Site-archief

Ari

Langste gedicht van Nederland

.

Op 28 september 2010 schreef ik over het tunnelgedicht van Joke van Leeuwen in Antwerpen. Wat ik niet wist maar waar ik door Alek op gewezen werd, is dat Nederland ook over een tunnelgedicht beschikt. Dit is het gedicht ‘Lieve Ari’ van Jules Deelder. Deelder schreef het gedicht voor zijn in 1985 geboren dochter Ari. Het gedicht staat geschreven, of beter gezegd getegeld, over de gehele wand van de fietsbuis van de Benelux tunnel onder de Nieuwe Maas tussen Vlaardingen en Pernis. De tekst is 900 meter lang en daarmee het langste gedicht van Nederland (of dit ook het langste gedicht ter wereld is zoals wel beweerd weet ik niet, op 24 mei 2010 schreef ik al over het gedicht ‘De schaapsherder’ van Fernando Pessoa op een fietspad langs de Taag in Lissabon) en dat is aangebracht op de wanden van de fietstunnel naast de Beneluxtunnel bij Vlaardingen.

Het gedicht luidt:

.

Voor Ari

.

Lieve Ari
Wees niet bang

De wereld is rond
en dat istie al lang

De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht

Maar ze gaan allen
dezelfde weg

Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt

Je komt uit het water
en gaat door het vuur

Daarom lieve Ari
Wees niet bang

De wereld draait rond
en dat doettie nog lang

.

Verboden vrucht

Schrijfwedstrijd Dichters tussen de kassen

.

Op dinsdagavond 28 maart was het eerste Westlands Boekengala, een avond vol (o.a. spokenword en slam)poëzie (Jules Deelder, Else Kemps, Justin Samgar en Fresku) en muziek. Op dit gala werden ook de prijswinnaars bekend gemaakt van de schrijfwedstrijd die Dichters tussen de kassen had georganiseerd.

Ik was als juryvoorzitter gevraagd en samen met Susanne van den Beukel, Gé Ansems, Paul Vis en Adrienne Vooijs werden de 40 inzendingen beoordeeld in uiteindelijk drie categorieën. Korte verhalen volwassenen en jeugd en poëzie volwassenen.

Van de 20 inzendingen voor de poëziewedstrijd werden een winnaar en een aanmoedigingsprijs gekozen. De aanmoedigingsprijs ging naar het gedicht ‘Appels en naakten’ van Etwin Grootscholten en de winnaar was Giel van der Hoeven met het gedicht ‘Verrukkelijk’.

Na deze zeer geslaagde en mooie avond wilde ik de twee gedichten met jullie delen.

.

Over verboden vruchten wat van alles kan zijn, maar ’t is steeds weer…

 

Verrukkelijk

 

Soms wil ik compleet verdwalen

om mezelf weer terug te vinden.

Zonder levensidealen, mij door

verleiding laten verblinden.

 

Verlies daarbij verantwoording;

goede trouw ontglipt me even.

‘k Geef toe aan een verrukking,

door verlangen ingegeven.

 

Als de muze zingt dan dans ik;

de smaak van begeerte is sterk.

Al ben ik dan een stouterik,

‘t inspireert mij tot fraai dichtwerk.

.

appels en naakten

 

als zij thuis zou zijn,

dan heb ik geen appel.

 

en mochten zij er beiden zijn,

de één dicht bij

in de deuropening,

de ander iets verder weg

in de gaard,

 

naakt,

 

dan zijn er nog geen appels.

 

ik verkoop ze niet.

ik geef ze niet weg.

ik heb ze niet.

.

.

Tot slot het juryrapport over deze twee gedichten:

De dichter van ‘Verrukkelijk’ heeft gebruikgemaakt van een min of meer klassieke dichtvorm, drie coupletten van telkens vier regels. In het eerste couplet begint de dichter aarzelend te rijmen, slechts twee van de vier regels eindigt met een rijmwoord. Doordat echter het eindwoord van de eerste regel rijmt op een woord halverwege de derde zin is dit niet echt storend. Het is een soort inleiding voor de volgende twee coupletten met een strak rijmschema, zonder dat er overigens sprake is van enige rijmdwang. De rijmwoorden komen volkomen natuurlijk over.

Zij versterken het ritme van dit gedicht, een vers met een hoorbaar muzikaal gehalte. De dichter speelt op een aanstekelijke wijze met het begrip ‘verboden vruchten’, wat volgens hem of haar ‘van alles kan zijn’ Hij of zij heeft het thema zich persoonlijk toegeëigend, het gedicht gaat over verlangen naar vrijheid, erotiek, overspel. Maar het wordt slechts aangestipt zodat er voor de lezer ruimte genoeg overblijft voor een persoonlijke invulling. En juist dit verhoogt de aantrekkelijkheid van dit gedicht. Het is heerlijk speels, ja het is zoals de titel zegt verrukkelijk en dat maakt dit gedicht zondermeer prijzenswaardig. De jury heeft dan ook gemeend de maker van dit gedicht te moeten belonen met de eerste prijs.

De schrijver van het gedicht ‘Appels en Naakten’ wordt door de jury beloond met de aanmoedigingsprijs. Met dit gebaar wil de jury de dichter aanmoedigen door te gaan op de ingeslagen weg. De dichter is er in geslaagd om met spaarzaam taalgebruik toch veel zeggingskracht te bewerkstelligen. Door de gehanteerde vrije versvorm en het ontbreken van allerlei details gaat het feitelijk om een reeks korte krachtige ‘statements’ die een vervreemdend effect teweeg brengen. Als lezer weet je eigenlijk niet waar je aan toe bent. Maar door de mysterieuze lading blijft het gedicht toch boeien tot en met de laatste regel.

.

De volgende editie van het Westlands Boekengala is op 15 maart 2018

Voor om van te lachen

Jules Deelder

.

Humor is het thema van de Poëzieweek, daarom een humoristisch gedicht van grappenmaker (Heb je hem gezien bij Jinek?) Jules Deelder. Uit de bundel ‘Op de deurknop na’ uit 1972.

.

Gefeliciteerd

‘Herinner jij je dat prachtige
horloge nog dat ik een jaar of
vijf geleden verloren heb?”
‘Jazeker.’
‘Weet je nog hoe ik werkelijk
overal heb gezocht maar het ner-
gens kon vinden?’
‘Reken maar.’
‘Trek ik gisteravond een oud vest
aan dat ik in jaren niet meer
heb gedragen en nou geef ik jou
te raden wat ik in het linker
zakje vond?’
‘Gefeliciteerd! Je horloge!’
‘Nee. Het gat waardoor ik het
verloren moet hebben.’

.

op-de-deurknop-na

Zij die vielen

Jules Deelder, laatste keer dichter van de maand

.

Ten tijde van het Europees Kampioenschap voetbal in Duitsland schreef Jules Deelder het gedicht ‘Nationaal gedicht’ waarin hij een verwijzing naar een ander gedicht van hem gebruikte namelijk het gedicht ‘Zij die vielen’  uit de bundel ‘Renaissance gedichten ’44-’94’,  uit 1994.

Waar het eerste gedicht over voetbal en de oorlog gaat, is het tweede volledig gewijd aan de oorlog. Zoals je van Deelder mag verwachten.

.

Nationaal gedicht
(21-6-’88)

Oooooooo!
Hoe vergeefs
des doelmans hand

zich strekte
naar de bal
die één minuut

voor tijd
de Duitse doel-
lijn kruiste

Zij die vielen
rezen juichend
uit hun graf

.

Zij die vielen

.

Op een glooiing langs de weg

Eergens tussen Verdun en Metz

Liggen onder zwarte kruizen

Naast vele ‘unbekannte’ Duit

Schers ook Max Rust en Karl

Knoche voor lul het Laatste

Oordeel af te wachten met

.

Naast zich Kurt Engel en

Oswald Granat en Friedrich

Held en Emil Waghals dáár

Weer naast en iets verderop

Heinz Pardon en Oskar Fried-

Hof en Gottlob Puf die uit-

Gerekend kanonnier was en

.

In ’t enige door bloemen ge-

Markeerde graf Otto Blümchen

Geflankeerd door – zonder

Dollen – Ernst Kopfschutsz

En Franz Schlemiel met dáár

Weer naast – o ironie – the

One and only Jakob Krieg

.

renaissance

Quo Vadis?

Bijbelsch

.

In 1999 gaf Jules Deelder bij De Bezige Bij de bundel ‘Bijbelsch’ uit. Uit de NBD-Biblion recensie van Bibi Dumon Tak: “Verzen vol taalfratsen die ondubbelzinnig op de bijbel slaan. En het zou Deelder niet zijn als hij dat woord consequent laat eindigen op sch. Verder veel tering en tyfus en naaien en neuken. En natuurlijk een verwijzing naar dope als Johannes de Doper ter sprake komt. Maar op zijn best is Deelder in ‘Jezus in Oostenrijk’, waar ‘Grüss Gott’ kroeskut wordt en ‘Gutentag’ kuttentak. Op de achterzijde staat de dichter zelf in de stijl van een icoon als heilige afgebeeld, met links van hem zijn eigen initialen en rechts van hem (als apostelen) die van zijn vrouw en de naam van zijn dochter. Maar omdat je God ook te vriend moet houden, staan er tussendoor ook ootmoedige woorden en blijken van dank. Want je weet maar nooit.”

.

Uit deze bundel heb ik voor het gedicht ‘Quo Vadis?’ gekozen.

.

Quo Vadis?

Op de A20 staat
een man met baard

Ik stop en vraag
waarheen hij vaart?

Ten hemel luidt
daarop zijn antwoord

Ik ga niet verder
dan Rotterdam

O prima dan pak ik
daar de metro…

.

nacht1

coverbijbelsch

Wonderland

Jules Deelder

.

Gisteren de voorlopig laatste editie van de Poëziebus 2016 daarom vandaag op maandag de dichter van de maand juli,  Jules Deelder. Ik heb dit keer gekozen voor zijn gedicht ‘Wonderland’ uit de bundel ‘Interbellum’ uit 1987.

.

Wonderland

Bij het pompstation
bleken acht van de negen
pompen super te leveren
en maar één normaal

Op m’n vraag of het geen
tijd werd de bordjes te ver-
hangen keek de pompbediende
mij niet begrijpend aan

Toen ik later in een
etalage op een bord las
dat men bij aanschaf van
vijf batterijen één

staaflantaarn cadeau gaf
begreep ik dat ik
in de omgekeerde wereld
was beland.

.

coverinterbellum

Poëziebus 7

Edith de Gilde

.

Normaal vandaag op zondag de dichter van de maand (Jules Deelder) maar omdat ik deze week d(een deel van) de Poëziebusdichters in het zonnetje zet verschuift Deelder naar morgen. Dichter Edith de Gilde werkte als schrijfcoach in de jaren ’00 en was in dezelfde periode redactrice van Meander. Ze is nu bestuurslid van de Haagse Kunstkring, afdeling letteren, theater en film.

Gedichten publiceerde ze in tijdschriften, bloemlezingen, bibliofiele uitgaven en poëziekalenders. Ze heeft ook eigen bundels gepubliceerd zoals ‘Zeilschip Zondag’ uit 1998 en de tweetalige bundel Verloop / Verlauf met vertalingen in het Duits van Hans v.d. Veen uit 2011. In 2012 is in de Haagse Kunstkring haar bundel ‘Vleugels van cement’ gepresenteerd, deel 20 in de reeks Verse Voeten van De Witte Uitgeverij.

Als stadsgenoot koos ik voor een gedicht van haar hand over Den Haag.

.

Als zwijgen

Huilen in Den Haag: stel je geen tranen voor.
Het is een bed tegen een muur geschoven.
Dat afgepaste knikje in de lift.

Thuiszitten in stof van weken
en dan uitgaan in je nette pak.
Het zijn de hoofden in de rijen voor je.

Huilen in Den Haag is krap bemeten,
is naar een feestje gaan omdat het hoort.

Zeggen dat het goed gaat, dat je
weer eens op huis aan moet, we bellen!

Het krijsen uitbesteden aan een meeuw.

.

gilde_edith_de

poeziebuslogo

Dichter van de maand juli

Jules Deelder

Lees de rest van dit bericht

Sonny Rollins in Londen

Bernlef

.

Sonny Rollins (1930) is één van de laatste jazz legendes die nog in leven is. Hij begon op zijn elfde, en speelde al voor zijn twintigste samen met Thelonious Monk. Tegenwoordig toert hij nog en neemt hij nog albums op. Generatiegenoten met wie hij opnamen maakte en die hij inmiddels overleefd heeft, zijn onder anderen John Coltrane, Miles Davis en Art Blakey. Rollins staat bekend om zijn krachtige sound die hij onder meer aan zijn circulaire ademhalingstechniek en het gebruik van een heel open mondstuk te danken heeft.

Poëzie en Jazz is al lang een gelukkige combinatie gebleken (denk aan dichters als Remco Campert, Jules Deelder etc.). Ook schrijver, dichter J. Bernlef schreef over jazz in zijn gedichten. Bernlef debuteerde in 1959 met de poëziebundel ‘Kokkels’ in de hoogtijdagen van de Jazz.

In de bundel ‘Gedichten 1960 – 1990’ staat het gedicht ‘Sonny Rollins in Londen’ te lezen.

.

Sonny Rollins in Londen

.

begon met een blues

die geen blues bleek te zijn

maar zich ontspon tot Melancholy Baby

rookgordijn slechts voor de volgende song

Skylark verbleekt via Polkadots and Moonbeams

als een schaduw verdwijnend in glas

The song is You;

het publiek wordt zichtbaar

applaudisseert.

.

Een typische truc

niet de midvoor met de bal

maar de keeper

zich krabbend achter het oor

valt mij op

de man bij het scorebord

die zich even vergist en

de thuisclub het doelpunt wil geven

is voor mij van belang;

de uitslag is nieuws

en geen poëzie

.

De wetten van het mes

zijn niet die van het woord

verlengstuk van het oog

waardoor het zichtbare

onzichtbaar wordt

d.w.z. u denkt de blues

maar het woord, het lied

bent u zelf.

.

bernlef

kokkels

Met dank aan Wikipedia.

Piet

Jules Deelder

.

‘Het grote dieren gedichten boek’ biedt een schat aan gedichten waarin dieren een rol spelen. Dit vuistdikke boek 446 pagina’s) werd in 2007 door Guus Luijters samengesteld en uitgegeven door Nieuw Amsterdam uitgevers. Dit boek bevat gedichten van Nederlandse dichters maar ook vertaalde gedichten van beroemde buitenlandse dichters. Zo zijn dichters als K. Schippers en J. Slauerhoff vertegenwoordigd maar ook Federico Gracia Lorca, Joseph Brodsky en Li Qi. Uiteraard is Kees Stip aanwezig met maar liefst 18 gedichten.

Vandaag (ik zal hier de komende tijd vaker gedichten uit kiezen) heb ik gekozen voor een typisch gedicht van Jules Deelder. Het gedicht werd oorspronkelijk gepubliceerd in de bundel ‘Vrijwel alle gedichten’ uit 2004 en is getiteld ‘Piet’.

.

Piet

.

De ouders van een vriend

van mij hebben een kanarie

gekocht, na eerst een hond

te hebben overwogen.

.

Ze zijn nu dagelijks

in de weer het stomme dier

met stukjes appel

te dresseren.

.

De objectiviteit gebiedt

ons te vermelden, dat Piet

prachtig zingen kan.

.

vrijwel-alle-gedichten---j.a.-deelder[0]

%d bloggers liken dit: