Site-archief

In alles

Mandy Eggerding

.

Winnaar van de eerste Rob de Vos-prijs (opvolger van de Meander poëzieprijs en vernoemd naar de oprichter van Meander literatuur website) is Mandy Eggerding met haar gedicht ‘In alles’. Het afgelopen jaar hebben 7 juryleden, waaronder ikzelf, vele gedichten beoordeeld (231 inzendingen) en wij hebben als jury unaniem het gedicht van Mandy gekozen als beste gedicht.

Zij wint hiermee de Rob de Vos-prijs trofee en een bedrag van 100 euro (en natuurlijk eeuwige roem). De gedichten moesten geïnspireerd zijn op een thema dat uit het gedicht ‘Aarde, wees niet streng’ van Menno Wigman kwam: ‘’Achter de ogen scheen een zomermaand
het middenrif liep vol zacht avondlicht’’. Dat er vele interpretaties waren op dit thema hebben wij als jury ondervonden. Van zomerse avonden tot verre oorden, herinneringen en beschrijvingen.

Mandy Mariska Eggerding (1968) uit Amsterdam is een veelzijdig theatermaker die eigenlijk liever schrijft. Zij studeert al een aantal jaren poëzie aan de Schrijversvakschool in Amsterdam. Dit jaar won zij de tweede prijs van de Schrijverspodiumwedstrijd en publiceerde zij in Literair Tijdschrift Poesia. Momenteel schrijft Mandy aan haar eindwerk voor de Schrijversvakschool en dat zijn een veertigtal gedichten.

Wil je meer lezen over de winnende gedichten en de Rob de Vos-prijs ga dan naar de website van Meander https://meandermagazine.nl/2019/11/rob-de-vos-prijs-2019-2

.

In alles

Op deze ochtend vol van licht kwam ik je weer tegen.
Je was niet opgestaan, lag onveranderd op je zij –
een vogel tegen het glas –
stil – maar je lachte je schuine lach
.                                              heel even
door de verstilling heen, een lente op je lippen.


Buiten brak het licht op de kozijnen
.                                               trillend.

Ik opende het raam,
                        hoeveel lichter de lucht
                        een zacht aaien dat naar binnen draait

                        zo licht als ik daar dan sta
                        zo licht als jij me raakt

zo openzwaaiend mis ik jou

in alles.

.

Festina Lente

De Poëzieslag pakt uit

.

Vanaf het begin en de opstart van de Poëziebus ben ik betrokken bij dit mooie initiatief om de podiumpoëzie te promoten. De Poëziebus zet zich in het bijzonder in voor de performancepoëzie. Als zodanig is ze niet de enige, er zijn meer podia die de nadruk leggen op de performance, denk aan spoken word podia, maar wat ik niet wist is dat er jaren geleden al een initiatief werd gestart juist om de podiumpoëzie te promoten, De Poëzieslag. Op de website van de Poëzieslag staat te lezen: De Poëzieslag bestaat sinds mei 1998 en is een gezamenlijk initiatief van Gerard Beentjes, docent schrijven en Felix von Schmid. Van meet af aan is het de bedoeling geweest om een Nederlandse variant van Poetry Slam te ontwikkelen. http://www.epibreren.com/slam/poezieslag.html

Pas geleden kocht ik de bundel ‘Festina Lente presenteert, de poëzieslag pakt uit’ uit 2001. In de inleiding schrijft Gerard Beentjes onder andere: De Poëzieslag is nu bezig aan het derde seizoen in successie. Het is een maandelijkse poëzieslam, een voordrachtwedstrijd voor publiek. En: Simon Vinkenoog is als jurylid een vaste gast van de Poëzieslag. Van zijn hand is de inleiding van deze bundel, het is een pleidooi voor podiumpoëzie, voor het laten horen van gedichten op een verstaanbare manier, lezend van papier of voordragend uit het blote hoofd.

Een aantal dichters die meededen en in deze bundel zijn vertegenwoordigd, zijn niet de minste: Erik Jan Harmens, Florence Tonk, Jannah Loontjens en Gerard Beentjes. Een speciale plek in de bundel is gegeven aan vaste bezoeker en deelnemer Frank Mol (1957 – 2000). Voor in de bundel is een stuk van een gedicht van hem opgenomen.

.

Mijn leven is twijfel

en ik leef van twijfel

alles wat ik tot nu toe

uit twijfel ondernam

is geslaagd

waarom zouden we dan nu niet slagen?

.

In zijn inleiding ‘Credo 2001’schrijft Simon Vinkenoog: geen experiment is verboden, geen onderwerp taboe, geen andere maatstaf dan de schok of de verrassing, herkenning of ontroering die de lezer of toehoorder van het gedicht ondergaat, als het eenmaal op papier is gezet of door de dichter wordt voorgelezen. Ik ben het helemaal eens met Vinkenoog. In de bundel staat een gedicht van Erik Jan Harmens dat het experiment niet schuwt getiteld ‘Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel’.

.

Erik Jan Harmens & het geheim van de sleutel

.

Zeg me lief, is het verwonderlijk niet dat wij elkaar de keel dichtknijpen in

dromen. In werkelijkheid kijken we de ander wat aan zonder (in jaarcijfers

uit de drukken) doel. We lopen door de stad en ik hou je vast met mijn arm

strak om je nek zodat een ieder zegt: die twee hebben wat (laat niemand

naar je kijken of zelfs maar naar de schaduw van je krullen op de keien).

.

De koele kikker onder tweetwintig volt lijkt nauwelijks te bedaren 9 ik lees

op een schwarzenegger-poster: wie een dubbelleven leidt kent tweemaal

zoveel gevaren).

.

we kunnen naar Afrika gaan en ons laten dragen door een oude van dagen

met een lege maag. we kunnen ook doen alsof we afgereisd zijn en

onderduiken onder een rijdende trein.

.

Bel me als het niet meer gaat. ik heb een antwoordapparaat.

.

 

Pure Porno

Jef Rademakers

.

Twee jaar na elkaar zat Herman de Coninck in de jury van de VSB Poëzieprijs. Een keer als gewoon jurylid en een keer als juryvoorzitter. In 1996 kwam de eerste editie uit van ‘De 100 beste gedichten van…’. Dat kwam door Herman de Coninck. Hij vroeg zich als jurylid en juryvoorzitter af hoeveel van de dertig beste bundels van een jaar een criticus zijn ‘in poëzie geïnteresseerde maar niet gespecialiseerde buurvrouw’ of een niet-ongetalenteerd achttienjarig meisje dat geregeld haar wereldleed opstuurt naar het ‘Nieuwe Wereldtijdschrift’ zou aanraden? Misschien vijf?

Dat zou betekenen dat die andere 25 bundels ongelezen of niet aangeraden zouden blijven. Vandaar zijn idee om een jaarlijkse bloemlezing in samenwerking met de stichting VSB Poëzieprijs, van de beste honderd gedichten van dat jaar te publiceren in een bundel. Daarmee wilde de Coninck ‘de poëzie populariseren zonder haar ingewikkeldheid op te geven’. En hij voegde eraan toe; Eigenlijk is dit de bedoeling van al wat ik schrijf.

Tot en met 2015 werden deze bundels elk jaar uitgegeven (met uitzondering van 2010 toen de prijs niet werd uitgereikt). Elke bundel geeft in 100 gedichten een mooi overzicht van het beste van de poëzie uit dat jaar. Uit de eerste editie koos ik voor een ongewoon gedicht van een ongewoon dichter namelijk Jef Rademakers. Jef Rademakers (1949) is vooral bekend van de televisieprogramma’s die hij produceerde met zijn productiehuis Dutch Dream Productions als Klasgenoten en het spraakmakende Pin Up Club. Hij publiceerde onder andere de dichtbundels ‘Vurige tongen’ (1998), ‘Koude kermis’ (1996) en ‘Voorgoed voorbij’ uit 2010.

In ‘De 100 beste gedichten van 1996’ gekozen door Herman de Coninck staat van Rademakers het volgende gedicht.

.

Pure Porno

.

In de top drie van dingen die niet deugen

strijdt God met BMW om d’eerste plaats.

D’omroepsters van VTM scoren ook goed.

.

Het ergste lijkt mij een combinatie

Marlène de Wouters in haar 318i

op weg naar de vroegmis.

.

Ik hoop dat mijn kinderen

zoiets nooit zullen zien.

.

Vuurtoren

Jana Beranová

.

Een tijd terug vond ik tussen de afgedankte boeken in het Groot Handels Gebouw in Rotterdam (onder de naam Book Central staat daar een kast waar je je oude boeken kwijt kan en, als je er wat van je gading tussen vindt, ook uit mee mag nemen) een vroege bundel van de Rotterdamse dichter en goede bekende Jana Beranová getiteld ‘Geen hemel zo hoog’ uit 1983.

Deze bundel was na enkele bibliofiele uitgaven haar eerste grote dichtbundel, die destijds al een paar jaar in voorbereiding was. Jana komt uit Tsjechoslowakije en ze leefde lang noodgedwongen ver van haar vaderland. Ze dicht, vertaalt, acteert en is heel actief in het literaire leven van vooral (maar niet exclusief) Rotterdam. Van 2009 – 2010 was ze stadsdichter van Rotterdam, in 2012 was ze jurylid van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd en in 2016 was ze één van de deelnemende dichters aan de Poëziebus.

Uit de (wel wat vergeelde maar desalniettemin gekoesterde) bundel ‘Geen hemel zo hoog’ het gedicht ‘Vuurtoren’.

.

Vuurtoren

.

Een stenen tronk grijpt naar de hemel,

arrogant en bijna ongenaakbaar

in zijn erectie.

.

Ritmisch schokkend uit zijn eikel

vloeit lichtgevend zaad

dat nooit opraakt

de weg wijzend naar

blijde verachting.

.

Machteloos en smachtend

hang je aan zijn signalen.

.

Als god hem heeft neergezet,

waarom dan schipbreuk lijden?

.

Liz Berry

The Patron Saint of School Girls

.

Liz Berry (1980) werd geboren in The Black Country in Engeland en woont nu in Birmingham. Haar pamflet ‘The Patron Saint of Schoolgirls’ werd gepubliceerd door Tall Lighthouse in 2010. Liz’s debuutbundel ‘Black Country’ (2014), werd aanbevolen door de Poetry Book Society, kreeg de Somerset Maugham Award, won de Geoffrey Faber Memorial Award en won The Forward Prize voor beste debuut in 2014.

Black Country werd gekozen als een boek van het jaar door The Guardian, The Telegraph, The Mail, The Big Issue en The Morning Star. Liz’s gedichten zijn uitgezonden op BBC Radio, televisie en opgenomen voor The Poetry Archive.

Ze is een beoordelaar voor grote prijzen, waaronder The Forward Prijzen voor Poëzie en Foyle Young Poets. Ze werkt als jurylid voor The Arvon Foundation, Writer’s Center Norwich en Writing West Midlands.

Hier haar pamflet ‘The Patron Saint of School Girls’ en een voordracht van Liz van ‘Birmingham Roller’ uit ‘Black Country’.

.

The Patron Saint of School Girls

 

Agnes had her lamb and her black curls;
Bernadette, her nun’s frock;
but I was just a school girl,
glimpsed the holy spirit in the blue flare
of a Bunsen burner, saw a skeleton
weep in a biology lesson.

 

My miracles were revelations.
I saved seventeen girls from a fire that rose
like a serpent behind the bike sheds,
cured the scoliosis of a teacher
who hadn’t lifted her head to sing a hymn
in years. I fed the dinner hall
on one small cake and a carton of milk.

 

A cult developed. The Head Girl
kissed my cheek in the dark-room,
first years wrote my name
on the flyleaf of their hymn books,
letters appeared in my school bag,
a bracelet woven from a blonde plait.

 

My faith grew strong.
All night I lay awake hearing prayers
from girls as far as Leeds and Oxford,
comprehensives in Nottingham.
I granted supplications for A-levels,
pleas for the cooling of unrequited love,
led a sixth form in Glasgow to unforeseen triumph
in the hockey cup final.

 

Love flowed out of me like honey
from a hive, I was sweet with holiness,
riding home on the school bus,
imparting my blessings.
I was ready for wings,
to be lifted upwards like sun streaming
through the top deck windows;
to wave goodbye to school and disappear
in an astonishing ring of brightness.

.

 

De bijen

Myrte Leffring

.

Myrte Leffring (1973) ken ik al een aantal jaar als dichter sinds zij een optreden bij Ongehoord! verzorgde (toen met pianist Marijn van de Ven) en later toen ze jurylid was van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd. Ze is niet alleen dichter maar ook redacteur en literair docent. Zij is op freelance-basis werkzaam voor onder meer poëzietijdschrift Awater, Stichting Poëzieclub, Turing Gedichtenwedstrijd, Stichting Kunstzinnige Vorming Rotterdam (SKVR) en DOK, Centrum voor de kunsten in Delft.

Aanstaande zondag 9 april komt ze opnieuw naar een podium van Ongehoord! in de centrale bibliotheek van Rotterdam (4e etage van 14.00 tot 16.30) samen met Neusa Gomes, Irene Siekman, Demi Baltus, Look J. Boden, Kim van Schie (proza) en Beau de Graaff (muziek).

Van haar website http://www.wolkenvankrijt.nl een gedicht uit 2015.

.

De bijen

.

Wij waren meisjes

wij konden alles worden

 

we droomden van zwarte paarden

van een eigen bureau met laatjes

we hinkelden door kantoren

aten ongewassen druiven

 

we zagen reeën, het goud

viel van hun ruggen

en alleen wij konden dat horen

 

wij waren alles

zouden iemand worden

personen met agenda’s en ideeën

met een huisje van koek in ons eigen bos

 

we stalen kleine dingen

die we best

konden betalen

 

de zomers waren lang en

we waren laat op straat

niemand zou ons kelen

 

er waren buurvrouwen en

bij de bakker kreeg je ongevraagd

het warme kapje in je hand

 

we vingen tussen bekers

bijen in springbalsemienen

ze zoemden hoog en daarna laag

ze waren niet kwaad als we ze lieten gaan

we droomden van zwarte paarden

in een wei vol paarse klavers

 

wij konden alles worden

.

Rien Vroegindeweij

Liefdesgedicht

.

In 2015 was hij nog jurylid van de Ongehoord! Poëziewedstrijd (ook in 2016 is er weer een wedstrijd, nog inzenden tot en met 31 mei 2016: https://stichtingongehoord.com/2016/03/03/ongehoord-gedichtenwedstrijd-2016/) en in oktober stond ik nog samen met hem bij dichtsalon ’t  Kapelletje,  maar Rien Vroegindeweij is toch vooral bekend als dichter. 

Rien Vroegindeweij (1944) is dichter en (toneel)schrijver uit Rotterdam (geboren Middelharnis).  Hij beschreef de stad en haar culturele leven in de dagbladen Het Vrije Volk, het Rotterdams Dagblad, NRC Handelsblad en vele tijdschriften. In 2006 ontving hij van de stad Rotterdam de Erasmusspeld en in 2007 won hij de Anna Blaman Prijs.

Vroegindeweij schreef naast 10 poëziebundels proza, toneelstukken, een film en hij stelde verschillende bundels samen. Uit zijn bundel ‘Een vliegtuig van beton’ uit 1973 het liefdesgedicht ‘Herinnering’.

.

Herinnering

.

Jij was bij een oefening van het Rode Kruis

Gewonde en ik zag je eerste hulpeloze blikken

Bracht ik jou of mezelf toen aan het schrikken

Want we waren jong en mooi en ontzettend kuis

.

Ik droeg je in mijn armen. Dichtbij het huis

Voelde ik toen je kleine borsten, warm en teder

In het veld legde ik je zachtjes neder

Op een bed van bladeren en opende je kruis

.

Het was voor ons beiden de eerste keer

’t Ging een beetje moeilijk en zonder genot

Sterren zag ik, heel laag bij de grond

.

Vogels vlogen over. De oefening was meer

Dan een oefening. ’t Was een komplot

Er vloeide bloed en jij was echt gewond

.

Rien

Foto: Helena van der Kraan

Huiskamergedicht

Luce Rutten

.

Onder het pseudoniem Loes Loyens schrijft Luce Rutten poëzie. Zij presenteert haar teksten het liefst in het kader van multidisciplinaire projecten: in combinatie met beeldende kunst, muziek, fotografie, kalligrafie, edelsmeedkunst enzovoort. Daarnaast is Luce op diverse manieren actief met poëzie. Zij recenseert poëziebundels,  begeleidt jonge dichters, treedt op als medeorganisator van activiteiten, publiceert bijdragen over poëzie en is zo nu en dan jurylid bij schrijfwedstrijden. Kortom een veelzijdig mens.

Als Loes Loyens schreef zij voor een bevriende kunstenares Vera, een gedicht over hoe zij het talent van deze kunstenares ziet. Vera schilderde het gedicht op een muur in haar woonkamer. Persoonlijk vind ik dat een bijzondere plek voor een gedicht en eigenlijk zou dat veel meer moeten gebeuren. Op die manier heb je altijd een ‘conversation piece’.

.

Huiskamergedicht

Wat zich niet

in woorden laat vatten

danst door dromen

wervelt door gedachten

woelt de bodem

van harten om

.

het legt zich neer soms

behoedzaam in een

pennenstreek penseelstreek

en wacht tot iemand

het wakker leest

.

waar een stem over

de juiste golflengte loopt

spant het zijn draden

en gonst

tot iemand tot jij

decodeert

.

Lippendienst

Stella Napels

.

Uit de fijne bundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten vandaag het gedicht ‘Vergelijk’ van Stella Napels. Stella Napels publiceerde in 1997 de geruchtmakende bundel ‘Lippendienst’. Deze bundel vol ‘brute seks’ maar ook ‘windstille gedichten’ bleek niet door een vrouw (Stella) maar door een man geschreven te zijn namelijk door Victor Vroomkoning.

Vroomkoning publiceerde onder zijn eigen naam al meerdere dichtbundels. Hij was voorzitter van de Johnny van Doornprijs en sinds jaar en dag voorzitter van de SNS-Literatuurprijs. Ook is hij jaarlijks actief als jurylid voor de Gelderse Kunstbende en treedt hij geregeld op in het land.

.

Vergelijk

.

Ik ben zijn bees:

benen, borsten, billen

buik.  Mijn binnen

bestaat niet.

.

Hij is mijn zets:

mijn zak, mijn zeis,

mijn zweep, mijn zwijn.

Ik ken zijn binnen

van buiten.

.

lippendienst

 

Droomboekje

Vrijdag 14 december 2012

.

Op vrijdag 14 december om 17.00 uur  presenteert Uitgeverij Nadorst, in Studio Bakkerij aan de Bergweg 283 te Rotterdam,  het ‘Dromenboekje’, een intiem boekje over de liefde. Het boekje is het resultaat van de samenwerking tussen dichter Joris Lenstra ( één van de juryleden van de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2012) en beeldend kunstenares Frances Alleblas.

Joris Lenstra schreef 26 dromerige gedichten. Frances Alleblas maakte, geïnspireerd op de deze teksten,  evenzeer dromerige, suggestieve tekeningen.

.

De bijbehorende tentoonstelling in Studio Bakkerij loopt nog tot en met februari 2013.

Hieronder een voorbeeld uit het ‘Dromenboekje’.

.

gedicht_Joristekening_bij_gedicht_Joris

%d bloggers liken dit: