de Utaka Hajime ook heel vreedzaam:

.

‘In dit nieuwe jaar bidden wij dat oost en west en de hele wereld

zullen samenleven en samen voorspoed delen’

.

Hij schreef dit terwijl zijn land en leger zich voorbereidde op de oorlog in Zuidoost Azië.

.

Dubbeldichters, een recensie

Mattie Goedegebuur en Derrel Niemeijer

.

Na twee eerdere bundels van Derrel Niemeijer te hebben gerecenseerd kreeg ik nu het verzoek om de nieuwe bundel die hij en Mattie Goedegebuur hebben gepubliceerd  bij uitgeverij Heimdal te lezen en te recenseren. Mattie haar laatste bundel ligt nog op mijn stapel: te recenseren bundels maar na het lezen van deze bundel heb ik er zin in gekregen. Derrel volg ik al een tijdje en daaruit bleek me dat zijn gedichten in kwaliteit toenemen. De gekte is er zeg maar een beetje uit aan het verdwijnen. En met gekte bedoel ik de enigszins chaotisch manier schrijven, van opmaak en van alles op papier smijten. In die zin is ook deze bundel weer een verbetering ten opzichte van de voorgaande.

Gaat dat dan niet ten koste van de authenticiteit? Gelukkig blijft Derrel in zijn gedichten verrassen met opmerkelijk vondsten, creatieve manieren van zaken bespreken en is ook zijn manier van persoonlijk dichten gebleven. Zelfs ten aanzien van de bladspiegel (nog een pijnpuntje uit de laatste bundel) is in deze bundel de naar mijn mening juiste weg bewandeld. Jammer dat de wat langere gedichten op een bladzijde naast elkaar zijn gedrukt om het maar op die ene pagina te krijgen, dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede.

Dat hiervoor gekozen is begrijp ik trouwens wel en dat heeft alles te maken met de opzet van deze bundel. Zoals het in het voorwoord staat beschreven:

Na enkele ontmoetingen begint het poëtisch koppel met een gedichtenbattle: Niemeijer schrijft een uitdagend gedicht, waarop Goedegebuur weer reageert (of omgekeerd).

En dat is precies waar de bundel uit bestaat, steeds twee gedichten van beide waarbij de een op het gedicht van de andere reageert met een ‘tegen’gedicht. Vooraf vroeg ik me af of dit kon werken maar na lezing weet ik; dat kan, en hoe.

De ‘battles’ zijn uitdagend, verrassend, geven een kantelend beeld van een onderwerp en blijven daardoor fris en leesbaar. Waarbij beide duidelijk een eigen stijl hanteren zijn de gedichten van Derrel eerder provocatief en die van Mattie eerder om wat langer over na te denken. De chemie tussen beide dichters is echter bij elke battle aanwezig en dat is knap.

Ook in de titelkeuze wordt de samenwerking versterkt. Titelcombinaties als ‘Wapen-Heelmeesters’, ‘Een geboren dichter – Hij is gehoorzaam’, ‘Boeren, burgers en buitenlui – Koning, keizer, admiraal’ zijn een aanvulling op het concept van deze twee dichters.

Wat mij betreft, gezien de kwaliteit van de gedichten, de bijzondere combinatie van dichters en de verrassende thema’s op termijn reden tot herhaling.

Uit deze bundel de gedichten ‘battle’ ‘Heimwee naar de boekenkast – Slapend in boeken’

.

Heimwee naar de boekenkast

door Derrel Niemeijer

.

Mijn boekenkast

is mijn thuis.

Daar waar

mijn boeken staan

is mijn thuis.

.

Daar waar

mijn boeken stonden

is mijn thuis.

.

Dat huis

wat ik thuis noem…

moet noemen

is huis maar

mijn boekenkast

staat daar

.

Daarin kijken

is thuis komen

.

Slapend in boeken

Door Mattie Goedegebuur

.

Elk boek groet ik

hartelijk met

warme knik

.

Ze liggen mij

na aan het hart

.

Op alfabet

binnen de categorie

onderwerpssortering

.

Ze staan in het gelid

on- en gelezen

.

Mij begraven

in gedrukte inkt

is als in mijn bed

.

dubbeld

 

dubbeld2

%d bloggers liken dit: