Site-archief

Een zondagochtend

Gedicht uit de jaren ’80

.

In de jaren tachtig van de vorige eeuw schreef ik mijn gedichtjes in kleine opschrijfboekjes. Deze boekjes heb ik allemaal bewaard en soms plaats ik een oud gedicht uit één van deze boekjes op dit blog. Om te laten zien waar ik vandaan kom en om mezelf eraan te herinneren dat poëzie schrijven, betere poëzie schrijven een proces is waar je nooit mee klaar bent.

Het gedicht ‘Een zondagochtend’ schreef ik na een nacht te hebben doorgebracht in een kamer waar zich ook een groot wit hoofd van gips bevond en dat was aanleiding genoeg. Hoewel nogal rommelig en soms zelfs onsamenhangend toch maar hier dit gedicht.

.

Een zondagochtend

.

Als het hoofd van gips

mij aanstaart met holle ogen

en ik jouw ogen in mijn rug voel priemen

.

Als het suizen van de muziek

de ruis in mijn hoofd overstemt

en ik dit geluid weg draai

.

Als jouw hand over mijn borst streelt

en onze adem gelijkgestemd de

warmte van de situatie symboliseert

.

Terwijl de beelden van de film

na de pauze niet overeenstemmen met

die van daarvoor en ik mijn ogen sluit

.

Is dit de waanzin van mijn verlangen

die als rust mijn problemen verdrijft?

Laat me dan genieten, lang, heel lang.

.

Advertenties

Gebarentaalgedicht

Polder

 

Van Stefanie kreeg ik een tip dat er in Leiden wordt gewerkt aan een nieuwe vorm van muurgedichten, namelijk in de vorm van gebarentaal. Dit muurgedicht in gebarentaal, wordt weergegeven in de vorm van een videokunstwerk. Dit gedicht zal worden aangebracht op een muur in de Leidse Hortus Botanicus. De keuze voor het gedicht ‘Polder’ is een eerbetoon aan Wim Emmerik (1940-2015), een belangrijke pionier van de gebarentaal. ‘Polder’, één van Emmeriks op beeld vastgelegde gedichten, gaat over zijn relatie tot het vlakke Nederlandse polderlandschap. Initiatiefnemers zijn onder meer het Taalmuseum ­Leiden en het Leiden University ­Centre for Linguïstics (LUCL), één van de instituten van de Faculteit Geesteswetenschappen van de Universiteit Leiden. Wim Emmerik heeft een belangrijke rol gespeeld in het gebarentaalonderzoek in Nederland. In de jaren ’80 en ’90 was hij betrokken bij onderzoek van de Nederlandse Stichting voor het Dove en Slechthorende Kind (NSDSK)) en aan de Universiteit van Amsterdam, waar hij ook vele generaties studenten gebarentaalles gaf.

Leiden staat bekend om zijn muurgedichten. Die zijn geschreven in allerlei verschillende talen, en laten de schoonheid zien van die diversiteit. Een gedicht in de Nederlandse gebarentaal – de moedertaal van de Nederlandse dovengemeenschap – mag daar natuurlijk niet aan ontbreken. Tenslotte is gebarentaal één van de uniek Nederlandse talen is, net zoals het Fries. Steek je de grens over naar België of Duitsland, dan hanteren ze daar een andere gebarentaal.’

Op de website van Voor de kunst https://www.voordekunst.nl/projecten/6035-muurgedicht-in-nederlandse-gebarentaal is het mogelijk om een bijdrage te leveren aan het verwezenlijken van dit bijzondere muurgedicht.

.

 

Bemoediging

Wolf Biermann

.

De Poëzie van de Duitse dichter en zanger (Karl) Wolf Biermann (1936)  staat in het teken van het gedeelde Duitsland. Ook uitte hij fundamentele kritiek op het stalinistische regime van het voormalige Oost-Duitsland in zijn gedichten. Hij wordt dan ook vooral als een politiek dichter gezien.

Zijn vader werd als Jood en verzetsman vermoord in Auschwitz en op 14 jarige leeftijd (wat zijn verdere leven getekend heeft), was hij al lid van de Freie Deutsche Jugend (een communistische jeugdbeweging). In 1953 verhuisde hij op 17 jarige leeftijd naar de DDR. Daar begon hij met het schrijven van gedichten en liederen. In 1963 leidde het stuk Berliner Brautgang tot het eerste conflict met de autoriteiten. Het door hem opgerichte Berliner Arbeiter- und Studententheater wilde dit stuk spelen, dat over de bouw van de Berlijnse Muur handelde. Het mocht niet worden opgevoerd en het theater -een verbouwd cinemazaaltje- werd gesloten voordat de première kon plaatsvinden. In datzelfde jaar werd hij ook geweigerd als lid van de communistische partij van de DDR, de SED.

Nadat in 1965 zijn gedichtenbundel “Die Drahtharfe” en zijn eerste langspeelplaat “Wolf Biermann (Ost) zu Gast bei Wolfgang Neuss (West)” worden uitgegeven in de Bondsrepubliek, verbiedt de DDR-overheid Biermann om nog op te treden, te publiceren of buiten de DDR te reizen. De SED beschuldigt hem van klassenverraad en obsceniteit. Vanaf dat moment komt werk van Biermann dan ook vooral uit in West Duitsland waarna dit clandestien zijn weg vindt naar Oost Duitsland.

In 1976 mag hij voor het eerst weer naar West Duitsland om op te treden. Als hij daar verblijft wordt zijn staatsburgerschap van de DDR ingetrokken en kan hij niet meer terug naar de DDR, ondanks grote protesten van schrijvers, kunstenaars en intellectuelen uit het West en Oost Duitsland.

Biermann zette zijn carrière verder met optreden en nieuwe teksten, waarin hij de DDR op de korrel bleef nemen en tegelijk ook zijn geloof in een vorm van socialisme en communisme tegen het stalinisme uitte. Hij brak later met zijn socialistische overtuiging, terwijl er eind jaren 80 ook een zekere actie-moeheid zichtbaar werd. In de jaren  ’90 kreeg hij meer interesse in zijn Joodse roots, treedt regelmatig op in Israël en vertaalt hij Joodse poëzie. Tegenwoordig woont Biermann in Hamburg en is nog altijd actief. Hij ontving meerdere prijzen voor zijn werk zoals  de Georg-Büchner-Preis in 1991, en is sinds zijn zeventigste verjaardag in 2006 drager van het Groβes Bundesverdienstkreuz. Ook is hij ereburger van de stad Berlijn.

Uit 1968 het gedicht ‘Ermutigung’ (bemoediging) in het origineel en in vertaling van L. van Summeren.

.

Ermutigung

Du, laß dich nicht verhärten
in dieser harten Zeit.
Die allzu hart sind, brechen,
die allzu spitz sind, stechen
und brechen ab sogleich. Du, laß dich nicht verbittern
in dieser bittren Zeit.
Die Herrschenden erzittern
– sitzt du erst hinter Gittern –
doch nicht vor deinem Leid. Du, laß dich nicht erschrecken
in dieser Schreckenszeit.
Das wolln sie doch bezwecken
daß wir die Waffen strecken
schon vor dem großen Streit. Du, laß dich nicht verbrauchen,
gebrauche deine Zeit.
Du kannst nicht untertauchen,
du brauchst uns und wir brauchen
grad deine Heiterkeit. Wir wolln es nicht verschweigen
in dieser Schweigezeit.
Das Grün bricht aus den Zweigen,
wir wollen das allen zeigen,
dann wissen sie Bescheid

 

Bemoediging
Jij laat je niet verharden
In deze harde tijd
Die veel te hard zijn breken
Die veel te scherp zijn steken
En breken af meteen. Jij laat je niet verbitteren
In deze bittere tijd
De heersers zullen sidderen
Jij zit niet achter spijlen
Voor jouw verdriet
Toch niet voor jouw verdriet. Jij, laat je niet afschrikken
In deze deze tijd van schrik
Ze willen immers zorgen
Dat we de wapens strekken
Nog voor de grote strijd. Jij, laat je niet verbruiken
Gebruik de tijd van jou
Je kunt niet onderduiken
Wij kunnen je gebruiken
Vooral je energie. We zullen niets verhullen
In deze verhulde tijd
Het groen breekt uit de twijgen
Wij willen dat iedereen tonen
Dan weten zij het ook

.

biermann

Met dank aan Wikipedia.

POeM PAiNtiNG

Lynda Black

.

De Engelse kunstenares Lynda Black is zeer veelzijdig als kunstenaar. Een deel van haar werk staat in het teken van (poëtische) teksten en daarbij maakt ze willekeurig gebruik van kleine letters, kapitalen en lettervormen.

In de jaren 70’en 80’van de vorige eeuw studeerde ze kunst en arts aan verschillende Engelse scholen en instituten, ze had vele tentoonstellingen, solo of in groepen en inmiddels verkoopt ze delen van haar werk via https://www.etsy.com op internet. Ook is haar werk opgenomen in collecties in Londen, Brisbane en Gympie (dit laatste verzin ik niet, het is een stadje van 10.000 inwoners in Queensland, Australië).

Haar Black and white paintings is het werk waar ze poëtische teksten in verwerkt zoals je hieronder kunt zien. Onder de noemer ‘Gedichten in vreemde vormen’ wilde ik je deze niet onthouden.

.

lb

lb2

lb3

Weemoedts felicitatiedienst

Lévi Weemoedt

.

De in Vlaardingen geboren dichter Lévi Weemoedt (1948) is vooral bekend van zijn tragi-komische korte verhalen en gedichten. Jarenlang was Weemoedt leraar maar toen hij daar genoeg van had richtte hij zich volledig op het bestaan van schrijver.  Weemoedt was medewerker van het Algemeen Dagblad, publiceerde in het, in Vlaardingen opgezette, literair tijdschrift ‘Renaissance’ en was van 1976 tot 1979 redacteur van literair-satirisch studentenblad Propria Cures. Later, in de jaren ’80 schreef hij in “Mare,” het weekblad van de Rijksuniversiteit Leiden.

Van de hand van Weemoedt verschenen ca. 350 gedichten. Uit de bundel ‘Geen bloemen’ uit 1978 het gedicht ‘Weemoedts felicitatiedienst’.

.

Weemoedts felicitatiedienst

.

O! als je trouwt, vergeet mij niet te vragen,

en sta mij toe om tussen oom en tant’

een stukje uit mijn dagboek voor te dragen:

wat heb ik snel de lachers op mijn hand!

.

Bijvoorbeeld, 18 maart: ‘met L. geslapen!

Ze houdt van mij!! Gaat morgen weg bij Freek’.

En, 20 maart: ‘een brief van L. op tafel:

ze trouwt met F.!!.. Bruiloft over een week’

.

De mensen brullen! ‘Dagboek van een Gek!’.

gilt tante Jo, ‘hoe krijgt-ie het verzonnen!

Je zal toch maar getrouwd zijn met die L.!’

.

Dan explodeert een stilte in ’t vertrek:

een kille tocht vaart door de trouwjaponnen.

De tafelkleedjes krijgen kippevel.

.

gb

lw

Dichter van de maand juli

Jules Deelder

Lees de rest van dit bericht

Saai

Igor Cholin

.

De Russische dichter Cholin (1920 – 1999) werd geboren in Moskou. Hij werd bekend door zijn zogenaamde ‘Barakpoëzie’, korte gedichtjes waarin op een laconieke wijze het communale leven van het gewone Russische volk tijdens de Sovjet tijd wordt beschreven.

Tijdens het Sovjet bewind werden alleen gedichten voor kinderen van zijn hand gepubliceerd. In de jaren 50 was hij de informele leider van de Metro Avant Garde in Moskou. Deze stroming verzette zich tegen de leiders van het land en dat maakte Cholin een dissident.

Zijn werk voor volwassenen werd pas in de late jaren 80 en de jaren 90 van de vorige eeuw gepubliceerd. Tot die tijd verscheen zijn werk vooral als Samizdat literatuur.

In vertaling van Peter Zeeman het gedicht ‘Saai’.

.

Saai

.

Een blauwe einder, bos, contouren van een kerk.

Het gladde water van een meer lijkt van email.

Seringen staan in bloei. Een vierkant rozenperk

geblakerd door de zon. Er smeult een vuilnisbelt.

.

Een kleine jongen klom manhaftig in een berk.

Gooit takjes naar beneden. En nog een detail:

Een greppel met een dronkaard, starend naar het zwerk.

Verloederd is hij, vies, zijn kin een stoppelveld.

.

Zijn trouwe hond ernaast. het beest heet Wildebras.

Ook laveloos – hij vrat de kots op van zijn baas.

Dan vangt het dier te janken aan, onhonds van toon.

.

Ziedaar het landschap waar ik elke zomer woon.

Geen kip op straat. Mijn datsja een gevangenis.

Zo saai, zo godvergeten saai als het hier is.

.

Cholin

                                                                                              Vrij vertaald: Niemand van jullie gaat slapen Cholina

Igor Cholin

 

 

Zoals het strand en de zee

Herman de Coninck

.

Vandaag heb ik gekozen voor een van de ‘Verspreide gedichten’ uit het verzameld werk van Herman de Coninck ‘De gedichten’. Het betreft hier het gedicht ‘Zoals het strand en de zee’ dat verscheen in o.a. De Vlaamsche gids, jaargang 66, nr. 6 uit 1982, Gedichten , 1983 (Hubert van Herreweghen en Willy Spillebeen) en in Maatstaf, jaargang 32, nr. 5 uit 1984. Een gedicht kortom dat  begin jaren 80 van de vorige eeuw enige populariteit genoot. En ik begrijp heel goed waarom.

.

Zoals het strand en de zee:

jij gaat nooit weg. En ik

kom altijd terug. het is bijna zo goed

.

als blijven. Voor een jawoord

is het te laat.

Maar je zegt niet nee.

.

strand-zee

Mens en gevoelens

Strand

.

Hoewel ik in 2007 voor het eerst naar buiten kwam met mijn gedichten door samen met Ruben Philipsen de bundel ‘Zichtbaar alleen’ te publiceren (waar dit blog naar vernoemd is) is in de jaren ’80 van de vorige eeuw al eens een gedicht van mij gepubliceerd in het tijdschrift ‘Mens en gevoelens’ van Paul Haenen of eigenlijk van zijn alter ego’s Margreet Dolman en Dammie van Geest. In dit  cultureel/humoristische tijdschrift was plaats voor gedichten, verhalen, columns, tekeningen en foto’s. Ook ik heb, ik denk in 1989, een gedicht opgestuurd (dat kon als abonnee) en toen werd dus voor het eerst een gedicht van mij gepubliceerd. Het gedicht was getiteld ‘Strand’ en er werd door een andere abonnee waarvan ik nu de naam niet meer weet, een tekening bij gemaakt.

Dit is het gedicht.

.

Strand

.

Daar loopt ze

het doldrieste water

met haar benen doorklievend

en dan ineens rent ze

terug naar mij

.

“kwallen” zegt ze.

.

MeG

 

Die achternacht

Joost Zwagerman (1963 – 2015)

.

Hoewel ik een aantal van de boeken van Joost Zwagerman heb gelezen, behoorde hij niet tot mijn favoriete schrijvers. ook zijn poëzie vond ik vaak wat gekunsteld. Helemaal niet erg natuurlijk, smaken verschillen. Nu hij maandag zo plotseling en onverwacht een einde aan zijn leven heeft gebracht voelde ik toch dat ik ook aan zijn poëzie aandacht moest besteden. Overal in het nieuws worden zijn romans en essays genoemd en het feit dat hij bij De Wereld Draait Door vaak over kunst sprak (iets waar ik trouwens wel altijd enthousiast van werd), maar vrijwel nergens lees ik uitgebreid terug dat hij ook poëzie schreef. Zwagerman behoorde in de jaren 80′ tot de ‘Maximalen’

De dichters die bij de “Maximalen’ behoorde zetten zich vooral af tegen de volgens hen ‘witte en stille’ gedichten die er door de talige dichters werd geschreven. In plaats van die minimale poëzie wilden zij ‘maximale’ – en ze noemden de bloemlezing waarin ze hun werk verzamelden dan ook ‘Maximaal’ (1988). Deze Maximalen rekenden af met poëzie die gebukt ging onder ‘het juk van het grote niets’, zoals Joost Zwagerman het noemde. Zoals alle nieuwe stromingen maakten zij dus een karikatuur van het werk van hun voorgangers. Dichters moesten zichzelf niet langer reduceren tot ‘lispelende garde van de porseleinkast’, maar moesten de ‘muze de straat opjagen’- poëzie moest realistisch zijn. Maar voor deze ‘Maximalen’ was het ook van belang hoe een gedicht was geschreven: behalve het leven speelde ook het talige een grote rol.

Om ook dat aspect van zijn schrijverschap aandacht te geven hier een gedicht uit 2004 waarin ik bij herlezing wel iets van de worsteling in zijn leven terug lees. Of om, zoals hij het zelf schreef’ de laatste zin uit dit gedicht aan te halen; “een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen”.

.

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek

Die achternacht kwam ik mij tegen op een plek
waar ik mij gewoonlijk niet vertoon.
Ik stelde mij teleur. Sprak te luid
tegen mensen die mij zichtbaar niet vertrouwden.
Ik wilde dat ik vond dat ik naar huis toe wilde
en sprak mij aan om hiervandaan te gaan
maar dat was zo gemakkelijk nog niet. Ik verloor mij
in gesprekken die ik al zo vaak gevoerd had
zonder zicht op toonzaamheid
of zelfs maar dunne trucs
waarmee je doorgaans
een kapotte nacht doorkomt.

Het eindigde ermee dat ik van alles
in mijn oor siste wat ik maar half verstond.
Wat doe je op zulke momenten? Ik liet mij
voor wat ik was; het had geen zin mij het zwijgen
op te leggen, ik was berstensvol op mij gebeten
en toen het eenmaal ochtend was
zag ik mij als zo vaak in tongen terug
als het legioen dat vreemden streelt.
Spreekwoord was ik dat niet snapt,
gaandeweg de dag werd ik weer opvoeding
die ouders voor hun kinderen uitdenken
en in het holst van alle bruikleen
was ik wat ik telkens na zo’n achternacht in corvee
en klatering moet zijn: voor dag en dauw de bijbel,
met stofomslag en in voldongen esperantoklanken,
een man om van kaft tot kaft uit voor te lezen

.

Uit: Roeshoofd hemelt

.

zwagerman

Met dank aan http://www.literatuurgeschiedenis.nl
%d bloggers liken dit: