Site-archief

Ari

Langste gedicht van Nederland

.

Op 28 september 2010 schreef ik over het tunnelgedicht van Joke van Leeuwen in Antwerpen. Wat ik niet wist maar waar ik door Alek op gewezen werd, is dat Nederland ook over een tunnelgedicht beschikt. Dit is het gedicht ‘Lieve Ari’ van Jules Deelder. Deelder schreef het gedicht voor zijn in 1985 geboren dochter Ari. Het gedicht staat geschreven, of beter gezegd getegeld, over de gehele wand van de fietsbuis van de Benelux tunnel onder de Nieuwe Maas tussen Vlaardingen en Pernis. De tekst is 900 meter lang en daarmee het langste gedicht van Nederland (of dit ook het langste gedicht ter wereld is zoals wel beweerd weet ik niet, op 24 mei 2010 schreef ik al over het gedicht ‘De schaapsherder’ van Fernando Pessoa op een fietspad langs de Taag in Lissabon) en dat is aangebracht op de wanden van de fietstunnel naast de Beneluxtunnel bij Vlaardingen.

Het gedicht luidt:

.

Voor Ari

.

Lieve Ari
Wees niet bang

De wereld is rond
en dat istie al lang

De mensen zijn goed
De mensen zijn slecht

Maar ze gaan allen
dezelfde weg

Hoe langer je leeft
hoe korter het duurt

Je komt uit het water
en gaat door het vuur

Daarom lieve Ari
Wees niet bang

De wereld draait rond
en dat doettie nog lang

.

Man gevonden geen wormen wel maden

Tsead Bruinja

.

De van oorsprong Friese dichter Tsead Bruinja (1974) debuteerde officieel in 2000 met de Friestalinge bundel ‘De wizers yn it read/ De wijzers in het rood’.  Zijn eerste publicatie is echter al van 1998 ‘Vreemdgaan’ (uitgegeven in eigen beheer). In 1999 publiceerde hij met onder andere Daniël Dee ‘Startschot’, ook in eigen beheer uitgegeven.  In 2001 en 2002 verschenen nog Friestalige bundels maar zijn Nederlandstalige debuut ‘Dat het zo hoorde’ werd gepubliceerd in 2003 en het jaar daarop genomineerd voor de Jo Peterspoëzieprijs.  De laatste bundel van Bruinja vescheen in 2015 getiteld  ‘Binnenwereld buitenwijk natuurlijke omstandigheden’.

Samen met Joke van Leeuwen, Erik Menkveld, Hagar Peeters en Ramsey Nasr was Bruinja genomineerd als volgende Dichter des Vaderlands voor de periode 2009-2013. Ramsey Nasr won die verkiezingen. Met het collectief ‘Gewassen’ (2001-2004), met onder anderen dichter Sieger MG en videokunstenaar Alan D. Joseph, won hij in 2002 het Hendrik de Vriesstipendium.

Uit zijn bundel ‘Overwoekerd’ uit 2010 het gedicht ‘man gevonden geen wormen wel maden’.

.

man gevonden geen wormen wel maden

.

vind je een lijk in een huis
kijk dan onder de deurmat
in de spleten van de vloer

in welke fase zijn de insecten
zijn het nog maden of zijn er al poppen?

eerst komen de maden en poppen van bromvliegen

bromvliegen kunnen binnen een uur eitjes leggen
ze ruiken een lijk over zestig kilometer afstand

er bestaat een bromvliegsoort waarbij de poppen op het lijk uitkomen
andere soorten maden kruipen van het lijk af
om enkele meters verderop te verpoppen

bij warm weer wordt een lijk binnen twee weken opgegeten door de maden

het eindigt met spektorren die eten droog vlees
museumkevers eten andere insecten
kleermotten eten haren en huid

het langste duurt het om huid en skelet te verteren

daartussenin zitten mijten
die de eieren van de vliegen opeten

met honderden tegelijk kruipen ze door je vlees

.

                                                                                                                                                                        Foto: Tineke de Lange

Meer informatie: www.tseadbruinja.nl.

Weekoverzicht

Joke van Leeuwen

.

De schrijfster, dichter, illustrator en cabaretier Joke van Leeuwen (1952) studeerde grafische kunsten aan de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten van Antwerpen en de Hogeschool Sint-Lukas Brussel in Schaarbeek, en geschiedenis aan de Vrije Universiteit Brussel.

Ze is vooral bekend van haar kinderboeken, won het Camerettenfestival, ze deed theatervoorstellingen en Ze wordt al enige jaren genomineerd voor de Astrid Lindgren Memorial Award. Voor volwassenen schrijft ze in 2008 ‘ Alles nieuw’ een geïllustreerde roman; maar ook gedichtenbundels zoals ‘De tjilpmachine’ (1990), ‘Wuif de mussen uit’ (2006). Verzameld werk,  ‘Fladderen voor de vloed’ ( 2007), ‘Hoe is’t ‘ (2010) en ‘Half in de zee’ (2012). Van 2008 tot 2010 was ze stadsdichter van Antwerpen.

Uit de bundel Fladderen voor de vloed’ het gedicht ‘Weekoverzicht’.

.

Weekoverzicht

Na de autoloze zondag
kwam gehevenhoofden maandag
het herhalingshuppelen
van jottem en allez.

En de zogezonde dinsdag,
alleman de ramen open,
zingend van de vitamines
en de jodium aan zee.

En de levendelen woensdag,
alleman de deuren open,
roepend over jicht en jachtig
en theïne in de thee.

En de donderdag en vrijdag
mocht naar eigen inzicht blijven,
werd gebotst, gemoord, gemopperd
en het stonk op zaterdag.

.

De Poëziebus Deel 3

Lotte Dodion

.

Normaliter zou vandaag (sinds enige weken) de zondag van Herman de Coninck zijn maar omdat vandaag De Poeziebus officieel gaat rijden ( startschot in het Letterkundig museum in Den Haag onder leiding van dichter der Nederlanden Joke van Leeuwen) maak ik hier een uitzondering. Maar wel met een Vlaamse dichteres Lotte Dodion. Overigens zal ik zelf het podium van De Poeziebus betreden op zondag 26 juli in Antwerpen in het Bouckenborgh park, Bredabaan 559 in Merksem, aanvang 13.00 uur. Maar zover is het nog niet. Nu Lotte Dodion.

Lotte Dodion (1987) is dichteres, performer en polyvalent teksttalent. Met haar ‘poëzie voor het plebs’ toont ze dat poëzie toegankelijk en tegelijk eigenzinnig kan zijn. Haar teksten zijn donker, direct en in your face; haar optredens zachte donderpreken.

.

STIL

Gij aarzelt niet als ge wat zegt
en gij lijkt sprekend als ge zwijgt
op iemand die het beter weet.
Maar nu er nog wat braaksel hangt
als woorden aan uw lippen,
aan uw open mond, nu krijgt
gij het niet uitgelekt, niet uitgelegd.

Trager moet gij leren inhaleren
als ik uw natte lippen kus,
uw tong van kippenvel.
De huig moet nu geparfumeerd:
gij moet de opening van de verstuiver
in de mondholte houden en drukken
en slikken, niet stikken.

.

lotte

cropped-poeziebus_banner-03

Meer info over de Poëziebus op http://poeziebus.nl

 

Seks

De daad in 69 gedichten

.

Soms is poëzie iets zeggen in verbloemende woorden en soms niet. De verzamelbundel ‘Seks, de daad in 69 gedichten’ samengesteld en ingeleid door Vrouwkje Tuinman en Ingmar Heytze laat qua titel niets aan de verbeelding over. Dat schept verwachtingen. Toch is de inhoud van de bundel minder expliciet dan de titel suggereert. De samenstellers zeggen het zelf al in hun ten geleide:

“Sex sells. Verwijzingen naar de lichamelijke liefde creëren hoge verwachtingen van spanning en sensatie. U stelt zich bij het onderwerp van deze bloemlezing wellicht dampende gedichten voor, waarin alle lichaamsvochten zich mengen in een draaikolk van samensmeltende woorden.”

De inleiding eindigt met de zinnen:

“Poëtische erotica is inventief, ruimdenkend en zacht en ruw tegelijkertijd. Het lijkt soms net een echte vrijpartij…”

Daarom uit deze aardige bundel twee gedichten om de smaak te pakken te krijgen.

.

Het

.

Die bril die vond ik niks, die moest maar af.

En zij zei tegen mij, niet alleen mijn bril

maar ook mijn truitje en mijn onderbroek.

.

Toen zag ik dat het goed was en ging in

met geweldige wind en zonder mantel.

We hadden erg veel zin en deden het.

.

Rob Schouten uit Te voorschijn stommelt het heelal, Arbeiderspers, 1988.

.

Verloksels

.

Het mooie van plooien

het vocht in de oksels

de paaiende kant van

de hand en de pols en

iets hols en

wat spant

.

Joke van Leeuwen uit Vier manieren om op iemand te wachten, Querido, 2001

.

kijkwijzer-seks-logo

 

 

Stadsdichters

Avond met stadsdichters Rotterdam en Antwerpen

.

Afgelopen vrijdag- en zaterdagavond organiseerden het Vlaams-Nederlands Huis deBuren, Antwerpen Boekenstad & Poetry International in samenwerking met de Arenbergschouwburg en Bibliotheek Rotterdam twee avonden met stadsdichters van Rotterdam en Antwerpen. Ik ging naar de avond in het Bibliotheektheater in Rotterdam.

Presentator en interviewer Ernest van der Kwast ging in gesprek met de huidige stadsdichters Stijn Vranken (A) en Daniël Dee (R) en voormalig stadsdichters Jana Beranová (R) en Joke van Leeuwen (A).

De gesprekken gingen over wat een stadsdichter doet, welke vrijheden hij of zij zich kan permitteren, welke projecten men had gedaan en aan welke men werkte, over de lengte van het stadsdichtersschap en over de relatie met het gemeentebestuur, de stad en de inwoners van de stad. Behalve veel interessante informatie en een kijkje in het leven van de stadsdichters droegen zij ook allemaal een aantal gedichten voor.

Van Stijn Vranken was net daags ervoor een nieuwe bundel gepubliceerd. Helaas was die daar nog niet te krijgen. Persoonlijk was ik zeer onder de indruk van zijn (stads)gedicht ‘Spat onder stroom’.

Hieronder de gefilmde versie van (delen van) dit gedicht voorgedragen en besproken door Stijn zelf en de volledige tekst van het gedicht..

 

Spat onder stroom
(een bovenaanzicht)

 

Zie uzelf daar eens liggen, daar beneden, zo licht, gij stuk
stad, al dat stralen staat u precies goed, al dat schijnen

zit u blijkbaar diep in het bloed, gij brandt als vaneigens
bijna door de kaart, zo vurig als gij uzelf bemint en dit

brave land bevlekt, zo hard, zo hels, mijn god, gij non
stop big bang (in miniatuur, jaja, maar toch) – ach, waar

moet dat stranden, met uw steeds oeverlozer gescheld,
uw gebreek en gebouw, uw gegraaf en gedemp, uw

geschipper en gevaar, uw keer om keer altijd maar
weer wat aan de hand – niet te geloven hoe luid gij lijdt

aan uw zelfverklaarde rand – kom op schat, schitter nog
maar wat feller, ja gij, vermakelijke vlek, flikker voort

met uw geschilder en geschets, uw geschrijf en gezwets,
uw gekunst en gekitsch, uw gefuif en gefoor (ga door!)

met uw gesmoor en gesnuif, uw gesnor en gekuif, uw
getjing en getjoek, uw gezeik en gezoek, uw gedoe en

gedroom – allez, komaan, vooruit, licht uzelf nog eens
wat hogerop (armen genoeg) – zie, voila: zo valt daar

dan toch (uit uw eigen warme handen, jaja, maar toch)
een verdomd verdiend applaus (geklap, geklap!) voor u

en uzelf en vooral voorgoed, want zo zijt gij (dat ziet ge
nu eens van hier), gij schitterende plek

welgemorste mensheid, onbeschaamd schuim
op dit schiftend land, gij onuitwisbare

spat onder stroom.

.

Spat

© stadsgedicht Antwerpen 2014. Met dank aan de de organisatie van deze avond.

Lend me some sugar, I am your neighbour*

Wees eens aardig voor je buren

.

Onder dat motto vandaag een gedicht van Joke van Leeuwen uit de bundel ‘Wuif de mussen uit’ uit 2000.

* uit: Hey Ya van Outkast

 

Bezichtiging

Komt u maar binnen. Hier
is dus de hal. Hier hangen
alle jassen. Voor het
winter is, voor als ze passen.
.
Hier is de kamer met de bank,
waarop ik laat en moe
Afghanistan nog zie op de tv
of iemand die een eind weg
.
praat met aandachtsgeil op camera
gericht gezicht. De deuren. Mooi
bedacht toch deuren, zo eenvoudig
gaan die open en weer dicht en open en weer dicht en o en weer en hoeps en b
.
Nou goed. Hier slaap ik als ik slaap,
het bed zo net of niemand hier, of niets
en hier een bad, een geiser, een wc.
De buren hoor je af en toe een beetje.
.
Mijn roerend goed gaat mee, verweesde
woorden veeg ik weg. Sleept u maar aan
wat u al heeft en meet het mogelijke op
tussen de muren.

.

Joke_van_Leeuwen_0810153440

Gedichtendag en poëzieweek 2013

Out of Office poetry

.

Dit jaar is er een nieuw initiatief rond de gedichtendag / de poëzieweek namelijk Out of Office Poetry.

Op de website van de Gedichtendag staat de uitleg van dit initiatief:

OUT OF OFFICE POETRY

Vindt u de typische out of office-mails ook zo inspiratieloos?
“Ik ben niet op kantoor en kan mijn mail niet beantwoorden. Voor dringende zaken kunt u…”
Dichters David Troch, Maarten Inghels, Joke van Leeuwen, Stijn Vranken, Lies van Gasse en Esther Naomi Perquin schreven een poëtisch alternatief: OUT OF OFFICE POETRY.

.

Een voorbeeld:

outofoffice

Ik heb zelf ook een poging gedaan om een Out of Office gedicht te schrijven. Hier mijn poging.

.

Geluid van de stilte

.

Heeft het hier zin te zwijgen, te schreeuwen

tegen de wind in?  Hier is het altijd windstil.

.

Het lost niets op door aan te dringen, duwen

tegen dubbelsteens muren verzet geen steen.

.

Leg je neer bij de rust die ik je schenk, maak

gebruik van de stilte, je zal worden gehoord.

.

X (naam collega) zal de stilte verbreken.

Gedichten op vreemde plekken

Deel 33: Tunnelgedicht

.

Een gedicht van Stadsdichter Joke van Leeuwen (2009) Alleen te lezen als je er langzaam langs loopt/fietst/rijdt.

De hele tekst staat hieronder.

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, door deze gang van lucht in boomse klei,
behaagziek als een brug zijn tunnels niet, de wereld is teruggebracht tot kleine optocht van toevalligheden, een snelle blik in onbekende ogen, een jas waarin hier iemand al eens kwam,
hier kunnen zon en wind niet bij, hier bloeit niets, groeit niets, is het heen of weer binnen de lijntjes blijven, en boven gaat het zoveel kanten op, tien hoog en toch nog uitzichtloos of op de grond iets als de hemel,
en u jij golle jullie gij, al is Sint-Annadorp vergaan, de put in en verdwenen, er waaien oude liedjes rond tielierelarelom die willen zich bewaren tussen getob en tegenzin en opgeraapte grappen,
wat doen de benen hier hun best, er moet weer wat, dat zal wel zijn, iets halen, iets betalen, iets willen, iemand zien misschien, waren de buizen hier als glas, was er dan nu nog wat er was,
diep in de grond verzonken huizen, drie potten met verschaalde lijdzaamheid en zoete bonen, de kraag van een matroos met einders in herinnering en veel vuil spel en slappe touwen,
de grove buiken van gestorven schepen, daarboven vissen die volharden, daarboven alles, maar toch weeral geen fraai ontvangend comité dat staat te zingen van wees welkomtierelierelom,
hoe goed dat u jij golle jullie gij weer boven bent zijn zijt (en dan de grote trom en een refrein).

(richting stad)

Ha ga hier, u jij golle jullie gij, gekomen uit een kromgetrokken droom met overkant, nog zevenhonderd stappen min of meer en daar is ’t stad, een plein, een schilderij, een berg vers fruit, een park dat kan bewaard, een menigte die nieuwe kleren wil,
een taak die languit ligt te wachten, een nacht met ogen open, de properpoetser voor de glans (de koninklijke poort is moeten lopen naar de gillisplaats, daar staat die poort niet echt een poort te zijn, er is wel meer niet wat het is),
terwijl hier u jij jullie golle gij onder de Schelde bent zijn zijt, ligt alles boven als versteend op u jij golle jullie gij te wachten, het wenen op de pauzeknop en niemand raapt nog grappen op, het lachen houdt zich in om dalijk door te gaan,
de stad is stil gaan staan bij wat er wringt en al die Antwerpse geschoeide voeten stokken, even vraagt niemand waar vandaan, een schreeuw blijft aan een dakgoot hangen,
de auto’s wachten voor het rood en even gaat er niemand dood die iemand graag in leven houdt, het brood wordt even niet meer oud, de hoogste bomen weigeren de wind,
een val wordt net op tijd gebroken, de prater zwijgt en vraagt zich af wat hij te zeggen denkt, het water blijft verbaasd in buizen aarzelen, de haast weet niet meer waar naartoe,
maar dan als u jij golle jullie gij weer boven komen komt, boegeert het, botst het, bloeit het, vloekt het, is het toch weer later.

.

tunnelgedicht

 

tunnel 2

%d bloggers liken dit: