Site-archief

Light verse

Jan Boerstoel

.

Nu november is aangebroken, de wintertijd is ingegaan en de dagen korter lijken dan ooit na een lange zomer is het volgens mij tijd voor wat luchtigheid, wat speelsheid, wat gekkigheid zo u wil. Daarom de komende zondagen voorbeelden van light verse. Wikipedia geeft als definitie van light verse:

Light verse is een benaming voor die gedichten die een wat lichtere, meer speelse toon hebben. Drs. P ontwierp er de Nederlandse term plezierdichten voor. De vorm kan velerlei zijn (sonnet, ballade, kwatrijn, ollekebolleke, en vele andere, kijk hiervoor ook vooral onder de categorie Versvormen). In light verse staat het spelen met taal en versvormen centraal, de vorm wordt gethematiseerd; het is voornamelijk het onderwerp dat licht is. Plezierdichten of light verse is overigens nog wat anders dan nonsenspoëzie. Onder nonsenspoëzie verstaat men gedichten waarin humoristische fantasie wordt bedreven, vol niet-bestaande woorden en andere dwaasheden. De bedoeling van nonsenspoëzie is te amuseren, waar light verse gaat over het op een intelligente manier versterken door taalacrobatiek en vormvastheid van een niet-nonsensicale inhoud.

In het Nederlands taalgebied zijn vele plezierdichters, de bekendste is natuurlijk Drs. P. maar ook Willem Wilmink, Ivo de Wijs, Driek van Wissen, Inge Boulonois en Kees Stip zijn bekend door de lichte en speelse toon van hun gedichten.

Ook Jan Boerstoel kun je onder deze categorie scharen. Boerstoel (1944) is schrijver en dichter, onder andere van van vele liedjes voor cabaret. Zijn gedichten zijn vaak wat melancholisch maar hebben vaak een humoristische ondertoon. Zo ook het gedicht ‘Futen’ uit ‘Een beetje wees’ uit 1990.

.

Futen

.

De futen zijn weer druk met nest- en waterbouw

in de Da Costagracht: bladeren, kleine takken,

maar ook papier, verroeste waslijn, plastic zakken,

een echte stadsfuut kijkt allang niet meer zo nauw.

.

En ik sta voor mijn raam en zie hun zwoegen aan

en denk aan al die ruziënde grachtgenoten:

eenden en meeuwen en aan grote vuilnisboten,

ik maak me ongerust of dat wel goed kan gaan.

.

Maar futen kunnen daar niet overstuur van raken,

als zij van rotzooi, op zijn fuuts, iets prachtigs maken.

.

Advertenties

Poëzie en humor

Funny Poems top 10

.

Humor en poëzie, gaan ze wel samen? Voor een groot deel van de dichters waarschijnlijk niet en voor een ander deel waarschijnlijk wel. Plezierdichters, light verse dichters en cabareteske of liedtekstdichters maken graag en regelmatig gebruik van humor in hun poëzie maar ook serieuze dichters willen nog wel humor in hun gedichten verwerken.

Iemand als Drs. P. was een mooi voorbeeld van iemand die serieuze zaken op een humorvolle manier in zijn poëzie wist te verwerken. Maar ook dichters als Willem Wilmink, Kees Stip, Ivo de Wijs en Driek van Wissen mochten graag de kwinkslag in hun poëzie door laten klinken.

Ook in het Engels taalgebied zijn er voorbeelden van. Op de website http://www.tweetspeakpoetry.com/2013/08/29/top-10-funny-poems/ staat een leuke top 10 van funny poems met een aantal links naar nog meer humor in poëzie. De nummer 1 op de lijst is William Shakespeare wat maar aangeeft dat, wat mij betreft, poëzie en humor heel goed samen kunnen gaan.

Hier een Nederlands en een Engels voorbeeld.  Het eerste is een Ollekebolleke van Drs. P. en het tweede is van Francesco Marciuliano uit: ‘I could pee on this: and other poems by cats’.

.

Hoog hè, die berg daarginds.
Wil je zijn naam weten?
Po…eh…popo…wacht…
Popókattepel

Nee, senor, wij zeggen
Popocatèpetl
Ja dat bedoel ik
Maar hoog is hij wel

 

I could pee on this

Her new sweater doesn’t smell of me
I could pee on that
She’s gone out for the day and
left her laptop on the counter
I could pee on that
Her new boyfriend just pushed
my head away
I could pee on him
She’s ignoring me ignoring her
I could pee everywhere
She’s making up for it
by putting me on her lap
I could pee on this
I could pee on this

.

tweetspeak

Kees Stip

Op een…

.

Kees Stip (1913 – 2001) was een Nederlands puntdichter en beroemd vanwege zijn dierengedichten. Vanaf 1951 schreef hij onder het pseudoniem Trijntje Fop honderden dierenversjes voor de Volkskrant.

Deze dierenversjes zijn bijzonder vormvast. Er wordt nooit met het metrum gesmokkeld: de versregels hebben zonder uitzondering vier heffingen. Het rijmschema is zonder uitzondering AABBCC (het zogenaamde gepaard rijm). Net als in een limerick wordt meestal ergens in het vers, vaak in de eerste regel, een plaatsnaam genoemd. De meeste van zijn dierenversjes bestaan uit zes regels; af en toe zijn het er acht en bij uitzondering een nog hoger even aantal. Er bestaat er ook een van twee regels. Af en toe bevatten de laatste regels een ouderwets geformuleerde pseudo-wijze les voor kinderen.

.

Op een kip

.

Een kip sprak peinzend tot een ei:

‘Wie was er eerder: ik of jij?

De wijsbegeerte mag misschien

op deze vraag geen antwoord zien,

maar ik heb, wat men ook mag zeggen,

nog nooit een ei een kip zien leggen.’

.

Op een koe

.

Een koe te Moskou sprak: ‘een koebel

kost amper anderhalve roebel.

en weet je wat ik heb ontdekt?

Een aardig klokkenspeleffect

bereikt men door met drie bellen

geweldig te gaan wiebelen.’

.

koekip

Met dank aan Wikipedia.

Piet

Jules Deelder

.

‘Het grote dieren gedichten boek’ biedt een schat aan gedichten waarin dieren een rol spelen. Dit vuistdikke boek 446 pagina’s) werd in 2007 door Guus Luijters samengesteld en uitgegeven door Nieuw Amsterdam uitgevers. Dit boek bevat gedichten van Nederlandse dichters maar ook vertaalde gedichten van beroemde buitenlandse dichters. Zo zijn dichters als K. Schippers en J. Slauerhoff vertegenwoordigd maar ook Federico Gracia Lorca, Joseph Brodsky en Li Qi. Uiteraard is Kees Stip aanwezig met maar liefst 18 gedichten.

Vandaag (ik zal hier de komende tijd vaker gedichten uit kiezen) heb ik gekozen voor een typisch gedicht van Jules Deelder. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Vrijwel alle gedichten’ uit 2004 en is getiteld ‘Piet’.

.

Piet

.

De ouders van een vriend

van mij hebben een kanarie

gekocht, na eerst een hond

te hebben overwogen.

.

Ze zijn nu dagelijks

in de weer het stomme dier

met stukjes appel

te dresseren.

.

De objectiviteit gebiedt

ons te vermelden, dat Piet

prachtig zingen kan.

.

vrijwel-alle-gedichten---j.a.-deelder[0]

Gedicht in een garderobe

Theater Lampegiet

.

In de garderobe van theater Lampegiet in Veenendaal is een gedicht van Kees Torn geplaatst dat heel toepasselijk is voor de plek waar het hangt.

Het gedicht ‘Probleem’ van Kees Torn maakt deel uit van de ‘Gedichten in het centrum’ van Veenendaal.Er hangen op dit moment al veel gedichten in het centrum. Daarvan zijn er twaalf door de commissie Gedichten op Muren geplaatst. Daarnaast hangen in het centrum vijf gedichten van scholieren die de afgelopen jaren gewonnen hebben bij de gedichtenwedstrijden die de commissie organiseert. Het is de bedoeling dat er binnen afzienbare tijd een zogenaamde gedichtenroute door het centrum komt. Naast het gedicht van Torn zijn gedichten te lezen van o.a. Kees Stip, Jules Deelder, Jan Hanlo en K. Schippers.

Meer info op: http://www.gedichtenopmuren.nl/index.php/in-het-centrum/

.

Torn

Poëzie marketing

Gedicht op een servetring

.

Rond 2000/2001 gaf Calvé servetringen weg die zaten om de hals van sausflesjes. Op die ringen (die je dus als servetring kon gebruiken) stonden gedichtjes van bekende Nederlandse dichters. Hieronder staat een voorbeeld van een servetring met een dierengedicht van Kees Stip.

.

servetring

Info en foto Mats Beek.

En het gedicht.

Een egel die, gestart te Smilde
naar Hindelopen lopen wilde
zeeg halverwege in elkaar
met een aanmerkelijke blaar.
Ach had ik, hoorde ik hem snikken,
maar iets om die mee door te prikken. 

Terug van (tijdelijk) weggeweest: Gedichten op vreemde plekken

Deel 29:  Gedichten op muren

.

Op zichzelf niet zo vreemd meer, gedichten op muren maar dit is een heel leuk initiatief in Veenendaal i.s.m. Kees Stip, onze grootste dierenrijmer.

.

 

%d bloggers liken dit: