Site-archief

Wij zijn

Simon Vinkenoog

.

In een week waarin de Vijftigers centraal staan mag dichter en performer Simon Vinkenoog (1928 – 2009) natuurlijk niet ontbreken. Vinkenoog die alleen al in de jaren ’50 maar liefst elf poëziebundels publiceerde. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad Blurb. De titel verklaarde hij als volgt: Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is. Over zijn uitgangspunten schreef hij: Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”. In de periode 1950-1951 verschenen van dit blad acht (gestencilde) nummers, in kleine oplage. Tot nummer 4 gaf Vinkenoog het tijdschrift vanuit Parijs als eenmanspublicatie uit. Daarna werkten andere experimentele schrijvers mee, zoals Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Jan Hanlo, W.F. Hermans en Lucebert. Ook publiceerde het blad poëzie van de jong gestorven Hans Lodeizen. Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van makenwaarmee Vinkenoog al liet blijken in de traditie van de latere Vijftigers te passen. Samen met Braak luidde Blurb het tijdperk van de Vijftigers in. In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing ‘Atonaal’, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden.

Uit de bundel ‘Onder eigen dak’ uit 1957 het gedicht ‘Wij zijn’.

.

Wij zijn

.

Als de vlugge voetstap van de halsmisdaad,

als het bitterzoete wachten, als de pijn van alleenzijn;

.

zonder reden. Radeloos en reddeloos,

beterwetend, alleswetend, nietswetend.

.

Woorden blijven in de handen steken,

speeksel verjaart in de mond,

klein vergif en rood verraad.

.

Nu zal het avondmaal smaken als gal,

en de kleine bruine minderheden in ons bloed

zullen vechten om vrijheid,

en de daad wordt verdaagd, en het woord wordt verdacht.

.

Nu zal het bloed blijven steken

en de hartklop wordt onhoorbaar.

.

Nu eindigt dit leven, nu nadert het leven,

hier staan wij naakt,

hier staan wij waar.

.

Pier Paolo Pasolini

De as van Gramsci

.

Dat je nooit uitgeleerd bent in dit leven was me al heel lang duidelijk. Niet alleen veranderd de wereld in een rap tempo maar ook terugkijkend is er nog zoveel te leren, te weten en te ontdekken. Zo’n ontdekking is voor mij het feit dat de Italiaanse filmregisseur, schrijver en marxist Pier Paolo Pasolini (1922 -1975) die ik eigenlijk alleen kende van zijn films, ook dichter was. Sterker nog, van zijn poëzie is ook best het een en ander vertaald voor de Nederlandse markt.

In 1939 ging Pasolini studeren aan de universiteit van Bologna. Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Poesia a Casarsa’ al op 19 jarige leeftijd in 1941. Tijdens de toen aan de gang zijnde Tweede Wereldoorlog werd hij in het leger opgenomen en raakte hij later in Duitse krijgsgevangenschap waaruit hij echter wist te ontvluchten. Na de oorlog werd hij lid van de Italiaanse Communistische Partij; het lidmaatschap werd hem echter een paar jaar later weer ontnomen toen hij er openlijk voor uitkwam homoseksueel te zijn.

Na zijn studies in Bologna kwam hij begin jaren vijftig definitief in Rome terecht, samen met zijn moeder. Zijn vader, een officier in het fascistische leger, was op dat moment al overleden. Zijn jongere broer was als partizaan tijdens de oorlog gesneuveld. Moeder en zoon woonden in een verpauperde buitenwijk van Rome, onderwerp van zijn spraakmakende novelle Ragazzi di vita (1955), en later van de film Accattone. Voor zijn novelle kreeg hij behalve literaire lof ook kritiek vanwege het obscene karakter van het betreffende werk. In de jaren ’50 schreef hij ‘poemetti’, vrij lange verhalend-didactische gedichten, meest in terzinen, die hij in 1957 bundelde. Nadat hij eind jaren vijftig al enige schreden had gezet op het gebied van de film, debuteerde hij 1961 met zijn eerste eigen, hierboven reeds vermelde, film Accattone.

Pasolini werd vooral bekend met zijn opmerkelijke film ‘Il Vangelo secondo Matteo’ (Het evangelie volgens Matteüs) uit 1964, die zelfs vanuit de Kerk werd geprezen. Vanuit zijn sociale bewogenheid groeide zijn kritiek op de gangbare christelijke opvattingen. Zijn films schiepen verwarring en waren omstreden, niet het minst vanwege bepaalde obsceniteiten. De bekendste uit zijn laatste jaren daarvan is Salò of de 120 dagen van Sodom uit 1975, naar de roman van de Markies de Sade in combinatie met de Republiek van Salò.

Pasolini was echter dus ook een begenadigd dichter en zijn poëzie heeft zeker een sociaal maatschappelijk tintje maar is daarnaast ook zeker zeer poëtisch. Een goed voorbeeld daarvan is het gedicht IV dat verscheen in de in 1989 door Meulenhof uitgegeven bundel ‘De as van Gramsci’ in een vertaling van Karel van Eerd. Gramsci was één van de stichters van de communistische partij in Italië in 1921. De as van Gramsci is bijgezet in een sobere tombe op de begraafplaats voor niet-katholieken in Rome, die rond 1800 vooral voor Duitsers was gesticht – ook de enige, in Rome geboren, onwettige zoon van Goethe ligt er – maar nadien vooral bekend gebleven als ‘Engelse begraafplaats’, omdat de graven van Keats en Shelley er zo veel pelgrims heenleiden.

.

IV

.

Het schokkende feit dat ik mezelf tegenspreek,

met en tegen jou ben; met jou van harte,

bij licht, tegen jij in de duistere onderbuik;

,

was ik verrader van de staat der vaderen

-indenken, een zweem van activiteit-

ik weet me eraan gehecht in de warmte

.

van instinct, esthetische bevlogenheid;

bekoord door een proletarisch leven

van voor jouw jaren, koester ik piëteit

.

voor de levenslust daarvan, voor zijn strijd van eeuwen

echter niet: voor zijn eerste wezen, voor

zijn bewustzijn niet; die de mens gegeven

.

oerkracht ging gerealiseerd teloor,

maar liet er de roes van heimwee achter,

een licht van poëzie, een ander woord

.

heb ik er niet voor dan liefde, waarachtig,

echter niet oprecht gemeend, abstract,

geen zeer-doend delen van gevoel en gedachte…

.

Arm zoals de armen, klamp ik me vast

net zoals zij aan hoop die vernedert,

net zoals zij lever ik alle dag

.

strijd voor het bestaan. Maar moge ik onterfd zijn,

moge troosteloos mijn situatie zijn,

bezitter ben ik: en van het meest verheffend

.

bezit dat burgerdom zich wenst, het eind

van alle staten. Maar, bezitter van de historie,

ben ik ook haar bezit; sta ik haar lichtende schijn:

.

maar welk nut heeft licht?

.

De fatale bres

Günter Kunert

.

De titel van een boek kan soms tot verwarring leiden. Neem nou de bundel ‘de fatale bres’ vertaalde hedendaagse duitse poëzie. Bij het kopen van dit bundeltje dat de dichter A. Marja als vertaler kent, dacht ik hedendaagse Duitse poëzie te gaan lezen. Totdat ik erachter kwam dat het boekje in 1962 werd uitgegeven. Hedendaags wordt op die manier ineens poëzie uit de jaren ’50 en ’60. De dichters die worden opgevoerd hebben dan ook geboorte jaren tussen 1881 en 1937. Desalniettemin staan er prachtige en goeie gedichten in. Zowel in het Duits als in het Nederlands.

Dichters waarvan ik er maar een paar van naam ken zoals Paul Celan, Ingeborg Bachmann en Peter Hamm. Een dichter die ik niet kende is Günter Kunert (of Guenter Kunert zoals hij in deze bundel wordt opgevoerd).

Kunert (1929) woonde en werkte in de DDR en was lid van de communistische partij. Toen hij in 1976 een petitie tekende omdat de partij Wolf Biermann (een collega schrijver) het lidmaatschap van de partij wilde afnemen, werd hem ook het lidmaatschap afgenomen. In 1979 kon hij door het verkrijgen van een visum naar West Duitsland reizen en daar vestigde hij zich.

Kunert wordt gezien als één van de meest veelzijdige en belangrijkste hedendaagse Duitse schrijvers. Naast poëzie schreef hij essays, autobiografisch werk, aforismen, satires, sprookjes, science fiction, speeches, reisverhalen, film scripts, en romans. Hij werd in verschillende literaire tijdschriften gepubliceerd en hij is daarnaast ook schilder en grafisch ontwerper.

Het gedicht dat uit de bundel ‘de fatale bres’ komt is getiteld ‘Wenn ihr mal kniet vor einem’ of in de vertaling van A. Marja ‘Als u knielt’.

.

Als u knielt

.

Op deze steen

heeft Willem de Veroveraar

en later Napoleon

gezeten-

ook nog Saint-Just

en twee al lang vergeten

koningen – een

de Vijfde en een

de Zestiende.

.

Maar vergeet nooit

dat de steen telkens

warm werd van een paar

levende billen.

.

En niet van een naam.

.

Wenn ihr mal kniet vor einem

.

Auf diesem Stein

sass William de Eroberer

und später Napoleon.

Es hockten Saint-Just

auf ihm und zwei längst

vergessene Könige – ein

Fünfter und ein Sechzehnter.

.

Vergesst bitte nicht,

das der Stein jeweils durch

einen lebenden Hintern

erwärmt wurde.

.

Nicht durch einen Namen.

.

Over Simon Vestdijk

A. Roland Holst

.

Van een goede vriendin kreeg ik een alleraardigst boekje uit 1953 van de wereldbibliotheek-vereniging met de titel: Kleine literatuurgeschiedenis in verzen over Nederlandse schrijvers bijeengebracht door Theo Vesseur. Een mooie jaren vijftig omslag en gedichten van dichters over andere dichters. Wat ook leuk aan deze bundel is, is dat in het ene gedicht een dichter dicht over een andere dichter (bijvoorbeeld Paul van Ostaijen over Guido Gezelle en even later Halbo C. Kool over Paul van Ostaijen).

In de inleiding schrijft Vesseur: elk vers in deze verzameling zegt ons minstens evenveel over elk karakter van de auteur zèlf als over de bezongene.  In het geval A. Roland Holst in zijn gedicht over Simon Vestdijk blijkt dat in ieder geval.

.

Simon Vestdijk

.

Wat mag het raadsel van uw arbeid wezen?

Muur van den Geest, waar die van de Chinezen

te kort bij schiet. – O, Tegenpool van Bloem!

O, gij die sneller schrijft dan God kan lezen!

.

Paterson

Ron Padget en The New York School 

.

Op Facebook las ik in een stuk van Marja van Rossum over de film ‘Paterson’ van Jim Jarmusch. Nu staat deze film op mijn verlanglijstje van films die ik nog moet gaan zien maar na het stuk van Marja ga ik de film snel zien. In deze film draait het om een buschauffeur die poëzie gebruikt om de alledaagse routine te doorbreken. Uit het stuk van Marja begrijp ik dat poëzie wordt gebruikt van o.a. Ron Padgett zoals ook het gedicht ‘Love Poem’ hieronder. Padget maakte deel uit van de The New York School.

Critici betoogden dat het werk van The New York School een reactie was op de Confessionalist beweging in de poëzie van die tijd (de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw).  De onderwerpen van hun poëzie was vaak licht, gewelddadig of observerend, terwijl hun schrijfstijl  vaak werd omschreven als kosmopolitisch en die van wereldreizigers. De dichters schreven vaak in een directe en spontane manier die doet denken de zogenaamde ‘stroom van bewustzijn’ schrijven, vaak met behulp van levendige beelden. Ze hebben zich gebaseerd op inspiratie uit het surrealisme en de hedendaagse avant-garde kunststromingen, in het bijzonder de action painting van hun vrienden in de kunstscene van New York City zoals Jackson Pollock en Willem de Kooning.

Dichters die vaak geassocieerd worden met de The New York School zijn John Ashbery, Frank O’Hara, Kenneth Koch, James Schuyler, Barbara Guest, Ted Berrigan, Bernadette Mayer, Alice Notley, Kenward Elmslie, Frank Lima, Lewis Warsh, Tom Savage, Joseph Ceravolo en Ron Padgett.

Van de laatste het gedicht ‘Love Poem’ uit de film ‘Paterson’ (met dank aan Marja van Rossum).

 

Love Poem

.

We have plenty of matches in our house.

We keep them on hand always.

Currently our favourite brand is Ohio Blue Tip,

though we used to prefer Diamond Brand.

That was before we discovered Ohio Blue Tip matches.

They are excellently packaged, sturdy

little boxes with dark and light blue and white labels

with words lettered in the shape of a megaphone,

as if to say even louder to the world,

„Here is the most beautiful match in the world

its one-and-a-half inch soft pine stem capped

by a grainy dark purple head, so sober and furious

and stubbornly ready to burst into flame,

lighting, perhaps, the cigarette of the woman you love,

for the first time, and it was never really the same

after that. All this will we give you.”

That is what you gave me, I

become the cigarette and you the match, or I

the match and you the cigarette, blazing

with kisses that smoulder toward heaven.

.

padgett-ron-nyc

                                                                             Foto: John Tranter

paterson

Jan Cremer

Verloren gedichten

.

Wie jan Cremer zegt, zegt ‘Ik, Jan Cremer’, deel twee van deze klassieker, ‘de Hunnen’ en waarschijnlijk ook zijn schilderkunst. Cremer heeft zelfs een eigen museum in Enschede.

Waar ik zeker niet aan dacht (omdat ik het niet wist) was Jan Cremer als dichter. Uit de summiere informatie voorin het kleine maar goed uitgegeven bundeltje ‘Verloren gedichten’ uit 2004, blijkt dat Jan Cremer al in 1957 debuteerde als dichter. Zeven jaar voor hij doorbrak als schrijver van ‘Ik, Jan Cremer’.

Zelfs bij een zeer goed gedocumenteerde website als http://www.dbnl.org/ geen woord over zijn poëzie. Het merendeel van de gedichten opgenomen in ‘Verloren gedichten’ komt dan ook uit de jaren ’50 en ’60 van de vorige eeuw.

Een (klein) deel van de gedichten zijn in het Engels en waarschijnlijk geschreven in de tijd dat Cremer in Amerika woonde en werkte.

Achterop het bundeltje de volgende woorden van Seymour Kim: `Jan Cremer can rank unashamedly as the briljant illegitimate son of Louis-Ferdinand Céline, Henry Miller, Jean Genet and Maxim Gorski.’

De vroege poëzie van Cremer is niet wat je zou verwachten (rauw, expliciet) maar eerder melancholisch en zelfs een ietsje romantisch. Ik heb gekozen voor het gedicht ‘Emmastraat 10 Enschede’ (ik vermoed het geboorteadres van Jan) uit 1978 en een deel van zijn ‘cyclus poetry american style’uit 1969.

.

Emmastraat 10 Enschede

.

Ik ben hier de oude eik

en ik wacht

de donkere zomernacht

op de vuurvogel

met veren die licht geven

ooit overzag ik hier het slachtersveld

en hoorde ik ze schreeuwen

een laatste roep

verstomd galop

.

flitsende messen door weke kelen

hinniken gesmoord in zachte doodskreet

stampende vurige hengsten

werden aan mij vastgemaakt

steigerende onwil werd wreed bestreden

mijn stam was doordrenkt van paardebloed

mijn voet verdronk in zweet

zwepen werden op mij uitgemeten

de scherpte van het slachtmes in mijn schors gekerfd

gebleekte huiden hebben in mijn takken gehangen

het kabaal van de kraaien in mijn kruin

veulens hebben mij in wanhoop

aangesproken

.

ik ben hier de oude eik

en ik wacht

Horsa en Hengist hadden mij verlaten

in met bloed en mest doortrokken stro.

.

.

A staten Island Industrial engineer

who had known enemies

was blasted to death

when he turned

the ignition key in his car

touching off 10 sticks of dunamite

planted under the hood

.

Robert Lee Massie

scheduled to die in the gas chamber

for murder

has written to Governor Reagan

that he wishes

.

to be executed on schedule

.

VG

 

Gregory Corso

32 jaar

.

De leeftijd van 32 jaar blijkt schrijvers te inspireren. Iedereen kent het nummer 32 jaar van Doe Maar en deze post gaat over een gedicht geschreven op de vooravond van de 32ste verjaardag van Beat poet Gregory Corso.

Gregory Corso (1930 – 2001) groeide op onder slechte omstandigheden en belande dan ook al op jonge leeftijd in de gevangenis. Daar leerde hij echter de literatuur kennen en ontwikkelde hij een voorkeur voor de dichtkunst. Over zijn ervaringen in de cel zei hij later: “When I left, I left there a young man, educated in the ways of men at their worst and at their best. Sometimes hell is a good place – if it proves to one that because it exists, so must its opposite, heaven exist” Zijn hemel vond hij in de poëzie.

In 1950 kwam hij uit de gevangenis en kwam hij in contact met Allen Ginsberg, William S. Burroughs en Jack Kerouac. Hij begon te schrijven voor de Los Angeles Examiner maar acteerde en speelde ook onder andere in Andy Warhols  film ‘Couch’.

In 1954 verscheen ‘The Vestal Lady on Brattle and Other Poems’, zijn eerste dichtbundel. Dit was het begin van een reeks voordrachten van Corso waarvoor hij stad en land afreisde, bijvoorbeeld naar Oost-Europa en Mexico. In 1956 verhuisde hij naar San Francisco en werd het boegbeeld van de Beat Generation. Het hoogtepunt van zijn dichtersbestaan lag in de jaren ’50 en ’60.

In totaal publiceerde Corso ruim 20 dichtbundels.  Zijn werk droeg hij voor “in his natural voice, a trademark high-pitched “New Yorkese” drawl with subtle undertones of expressiveness.” In 2001 overleed Corso en op zijn eigen verzoek werd hij begraven in een graf naast dat van Percy Shelley op de Cimitero Acattolico in Rome.

Hieronder het gedicht dat hij schreef op de vooravond van zijn 32ste verjaardag in 1962.

.

Writ On The Eve Of My 32nd Birthday

.

a slow thoughtful spontaneous poem

I am 32 years old
and finally I look my age, if not more.

Is it a good face what’s no more a boy’s face?
It seems fatter. And my hair,
it’s stopped being curly. Is my nose big?
The lips are the same.
And the eyes, ah the eyes get better all the time.
32 and no wife, no baby; no baby hurts,
but there’s lots of time.
I don’t act silly any more.
And because of it I have to hear from so-called friends:
“You’ve changed. You used to be so crazy so great.”
They are not comfortable with me when I’m serious.
Let them go to the Radio City Music Hall.
32; saw all of Europe, met millions of people;
was great for some, terrible for others.
I remember my 31st year when I cried:
“To think I may have to go another 31 years!”
I don’t feel that way this birthday.
I feel I want to be wise with white hair in a tall library
in a deep chair by a fireplace.
Another year in which I stole nothing.
8 years now and haven’t stole a thing!
I stopped stealing!
But I still lie at times,
and still am shameless yet ashamed when it comes
to asking for money.
32 years old and four hard real funny sad bad wonderful
books of poetry
—the world owes me a million dollars.
I think I had a pretty weird 32 years.
And it weren’t up to me, none of it.
No choice of two roads; if there were,
I don’t doubt I’d have chosen both.
I like to think chance had it I play the bell.
The clue, perhaps, is in my unabashed declaration:
“I’m good example there’s such a thing as called soul.”
I love poetry because it makes me love
and presents me life.
And of all the fires that die in me,
there’s one burns like the sun;
it might not make day my personal life,
my association with people,
or my behavior toward society,
but it does tell me my soul has a shadow.

.

vestal

Corso

 

Semjon Lipkin

Russische dichter

.

Semjon Lipkin studeerde in Moskou en was daar een gewaardeerd vertaler uit oosterse talen. Hij was een protegé van Achmatova, die hem naar voren schoof als één van de betere dichters van de jaren ’50.

Semjon Lipkin (1911-2003) was getrouwd met de Russische dichteres Inna Lisnjanskaja (1928). Het echtpaar kon in de Sovjettijd weinig publiceren. Ze behoren evenwel tot de beste dichters van die periode en van de jaren na de perestrojka. Universele problematiek van de gedichten van Lisnjanskaja doet haar werk uitstijgen boven de actualiteit en alles wat kortstondig en tijdgebonden is. Meer dan Lisnjanskaja gaat Lipkin in op gebeurtenissen in het dagelijks leven of op dingen die hij zich herinnert, bijvoorbeeld uit de oorlogsjaren.

.

Gedenkplaats

.

Twee schilders, Beiers, blonde krullen,

Verven de openstaande ramen

En niets verraadt bij deze knullen

’t Bestaan van enig zielendrama.

.

Daarbinnen staan in strenge orde

Gedoofde ovens aangetreden.

Herauten van de as van morgen,

Of tekens van een dood verleden?

.

Ik volg de kalme kwasten, adem

De frisse lucht in van het najaar;

En angstig wervelen de blaren

Rond Dachau, het voormalig Lager.

.

lipkin-semen

 

%d bloggers liken dit: