Site-archief

Gedicht op een (bronzen) vaandel

Jack Jacobs

.

De Limburgse dichter Jack Jacobs stuurde mij een foto toe van een gedicht dat hij in opdracht had geschreven bij het ter ziele gaan van de fanfare in Meers Limburg, het is gegraveerd in een bronzen vaandel en hangt aan de muur van de repetitieruimte van de fanfare. Op zondag 2 december is het beeld onthuld. Jack Jacobs schrijft al langere tijd poëzie, won enkele poëziewedstrijden, was bedenker van de permanente poëzieroute in en om Elsloo en publiceerde enkele dichtbundels. Het gedicht dat Jack schreef over de fanfare in Meers is getiteld ‘L’exode des musiciens’. Het gaat over het verdwijnen van een fanfare, iets dat in steeds meer plaatsen aan de orde is. De dorpen in het zuiden van het land vergrijzen, leden van fanfares worden steeds ouder en hoewel er wel jeugd instroomt blijft deze meestal niet hangen. Het probleem is vooral de jeugd die zich niet meer wil binden aan vaste momenten in een week.  Elke maandag een uurtje repeteren bij je club is niet meer vanzelfsprekend. Zelfs kinderen hebben tegenwoordig een drukke agenda. Voetbal, computeren, de mobiele telefoon en de muziek moet daar ook nog tussen gepland worden.

.

L’exode des musiciens

.

De specie tussen volk en koperen trots

kent nu zijn sleet, het verbond is verbroken

brokkelt af tussen mineure klanken

en nog steeds flakkert er die liefde

.

ook nu het vuur bijna gedoofd is, de exodus

is niet te stoppen, eenzaam waken grijsaards

over de maat, zware hoofden en harten dragen

rouw, de Maas slaapt, frivole of weemoedige

klanken bedekken het waterlint niet meer

.

zie, de noten vallen uit de partituren

vallen in een diepe stilte, hopen op een kiem

die ze weer opraapt, op een jonge lucht die

ze weer melancholisch en lieflijk speelt

.

 

 

Advertenties

Het geluid van denken

Een recensie

.

De dichters van uitgeverij De Knipscheer weten me inmiddels goed te vinden en dat waardeer ik zeer. Inmiddels liggen er een paar bundels klaar om te recenseren. Om dat op een serieuze manier te kunnen doen heb ik tijd nodig (om de bundels goed te lezen, aantekeningen te maken, een mening te vormen en deze dan ook nog gefundeerd op te schrijven) en daar ontbreekt het me soms aan. Ik ben steeds met een bundel bezig maar het kan soms even duren voor er een recensie verschijnt.

In het geval van ‘Het geluid van denken’ van Karel Wasch (1951) heeft dat lezen en mening vormen inmiddels geleid tot deze recensie. De bundel is, zoals eigenlijk alle bundels die ik onder krijg van deze uitgeverij, met zorg uitgegeven. Stevige omslag met informatie over de dichter en de uitgeverij, op de achterflap wat aanvullende informatie en mooi stevig papier.

Toen ik begon te lezen in de bundel was het eerste wat me opviel dat in het eerste korte hoofdstuk ‘De stad’ er kwistig met bijvoeglijke naamwoorden wordt gestrooid. In het eerste gedicht al 17. De eerste drie gedichten  in dit hoofdstuk zijn beschrijvend van aard maar eindigen met een persoonlijke noot van de dichter. De gedichten die ik daarna las zijn anders van aard en toon. Als Wasch een bijvoeglijk naamwoorddichter was geweest ( wat dus niet het geval is voor de duidelijkheid) dan was ik waarschijnlijk na een aantal gedichten afgehaakt. In dit geval is dit ‘trucje’ zoals ik het dan maar even noem, voorbehouden aan deze eerste drie gedichten. In de andere gedichten heb ik het niet meer geconstateerd.

Wasch gebruikt graag een vorm van beeldsymboliek en mag zo nu en dan ook nog wel een hyperbool gebruiken ( “een woud van leugens”) maar hij zet deze poëtische vormen in om zijn gedichten een eigen gezicht te geven.  Elk hoofdstukje in deze bundel, variërend van 1 tot 7 gedichten per hoofdstuk, vertellen een eigen verhaal, de verbindende factor is de talige zeggingskracht van de dichter. De gedichten per hoofdstuk zijn los van elkaar te lezen maar in verbinding met elkaar krijgt het verhaal dat Wasch schrijft vorm. In die zin kunnen we hier spreken van een vorm van narratieve poëzie zonder dat het er te dik bovenop ligt.

De dichter is in alle gedichten aanwezig, soms als de ‘ik’ en op andere momenten als de alwetende verteller. Zijn poëzie is ook persoonlijk; zijn jeugd, de liefde, de kerk, een vriend, twee dichters, zijn moeder. Op de flap aan het begin van de bundel staat te lezen: ‘Zijn poëzie leest als ben je toeschouwer van een surreële film. Een bundel voor de poëzieliefhebber, persoonlijk, gedurfd en buiten de gebaande paden van de mediawerkelijkheid’. Als poëzieliefhebber kan ik dit slechts beamen, persoonlijk zeker, gedurfd ook wel alleen het surreële aspect heb ik niet direct kunnen ontdekken.

In de hoofdstukken ‘Zwart verdriet’ en ‘Moederleed’ vind ik de poëzie van Wasch op zijn best. Met een bijna professionele distantie beschrijft hij de dood en zijn moeder maar op een dergelijk liefdevolle manier dat deze gedichten mij het meest raakte. Daarom heb ik uit deze hoofdstukken een keuze gemaakt. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Broer’ uit het hoofdstuk ‘Zwart verdriet’.

.

Broer

.

De boom waar niets onder

wilde groeien, was aangevallen,

door parasieten, minuscule kleine wezentjes,

die welig tierden aan de onderkant

van bladeren en geleidelijk

al het leven uit de boom zogen. Die bladeren

werden uiteindelijk grijs en hingen er

moedeloos bij. Toen vielen ze af.

.

Op zijn sterfbed kneep hij

in zijn laatste ogenblikken in mijn hand,

probeerde geruststellend te glimlachen

alsof niet hij, maar ik gelanceerd

werd naar niet in kaart gebrachte

uitgestrektheden zonder uitzicht

op terugkeer. Verdriet is net als pijn

alleen echt wanneer je het ondergaat.

.

Later scheen het ons toe dat er grenzen

waren aan het rouwen om een leven

dat niet echt geleefd was.

Dus treurden we om alles wat

er niet zou komen, nooit geweest was

alle tranen verzwolg die je wilde uitstorten.

.

 

De muze en Europa

Venezia

.

In 1963 was het Boekenweekgeschenk de poëzieverzamelbundel ‘de muze en europa’. Een deel uit de serie van ‘de muze’. Mijn exemplaar is uit de kringloopwinkel en de tijd na verschijnen nogal beschadigd. Op de voorkant zit een rode vlek en de titelpagina is eruit gescheurd. Toch ben ik blij met dit bundeltje. In deze bundel poëzie van dichters over (plaatsen in) Europa. Gedichten van bekende dichters en gedichten van (mij) onbekende dichters zoals het gedicht ‘Venezia’ van Jan van Nijlen. Jan van Nijlen (1884 – 1965) was een Vlaams dichter maar vreemd genoeg werd zijn werk in Nederland meer gewaardeerd dan in België.

De motieven in zijn poëzie zijn ontleend aan het vliedende leven: herinneringen aan de jeugd, geluksverlangen, berusting in het onvermijdelijke leed, aanvaarding van de ouderdom en de naderende dood. In 1955 kreeg hij toch nog de eer die hem in België toe kwam, hij ontving de Belgische Staatsprijs ter bekroning van zijn schrijversloopbaan en in 1963 kreeg hij de Contstantijn Huygens-prijs.

Uit de bundel ‘de muze en europa’ het gedicht (oorspronkelijk verschenen in ‘Verzamelde gedichten, Te laat voor de wereld’) ‘Venezia’.

.

Venezia

.

Nu is de laatste straal van de zon geweken,

En in den hemel zijn de kleuren broos, Zoodat de zuiderwind, die ademloos

Erlangs wuift, schuchter doet verbleken

.

Het laaiend rood tot bijna blauwend roos

Dat geelgroen is waar ’t in de zee gaat breken.

Nu is ’t het uur dat elke ziel zich koos

Om, op het water dat zoo luid kan spreken,

.

Te varen in de schaduw der paleizen,

Wanneer met dieper kleur de zomernacht

Het laatste blauw des hemels gaat vergrijzen,

.

En neerdaalt van het zwartbevolkte oosten,

Dat lichtend niet zoo innige schoonheid bracht,

Volmaakte goedheid die bijna kan troosten.

.

Brief aan wie niet bestaat

Peter WJ Brouwer

.

Peter ken ik al een paar jaar, vooral van optredens en voordrachten bij het poëziepodium Ongehoord! Bij zijn laatste voordracht bij Ongehoord! kocht ik zijn laatst verschenen poëziebundel ‘Brief aan wie niet bestaat’ uit 2016. In de opdracht wenst Peter mij veel leesplezier. Ik kan jullie melden, dat is prima gelukt.

De gedichten gaan over liefde, jeugd en verwachting en spelen zich, zoals de voorflap meldt, inderdaad af op verschillende plekken (paardenrace, vliegtuig, op volle zee). En ook; “In brief aan wie niet bestaat’ wordt het ongrijpbare tastbaar. Daar moest ik aan denken toen ik het gedicht op pagina 39 getiteld ‘Geen letter’. Daarom hier dit gedicht.

.

Geen letter

.

Jezelf horen terugkomen en

hoe de grendel uit het slot valt

.

bedenken hoe je de kaars

aanblaast – een flauwe truc, zeg je

.

maar het is poëzie zegt zij

en dat is waar

.

dan de trap omhoog

en dat het best weer volstroomt

met kleine stemmen

.

op Vaderdag en Moederdag

en dat je geen krimp geeft, geen sjoege

geen letter

.

Jongeling

College Tour

.

Bij College Tour (het onvolprezen interview programma met Twan Huys) was het afgelopen weekend één van mijn favoriete dichters Remco Campert te gast. De 85 jarige dichter sprankelde ondanks zijn wat broze gestel als altijd. Zijn dichterschap, zijn vader, de Vijftigers, zijn relaties en zijn liefde voor Jazz kwamen allemaal aan de orde. Als je de uitzending niet hebt gezien is het zeker de moeite waard om bij Uitzending gemist alsnog te kijken. Rode draad, wat mij betreft, was de jonge geest die Remco Campert heeft, zijn open blik naar de wereld en zijn vermogen om in alles een gedicht of verhaal te zien.

Daarom een toepasselijk gedicht van zijn hand met als titel ‘Jongeling’.

.

Jongeling

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed
naar de duinen naar het feest
met het meisje dat mee moet
naar de villa waar je al eerder bent geweest

naar het feest dat woedt
van de zon die ondergaat
tot de zon die opkomt als je naar bed gaat
met het meisje dat mee moet
en dat drankzuchtig en desolaat op de piano staat
huilend van liefde die vergaat
– een vrijer in Zwitserland en één in een Balkanstaat –
en dat het toch niet baat en dat ze dáárom
maar met jou naar bed gaat.

Auto’s kunnen rijden in een waas van weemoed

vroeg in de morgen vooral
terug naar de stad, naar de asfaltzorgen
langs fietsers, fabriek en schoorsteenroet

naar de stad naar de huizen
in een auto die naar leer ruikt en naar stof
met het meisje dat mee moest
en dat moegedronken en moegekust
uitrust van haar roes
in een auto die rijdt langs benzinepompen
torenspitsen en een straat in aanbouw
richtingborden en spoorwegrails
en op de radio een praatje voor de huisvrouw.

.

Campert

College-Tour-logo

%d bloggers liken dit: