Site-archief

Vroege vogels

Ivo de Wijs

.

Het VARA radio programma ‘Vroege vogels’ bestond in 2003 al reeds 25 jaar (nu dus al 38 jaar!) en om dat jubileum wat extra glans mee te geven verscheen bij Nijgh & Van Ditmar de bundel ‘Vroege Vogels’ Jubileumverzen’ met daarin een keuze uit de vele verzen die Ivo de Wijs schreef voor dit programma. Destijds was dit al negende verzameling van zondagmorgenpoëzie zoals het daar genoemd wordt.

Ivo de Wijs is wereldberoemd in Nederland door zijn vrolijke en luchtige manier van dichten, zijn bijzondere spel met woorden en taal en zijn verzen en versjes. In deze bundel veel daarvan maar ook zeker wat serieuzer werk. Daarom van beide een voorbeeld.

.

Veearts

.

Natuurlijk, zei de veearts blij

Je hebt weleens een naar karwei

En je zit weleens onder de poep

Maar het is voor mij

En het blijft voor mij

Een vaccinerend beroep!

.

Wacht maar

.

Johan Wolfgang Goethe – Ein Gleiches

.

Over alle bergen

Hangt rust,

De bomen staan

In slaap gesust

Tegen het blauw;

De wereld zwijgt –

Je moet wachten

Straks komt die zachte

Rust ook voor jou.

.

vv

Advertenties

Mignon I

Johan Wolfgang von Goethe

.

Na een week van Ierse dichters dit keer een Duits dichter. En niet de minste. Johan Wolfgang von Goethe (1749 – 1832) is misschien wel de bekendste en beroemdste Duitse dichter. Behalve dichter was hij staatsman, wetenschapper, toneelschrijver, romanschrijver, filosoof en natuuronderzoeker, een echte Homo Universalis. Nog steeds is Goethe vooral bekend van ‘Faust’ en ‘Die Leiden des jungen Werthers’. Een in het Duits vertaalde verzameling (Farsi) Perzische gedichten van de soefi-dichter Hafez  inspireerde Goethe tot het schrijven van zijn West-östlicher Diwan, waarvan ‘Erschaffen und Beleben’ van 21 juni 1814 het eerste gedicht was.

Hieronder het gedicht Mignon I in het Duits en in vertaling van Matthias Rozemond.

.

Mignon I


Kennst du das Land, wo die Zitronen Blühn,
Im dunklen Laub die Gold-Orangen glühn,
Ein sanfter Wind vom blauen Himmel weht,
Die Myrte still und hoch der Lorbeer steht,
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin,
Möcht ich mit dir, o mein Geliebter, ziehn!

Kennst du das Haus? Auf Säulen ruht sein Dach,
Es glänzt der Saal, es schimmert das Gemach,
Und Marmorbilder stehn und sehn mich an:
Was hat man dir, du armes Kind, getan?
Kennst du es wohl?
Dahin! Dahin
Möcht ich mit dir, o mein Beschützer, ziehn!

Kennst du den Berg und seinen Wolkensteg?
Das Maultier sucht im Nebel seinen weg,
In Höhlen wohnt der Drachen alte Brut,
Es stürzt der Fels und über ihn die Flut,
Kennst du ihn wohl?
Dahin! Dahin
Geht unser Weg! o Vater, laß uns ziehn!

.

Mignon I


Ken je het land waar de citroenen bloeien,
In donker loof oranjeappels gloeien
Een zwoele wind langs blauwe hemel strijkt,’
Hoog de laurier en stil de mirre prijkt?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, mijn lief, met jou alleen!

Ken je het huis? Op zuilen rust het dak,
De zaal is glanzend, licht het oppervlak.
Marmeren beelden staan en zien mij aan:
Wat hebben ze, arm kind, jou aangedaan?
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
wil ik op reis, beschermd door jou alleen!

Ken je het bergpad steil de wolken door?
Het muildier klampt zich aan het mistig spoor.
In grotten huist het oude draakgebroed.
De rots bezwijkt, verzwolgen door de vloed.
Ken je het wel?
Daarheen, daarheen
Op weg, o vader, laat ons gaan meteen!

.

Fragment uit: Uhrmeister (Künstlerroman)

.

goethe johann wolfgang

 

Met dank aan: http://hetmooistegedicht.blogspot.nl/
%d bloggers liken dit: