Site-archief

Rob de Vos prijs 2021

Daphne Schrijvers

.

Binnenkort start de inzendtermijn voor de jaarlijkse Rob de Vos prijs voor poëzie die Meander jaarlijks uitschrijft. Zoals elk jaar zal de wedstrijd ook weer gedeeld worden via de bijzonder informatieve website https://schrijvenonline.org/ . In 2020 was Daphne Schrijvers winnaar van de Rob de Vos prijs met het gedicht ‘Je kunt positie kiezen’.

Daphne Schrijvers (1975) uit Groningen heeft psychologie gestudeerd. Momenteel studeert ze aan de Schrijversvakschool in haar woonplaats. Poëzie schrijven is voor haar – in een wereld waarin veel naar buiten gericht is – een manier om een moment onder de oppervlakte te kijken, naar binnen te keren; om woorden te geven aan dat wat voorheen woordloos was en zo de binnenwereld een podium te geven. Haar beschouwende natuur draagt hier sterk aan bij. Daphne schrijft sinds een paar jaar gedichten die ze nu graag meer naar buiten wil brengen.

Iedereen kan meedoen in 2021, er zijn natuurlijk een aantal voorwaarden voor deelname, die vind je hier https://meandermagazine.nl/2021/03/rob-de-vos-prijs-2021/ . Het gedicht waarmee Daphne Schrijvers in 2020 de Rob de Vos prijs won staat hieronder. Het juryrapport lees je op de website van Meander.

.

Je kunt positie kiezen

Je kunt positie kiezen in een kamer met beperkt
daglicht en troosteloos interieur. Je toont iedereen

de mogelijke wapens: een verbroken belofte, het zout
voor een wond – je legt scherpe woorden
op de punt van andermans tong.

Je kunt je lichaam uitstrekken, iemand wijzen op het zachte
vlees tussen je ribben en de geheime plek met oud venijn
tien centimeter onder je linker schouderblad.

Je tekent alvast je silhouet in krijtstreep
op de koude vloer, de handpalmen hulpeloos geopend

je wacht.

.

Els De Jonghe

Vlaams talent

.

De Vlaamse dichter Els Dejonghe (1989) is naast consultant en werkzaam in een kantoor ook een multitalent uit Gent. Ze brengt haar poëzie vooral op verschillende podia in Nederland en België. Ze won de Poetry Slams van Tilburg en Limburg, en stond daardoor in de halve finale van het Nederlands Kampioenschap Poetry Slam. In 2018 stond ze in de halve finale van het Leids Cabaret Festival en wordt in Vlaanderen als groot podiumtalent gezien. Ze is ook lid van het Poëziebordeel, waar je haar kan vinden als E. Pelski C. .

De jury van het Leids Cabaret Festival schreef in haar juryrapport: “Els is een intrigerende verschijning (…) Haar voorstelling is stilistisch sterk gemonteerd, het is een bijzonder verhaal over dromen en de maakbaarheid daarvan. Het is rijk aan ideeën. (…) Els klampt zich vast aan iets waarvan wij allemaal al weten dat het haar ook niet gelukkig gaat maken en dat is prachtig schrijnend om te zien.” Bij haar programma werd ze zowel in tekst als in uitvoering gecoacht door de bekende Vlaamse cabaretier Wim Helsen.

Maar ze is dus ook dichter, hieronder een kort gedicht van haar hand.

.

“Vandaag

.
ik sprak elf woorden

bonjour, meerdere keren

maar dat telt voor één

bonsoir omdat de wandelaar die mij kruiste
had gezien dat het avond was

merci toen ik geld terugkreeg in de winkel

je peux laisser la voiture ici?
zes ineens

au revoir x 2
is samen elf

het is nu tijd om te zwijgen
het is negen uur”

.

Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2020 bundel

E-bundel

.

In 2014 werd naar aanleiding van de Ongehoord Gedichtenwedstrijd 2014 een digitale bundel gemaakt met de gedichten van de shortlist. Ook in 2020 leek het het bestuur van Ongehoord! een goed idee om een digitale bundel te laten maken. In de bundel staat het algemene juryrapport en daar kunnen ook dichters die niet op de shortlist stonden nog iets van leren of aan hebben. Daarnaast staat het juryrapport van de winnende gedichten in de bundel en uiteraard alle gedichten.

Ik heb even getwijfeld welk gedicht ik hier zou plaatsen maar toen ik me herinnerde welk gedicht de publieksprijs kreeg tijdens de feestelijke uitreiking in Kasteel Rhoon, wist ik het. Het is het gedicht ‘hond’ van Dick van der Veen.

Via onderstaande link naar de website van https://mugbookpublishing.wordpress.com/ is de bundel gratis te downloaden.

.

hond

.

als je dood bent

neem ik een hond

je bent onbeschaamd

en ik haat je, zei ze

wat zou ik daarop kunnen zeggen?

het is niets bijzonders, dat we samen zijn

of

de kracht van de hartstocht is raadselachtig

of

reden genoeg om de tegenwind te koesteren

in elk geval leek het

een avondvullende voorstelling te worden

als je dood bent

neem ik een hond, zei ze

een hond zou dat nooit zeggen…

.

.

Runners up van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Annette Akkerman en Cecile Koops

.

De jury van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd koos niet alleen de drie prijswinnaars maar ook twee runners up. Dit zijn de dichters Annette Akkerman en Cecile Koops met hun respectievelijke gedichten ‘IJsgang’ en ‘Het getij van de zomer’. De jury schrijft in haar juryrapport over deze twee gedichten:

.

IJsgang

‘ijsgang’ is een onrustig en tevens verontrustend gedicht. 

 

Er worden hier en daar grote woorden gebruikt voor het weergeven van een ingrijpende toestand. Een te verdedigen keuze. Toch wint juist waar de dichter gas terugneemt het gedicht aan zeggingskracht. Is het daar het meest indringend.

‘je liet me een filmpje zien van ijsberen

die door het ijs zakten’

en

‘je zei, alle mensen zijn ijdel 

en dwong me in de spiegel te kijken, ik zag

hoe de witkalk boven het bed afbladderde

er gaat niets boven de stilte van de toendra
de ondergrond bevroren, de lucht grijsblauw’

Wat in dit deel van het gedicht goed werkt is de sentimentloze beschrijving. Een sterk contrast met de ernst van de situatie. Ook het feit dat de dichter hier de zinnen in elkaar laat overgaan draagt bij aan de overtuigingskracht. Het lijkt een maalstroom. Een vorm die de voelbare ‘waanzin’ ondersteunt, zelfs onderstreept. Dit dunner geschreven fragment zorgt er ook voor dat de drie volgende regels meer aankomen en beklijven. De dichter schreef vervolgens door, maar had met deze indringende regels ook het gedicht kunnen laten eindigen:

‘daar dacht ik aan toen je me bij mijn strot greep
schreeuwde dat de nachten al bezig waren

ineen te krimpen’

 

Het getij van de zomer

Een sterke eerste strofe waarin de dichter het aantal voorbeelden zorgvuldig  heeft gedoseerd. Het zijn er precies genoeg om iets duidelijk te maken en de lezer mee te nemen naar strand en duinen. En het zijn er precies genoeg om hem, daar eenmaal aanbeland, niet af te laten haken. De goed gekozen woorden, de klanken in samenhang, ze zorgen voor een vloeiende beweging die rijmt met het onderwerp. 

‘Het getij van de zomer’ kent muziek. Is ritmisch en melodieus.

In de tweede strofe verandert de toon ietwat. Hier worden de klanken korter, minder slepend. Een overgang naar een andere sfeer met andere beelden.

Het gedicht is een reflectie op de vraag die de dichter in de slotstrofe in alle eenvoud maar daarmee zeker niet minder poëtisch beantwoordt.

.

ijsgang

.

we spraken nachtenlang over zwijgen
je woorden zogen zich vast aan mijn lippen
de lakens in ons bed verkleefden
tot schimmige ijsschotsen

.

je liet me een filmpje zien van ijsberen
die door het ijs zakten
ik zag de wereld door jouw ogen
ten onder gaan

.

je stroopte met je nagels de huid
van mijn armen, liet horen hoe het krijt
piepte op het krijtbord van je zoon

.

je zei, alle mensen zijn ijdel
en dwong me in de spiegel te kijken, ik zag
hoe de witkalk boven het bed afbladderde

.

er gaat niets boven de stilte van de toendra
de ondergrond bevroren, de lucht grijsblauw
daar dacht ik aan toen je me bij mijn strot greep
schreeuwde dat de nachten al bezig waren
ineen te krimpen

.

door het dakraam kleurde een verse dag
ik worstelde me uit het bezwete bed
stopte mijn koffers vol met vergeten
vond eindelijk mijn stem in de arctische wind

.

Het getij van de zomer

.

Vreemd dat zee-gedichten vaak verstild zijn;
wind stuift over zand, het helmgras wuift en veegt,
golven breken hun ritme op een kustlijn.                
Op wat konijnen na, zijn de duinen leeg.
 .
Hebben dichters geen oog voor de topdrukte
die zich voordoet bij de eerste zonnestraal?
In de wind wappert, aan een gejutte paal
voor een kuil, een handdoek ter markering.
 .
Tot het uiterste gedreven, liggen – pal
aan zee – menselijke krabben zij aan zij.
Met de billen in het rulle zand gedrukt,
te midden van geoliede lichamen,
beelden ze zich stiekem in alleen te zijn.
 .
In de drukte aan zee valt eenzaamheid weg,                      
totdat ’s avonds iedereen wordt weggespoeld
naar hun eigen stad en hun vertrouwde grond.      
In rust en tijd versmelten land, lucht, water.
Juist dan wandelen dichters met pennen rond.

.

Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Monica Boschman

.

De derde prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is gewonnen door Monica Boschman met haar gedicht ‘Voorbij Maas en Waal’. De jury schrijft over dit gedicht in haar juryrapport:

.

Al bij de eerste woorden neemt de dichter de lezer mee een herinnering in. Een haarscherpe herinnering, de beelden zijn helder. Door in te zoomen op een detail wordt deze terugblik onmiddellijk tot leven gewekt.  

Het onverwachte en bijna terloops aandoende 

 

‘(…) en dingen waarvan je zou willen 

dat ze anders waren.’ 

 

in de tweede strofe valt op, intrigeert. Mede vanwege het contrast met het gedetailleerde voorgaande en het veelzeggende van het nu niet nader benoemde.  In de derde strofe wordt er verder afstand genomen, met zinnen als

 

‘(…) De toekomst 

rolde zich op tot een laatste thuiskomst.’ 

en 

‘Tijd laat zich niet rekken.’ .

 

Ze zijn concluderend, enigszins nuchter te noemen. Er wordt melding gedaan van een gegeven. Het vervolg voorkomt het verlies van aandacht. De dichter laat het algemene gezegde los en trekt de lezer de persoonlijke ruimte in.

 

‘Midden in de kamer staat de veerman 

klaar.(…)’

 

Zowel de onverwachte locatie als de poëtisch geformuleerde vragen die hierop volgen, verhoeden dat het te sentimenteel wordt. Ook zorgen ze ervoor dat een niet fonkelnieuwe metafoor toch fris aandoet en wakker maakt. Het is diezelfde vraagstelling die ook belet dat het gedicht te kabbelend wordt en daarmee spanningsloos. 

‘Voorbij Maas en Waal’, want dat is het gedicht waar het over gaat, doet persoonlijk aan, maar overstijgt het particuliere. In sobere en heldere bewoordingen wordt een groot thema aangeraakt. Dat dit gedicht slechts één bijvoeglijk naamwoord bevat, is geen gemis. Integendeel. Dit is volledig in harmonie met de andere keuzes die de dichter maakte. 

Niet alleen stijlregister, maar ook beeldgebruik, strofe-indeling, wisselingen in tijd en perspectief, en de subtiele samenhang in klank zijn hier passend, ondersteunend en in evenwicht. Ze ogen natuurlijk. ‘Voorbij Maas en Waal’ is beheerst, het vliegt nergens uit de bocht. Ook in die dosering toont zich de dichter. 

.

Voorbij Maas en Waal

.

Aan het eind van de straat liepen we

tegen de rivier aan. Twee fietsers zochten

naar de plek waar de pont zou aanmeren.

 .

Wij bleven aan deze kant van het water

voor wijn en vis in het café, verhalen over

verleden en dingen waarvan je zou willen

 .

dat ze anders waren. De toekomst

rolde zich op tot een laatste thuiskomst.

Tijd laat zich niet rekken.

 .

Midden in de kamer staat de veerman

klaar. Hoeveel moet je nog inleveren

voor het vertrek? Welke grap vertel je

 .

tijdens de overtocht over de munten

op je ogen? Water draagt een lach

naar hier. Ik luister, blijf nabij

 .

aan deze kant van de rivier.

.

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Marie-Anne Hermans

.

De tweede prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is gewonnen door Marie-Anne Hermans met haar gedicht ‘100%’. De jury schrijft over dit gedicht in haar juryrapport:

.

De schoonheid van een gedicht zit vaak erin dat de tekst deels begrijpelijk en deels onbegrijpelijk is. Dat het daarmee aanzet tot denken. De lezer vraagt je af: wat is hier aan de hand? In het gedicht dat wij de tweede prijs geven is naast deze begrijpelijkheid/onbegrijpelijkheid de sfeer heel belangrijk. Met relatief eenvoudige, korte zinnen wordt deze sfeer meteen gezet.

Een citaat:

 

Achter mij ligt het matras

en ik denk aan gister, aan de dag

dat ik nog 18 was.

 

Het gaat om het gedicht 100%, de eerste zin luidt “Uw pauzegedrag is 100%”.  Zo meteen zal de dichter zijn of haar gedicht voordragen.

Maar we willen nog wijzen op een aantal vondsten in het gedicht: “dreunende aanwezigheid”, “puberaal gezwijg” en de op een na laatste zin: “Ik offer aan de wrede godjes”. We merkten hiervoor op dat bij veel inzendingen er naast voortreffelijke zinnen en passages vaak ook mindere stukken zitten. Maar het gedicht 100% is in zijn geheel sterk. Het speelt in tijden van Corona, het thema is misschien isolatie, afgrenzing. Maar je kunt er ook veel andere dingen in lezen.

De zin “Boven hangt het puberaal gezwijg” verwijst naar een ander, maar het contact met hem of haar ontbreekt of is mislukt. De medemens is onbereikbaar geworden; zowel buitenshuis als bij de puber in huis. Herkenbaar voor wie in deze tijd vanwege Corona veel thuis heeft moeten zitten? Daarmee is het enerzijds een eigentijds gedicht, anderzijds ontbreken de klassieke thema’s niet. Een tweede plek waardig in deze wedstrijd.

.

100%

.

Uw pauzegedrag is 100%

zegt de computer.

Het beeld schermt mijn hoofd af

van creatieve gedachten.

 .

Achter mij ligt het matras

en ik denk aan gister, aan de dag

dat ik nog 18 was.

 .

In huis loopt het maar heen en weer:

de rusteloosheid van de dagen,

de dreunende aanwezigheid

van altijd meer.

 ,

Boven hangt het puberaal gezwijg

en ik blijf verzoening zoeken

met onderbrekingen van tijd

die niet de mijne is.

 .

Ik offer aan de wrede godjes

van de alomtegenwoordigheid.

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020

Sara De Lodder

.

Winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2020 is Sara De Lodder met haar gedicht ‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’. Van harte gefeliciteerd met deze prijs. In totaal deden er 186 dichters mee met de wedstrijd. Sara De Lodder kreeg uit handen van de burgemeester van Albrandswaard, Jolanda de Witte, de eerste prijs (een beeldje van Lillian Mensing) uitgereikt.

.

De jury schrijft in haar juryrapport over de inzendingen en hoe men te werk ging:

“Er waren 186 inzendingen, waarvan na een voorselectie er 33 overbleven. Als jury hebben we ons gebogen over deze shortlist. De gedichten kregen we anoniem. We wisten dus niet wie er achter de gedichten schuilgaan.

De inzendingen waren heel divers. Van traditioneel, tot experimenteel, lang en soms zeer kort. We hebben gelet op de samenhang binnen het gedicht, originele woordkeuzes, aansprekende beelden, kortom: kwaliteit en oorspronkelijkheid. 

Maar een beeld moet wel kloppen, hoewel dat natuurlijk deels persoonlijk is. We troffen op zichzelf prachtige poëtische zinnen aan, die verder geen functie binnen het geheel hadden. Ze misten lading en betekenis. Datzelfde is te zeggen over beelden die elkaar soms tegenspraken. Het blijkt hoe moeilijk het is een gedicht lang de kwaliteit hoog te houden.

Maar er is genoeg potentieel bij veel van de 33 gedichten. Met aandachtige herlezing zouden deze zich kunnen ontpoppen als sterke en overtuigende exemplaren. In ons juryoverleg zeiden we regelmatig tegen elkaar dat een gedicht beter zou zijn geworden met wat redactie. Ons advies aan dichters, leg je werk voor aan kritische meelezers.

Het thema ‘De omgeving van de mens is de medemens’, ontleend aan een gedicht van Jules Deelder, werd over het algemeen zeer divers geïnterpreteerd door de inzenders. In meerdere gedichten is ingegaan op de gevolgen van de coronacrisis, met name op het ontbreken van lijfelijke nabijheid van de medemens. Door de een als een gemis ervaren en door een ander duidelijk als een rustmoment, een zegen zelfs, gevoeld. 

Interessant is dat maatschappelijke poëzie de laatste tijd erg in opkomst is. Een mooi voorbeeld hiervan is het collectief ‘De Klimaatdichters’. Opmerkelijk is dat dit bij de inzendingen weinig is terug te zien. Veel poëzie is toch naar binnen gericht. Daar is overigens niets mis mee.”

 

Het winnende gedicht

De jury (Alek Dabrowski, Evy Van Ende, Sabine Kars) schreef over het winnende gedicht in het juryrapport:

.Dit gedicht sprong er voor ons onmiddellijk uit, vooral wat betreft de originaliteit van de metafoor die erin opgevoerd wordt. Het fysieke liefdesspel wordt voorgesteld als in elkaar passende winkelkarretjes, lichaamsdelen passeren als koopwaren op de band aan de kassa van een supermarkt. De kassajuffrouw wordt op rauwe wijze gedenigreerd (of is het net opgewaardeerd?) tot lustobject.  De dichter heeft het over “het naakte, malse vlees”.

Het gedicht bevat daarnaast een aantal zeer mooie vondsten die het rammelende, onwaarschijnlijke karakter van die metafoor onderschrijven. “Om ter bangst” en “het ijzer als navelstreng” vonden we poëtisch zeer sterk. 

‘Hoe wij als karretjes in elkaar passen’ is ruw en teder tegelijk. Een subtiele combinatie die ook binnen de zinnen zelf tot uiting komt. Zoals in:

‘Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je
terug wil is nooit in een kamer’

De reflectie in:
‘Wij breken iedere dag weer los –
ik zoek mijn melk in vreemde schappen’

zet de lezer soepel aan tot overpeinzing. Om daar vervolgens snel weer uit en terug naar het nuchtere hier en nu in de supermarkt gehaald te worden, door het verrassende:

‘Zegeltjes?’


Ook het slotvers van het gedicht kon ons erg bekoren. Het beeld van een karretje verloren in de tuin is erg mooi. Het riep een ongerijmd, eenzaam beeld bij ons op dat uitnodigt tot mijmeren over de absurditeit, de verlatenheid van de liefde. 

.

Hoe wij als karretjes in elkaar passen

.

Neem wangspek, een paar malse dijen en een schouderblad

of twee, om ter bangst, ter liefst

 .

Neem je binnenoor, het is een archief

met die precisie hoe je luistert

 .

Neem mij, tegen de stroom in, naar jou

keer ik altijd terug

 .

Neem kassajuffrouw acht, je wil haar

rauw tussen al je spullen op de band: zoveel euro,-

ze imiteert een schoot, je denkt aan een moeder, dat vol

naakte, malse vlees, alles

wat ze aanraakt mag ze hebben

 .

Neem met weerhaken haar binnenkant, hoe ik je

terug wil is nooit in een kamer

Maar als karretjes die na lange dag in de supermarkt terug in

elkaar gaan, het ijzer als een navelstreng

 .

Wij breken iedere dag weer los –

ik zoek mijn melk in vreemde schappen

 .

Zegeltjes?

 .

Eén enkele keer bracht ik zo’n karretje thuis:

nergens stond het meer verloren als in mijn tuin.

 


Derde prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Rian Visser

.

De derde prijswinnaar Rian Visser, was door omstandigheden niet in de gelegenheid om haar prijs op te halen of haar gedicht voor te dragen. In haar plaats heb ik bij de prijsuitreiking, nadat bekend was gemaakt dat ze de derde prijs had gewonnen, haar gedicht voorgedragen. Het juryrapport over dit gedicht luidt:

.

Juryrapport 3 – Niemand kan mij spreken

Vele dorpen en steden nemen asielzoekers op. Vele mensen in die dorpen en steden begrijpen niet wat deze mensen hier doen. Vele mensen willen het ook niet begrijpen. Vele mensen willen het wel begrijpen. Net als de dichter van dit gedicht.

Het gedicht Niemand kan mij spreken, was in al haar eenvoud voor de jury bijna geen discussie waard. In eenvoudige taal in een paar zinnen opschrijven dat we elkaar soms moeilijk verstaan of niet begrijpen is heel knap. Het is dan ook niet te sentimenteel. Het doet recht aan wat dagelijks aan de hand is.

Ik citeer:

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

Een mens is meer dan een mens. Veel is bekend, vertrouwd. Maar, veel is -door verscheidene factoren- ook onbekend. Om dat onbekende van elkaar te gaan ontdekken is lef nodig. En de dichter van Niemand kan mij spreken heeft lef. Met dit gedicht laat de dichter niet alleen zijn/haar lef zien, het geeft de lezer ook hoop. Hoop op toekomst van poëzie en hoop op toekomst met ons allen.

.

Niemand kan mij spreken

.

Sinds een paar weken

zit in mijn klas

een meisje dat vluchtte.

Ze doet goed haar best

om ons te verstaan.

 

Maar vandaag heeft ze mij

verdrietig aangekeken.

Ze zuchtte en zweeg.

Ik denk dat ik het begrijp.

 

Zij is een taal

die wij niet spreken.

Zij is een geschiedenis

die wij niet leren.

 

Daarom ga ik het proberen.

Min ’ayna ’anti?

Waar kom jij vandaan?

.

June Bobbe

Tweede prijs Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Marjolein Roozen

.

De tweede prijs van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017 ging afgelopen zondag naar Marjolein Roozen en haar gedicht ‘3025 AA tot 3026 AN’. De jury schreef over dit gedicht en uitgesproken door Mark Boninsegna:

.

Juryrapport 2 – 3025 AA tot 3026 AN

Dit gedicht heeft de jury heel erg blij gemaakt. Als je van inhoud van postcodegebieden zoiets moois, simpels kan maken. De postcodes in dit gedicht zijn niet alleen Rotterdams, het gedicht is Rotterdams!

De overige juryleden waren zelfs even bang of ík het gedicht niet geschreven had. Het zou een mooie Bokito uit de mouw geweest zijn.

Maar zoals Jaap Montagne zei: Het telefoonboek oplezen is geen poëzie. Maar wat er in een postcode gebied allemaal te doen is en hoeveel verscheidenheid aan mensen en bedrijven, ik zou zeggen:  “Lebara, Lebara”.

Of hoe Alexander Franken het zei: Een allegorie waar veel uit te halen valt. Er is niet enkel een opsomming gemaakt, er is mee gespeeld. Op een manier dat het klopt en lekker loopt.

“Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara”

Of zoals ik het zeg: No nonsens in al zijn glorie.

.

3025 AA tot 3026 AN

 

Tandir, Dubai, Diam,

Torino, Tai Wah,

Ri Htim, Kousar, Kasabi,

Warung Rilah, El Aviva,

 

Het Pijpenhuis, Shaami Huis, Eethuis Marrakech,

Huisarts Stam & Stronkhorst,

 

Lebara,Lebara,Lebara,

Lebara,Lebara,Lebara,Lebara

 

Polski, Portuguesa,

HAS, Salan, Driouch,

Marokko, Delfshaven,

Andalus,

 

Vinodol, Wibra, Wokki,

Lebriz, Etos, Caftar,

 

De grootste slok,

Zeezicht,

Sidonia, Aan Zet.

.

Winnaar Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017

Gijs Smit

.

In een zeer goed gevulde foyer van het Bibliotheektheater in Rotterdam organiseerde stichting Ongehoord! gistermiddag de prijsuitreiking van de 6e Ongehoord! Gedichtenwedstrijd met als thema Diversiteit. De dichters die op de shortlist van het bestuur stonden waren allemaal uitgenodigd om, niet alleen aanwezig te zijn, maar ook om hun gedicht voor te dragen. Hoewel er een aantal afzeggingen waren hadden de meeste toch gehoor gegeven aan deze uitnodiging. Afgewisseld met de prachtige zang van June Bobbe lieten de dichters horen waarom het terecht was dat zij op de shortlist stonden. Vanuit vele streken (zelfs een aantal Vlamingen was aanwezig) was men naar Rotterdam gereist.

Tussen de dichters door vertelde Edwin, nieuw bestuurslid van Ongehoord!, iets over de nieuwe koers die Ongehoord! wil gaan varen in 2018. Naast de bekende podia wil Ongehoord! meer aan ontwikkeling van dichters gaan doen door middel van bijvoorbeeld het aanbieden van een aantal workshops. Na zijn verhaal, de gedichten van de aanwezige dichters en de muziek van June was dan eindelijk het verlossende woord aan de jury bestaande uit Mark Boninsegna (voorzitter), Alexander Franken en Jaap Montagne.

Als eerste las de voorzitter een aantal algemene bevindingen op die je hieronder kunt lezen.

Juryrapport algemeen

 De jury had de moeilijke taak om uit een shortlist van vijftig gedichten een top drie, bestaande uit een nummer drie, twee en één -de uiteindelijke winnaar van de dichtwedstrijd-, samen te stellen. Nu heeft de jury het geluk dat ze erg kunnen genieten van poëzie. Een straf om vijftig gedichten door te ploeteren was het dus zeker niet. Er zaten dan ook erg leuke gedichten tussen.

 Alle juryleden hebben, afzonderlijk, alle vijftig gedichten uitvoerend gelezen en daar hun favorieten uitgehaald. Deze favorieten hebben we gezamenlijk besproken. Soms viel een gedicht door een ander inzicht van andere juryleden al snel af en vaak werd er ook twijfel gebracht. Er was dan ook geen één gedicht die alle drie de juryleden bij hun favorieten hadden staan. Dit bracht de nodige discussies met zich mee. Wat alleen maar goed is. Op deze manier ben je ervan gewaarborgd dat de winnaar ook de terechte winnaar is.

 Het thema van de dichtwedstrijd, was diversiteit. En diversiteit was er ook! De jury heeft geen dichter kunnen betrappen die niet van diversiteit houdt. Gelukkig maar. Je zou er niet aan moeten denken dat iedere dichter hetzelfde zou opschrijven. De dichtkunst is voor velen al saai, maar dan zal het dodelijk saai zijn. En, saai was het zeker niet. Hoe sommige dichters vrijelijk gebruik maken van interpuncties, hoofdletters en witregels, het was soms echt een gepuzzel. Wat bedoelt de dichter hiermee? Is het bewust of juist onbewust gedaan?

 Vele dichters hanteren het vrije vers. Het vrije vers is een mooi iets. Je kan er alle kanten mee op. Je kan het invullen hoe jij het invult. Maar, wees consequent! Gebruik je punten na iedere zin, gebruik ze dan ook na iedere zin. Gebruik je komma’s, gebruik ze dan consequent. Gebruik je witregels, hanteer deze dan zorgvuldig en niet lukraak. Gebruik je overigens geen punten of andere leestekens in je gedicht, gebruik ze dan ook niet. Witregels hebben echt een functie. Wat de jury zag was soms een warboel van van alles en nog wat. Als je iets wel, of juist niet gebruikt, wees daar dan consequent in. Zoals ik zei, het vrije vers is een mooi iets, maar het heeft wel regels. Dit gaat trouwens helemaal op voor sonnetten.

 Tijdens het lezen en bespreken van de ingezonden gedichten kwam de jury ook tot de conclusie dat er weinig originaliteit gebezigd werd. Bijna alles hadden we al een keertje eerder gezien. Hoe mooi je ook een gedicht kan schrijven, als het uiteindelijk een kopie van Wigman, Komrij of Dee is, dan is het al een keer gedaan. Wees origineel. Durf! Jij bepaalt de combinatie van die 26 letters. Die 26 letters die we allemaal schrijven.

 Poëzie ben jij en jij bent poëzie.

.

Juryrapport winnende gedicht

En toen was het tijd om de prijswinnaars bekend te maken. De eerste prijs, de winnaar van de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2017 is geworden Gijs Smit. Uit het juryrapport:

In tegenstelling tot de realiteit van Niemand kan mij spreken (derde prijs) of het nuchtere, Rotterdamse 3025 AA tot 3026 AN (tweede prijs), is het gedicht Het land, juist sprookjesachtig. Het hele gedicht is als geheel een metafoor. Dàt is ook wat de jury er zo mooi aan vindt.

 Een land waar meningen samen leven met vrouwen en mannen en draken. Dit alles, zoals u zich kunt voorstellen, niet zonder problemen. Het is, ondanks de draken, de realiteit van de dag. Het is dan ook het einde, wat het gedicht tot een sprookje maakt. Het einde waarin de avondschemering als muze haar werk doet voor de dichter en waar de poëzie het levenselixer voor de inwoners van het land is. En dat, lieve dichters, is -hoe graag we het ook willen-, niet de realiteit. Zelfs niet als jurylid Alexander Franken denkt dat, dat misschien wel de reden is om kunstenaar te willen zijn is.

 De realiteit is dat Het land het winnende gedicht is van de Ongehoord! poëziewedstrijd!

.

Het land

.

Ik heb het land zelf verzonnen.

Draken wonen er.

En vrouwen met schorten en verlangende armen.

Mannen die verlegen door regenpijpen klimmen.

En meningen.

Na elke stap een mening.

 

Overal zijn woorden.

De meningen discussiëren met de vrouwen,

praten met de mannen,

vertellen de draken wat ze moeten doen.

En nooit zijn ze het met elkaar eens.

 

Maar na de zon en voor de sterren bereid ik het maal,

serveer muziek, zacht en wonderlijk,

kleuren, dichtbij en onbegrijpelijk mooi.

Zinnen, warm en voelbaar.

 

En de draken, de vrouwen, de mannen, de meningen

eten de muziek,

drinken de kleuren,

proeven de zinnen.

En het is stil.

.

De tweede prijs (Marjolein Roozen) en de derde prijs (Rian Visser) komen morgen aan bod. Hieronder Gijs Smit met het felbegeerde beeldje van Lillian Mensing en een foto van de winnaars (Rian Visser kon helaas niet aanwezig zijn) en de jury.

%d bloggers liken dit: