Site-archief

Up-Hill

Christina Rossetti

.

Christina Georgina Rossetti (1830 – 1894) was een Engels dichteres en prozaschrijfster. In haar werk zijn een aantal thema’s herkenbaar zoals haar preoccupatie met de dood, religie en het afstand doen van aardse liefde. Ze komt uit een beroemde familie, zo was haar broer Dante Gabriel Rossetti lid van de Prerafaëlieten, haar broer William Michael Rossetti kunstcriticus en haar zus schrijfster Maria Francesca Rossetti. In 1850 publiceerde zij onder het pseudoniem Ellen Allayne in ‘The Germ’, het tijdschrift van de Prerafaëlieten. In 1862 verscheen haar beste en bekendste bundel, ‘Goblin Market and Other Poems’. Haar werk (niet alleen gedichten, maar ook verhalen en sprookjes, grotendeels gericht op kinderen) wordt gekenmerkt door een zekere zwaarmoedigheid, maar ook door een diep geloof. De toon van de gedichten is eenvoudig en natuurlijk. Met kunstenaars als John Donne en William Blake wordt zij gerekend tot de grote mystieke Engelse dichters.

In de bundel ‘Favourite’ an anthology of poems, illustrated with nostalgic photographs from the Francis Frith collection, staat het gedicht ‘Up-Hill’ van Rossetti.

.

Up-Hill

.

Does the road wind up-hill all the way?
   Yes, to the very end.
Will the day’s journey take the whole long day?
   From morn to night, my friend.
,
But is there for the night a resting-place?
   A roof for when the slow dark hours begin.
May not the darkness hide it from my face?
   You cannot miss that inn.
.
Shall I meet other wayfarers at night?
   Those who have gone before.
Then must I knock, or call when just in sight?
   They will not keep you standing at that door.
.
Shall I find comfort, travel-sore and weak?
   Of labour you shall find the sum.
Will there be beds for me and all who seek?
   Yea, beds for all who come.
.

Noordereiland

J. Eijkelboom

.

Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was een Nederlandse  dichter, journalist, schrijver en vertaler van onder andere werken van Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Op 3 maart 2001 werd hij ereburger en stadsdichter (voor het leven) van Dordrecht, de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter. Eijkelboom schreef en publiceerde verschillende dichtbundels en in 2002 werd een verzamelbundel uitgegeven onder de titel ‘Tot zo ver’. Hierna zou hij nog twee dichtbundels publiceren.

Uit zijn bundel ‘Het lied van de krekel’ uit 1996 komt het gedicht ‘Noordereiland’. Dit gedicht gaat over het Noordereiland in Rotterdam,  een eiland in de Nieuwe Maas, verbonden door de Willemsbrug en Koninginnebrug.

.

Noordereiland

.

Toen, in die hoek

waar eerdere wind dood blad had vergaard

bracht onverhoeds een stormvlaag werveling teweeg

die als een bruine tol de lucht inging.

.

En uit de top daarvan

ontsprong vervolgens een fontein, een zwerm

voorheen verscholen, luid

kwetterende mussen.

.

Ze leken meer te twisten dan te zingen.

Toch hoorde ik in al dat leven

de leeuwerikjes van de winter

.

 

Brexit

 

John Donne

 

Dat de Brexit niet alleen heel Groot Brittanië bezig houdt maar ook musici bleek uit het feit dat PJ Harvey tijdens het festival Down the rabbit hole’ voor haar show een gedicht voordroeg van de dichter John Donne getiteld ‘No man is an Island’. John Donne (1572 – 1631) was een Engels metafysisch dichter, satiricus, advocaat en anglicaans priester. Zijn werk omvat sonnetten, liefdespoëzie, religieuze gedichten, Latijnse vertalingen, epigrammen,elegieën, liederen, satirische verzen en preken. Donnes stijl wordt gekenmerkt door dramatisch realisme en sensualiteit. Zijn poëzie is levendig en maakt zowel gebruik van alledaagse woorden als van opvallende metaforen.

.

No man is an island,
Entire of itself,
Every man is a piece of the continent,
A part of the main.
If a clod be washed away by the sea,
Europe is the less.
As well as if a promontory were.
As well as if a manor of thy friend’s
Or of thine own were:
Any man’s death diminishes me,
Because I am involved in mankind,
And therefore never send to know for whom the bell tolls;
It tolls for thee.

.

Image processed by CodeCarvings Piczard ### FREE Community Edition ### on 2016-02-11 02:53:43Z | http://piczard.com | http://codecarvings.com

brexit

O, dat ik ooit nog eens

J. Eijkelboom

.

De dichter Jan Eijkelboom (1926 – 2008) was daarnaast vooral journalist ( De Dordtenaar, Vrij Nederland, Het Vrije Volk), schrijver en vertaler van onder andere Philip Larkin, John Donne, W.B. Yeats en Derek Walcott. Vanaf 3 maart   2001 was hij stadsdichter van Dordrecht (de eerste plaats in Nederland met een stadsdichter).  Dat Dordrecht en Jan Eijkelboom bij elkaar horen blijkt wel uit het feit dat op het Damiatebolwerk één van zijn bekendste dichtregels is gegraveerd: “Wat Blijft Komt Nooit Terug”.

.

Uit zijn bundel ‘De gouden man’ uit 1982 het gedicht ‘O, dat ik ooit nog eens’.

.

O, dat ik ooit nog eens

O, dat ik ooit nog eens
een vers met o beginnen mocht,
dat het dan ongezocht een ode
werd waarin zeg maar een dode
dichteres tot leven kwam
ofwel een warm lief lijf
tot marmer werd waardoor
voor wie daarvoor gevoelig is
een adem ging als was het
leven nu voorgoed betrapt.

Maar nee, wat bij mij ingaat moet bezinken,
verdicht zich tot een sprakeloos substraat
dat roerig wordt en uit wil breken
en soms vermomd de mond verlaat.

0, klonk het nog eens ongehinderd.

.

je

dGM

Gedichten op vreemde plekken

Deel 81: Op een houten huis

.

Een deel van het volgende gedicht van John Donne is aangebracht aan de buitenkant van een houten huis door Derek Jarman. Het gedeelte tussen de vierkante haakjes maakt geen deel uit van het gedicht op het huis.

.

The Sunne Rising 
.

Busie old foole, unruly Sunne,
Why dost thou thus,
Through windowes, and through curtaines call on us?
Must to thy motions lovers seasons run?
Sawcy pedantique wretch, goe chide
Late schoole boyes, and sowre prentices,
Goe tell Court-huntsmen, that the King will ride,
Call countrey ants to harvest offices;
Love, all alike, no season knowes, nor clyme,
Nor houres, dayes, moneths, which are the rags of time.

.

[Thy beames, so reverend, and strong
Why shouldst thou thinke?
I could eclipse and cloud them with a winke,
But that I would not lose her sight so long:
If her eyes have not blinded thine,
Looke, and to morrow late, tell mee,
Whether both the’India’s of spice and Myne
Be where thou leftst them, or lie here with mee.
Aske for those Kings whom thou saw’st yesterday,
And thou shalt heare, All here in one bed lay.

.

She’is all States, and all Princes, I,
Nothing else is.
Princes doe but play us; compar’d to this,
All honor’s mimique; All wealth alchimie.]
Thou sunne art halfe as happy’as wee,
In that the world’s contracted thus;
Thine age askes ease, and since thy duties bee
To warme the world, that’s done in warming us.
Shine here to us, and thou art every where;
This bed thy center is, these walls, thy spheare.

.

gedicht_op_een_houten_huis

%d bloggers liken dit: