Site-archief

Paradise regained

H. Marsman

.

Na pas ‘Paradise Lost’ te hebben besproken op dit blog kwam van Derrel Niemeijer de tip om vandaag ‘Paradise regained’ te behandelen. Dit werk van Milton is gepubliceerd in 1671 en wordt over het algemeen gezien als een minder werk dan ‘Paradise lost. Daarom gooi ik het eens over een andere boeg en behandel ik vandaag wel degelijk ‘Paradise regained’ maar in dit geval van de dichter Hendrik Marsman (1899 – 1940). Dit gedicht werd o.a. gepubliceerd in Verzamelde gedichten uit 1995.

Wil je een zeer aardige en gedegen beschrijving lezen van dit gedicht lees dan de bespreking van Joris Lenstra op Meander klassiekers: http://klassiekegedichten.net/archief/klas052.html

.

‘Paradise regained’

De zon en de zee springen bliksemend open:
waaiers van vuur en zij;
langs blauwe bergen van de morgen
scheert de wind als een antilope
voorbij.

zwervende tussen fonteinen van licht
en langs de stralende pleinen van ’t water
voer ik een blonde vrouw aan mijn zij,
die zorgloos zingt langs het eeuwige water

een held’re, verruk-lijk-meeslepende wijs:

‘Het schip van de wind ligt gereed voor de reis,
de zon en de maan zijn sneeuwwitte rozen,
de morgen en nacht twee blauwe matrozen –
wij gaan terug naar ’t Paradijs’.

.

Marsman

 

marsman 2

Advertenties

Let the sun shine

Hans Andreus

.

Omdat het zulk prachtig weer is vandaag een toepasselijk gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Muziek voor kijkdieren’ uit 1951 (Windroosserie deel 12).

.

Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
er ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

.

liggen

 

Lees ook de boeiende bespreking van dit gedicht op http://klassiekegedichten.net/index.php?id=87 van Joris Lenstra.

Poëziebundel Ongehoord Rotterdam

Uit mijn boekenkast

.

In mijn boekenkast staat een mooi klein bundeltje uit 2009 met een aantal gedichten van dichters die in dat jaar op Ongehoord Rotterdam stonden. De stichting ongehoord! is voortgekomen uit Ongehoord Rotterdam dat toe bestond uit Joris Lenstra, Hein van de Assem, Ton Huizer, Yvonne Koenderman en Frida Winklaar. Van hen is alleen Yvonne nog actief in de stichting Ongehoord!

Het aardige van de bundel is dat er dichters instaan die inmiddels enige bekendheid genieten, meer nog dan toen het geval was. Zo ook Peter W.J,. Brouwer.

In de bundel zijn gedicht ‘Over grootouders”.

.

Over grootouders

.

Op een avond liep

een schelpenpad tot aan het huis

.

voor zijn grootmoeder

als engel de deur opende

.

in zoveel licht

had ik haar nog niet gezien

.

een fossiel was haar stem en

mijn herinnering het huis geworden

.

we groeten elkaar en spoelden aan

terwijl ik mijn grootvader slapend zag wijken

.

ik kon zijn huis met dieren met hokken

tot wrakhout bedenken

.

zijn appelboom tot klokhuis kijken

mezelf een nachtegaal

horen zingen

.

peterbrouwer2010klein

Voordragen in De Bakkerij

Ik droom van jou

Op vrijdagavond 22 februari organiseert Ongehoord een poëziepodium tijdens de expositie ‘Ik droom van jou’, met tekeningen van Frances Alleblas bij teksten van Joris Lenstra. De expositie hangt in Taal en Theaterstudio de Bakkerijk (Bergweg 283 Rotterdam).
Toegang is gratis.
Op zullen treden: Hein van de Assem, Rineke Minderman, Joris Lenstra (Droomboekje) en ik zelf.

Na afloop is er een open podium.

De tentoonstelling ‘Ik droom van jou’ bestaat uit tekeningen van Frances Alleblas, gemaakt op teksten van Joris Lenstra. De korte, dromerige teksten gaan allemaal over de (on)bereikbare liefde. De teksten en de tekeningen zijn gebundeld in het ‘Droomboekje’ dat tijdens de expositie te koop is.

Poëziepodium Ongehoord is een Rotterdams poëziepodium voor aanstormend en aanslenterend talent. De stichting erachter organiseert een tweemaandelijks poëziepodium in de centrale bibliotheek en daarnaast ook podia op locatie.

.

Ik zal vooral nieuw en onbekender werk voordragen in mijn bijdrage.

.

dromenboekje

Droomboekje

Vrijdag 14 december 2012

.

Op vrijdag 14 december om 17.00 uur  presenteert Uitgeverij Nadorst, in Studio Bakkerij aan de Bergweg 283 te Rotterdam,  het ‘Dromenboekje’, een intiem boekje over de liefde. Het boekje is het resultaat van de samenwerking tussen dichter Joris Lenstra ( één van de juryleden van de Ongehoord! Poëziewedstrijd 2012) en beeldend kunstenares Frances Alleblas.

Joris Lenstra schreef 26 dromerige gedichten. Frances Alleblas maakte, geïnspireerd op de deze teksten,  evenzeer dromerige, suggestieve tekeningen.

.

De bijbehorende tentoonstelling in Studio Bakkerij loopt nog tot en met februari 2013.

Hieronder een voorbeeld uit het ‘Dromenboekje’.

.

gedicht_Joristekening_bij_gedicht_Joris

Juryrapport winnend gedicht

Winnaar Ongehoord Poëzieprijs 2012: ‘Let the sin begin’.

 .

En dan nu het juryrapport van het winnende gedicht van Hervé Deleu ‘In de ochtendfile’. Het gedicht heb ik maandag 12 november reeds geplaatst op dit blog.

.

Juryrapport

Toen wij de ingezonden gedichten bespraken, werd al snel duidelijk dat één tekst met kop en schouders boven de rest uitstak. Het overleefde zonder enige discussie de voorselecties en heeft die koppositie niet meer afgestaan.

Dit tekstje wist ons aangenaam te verrassen. De beeldspraak is helder. Het is tekstje beschrijven. Het weet goed de valkuilen van het clichématige te vermijden. En ook zonder hoogdravend poëtisch taalgebruik, hebben we hier een spannend geschreven dichtwerkje.

Het begint aarzelend en onbestemd, maar vanaf regel vier wordt koers gezet richting het thema: ‘Let the sin begin’. Het hoogtepunt is de beschrijving die begint op regel zeven:

‘Ongegeneerd beklemt ze

de gladde kop van de pookversnelling

en ademt traag.’

Op beknopte, haast filmische wijze wordt hier het hoofdpersoon neergezet.

De rest van het gedicht is een beschrijving van deze vrouw die zich in haar auto in de file overgeeft aan de wellust.

Deze uitwerking wekt bewondering  door de knap volgehouden, bondige stijl en door het vermijden van de gemeenplaatsen. Een tekst met dit onderwerp kan een draak van een gedichtje opleveren, maar hier is dat niet gebeurd. In plaats daarvan is er een sterke tekst geschreven met een kop en keurige staart. Er wordt nergens nodeloos uitgeweid. En het verbond van de wellustige vrouw met haar warmbloedige auto is beeldend en voelbaar beschreven.

Leuk detail is dat wij als lezers ook niet zonder zonde zijn. Tijdens het lezen, of luisteren, worden wij voyeurs die schaamteloos toekijken naar deze vrouw, die zich in haar auto alleen waant.

Vandaar dat wij het gedicht ‘In de ochtendfile’, als winnaar hebben uitgekozen van de dichtwedstrijd van Ongehoord 2012, ‘Let the sin begin.’

Joris Lenstra

.

Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2012

De jury is aan de slag

.

Met enige regelmaat krijg ik vragen over de Gedichtenwedstrijd die de stichting Ongehoord! organiseert dit jaar. Zoals jullie waarschijnlijk weten is deze gedichtenwedstrijd een voortzetting van de gedichtenwedstrijd die ik op dit blog in 2009, 2010 en 2011 heb georganiseerd.

De jury van de Ongehoord! gedichtenwedstrijd bestaande uit Jana Beranová, Liselore Scheffers en Joris Lenstra, is bezig met het beoordelen van de gedichten. Op 11 november vanaf 14.00 uur zal de prijsuiteriking plaats vinden in het bibliotheektheater van de bibliotheek van Rotterdam aan de Blaak.

Uitnodigingen voor deze uitreiking worden half oktober verstuurd. Prijzen zijn o.a. een beeldje van kunstenares Lilian Mensing, publicatie op de website van de winnende gedichten en een optreden op het podium van Ongehoord!

.

Hermetische poëzie

Met vis op weg

.

Naar aanleiding van het gedicht dat ik gisteren plaatste heeft Ger Belmer gereageerd. Deze reactie gaat ondermeer over het toevoegen van onbegrijpelijke elementen aan gedichten waardoor deze vrijwel onleesbaar worden. Elementen die op het eerste gezicht niets met elkaar en het gedicht te maken hebben. Hoewel mijn gedicht Met vis op weg bedoeld was als een stukje absurde tekst zonder enige betekenis (gewoon omdat het kan en ik er zin in had zoiets te schrijven) heeft dit me wel aan het denken gezet.

Ook ik lees weleens poëzie waarvan ik denk; waar gaat het eigenlijk over? Poezie die ondoorgrondelijk en eigenzinnig is (zou je ook kunnen zeggen) maar waar ik niets mee kan. Nu weet ik dat er mensen zijn die dit ook van (delen) van mijn poëzie vinden. Hierover schreef ik al in Zoet en Fruitig versus Zoet en Bitter (27 april). Soms kan mijn poëzie wat abstract zijn. Toch denk ik dat mijn poëzie niet als hermetisch gekenschetst moet worden. Zoals ik in mijn reactie op de reactie van Ger schreef heeft Jorsi Lenstra een zeer duidelijk en leesbaar stuk voor Meander geschreven over wat hermetische poëzie is, wat de kenmerken zijn en hoe deze vorm van poëzie te (leren) waarderen. Dit stuk kun je hier lezen: http://meandermagazine.net/leesmaar/tekst.php?txt=3573

Tot slot een voorbeeld van hermetische poëzie van Hans Faverey. Met dank aan gedichten.nl

Zodat ik uitzie

.

Zodat ik uitzie

door het oog

van mijn naald

.
en sneeuwblind herken

de zwerfsteen,

sterfsteen onder

.
mijn tong: splinter

voor splinter

.
slaagt hij erin

niets te wegen,

niets voor te stellen.

.

Stevie Smith

Gedicht.

Dit is het gedicht dat Joris Lenstra vertaald voordroeg bij Ongehoord Rotterdam! van de Engelse dichter Stevie Smith (1902 – 1971). Hier in de oorspronkelijke versie.

Not Waving but Drowning

Nobody heard him, the dead man,
But still he lay moaning:
I was much further out than you thought
And not waving but drowning.

Poor chap, he always loved larking
And now he’s dead
It must have been too cold for him his heart gave way,
They said.

Oh, no no no, it was too cold always
(Still the dead one lay moaning)
I was much too far out all my life
And not waving but drowning.

.

Stevie Smith, March 1966

%d bloggers liken dit: