Site-archief

Later

Filip Rogiers

.

Filip Rogiers (1966) woont en werkt in Brussel. Hij is journalist bij De Standaard en schrijver van verhalen en romans. Als journalist staat hij bekend als ‘een van de meest empathische stemmen van de Vlaamse journalistiek. In het laatste nummer 2021/2  van Het Liegend Konijn. tijdschrift voor hedendaagse Nederlandstalige poëzie onder redactie van Jozef Deleu, staan een aantal gedichten van zijn hand. Rogiers heeft proza gepubliceerd maar nog geen dichtbundel. Een van de gedichten in Het Liegend Konijn is getiteld ‘Later’ en prachtig daarom hier op dit blog dit gedicht.

.

Later

.

Later kijken we terug

op de toekomst van toen.

.

We hadden de langste dagen

nog voor de boeg en van elkaar

.

het beste nog te goed. Geven

was de regel en om te vergeven

.

was er niets. Lust en moed

kwamen te paard en spijt te voet.

.

We konden niet weten hoeveel

te laat later altijd komt.

.

Klucht

Nina Cassian

.

Nina Cassian ( pseudoniem van Renée Annie Cassian-Mătăsaru, 1924-2014 ) was een Roemeense dichter, kinderboekenschrijver, vertaler, journalist, pianist en componist en filmcriticus.

Na de publicatie in 1947 van haar nogal surrealistische debuutbundel ‘La Scara 1/1′ (Schaal 1:1) werd ze aangevallen omdat ze poëzie schreef die tegen de geest van het door de Sovjet-Unie gedomineerde Roemenië inging. Onder druk van de autoriteiten schreef ze enkele jaren agitprop-poëzie, maar keerde gaandeweg terug naar haar ware roeping. Ze publiceerde een reeks poëziebundels die haar op de voorgrond van de Roemeense literatuur brachten.

In 1985 verhuisde ze voor een baan in het onderwijs naar de Verenigde Staten. Terwijl ze in de Verenigde Staten was, werd een bevriende schrijver op gepakt door de Securitate, de geheime dienst van Ceaușescu en doodgeslagen,. Omdat hij dagboeken met onder meer satirische gedichten van Cassian bezat besloot ze niet meer terug te gaan naar Roemenië. Een paar jaar later kreeg Cassian permanent asiel en New York City werd haar thuis voor de rest van haar leven.

Veel van haar werk werd zowel in het Roemeens als in het Engels gepubliceerd. Na haar gedwongen emigratie werd ze verbannen uit de literaire annalen van Roemenië tot de ineenstorting van de dictatuur van Ceausescu.

In 2013 verscheen ‘Voor de prijs van mijn mond’ bij het Poëziecentrum met hedendaagse poëzie uit Roemenië. Uit deze bundel het gedicht ‘Klucht’ in een vertaling van Jan H. Mysjkin.

.

Klucht

.

Ik zou graag een keer mijn beenderen schikken

in een andere configuratie,

mijn beenderen die de weg van mijn vlees

versperren, lastige beletsels die

.

het omleggen in de vorm van een vrouw

en een peer, en een zeester voor mijn handen.

Ik zou graag mijn goddeloze beenderen

uitproberen in schema’s allerhande,

.

bijvoorbeeld: de grondvorm van het oerschip,

het doorkijkskelet van de luzerne,

ofwel de stamboom met postume vruchten

die opklimt tot een maagdelijke kern.

.

En ik wil graag ook mijn beenderen plooien

alsof ik geknield aan het bidden toog,

zodat ik hém op een dwaalspoor kan brengen,

de argeloze Paleontoloog.

.

Meer hoef dan voet

Marjolijn van Heemstra

.

Je hebt dichters en je hebt alleskunners of -doeners. Marjolijn van Heemstra (1981) is er een uit de laatste categorie. Ze is naast dichter vooral theatermaker, schrijfster en journalist. Ze is al actief met publiceren sinds 2006 maar in 2009 kwam ze met een theatervoorstelling getiteld ‘Ondervlakte’ en in datzelfde jaar debuteerde ze als dichter met de bundel ‘Als Mozes had doorgevraagd’ bij uitgeverij Thomas Rap.

In 2012 won ze met haar debuutbundel de Jo Peters Poëzieprijs. In 2014 kwam haar dichtbundel ‘Meer hoef dan voet’ uit (waaruit het onderstaande titelgedicht is genomen). Ze schrijft naast poëzie romans, columns, een opstel voor De Correspondent (waar ze correspondent ruimtevaart is wat bijzonder is daar ze godsdienstwetenschappen heeft gestudeerd) en gedichten van haar hand werden gepubliceerd in Das Mag en De revisor.

.

Meer hoef dan voet

.

De hond verspert mij het pad, stokstijf, zijn tong

een roerloze vis tussen zijn tanden, zijn grom

een ondergronds geluid, als door lagen korst

gedempt

.

en ik denk aan de man die zei: We weten niet

waarheen de dieren zijn die zich traag, in duizend,

duizend jaren, onttrokken aan het zicht.

We weten niet over welke rand ze tuimelden,

welke zee het laatste exemplaar verzwolg.

Hij noemde de kieuwslak met vijf platte windingen,

de schrikvogel die liever liep dan vloog,

de majorcahaas, het reuzenhert,

niemand weet met zekerheid in welk bos,

welk veld het reuzenhert verdween.

.

De hond blaft naar mijn sporen,

in de verte zwaait een riem, een mens

die in mij een naaste herkent

maar ik weet wat de hond weet:

er zijn dieren verdwenen

en mijn afdruk is meer hoef

dan voet.

.

 

De actrice

Simon Carmiggelt

.

Vele wat oudere mensen zullen schrijver en journalist Simon Carmiggelt (1913 – 1987) kennen als de schrijver van Kronkels. Een groot aantal van hen zal ook weten dat Carmiggelt actief was als dichter. Eerst onder het pseudoniem Karel Bralleput en later onder zijn eigen naam. Uit de bundel ‘Het jammerhout’ dat voor het eerst werd gepubliceerd in 1948 komt het gedicht ‘De puber’.

.

De puber

.

Ik ben verliefder dan ik zeg.

Als onheil drukt het op mijn maag.

Ik kus haar – ja, dat doe ik graag.

Maar eig’lijk wil ik ook wel weg.

.

Want geurig is de eenzaamheid.

O – ’s avonds zwerven in haar straat

en vrezen dat ze met een ander gaat…

Als ‘k aanbel, sterft die heerlijkheid.

.

Soms is er twist, omdat ze zei:

‘Vandaag heb ‘k niet aan je gedacht.’

Wrange confessie! Een doorwaakte nacht

scheidt ons van de verzoeningshuilpartij.

.

Daat staat Oom Karel. Hij lacht zuur

en zegt: ‘die kinderen zijn gek.

Capitulantje met je varkensnek,

hoed af – dit is de liefde puur.

.

Haha, die liefde

Maurice Roelants

.

Mauritius Adolphus (Maurice) Roelants (1895 – 1966) was een Vlaams dichter en romanschrijver maar hij was ook onderwijzer, ambtenaar, journalist en conservator van het nationale museum het kasteel van Gaasbeek. Samen met Menno ter Braak en E. du Perron was Maurice Roelants een van de oprichters van het gezaghebbende literaire tijdschrift Forum, een Nederlands-Vlaams literair tijdschrift dat van 1932 tot 1935 verscheen. Daarnaast was hij medeoprichter van het tijdschrift ’t Fonteintje’ en het Nieuw Vlaams Tijdschrift. Daarnaast was hij een tijdlang redacteur van Elsevier’s Weekblad.

In het oeuvre van Roelants neemt de poëzie slechts een kleine plaats in, hij was vooral schrijver van proza. Toch ontving hij in 1950 de driejaarlijkse cultuurprijs de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie. In de verzamelbundel ‘Zo sprak mijn lief mij toe’ Nederlandse liefdespoëzie uit 1957, is een gedicht opgenomen van Roelants. Het gedicht ‘Haha, die liefde’ verscheen oorspronkelijk in de bundel ‘Het verzaken’ uit 1930.

.

Haha, die liefde

.

De Liefde is oud en heeft een scheeven mond,

gespleten op haar brokkelige tanden,

zij deelt zoo licht wat lieve lachjes rond

en blaast al schalksch een kusje van haar handen.

.

Nooit is haar hupsche en speelsche voet gewond,

schoon zij nog danst als niet één kind van schande;

zij looft den tango en tezelfder stond

bespot zij fijn den ernst der sarabande.

.

’s Namiddags is ze op rijke tea’s te gast

en laat er soms door sier en zeedgen fleur

aan ongerepte maagdlijkheid gelooven.

Maar ’s avonds slaapt ze met een jongen kwast,

die zich bedrinkt aan haar verlepten geur,

en reukwerk waant de lucht van oude alkoven.
.
.

Om land en hart

Oorlogsgedichten

.

Zo nu en dan loop ik in kringloopwinkels of tweedehandsboekenwinkels kleine, vaak goedkoop gemaakte, bundeltjes tegen het lijf die tijdens of vlak na de tweede wereldoorlog zijn verschenen. Een aantal voorbeelden lees je hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/03/24/climax/, hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/27/oorlogsstad/ en hier https://woutervanheiningen.wordpress.com/2018/04/12/geteisterd-volk/ . En nu kan ik hier weer een nieuw exemplaar aan toevoegen dat in mijn bezit is gekomen.

Het betreft hier het kleine bundeltje ( het is meer een schriftje met een slappe kaft) ‘Om land en hart’ verzen van J. ten Mutsaert. Zoals op de eerste pagina te lezen is, werd dit bundeltje verzen uitgegeven in april 1945 in het bezette deel van Nederland door De Duistelvink. Het werd in een oplage van 810 uitgegeven (al is in mijn exemplaar sprake van 410 maar van de 4 is een 8 gemaakt. Ik heb nummer 641.

Op https://www.dbnl.org/ lees ik dat J. Mutsaert het pseudoniem was van dichter Jan H. de Groot (1901 – 1990) die ook het pseudoniem Haje Sikkema gebruikte. Jan H. de Groot debuteerde in 1926 met een in eigen beheer uitgegeven bundel ‘Lentezon’, was journalist en redacteur bij ‘Het vrije Volk’ en bleef tot op hoge leeftijd schrijven. Zijn laatste publicatie was een bibliofiel uitgegeven werk in 1988. Voor zijn werk ontving hij de Verzetsprijs voor letterkundigen in 1945 en de Poëzieprijs van de stad Amsterdam in 1946 voor het gedicht ‘Moederkoren’.

In ‘Om land en hart’ staan korte en wat langere gedichten en verzen. Over Mussert, het Duitse volk, het graf van een Engelse piloot en een executie in het Weteringplantsoen, 20 gedichten in totaal. Ik heb er een paar uitgekozen om hier te plaatsen.

.

Arrestatie

.

Nog eenmaal zie ik om en groet mijn vrouw,

mijn jongens met de neuzen voor de ramen.

Er is berouw noch spijt, ik krop alleen wat tranen,

omdat ik plots’ling weet, hoeveel ik van z hou.

.

Vrijheidsstrijder

.

Van huis en hol verdreven,

de dood ontweken en gezocht.

Niets was als prijs te duur gekocht,

mits ’t nageslacht zou leven.

.

Steden

.

O steden, vast en hecht is uwe staat,

voor elke vluchtling zijt gij toeverlaat.

Maar Babel werd verwoest, Carthago en Athene.

In één nacht vult het puin uw plein en straat.

.

De zwerver

Joseph von Eichendorff

.

Sommige bundeltjes lijken op het eerste oog niet heel aantrekkelijk of de moeite waard. In het geval van ‘Het jaar van de heer’ Gedichten voor het kerkelijk jaar, bewerkt door Gabriël Smit uit 1954 lijkt dit op het eerste oog zeker zo. Toch ben ik wat gaan bladeren en lezen in dit bundeltje van uitgeverij Het Spectrum en je gelooft het of niet (wel aardig in dit verband) er staan zomaar enkele gedichten in die heel de moeite waard zijn.

Ja, de meeste gedichten gaan over bijbelpersonages, religieuze feesten en psalmen maar zo nu en dan vond ik toch iets dat wat verder ging dan alleen het kerkelijke. Zo kwam ik het gedicht ‘De zwerver’ tegen van Joseph von Eichendorff.

Joseph Karl Benedikt Freiherr von Eichendorff  (1788 – 1857)was een Duits schrijver en dichter uit de Romantiek. Op Wikipedia staat te lezen:  Eichendorff verwerkte in zijn vertellingen een aanzienlijke hoeveelheid gedichten, die hij later bundelde, en het zijn deze die hem zijn grote roem brachten. De kracht van zijn poëzie zit voornamelijk in zijn eenvoud; zijn gedichten beschrijven altijd de natuur op evocatieve wijze. Deels is het een melancholisch heimwee naar het slot uit zijn jeugd, deels is het een transcendente zoektocht naar God. Aan alle geschriften van Eichendorff ligt een onbuigzaam, welhaast geborneerd vasthouden aan het oorspronkelijke en mystieke katholicisme ten gronde; hij achtte de verwatering van de fundamenten van de godsdienst verantwoordelijk voor de teloorgang van het romantische ideaal. Eichendorff staat reeds enigszins op het eind van de Romantiek; hij kondigt de overgang naar het realisme aan.

Gabriël Wijnand Smit (1910-1981) de samensteller van deze bundel was dichter, prozaïst, journalist, toneel- en jeugdboekenschrijver  en vertaler. Hij gold als een van de bekendste katholieke dichters.

.

De zwerver

.

Kom troost der wereld, stille nacht,

hoe stijgt gij van de bergen zacht,

de wind rust vol erbarmen.

Alleen een schipper waakt aan ’t stuur,

zingt over zee van ’t avonduur

en Vaders havenarmen.

.

Al wolken snel de jaren gaan

zij laten mij hier eenzaam staan,

geen wil nog van mij weten.

Alleen uw zegen bracht mij thuis

als onder ’t wonder boomgeruis

ik peinzend was gezeten.

.

O troost der wereld, stille nacht,

de dag ontstal mij al mijn kracht,

de verre branding monkelt…

Laat mij hier rusten van mijn nood3totdat het eeuwig morgenrood

het stille bos doorfonkelt.

.

Boodschap aan de toekomst

Jens Meijen

.

Ik ken Jens Meijen als één van de deelnemers aan de Poëziebustoer van 2019. Ik schreef naar aanleiding van die toer toen dit stuk met gedicht over Jens https://woutervanheiningen.wordpress.com/2019/05/23/de-poeziebus-gaat-weer-rijden-2/

Jens Meijen (1996) rondde de masters Westerse Literatuur, Literatuurwetenschappen en Europese studies af aan de KU Leuven. Daarnaast is hij journalist, recensent en columnist bij ‘Humo’ en ‘De Morgen’, redacteur bij Greenpeace Belgium en lid van de kernredactie van literair tijdschrift ‘dw b’. Hij publiceerde ook nog in ‘De Revisor’, ‘deFusie’, ‘Hard//hoofd’ en ‘Deus Ex Machina’. Hij was de eerste Jonge Dichter des Vaderlands van België in 2016 en hij debuteerde als dichter met ‘Xenomorf’ in 2019.

Uit zijn debuutbundel ‘Xenomorf’ komt het gedicht ‘Boodschap aan de toekomst’ waarin Jens de stand van zaken in de wereld bekijkt en een boodschap geeft aan de lezer voor de toekomst.

 

Boodschap aan de toekomst

 

Donald Trump is president; Google een leger. Haat gloeit op in alle landen; de noordpool zweet

haar angsten uit. De wereld heeft koorts. Volgens ons duurt het niet lang meer.

 

We trekken bloedrode krijtstrepen over de aardkorst. Spuwen rookpluimen de hoogte in.

 

We tasten de grens van onze menselijkheid af, proeven van het leven als machine. Met

voorzichtige slokken. Nu nog.

 

We graviteren rond de luwte van de cyberspace. Staan aan de rand van een mandarijnkleurig

ravijn. Smokkelen herfstbladeren in jaszakken.

De geur van een vermoeid woud –

kennen jullie dat nog?

Het gevoel van erwtensoep en griep –

 

Alles moet maakbaar zijn; ook wij – het verleden balanceert op onze lippen. Kantelt in een

rozenstruik.

 

Durf twijfelen.

 

Durf weerstaan aan de vervreemding.

 

Blijf mens.

.

Mood Indigo

Roger de Neef

.

Een nieuwe dichter ontdekken is altijd een feest voor mij. Hoe gaat dat? Ik lees of hoor ergens de naam van een dichter (of dat een persoon ook dichter is), ken die persoon of zijn naam niet en ga dan op onderzoek uit. Wikipedia is dan vaak een bron van informatie maar ook https://www.dbnl.org/ of, wanneer die bestaat, de website van die persoon.

Zo las ik pas in de bundel ‘En blauw zal alles zijn’ een gedicht van de dichter Roger de Neef. Voor mij een volslagen onbekende naam. Maar wat blijkt, deze Vlaams dichter (1941) blijkt al een aardig oeuvre bij elkaar geschreven te hebben. Sinds zijn debuut in 1967 met de bundel ‘Winterrunen’  heeft de Neef al met 13 dichtbundels gepubliceerd, de laatste in 2018 ‘Grondgebied’.

De Neef studeerde geschiedenis en pers- en communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit te Brussel. Sinds 1972 werkzaam als journalist bij het agentschap Belga, als kunst-recensent en als redacteur van de literaire tijdschriften ‘Morgen’ en ‘Impuls’.

De Neef schrijft een sterk mythische poëzie die de rituele en archetypische dimensies van het bestaan poogt te doorgronden; vooral de plaats van het individu in de maatschappij en zijn afhankelijkheid van het verleden komen hierbij aan bod. Zijn poëzie maakt een hermetische indruk, mede door de vaak duistere beeldspraak en de elliptische of ongrammaticale zegging (Een ellips is een stijlfiguur waarbij een of meer woorden worden weggelaten). Zijn werk is door de jaren heen geëvolueerd naar een poëzie die maximale communicatie nastreeft. Hij is vooral ook bekend door zijn Jazz gedichten.

Zijn werk werd onder meer bekroond met de poëzieprijs van de gemeente Deurle (1972), de Arkprijs van het Vrije Woord (1978), de Jules van Campenhoutprijs (1986) en de Prijs van de Vlaamse Gemeenschap voor Poëzie (1986). Uit zijn laatste bundel ‘Grondgebied’ komt het gedicht ‘Mood Indigo’.

.

Mood Indigo

.

Ik geef je de kleur

van geboorte en droefheid.

.

Niet het blauw in de je hoofd

maar het bevroren blauw van de vlam

Het blauw van het uur blauw

’s ochtends net voor de ochtend.

.

Het blauw van vlak voor

en dat van na de zomer

Ondergedoken in rivieren het blauw

van overal onderweg naar je bloed.

.

Liefste, ik geef je de kleur

van geboorte en afscheid.

.

Het bittere blauw dat leeft

in het hart van het blauw,

en uitbreekt als koorts.

.

 

 

Terug naar de kust

Theun de Winter

.

Afgelopen week hoorde ik ergens op de radio het nummer ‘Terug naar de kust’ van Sjoukje Spijker of Maggie MacNeal. Terug naar de kust is een single afkomstig van het verzamelalbum ‘Zing je moerstaal’, het boekenweekgeschenk van 1976. Er werd voor dat project (dat bedacht werd door Ad Visser, presentator van Toppop) een combinatie gelegd tussen artiest en schrijver om het Nederlands repertoire meer onder de aandacht te trekken. Maggie MacNeal (van voorheen Mouth & MacNeal) werd gekoppeld aan de dichter Theun de Winter. Ze werd op dit nummer begeleid door het Gewestelijk Orkest voor Zuid-Holland in een arrangement van Ruud Bos.

Journalist, tekstschrijver en dichter Theun de Winter (1944) schreef de tekst in de Kerkstraat in Amsterdam. Het wilde maar niet vlotten, tot een novemberdag bij hem herinneringen opriep aan “zijn” Texel (hij groeide op in Den Burg), omringd door kust en zee. De tekst stond toen vlot op papier. Het nummer werd een redelijke hit, het bereikte de 8ste plaats in de top 40. Vanaf 1999 staat het nummer jaarlijks in de Top 2000 van Radio 2 (in 2020 op plaats 1898). Een aantal andere artiesten nam het nummer later ook op. Gerard Joling, Margriet Hermans en Rick de Leeuw haalden de hitparade er echter niet mee.

Andere dichters die gedichten en teksten aanleverde voor deze LP waren onder andere Jan Kal, Kees Buddingh’, Bert Schierbeek, Jules Deelder, Judith Herzberg, Nico Scheepmaker en Gerrit Komrij.

.

Terug naar de kust

.

.
.
%d bloggers liken dit: