Site-archief

Verkwist

Nina Vanhevel

.

De West-Vlaamse dichter Nina Vanhevel (1989) is fondsredacteur bij Academia Press in Gent. In 2021 werd haar gedicht ‘advies’ gepubliceerd op Het gezeefde gedicht en ook in 2021 werden drie gedichten van haar hand gepubliceerd op Meandermagazine. Hoewel ze denkt en schrijft in het West-Vlaams werkt ze haar poëzie om naar het Nederlands om een groter bereik te hebben en gelukkig maar denk ik dan. Of haar ‘dichterscarrière’ een vervolg krijgt of dat ze zich op het redacteursvak zal focussen is de vraag, als ik haar gedichten lees hoop ik op het eerste.

.

verkwist
.
vandaag je zaad
uit de vuilnisbak gehaald
het lag er al een maand
eerder kon ik het niet maken
om al dat wat van ons nog rest
zomaar weg te dragen
.
is dit dan hoe het is
een lichaam komt
in korte stoten
maar gaat in lange halen
.
en in mijn hoofd dat eeuwig beeld
jouw ogen tot spleetjes geknepen
hoe ik je haren je wenkbrauwen
de kloven in je lippen streelde
als een kind
.
dat nooit zal leren
hoe je liefde moet doseren

.

Jouw hart

Amina Belôrf

.

De Vlaamse (slam)dichter Amina Belôrf (1990) is maatschappelijk assistente en columniste. Ze schrijft poëzie en proza en debuteerde in maart 2020 met haar dichtbundel ‘Zonder het licht te breken’ dat gepubliceerd werd door uitgeverij MAMMOET/EPO. De vader van Amina kwam in 1966 vanuit Marokko naar België om in de steenkoolmijnen te werken. Toen de mijnen sloten werkte haar vader in de haven, de horeca en in fabrieken. Later werd haar vader ziek, Alzheimer en overleed. Amina schreef over zijn levensreis. Dat werd eerst de voorstelling “Atlas-Antwerpen (retour)” en nu de dichtbundel (haar debuut) ‘Zonder het licht te breken’ wat een eerbetoon is aan haar vader.

Amina is ook met een gedicht terug te vinden op de website van de Dichter des Vaderlands  in België. Op deze website staan een groot aantal gepersonaliseerde gedichten voor mensen die de afgelopen twee jaar aan Corona zijn overleden. Deze gedichten worden opgedragen aan deze mensen die steevast met hun initialen worden genoemd. Zo ook de heer F.V.D. waar Amina een gedicht voor schreef.

Mijnheer F. V. D. werd geboren op 18 oktober 1965 en overleed in AZ Sint-Jan te Brugge op 4 mei 2020. Hij was een ondernemer in hart en nieren. Stond steeds paraat voor een ander. Gekend als liefdevolle vader die zijn dochter Manon en haar moeder met de beste zorgen omringde. Hij was de man van het glas halfvol, een levensgenieter. Met een passie voor koken en een groot hart voor zijn medemens.

 

Jouw hart

Voor F. V. D.

.

Als tranen konden wekken
dan viel je nooit in slaap
als droefheid kon doen leven
dan stond je hier weer voor ons.

.

De glazen blijven staan
de lente mist zijn glans
de keuken treurt in leegte
de dag die zingt niet meer.

.

Je dochter zoekt je op
ze spreekt van hoe je rondwaart
in warmte en in waardigheid
voor al wie jou tot liefde is.

.

Zij die je kennen zullen nooit vergeten
hoe jouw handen de ander droegen
hoe je gaf en zal blijven geven
zolang ons hoofd jouw hart herinnert.

.

Nu dragen wij jouw eeuwig leven
en heffen hier jouw lievelingsglas
we zoeken je niet langer
in de kleuren van de lente
want je bent hier, naast ons

.

zolang ons hoofd
jouw hart herinnert.

.

Een nieuwe editie

De nieuwe MUG

.

Nu we al zo lang van ons nachtkastje naar de slaapkamermuur staren, van de woonkamer naar de keuken, mag iedere kamerplant, van vensterbank tot postzegelformaat zich gelukkig prijzen. Laat de flora groeien en bloeien als nooit tevoren. Van muurbloem tot ruisende struik. De geheime tuin in je broekzak is zo groot als je maar wilt.

Vanaf dit jaar willen wij, de makers van MUGzine het iets anders gaan doen. Natuurlijk blijven we dichters vragen om een bijdrage te leveren aan het meest eigenwijze en leukste kleine poëzietijdschrift van Nederland en Vlaanderen, maar we gaan wat spelen met onderwerpen, thema’s en vormen van gedichten. Wat blijft is de vorm (A6), de papieren editie en de digitale editie, de Luule en de bijdrage van een kunstenaar of illustrator.

Vandaag komt MUGzine nummer 11 uit met poëzie van de Vlaamse dichter Siel Verhanneman, en uit Nederland poëzie van Meliza de Vries (die ook voor de illustraties zorgde), Gaël van Heijst en Marie-Anne Hermans. Wat al anders is deze editie is de Luule in drie delen en de vormgeving. Bart onze vormgever zal het komende jaar zijn expertise als vormgever meer laten zien en de omslagen zullen dan ook anders zijn dan de eerste 10 edities.

Zoals altijd is MUGzine gratis te downloaden via mugzines.nl, wil je echter in alle ‘omvang’ van MUGzine genieten word dan donateur voor minimaal € 20,- per jaar en ontvang automatisch alle nummers van het jaar (5) via de post thuis. Stuur een mail naar mugazines@yahoo.com en ontvang nummer 11 meteen. Het is ook nog steeds mogelijk de eerste 10 nummers te bestellen.

Hieronder een gedicht van Gaël van Heijst die met drie gedichten vertegenwoordigd is in #11

.

Plankenkoorts

.

De planken dragen een man
die zijn haren kamt
voor het slapengaan.

Stel, de inzameling begint
middenin de nacht.

Schoon. Ze zullen hem
net hebben.

Twee kommetjes
met het natste zout
vloedend in zijn handen.

Waaieren, gietend
over de eerste rij met regenscherm.

De man begint
daarmee
einde.

Na afloop lacht iedereen
de man uit vanaf hun stoel.

‘Is het oké om nu te gaan.’
‘Nee pas bij de afloop. ‘

Ze wachten netjes
tot ver na afloop.

Iedereen zit nog.

.

De dood in de pot

De Gids

.

In De Gids, literair tijdschrift nummer 2 van 2019 staat een bijzonder gedicht van Hannah van Binsbergen (1993). Zij publiceerde de dichtbundel ‘Kwaad gesternte’ (2016) waar ze in 2017 de VSB Poëzieprijs mee won, en ‘Mijn leven is een schetsblad’ (2017). Daarnaast schrijft Hannah romans. Het gedicht ‘De dood in de pot’ dat in De Gids verscheen is een opmerkelijk gedicht door de vorm die Hannah hiervoor gekozen heeft. Tussen de coupletten staan steeds een refrein dat is opgebouwd uit een aantal tweeregelige rijmende zinnen. In die zin lijkt de opbouw van dit gedicht wat op een liedje, waarbij de tweede helft van het gedicht/lied de strakke lijn van couplet, refrein, couplet, refrein wat loslaat. De refreinen zijn daar ook drieregelig waarna het gedicht/lied toch weer eindigt met refreinen en een couplet.

.

De dood in de pot

.

Vrienden, wat eten we vanavond?
We eten een gedicht met spek.
Het gedicht was al oud, is zonder schreeuw gestorven
Hij heeft jarenlang een oude kar getrokken, vel over been maar mans genoeg
Hij was blij om te gaan, hij zou het zo willen
dat ons bloed zijn laatste rustplaats is
en onze stront natuurlijk, maar stront voedt de aarde
uit gebarsten grond groeit geen gedicht.

.

Een ware zanger van de massa
zingt zijn liedjes aan de kassa

.

De eter blieft zijn rapen gaar
de stem van ‘t volk is koen en klaar.

.

Volgt onbegrip toch onverhoopt
dan wordt de zanger opgeknoopt.

.

En het spek, waar komt het spek vandaan?
Dat wil ik best vertellen, vriend,
maar ik weet niet of je galgenspek lust
het kan voor rare dromen zorgen en het smaakt zo zoet,
dat kan niet kloppen maar iets anders was er niet te koop
en de slager zei dat alles op was
dat de staat alleen nog slachten mag.

.

Altijd uitverkoop, altijd vrede
zo’n hart is niet van deze tijd

.

staakt uw geklaag, begint uw bede!
Elk vermoeden wordt een feit.

.

Aan de kassa is het druk
het eten op, de borden stuk

.

Als iedereen is uitgegeten
Is de maaltijd snel vergeten.

.

Alleen de woorden roeren me tot tranen
het naakte vlees kan niets meer doen. Het bloedt niet eens
staat dichter bij mijn eigen bloed dan bij het zijne
en wie ben ik om goed vlees af te slaan?

.

Bidders van beden en zangers van oden
Horen bij niemand, zijn levende doden
Wie een eerlijk lied wil laten klinken
moet zich eerst maar in de gracht verdrinken

.

Het eten op, de borden stuk
de rechtstaat staat weer onder druk
en al het goede is per ongeluk.

.

Wandelend naar een waartoe in drommen
slang schiet door het landschap
als dromen
als geld

.

Een oog in de stroom zegt zie jou,
zie jou en jij bent
goed
maar het was niet goed.

.

Mouwen opstropen of broek ophijsen
als iedereen zijn deel komt eisen?

.

Als iedereen is uitgegeten
is de maaltijd snel vergeten.

.

Zijn geest in de hemel, zijn vlees in mijn maag
Als hij bezwaar heeft komt hij maar omlaag.

.

Voor woorden alleen betaal ik in tranen.
Voor het vlees betaal ik met het wisselgeld
dat ik aan het einde van mijn leven waard ben
in strijd
in een licht dat tussen mijn tanden doorschijnt
waarbij ik een nieuw gedicht kan lezen
als ik jouw gedicht op heb.

.

Weet je nog hoe je moet drijven?

Sanne de Kroon

.

In 2020 deed dichter Sanne de Kroon (1997), Master of Arts Taalwetenschappen en dichter, mee met de Nijmeegse Literatuurprijs. De Nijmeegse Literatuurprijs is een initiatief van De Gelderlander, de Openbare Bibliotheek Zuid-Gelderland, Nieuwe Oost | Wintertuin, Poëziecentrum Nederland en literair tijdschrift Op Ruwe Planken. Het geheel staat onder leiding van de Stichting Literaire Activiteiten Nijmegen.

Het doel van de Nijmeegse Literatuurprijs is literair talent uit Nijmegen en omgeving een duwtje in de rug geven. De beste inzendingen worden gepubliceerd, winnende auteurs worden aan een podium geholpen. De winnaar van de hoofdprijs krijgt 250 euro. De ingezonden teksten werden kritisch bekeken door een jury. Uit de longlist van 11 inzendingen werd een shortlist gekozen van drie auteurs: Dat zijn Sanne de Kroon (met drie gedichten), Tamar Slooves  (met het verhaal ‘Daar praten we niet over’) en Esther van Raay (met het verhaal ‘Dirk’). De jury bestond in 2020 uit Heidi Koren (schrijver/dichter), Frederik van Dam (Radboud Universiteit) en Marijn Hogenkamp (uitgeverij Atlas Contact).

Tamar Slooves werd winnaar maar Sanne de Kroon ( die de publieksprijs kreeg) werd tweede met haar gedichten. Over het gedicht ‘Weet je nog hoe je moet drijven?’ schreef de jury: Met het tweede gedicht zet deze dichter de lezer meteen bij de eerste regel stil. “Mijn vader leeft al een jaar onder water”. Het is raak. ‘Weet je nog hoe je moet drijven?’ laat zien waar geworsteld
wordt en hoe dat eruit ziet vlak voordat iemand kopje onder gaat. Korte zinnen, boordevol oersterke beelden. Met dit gedicht toont de inzender zich dichter en dat smaakt naar meer!

.

Weet je nog hoe je moet drijven?

.

Weet je nog hoe je moet drijven?
Mijn vader leeft al meer dan een jaar onder water.
De dagen drijven aan hem voorbij.
Soms kan hij ze grijpen.

.
Laten we samen een metafoor bouwen,
die sterk genoeg is om je gewicht te dragen.
Moeilijk zal het niet zijn, want
je wordt met de dag lichter.

.
Je praat steeds meer over anorexia.
Niet voor jezelf, maar
er zijn mensen die zich helemaal niet goed voelen,
zonder dat daar een reden voor is.
Ze draaien hun schouders als ze door een deur moeten,
denkend dat ze niet zullen passen.

.
Maar papa, we weten toch al lang dat happiness
een theesmaakje is,
dat je plafond een magneet is en elk bed
gemaakt is van blijfzand.
Iedere keer dat je opstaat,
is een kleine overwinning.

Op een dag zal ik een enorme broccoli in de tuin planten,
die diepe wortels zal maken die alles zullen overwoekeren.
Mijn vader zal hem in minuscule stukjes snijden.
Bouillonblokjes uit zijn wikkels halen en
op zijn handen laten smelten als bruisballen.
En eindelijk zal alles soep zijn.

.

Avondmaal

Ivar van der Velde

.

In Liter, het literair tijdschrift dat driemaal per jaar verschijnt, nummer 102 is het thema van de artikelen en gedichten ‘Lezen is geloven’. In dit nummer staat een gedicht van Ivar van de Velde (2004) getiteld ‘Avondmaal’. Deze jonge dichter en schrijver schrijft naast gedichten ook reisverhalen die gepubliceerd zijn in onder andere Tirade en De Gids. Dit jaar was hij genomineerd voor de Debutantenschrijfwedstrijd.

Ivar van der Velde  is Community-lid van de School der Poëzie en wordt gecoacht door voormalig stadsdichter van Antwerpen en actrice Maud Vanhauwaert. Ivar ontwikkelt zijn eigen werk, gedichten en verhalen, met hulp van Maud.

Waarom ik bij het gedicht ‘Avondmaal’ van hem bleef hangen was in eerste instantie de vorm. In dit gedicht is vrijwel elke vorm van interpunctie weggelaten waardoor je het gedicht het beste in een lange zin kan lezen. Toch blijft de dichter niet helemaal trouw aan zijn gekozen vorm want in de derde strofe verschijnt in een keer in de tweede regel een komma. Een vergissing vermoed ik. Ondanks het weglaten van interpunctie is dit gedicht uitstekend te lezen.

Wat me verder opviel was het noemen van de term Fata morgana in elke strofe. Wat mij dan weer doet vermoeden dat de dichter, hoewel goed op de hoogte van verschillende thema’s en onderwerpen uit het Christelijk geloof, deze vorm van religie vooral ziet als een luchtspiegeling, iets zien wat er niet is.

.

Avondmaal

.

Breek het brood vermoord een heilige op middeleeuwse wijze pluk in de

doodgebloede tuin doornstruiken zonder handschoenen lijdt pijn vlecht een

kroon verbeeld je de koning slenterend in smalle steegjes als een Fata morgana

tussen de kruimels.

.

Bekeer een dronkaard in het hofje bidt om vergeving verlos hem uit zijn lijden

dep zijn wonden met wijn lieg als de haan kraait over zijn goddelijke hel verbeeld

je de opstanding uit de dood als een Fata morgana tussen geperste druiven.

.

Bezoek de stad Jeruzalem projecteer het verleden op de heuvel sla een kruisje

een priester kerft smeekbedes in de Klaagmuur, graaft een graf voor een paar

sjekel kunt u begraven worden in de heilige stad een Fata morgana op de jongste

dag.

.

Vincent van Meenen

Vlaams dichter

.

Vincent Van Meenen (1989) is schrijver van drie romans, theatermaker, maker van audioverhalen voor o.a. KIFKIF en radio Klara en dichter. In 2014 studeerde hij af aan het Koninklijk Conservatorium Antwerpen. Daarna maakte hij twee jaar theater met vluchtelingen in Athene. In 2012 won hij WriteNow! en in 2016 verscheen zijn debuutroman ‘Licht en geluid’. Sinds 2017 woont en werkt hij in Antwerpen. Als doctoraal onderzoeker is hij verbonden aan Universiteit Antwerpen/Koninklijk Conservatorium en Academie voor Fijne Kunsten Antwerpen.

In het laatste nummer 2021/1 van Het Liegend Konijn staan een zevental gedichten van zijn hand. Hoewel er in dit tijdschrift staat dat hij nog geen dichtbundel heeft gepubliceerd gaf hij samen met wat vrienden al wel een geïllustreerde dichtbundel uit in eigen beheer. Van de 7 gedichten koos ik het laatstee uit zonder titel.

.

Ik ken de wereld niet. Ik ken de dertig

straten rond ons huis, en ik ken jou

een beetje, koffie-theetje, doof het licht.

.

Droom lief, droom lelie-lief, leg af de last,

het dagelijks verdriet. Slaap, slaap een brief.

Doorkruis de tropen, tijd, een eik. Verstuur

een rooksignaal, bericht uit een ommuurd

gebied met reuzenrad, klinkt daar muziek?

.

In schemertinten luister ik verliefd,

verzamel inktvis, echo’s, smeed een lied,

zet lijnen uit, vulkanen, kimono’s.

.

Veldwerk

Bernke Klein Zandvoort

.

Dichter Bernke Klein Zandvoort (1987) debuteerde in 2013 met de bundel ‘Uitzicht is een afstand die zich omkeert’ waarmee ze genomineerd werd voor de C. Buddingh’-prijs en waarmee ze de debuutprijs van ‘Het liegend konijn’ won. ‘Veldwerk’ is de tweede dichtbundel van Bernke Klein Zandvoort uit 2020. Op de achterflap staat te lezen: ze verzamelt gegevens over haar waarneming van de wereld. Ze neemt monsters van de blikken tussen mensen, ziet het verleden als iets wat voor ons ligt maar ook als een spookrijder door een gezicht kan trekken, ontleedt de gelaagdheid van haar eigen denken. Oordeel zelf aan de hand van het slotgedicht uit deze bundel.

.

hangend in het slot van een omhelzing
denk ik over wat er op en neer gaat in het woord elkaar

een woord waarin iets uit zwemmen lijkt te gaan
de ander tot een overkant maakt

met een lange arm over het water
trekt een magneet de veerboot naar de kade

spierkabels vertellen onophoudelijk aan mijn hoofd
uit welke lengtes ik besta en waar de shampoo van een onbekende
mijn neus komt inwaaien, me uit de achtergrond
van een ander leven laat ontstaan

overal waar ik ga deel ik mijn stad met stellen
in de roes van elkaar aangeraakt hebben
op onbekende plekken

omringen mij de algoritmes
die vlooiensprongen tussen hoofd en beeldscherm maken
wordt de zon gekaderd
door het bericht dat ze om elf uur zal verdwijnen

zo leef ik samen

met mijn dromen en hoe ze in die van iemand anders haken
met mijn moeder die elke ochtend wakend in me wakker wordt

op zonnige dagen loopt mijn schaduw met me mee
als mijn meest vreemde bezit

.

Martje Wijers

Non mea culpa

.

Martje Wijers (1986) werkt als docente Zweeds en Nederlands aan anderstaligen. Ze is gepromoveerd op een proefschrift in de taalwetenschap aan de Universiteit van Gent. Ze schrijft gedichten, treedt op en slamt. Ze won o.a. de jaarfinales van de poëzieslag in Festina Lente en de U-slam in 2016, Bellum Poëtica in 2017 en 2018 en stond al drie keer eerder in de finale van het NK Poetry Slam, die ze in 2020 won. Gedichten van Martje werden o.a. gepubliceerd op De Optimist en drie jaar op rij in de Turing top 100.

Wil je naar Martje luisteren dan kun je terecht op de website van De Gids https://www.de-gids.nl/artikelen/beslag-bitterkoekjes . Met onderstaand gedicht ‘Non mea culpa’ won ze de NK Poetry Slam 2020.

.

Non mea culpa

.

Ik weet best dat de grondstoffen uitgeput raken
maar ik ben zelf ook heel moe
en het is toch niet mijn schuld
dat het allemaal niet eerlijk is verdeeld?
ik ben nooit goed geweest in hoofdrekenen
stuur gerust een tikkie voor mijn zonden
vul mijn naam automatisch in op een online petitie
.
ik weet wel dat ik alleen maar trek heb
maar het is de schuld van het suikerbrood
het is te lekker en te goedkoop
voor heel weinig geld kun je heel dik worden
een vette laag gemak als buffer tegen het geweten
dat is nodig met al het schuldgevoel dat aan me knaagt
dat de schaamte op mijn botten blootlegt
het knaagt tot ik bol van buiten hol vanbinnen
als een matroesjka volmondig kan zeggen:
.
maar het is niet mijn schuld
het is de schuld van het cruiseschip dat de griepgolf bracht
van de hotelramen die niet open kunnen
de lichtdoorlatende gordijnen
van de korter wordende dagen
moeders met steeds dezelfde vragen
van het stof dat nooit stopt met vallen
van de linksdragende mannen
het spek dat niet goed werd doorbakken
van de hormonen in de kipfilet
van de paardenmeisjes die zo hard borstelden dat er niets meer overbleef
.
het is ook niet jouw schuld
maar van de Dalai Lama die geen zin heeft in zijn reïncarnatie
de krantenbezorger met zijn zogenaamde kerstwensen
van de managers van influencers
het krakende bed
je vochtvasthoudende benen
de aanhoudende droogte
de onverstaanbare omroepstem op station Amersfoort Vathorst
de bakkersvrouw die in de broden knijpt
alsof het kinderen met bolle wangen zijn
.
niemand heeft het zo gewild, zo onrechtvaardig
laat je vrije wil zien dan en ik schuif alle schuld vandaag nog in je schoenen
we kunnen er niks aan doen, aan die aangeboren hartafwijking
die veel te grote, lege kamers
we kunnen er niks aan doen dat we ze niet kunnen vullen
met tafels en designbanken
niemand durft erop te zitten
iedereen is bang om te knoeien
.
wel heb ik vast hoogpolige tapijten neergelegd
als verzachtende omstandigheid
zodat het minder galmt
als we roepen
of iemand ons
alsjeblieft
alvast wil vergeven

.

Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd

Siel Verhanneman

.

De Vlaamse dichter en schrijver Siel Verhanneman (1989) verloor in 2013 haar vader en drie jaar later haar zus. In 2016, een maand voor de dood van haar zus, bracht de overweldigende respons op sociale media Siel ertoe een dichtbundel in eigen beheer uit te brengen over de dood van haar vader. De 400 exemplaren waren onmiddellijk uitverkocht. Met haar instinctieve poëziedebuut ‘Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd’ (2016) maakte ze angst, verdriet en rouw wijd bespreekbaar.

In 2018 verscheen haar tweede poëziebundel ‘Zo scherp je kon er ook niet geweest zijn’ waarin ze de strijdlustige liefde, het geboetseerde geluk en de luide stilte van gemis verkent en in 2022 staat haar derde poëziebundel gepland (januari) ‘Wat nu met het licht dat binnenvalt’  waarin ze de impact die rouw heeft op intimiteit, spontaniteit en de zintuiglijke weergave van het leven belicht.

In 2020 werd Siel Verhanneman opgenomen in ‘Nu’ als één van de tien meest interessante jonge dichters van het moment. Werk van haar verscheen in Deus Ex Machina, De afstand en Watou 2020, een bloemlezing samengesteld door Peter Verhelst.

Uit haar debuutbundel ‘Als ik stil ben heb ik een bos in mijn hoofd’ komt het volgende gedicht.

.

Ben ik dan nu
een achterblijver
die uw auto ziet vertrekken
en in slow motion
haar met tranen

uit mijn gezicht veegt.

*

Je kleeft aan me vast als een slechte herinnering.
Je zit me op de huid, je kijkt me op de vingers.
En net als een hond na een regenbui,
probeer ik jou weer van me af te schudden.
Hoe graag ik je in duizend druppels als een plas wil achterlaten.

*

Het voelde als een hete douche
waarvan je
tijdens de eerste aanraking met je huid
twijfelt
of het niet gewoon ijskoud is.

*

De klok definitief op 11u43 gezet zodat de tijd zonder hem niet
verder hoeft te tikken.

.

%d bloggers liken dit: