Site-archief

Opstel

Jan Hanlo

.

Vroeger op school was ik goed in het schrijven van opstellen en ik vermoed dat veel dichters het schrijven van een opstel als geen enkele moeite zagen. Met een beetje fantasie en taalgevoel kom je een heel eind. Toen ik in de ‘Verzamelde gedichten’ van Jan Hanlo (1912-1969) het gedicht ‘Opstel’ las moest ik daaraan denken.

In het gedicht ‘Opstel’ vertelt Hanlo over de liefde. Een opstel over de liefde. Over hoe moeilijk de liefde is en hoewel hij in de eerste zin ‘ons wijze raad wil geven over de liefde’ komt hij hierin niet ver. Het blijft bij wat oppervlakkige observaties in de tweede strofe en zelfs daarvan kun je moeilijk zeggen dat ze wijze raad zijn.

Als opstel over de liefde is het dus geen geweldig voorbeeld. Maar misschien wilde Hanlo wel met dit gedicht laten zien hoe veel opstellen zijn. Om te eindige met de constatering dat ‘we’ aangetast zijn of van te voren al niet geschikt voor de liefde. Waarmee hij ons niet zozeer een wijze raad geeft (al kun je daarover van mening verschillen) als wel onze verwachtingen over de liefde in ons leven meer realiteitszin geeft. Hoe dan ook een bijzonder gedicht.

Op de website van Laurens Jz. Coster lees ik bij dit gedicht een uitspraak van Jan Hanlo die de zaak er zeker niet helderder op maakt:

“Poëzie en boeken, het is allemaal papier en in elk geval geen soep en geen kussen, geen zwerftochten. Je poetischer, je wahrer, heeft Friedrich von Schlegel gezegd. Dat vind ik wel mooi uitgedrukt, een zeer loffelijk streven om zo de poëzie op te vatten. De realisten zeggen: Je wahrer je poetischer. Ik vergeet altijd wat het nu eigenlijk betekent.”

.

Opstel

.

Ik zou U een wijze raad geven over de liefde,
lezer,
en een betere inlichting over dat waarvan
wij zoveel verwachten,
als ik er zelf meer van wist

.

Liefde is kussen geven
en kussen krijgen
Maar als het niet gelukkig maakt,
dan is het vergeefse moeite

.

En liefde voor geld
vlot moeizaam

.

Moeizaam komen sommigen aan hun eind
en veel geluk hebben zij niet gekend, zo lijkt het wel
In minuten van verbeelding en ander ongeduld
hebben zij het vlug verbruikt,
werkelijkheden verdisconterend
waaraan ze blijkbaar wanhoopten,
aangetast,
of van te voren al
niet geschikt

.

Advertentie

Aan Jan Hanlo

Dichter over dichter

.

In 1966 verscheen de bundel ‘In een gewoon rijtuig’ van Jan Hanlo (1912 – 1969). In deze bundel is een gedicht opgenomen van Pierre Kemp (1886 – 1967). Het betreft hier het gedicht ‘Aan Jan Hanlo’. In de categorie dichters over dichters mag dit gedicht dat geschreven is tussen kerstmis 1963 en nieuwjaar 1964, natuurlijk niet ontbreken.

.

Aan Jan Hanlo.

met veel dank!

Als in de tijd van duizend en meer

embourrages staat de Japanse pioen

daar voor mij op Uw kaart met het dof groen

van haar blaren

in het verzalmend-tintig-vermiljoen

mij tot stilte te staren.

.

Stilte is nog een groter plezier

dan de verslaperingen van een lier!

.

Kerstmis 1963 – Nieuwjaar 1964

.

Blogs over Nederlandse poëzie

Koninklijke Bibliotheek

.

Op de website van de Koninklijke Bibliotheek (KB) de nationale bibliotheek van Nederland, is heel veel informatie te vinden over werkelijk heel veel verschillende onderwerpen die te maken hebben met Literatuur. Zo ook over poëzie. Behalve een pagina met een enorme hoeveelheid informatie over moderne Nederlandse dichters https://www.kb.nl/themas/nederlandse-poezie/moderne-nederlandse-dichters die ik graag mag raadplegen, is er op de website van de KB ook een hele fijne pagina met blogs over Nederlandse poëzie https://www.kb.nl/blogs/nederlandse-poezie .

Vijf pagina’s met blogs van Gerrit Komrij, Jan Bos en Arno Kuipers over de meest uiteenlopende onderwerpen. Van blogs over De Beatrijs (13e eeuw) en Mariken van Nieuwmeghen (1608) tot blogs over de Podcast van Ester Naomi Perquin en Marc van Oostendorp ‘Publieke werken’ en het experimentele ‘stamelgedicht’  Jossie van Jan Hanlo (1912-1969).

In de keuze van Komrij (zoals zijn bijdragen getiteld zijn) kwam ik een gedicht tegen van een dichter die ik niet kende, namelijk Peter Jaspers. Deze Peter Jaspers was het pseudoniem van de vrouwelijke dichter Petronella Buzing (1918 – 1964) en Komrij schrijft over haar: Nooit van gehoord! Nooit zelfs maar horen noemen! En toch, een fijne dichter, jaren vijftig of niet.

Uit de bundel kindergedichten ‘Met rozerood en zonnehoed’ het gedicht ‘Ik wou zo graag’.

.

Ik wou zo graag

.

Ik wou zo graag een toverpen
voor Nederlandse taal.
De woorden, die ik echt niet ken,
verbeterde de toverpen,
onzichtbaar, allemaal.

.

Ik wou zo graag een rubber vel,
het zwembad is zo lang,
dan dreef ik eindelijk es wèl,
gewoon maar op m’n rubbervel
en was ik niet meer bang.

.

Ik wou zo graag een wonderpil.
Dan kon ik voor de klas
de beurten maken die ik wil,
omdat ik door de wonderpil
niet meer verlegen was.

.

Ik wou zo graag met een feeënstaf
naar aardrijkskunde gaan,
dan wist ik er genoeg van af,
dan wees ik met de feeënstaf
de goeie stippen aan.

.

Ik wou zo graag, ik wou zo graag,
gebeurde het nou maar,
het hoeft niet eens meteen vandaag,
maar morgen dan, ik wou zo graag.
Waar woont de tovenaar?

.

Ooteoote

Website over poëzie

.

De website http://ooteoote.nl, vernoemd naar Jan Hanlo’s legendarische klankgedicht, is een literaire website met het zwaartepunt op poëzie. Ooteoote houdt graag de vinger aan de pols van projecten waarin literatuur en andere disciplines allianties met elkaar aangaan. Zo besteden ze aandacht aan beeldende kunst, muziek, film en multimedia, waarin de literaire tekst een (hoofd)rol speelt. Tot slot fungeert Ooteoote als een podium waarop bekende schrijvers en aanstormende talenten hun gedichten, vertalingen, korte verhalen, columns, romanfragmenten, interviews, opinies en essays kunnen publiceren.

Ooteoote bevat bijdragen van onder andere Remco Ekkers, Dean Bowen, Erik Lindner, Edwin Fagel en Marije Koens. Een mooi voorbeeld van de creatieve manier waarop Ooteoote kijkt naar poëzie wordt geleverd door Vicky Francken. Zij heeft met een collage techniek een beeldgedicht gemaakt dat bestaat uit gevonden teksten, foto’s en beelden. Het beeldgedicht bestaat uit twee delen.

Het eerste deel bestaat uit een plaatje van een man met een hoed en handschoenen aan die naar ons kijkt. zijn hoofd en borst worden grotendeels aan het oog onttrokken door hangende takken van een boom. Het lijkt erop dat het waait.

Het tweede deel is in alles het tegengestelde. Het plaatje heeft strakke rechte zijkanten, waar het eerste plaatje rafelig uitgescheurd is. In plaats van een zoveel mogelijk bedekte man toont het twee vrouwen in bikini. De vrouwen springen van een rots af in het water. Niet in een ontsnappingspoging, zoals in een film of serie, maar puur voor het plezier, zoals op vakantie, onbezorgd.

Met de teksten in de foto collage wordt deze afbeelding een intrigerend beeldgedicht.

.

Wij zijn

Simon Vinkenoog

.

In een week waarin de Vijftigers centraal staan mag dichter en performer Simon Vinkenoog (1928 – 2009) natuurlijk niet ontbreken. Vinkenoog die alleen al in de jaren ’50 maar liefst elf poëziebundels publiceerde. Op 21-jarige leeftijd begon hij het Nederlandse literaire blad Blurb. De titel verklaarde hij als volgt: Wij geloven niet meer in het vinden van scabreuze woorden in nog niet bestaande woordenboeken en wij hebben dus gekozen: blurb. Waarvan één betekenis gebrabbel is. Over zijn uitgangspunten schreef hij: Onze mogelijkheden zijn nog ongelimiteerd, al moeten wij ons verdedigen tegen uiterst links en uiterst rechts en nochtans het gevaarlijke midden mijden”. In de periode 1950-1951 verschenen van dit blad acht (gestencilde) nummers, in kleine oplage. Tot nummer 4 gaf Vinkenoog het tijdschrift vanuit Parijs als eenmanspublicatie uit. Daarna werkten andere experimentele schrijvers mee, zoals Hans Andreus, Armando, Hugo Claus, Jan Hanlo, W.F. Hermans en Lucebert. Ook publiceerde het blad poëzie van de jong gestorven Hans Lodeizen. Op 1 juni 1951 verscheen het achtste en laatste nummer met de woorden: Laten we het mooi houden, er vooral geen literatuur van makenwaarmee Vinkenoog al liet blijken in de traditie van de latere Vijftigers te passen. Samen met Braak luidde Blurb het tijdperk van de Vijftigers in. In 1951 publiceerde Vinkenoog de roemruchte bloemlezing ‘Atonaal’, die geldt als het eerste publieke manifest van de Vijftigers, die zich atonale dichters noemden.

Uit de bundel ‘Onder eigen dak’ uit 1957 het gedicht ‘Wij zijn’.

.

Wij zijn

.

Als de vlugge voetstap van de halsmisdaad,

als het bitterzoete wachten, als de pijn van alleenzijn;

.

zonder reden. Radeloos en reddeloos,

beterwetend, alleswetend, nietswetend.

.

Woorden blijven in de handen steken,

speeksel verjaart in de mond,

klein vergif en rood verraad.

.

Nu zal het avondmaal smaken als gal,

en de kleine bruine minderheden in ons bloed

zullen vechten om vrijheid,

en de daad wordt verdaagd, en het woord wordt verdacht.

.

Nu zal het bloed blijven steken

en de hartklop wordt onhoorbaar.

.

Nu eindigt dit leven, nu nadert het leven,

hier staan wij naakt,

hier staan wij waar.

.

Week van de vijftigers

laatste week van februari

.

De Nederlandse poëzie heeft de laatste 150 jaar veel verschillende stromingen gekend (Tachtigers, Vijftigers, nieuw realisten, Maximalen e.d) maar één van de bekendste en misschien ook wel invloedrijkste was de beweging van de Vijftigers. De beweging van de Vijftigers werd ingezet door de dichter Lucebert zo valt te lezen op de website https://www.literatuurgeschiedenis.nl

Lucebert stuurde zijn gedichten in 1949 op aan uitgeverij De Bezige Bij. Zijn onconventionele gedichten vielen echter niet in de smaak bij de redacteur die ze moest beoordelen. Deze dacht dat ze door een krankzinnige gemaakt waren. Maandenlang hoorde Lucebert niets van de uitgeverij. In dat jaar, ten tijde van de Politionele Acties, debuteerde hij met het gedicht ‘Minnebrief aan onze gemartelde bruid Indonesia’.

Toen Lucebert in 1951 echter debuteerde met de bundel ‘triangel in de jungle’ bij uitgeverij a.a.m. stols, kwam men bij De Bezige Bij alsnog tot inkeer en in 1952 verscheen daar de bundel ‘ápocrief/de analpabetische naam…’. Hij werd hiermee de voorman van de Vijftigers.

Zijn poëzie, die zo kort daarvoor nog voor gekkenwerk was gehouden, bleef onconventioneel, maar dat nam niet weg dat steeds meer lezers hun aanvankelijke weerzin overwonnen, omdat ze begrepen dat hier een jonge dichter stem probeerde te geven aan een generatie die in de Tweede Wereldoorlog volwassen was geworden. Een generatie die vond dat het allemaal helemaal anders moest. De dichters uit deze beweging verzetten zich tegen de oude normen en waarden die na de oorlog opnieuw gekoesterd werden, ook in de kunst. Zozeer week de poëzie van de dichters van Vijftig af van wat toen de norm was, dat veel lezers aanvankelijk niet inzagen waarom dit soort werk nog poëzie of literatuur genoemd kon worden.

Naast het experimentele karakter van de gedichten gaven de Vijftigers nog een betekenis aan het woord experimenteel, namelijk die van de experience, de beleving. Het proces van het dichten was minstens zo belangrijk als het vernieuwende karakter. Daarnaast was spontaniteit een belangrijk gegeven. Juist na de tweede wereldoorlog (waarin zo duidelijk was geworden wat er gebeurd als je vastliggende constructies oplegt aan de werkelijkheid) was spontaniteit van handelen en denken van groot belang voor de Vijftigers. Zij zetten zich af tegen het rationele, zoals het denken in zwart-wit tegenstellingen (goed/slecht, geest/lichaam, goddelijk/aards) en de hiërarchie die zulke tegenstellingen aanbrengen. Ze wilden dit soort denken juist doorbreken. Voor hen stond het goddelijke niet boven het aardse, de geest niet boven het lichaam. De Vijftigers zagen de poëzie als een bevrijdende kracht voor alle levensterreinen. Hun staat niet alleen een literaire omwenteling voor ogen, maar een totale reorganisatie van het leven en het bewustzijn.

Tot de dichters van de Vijftigers worden gerekend: Lucebert, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Hans Andreus, Remco Campert, Jan Elburg, Sybren Polet, Paul Rodenko, Bert Schierbeek, Simon Vinkenoog, Paul Snoek en Jan Hanlo.

Deze week extra aandacht voor de Vijftigers en hun werk uit die beginperiode van de jaren ’50. Te beginnen, uiteraard, met een gedicht van Lucebert uit de bundel ‘Triangel in de jungle’ uit 1951.

.

Strafkolonie

.

Een meer vol kettingen en rode

voetstappen nachtdruppels ebbenhouten

ogen in alle kasten

konden genezen eten en boeken

lange boeken zingen op onze lichamen

wan en langhopig lang

.

soms komt de zon zo zon-

derling hinkend als pompen

.

vaak puilt de nacht een paarse vrouw

koud op de kamer koud op de keel

.

soms is het onderling donker

.

 

Ik proef iets wat bedorven is

Hekeldichten

.

Bij uitgeverij Passage worden mooie en interessante dichtbundels uitgegeven. In 2016 werd bijvoorbeeld, als onderdeel van De doos van Passage, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is’ gepubliceerd. In deze fijne bundel nemen Daniël Dee, Alexis de Roode en Benne van der Velde ons mee in de wereld die Hekelgedichten heet. In de inleiding wordt door de heren meteen al korte metten gemaakt met de gedachte dat hekeldichten om te lachen zijn, of dat ze in de categorie Light verse zouden vallen. In de inleiding wordt uiteengezet dat hekeldichten (ook) groot, ernstig en complex kunnen zijn. De namen van de hekeldichters doen ook al zoiets vermoeden; Gerrit Achterberg, P.A. de Génestet, Jan Hanlo, Ilja leonard Pfeijffer maar ook Driek van Wissen, Hans van Willigenburg en Delphine Lecompte.

De inleiders besluiten de inleiding met de zinnen: “Geen gevaarlijker stroming in de poëzie dan het hekeldicht. Met name voor de dichter wel te verstaan. Talloos zijn de dichters die omwille van een hekeldicht in de gevangenis of of het concentratiekamp kwamen. Tegenwoordig is die kans in Nederland niet zo groot. Maar wie een hekeldicht schrijft, zeker wanneer de inzet serieus is, geeft zich werkelijk bloot.” En zo is het maar net.

De bundel is in een aantal hoofdstukken opgedeeld met titels die beginnen met ‘Tegen’ gevolgd door landen, klein leed, de liefde, een bepaald slag mensen, de wetenschap, de poëzie, God, etc etc.  Voor wie in een recalcitrante bui is of gewoon even tegen iets in het bijzonder of het leven in het algemeen is dit een heerlijke bundel om te lezen. Uit het hoofdstuk ‘Tegen de poëzie en de literaire wereld’ het gedicht ‘Hard werken’ van Joost Reichenbach

.

Hard werken

.

“dichten is hard werken”

.

zei de dichter tot zijn vrouw

“wacht dus maar niet

op mij vannacht”

.

en besteeg de trap

met een fles wijn

op weg naar de zolder

alwaar hij na drie lange teugen

deze regels optikte

zich daarna urenlang

heeft afgerukt bij

pornoplaatsjes van het internet.

.

“’t is weer mislukt”,

zei hij ’s ochtends,

.

“vanavond verder ploeteren.”

.

Waarover zal ik zingen

Jan Hanlo

.

Jan Hanlo kennen we natuurlijk allemaal van zijn gedichten ‘Mus’ en ‘Oote’. Beide bijzondere gedichten (over de laatste werden zelfs kamervragen gesteld) in een typische Hanlo stijl. Jan Hanlo schreef echter ook zeer toegankelijke en mooie poëzie, denk bijvoorbeeld aan ‘Zo denk ik dat ook jij bent’ en ‘Ik noem je bloemen’, beide intieme liefdesgedichten. Ook ‘Waarover zal ik zingen’ is zo’n voorbeeld. Uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 2006.

.

Waarover zal ik zingen

.

Waarover zal ik zingen
over regenjassen over het lover van geboomte
of zal ik van de liefde zingen

Waarover zal ik zingen over vliegmachines
blinkend aluminium in de zon en blauwe lucht
of zal ik zingen over de liefde

Over auto’s over steden en historie
of zal ik zingen over de liefde

Over vele vreemde dingen
over de gewone
of zal ik zingen over de liefde

Over bloemen over water
over mooie dingen of wat droevig is
of zal ik zingen over de liefde

Over tabak en vriendschap
over geur en wijn
over schepen zeilen meeuwen over ellende
over de ouderdom over de jeugd
of zal ik over de liefde zingen

.

JH

Gedichten langs de Geul

Limburg: 3 routes, 41 dichters

.

In Zuid-Limburg meandert een riviertje de Geul: van de Belgische grens, tussen grenspaal 8 en 9, tot aan de Maas boven Maastricht. Van Cottessen bij Epen tot Voulwames bij Bunde. Ze lijkt maar klein, de Geul: een bescheiden riviertje, een beetje verborgen in het landschap maar overal in Zuid Limburg kom je haar tegen.

Voor een literaire of poëzieroute zijn 41 gedichten uitgezocht, en die op zuilen in het landschap geplaatst. Zo is er een wandelroute ontstaan, waarbij je als wandelaar regelmatig een gedicht tegenkomt:  gedichten die tot vrolijkheid stemmen of tot nadenken, die ontroeren en beroeren, die enthousiasmeren en motiveren; die in elk geval, net als het landschap, u niet onverschillig laten.

De totale route is zo’n 35 km lang. Ze is verdeeld over drie trajecten in de drie gemeentes waar de Geul in Nederland doorheen stroomt: Gulpen-Wittem, Valkenburg aan de Geul en Meerssen.

Bij de 41 dichters zitten alle grote namen uit het Nederlands taalgebied zoals Herman de Coninck, Vasalis, Rutger Kopland, Jan Hanlo, Remco Campert maar ook Diana Ozon, Miriam van Hee en Seline Bastings.

Zo staat bij de Oliemolen in Meerssen een gedicht van Anna Enquist getiteld ‘De veldtocht’ uit haar bundel ‘De gedichten’ uit het jaar 2000.

.

De veldtocht

.

Niet in je omhelzing, niet in je armen,

niet in jouw weten ga ik verloren. Niet

in de brandende auto, toneel voor verbijsterd

publiek, maar lopend door een schamel bos.

.

Altijd het eind van de middag. O laat

de middag snel komen. De kinderen gingen

het huis uit; mist kruipt langs de grond.

Zo, zelf, ga ik stapvoets verloren.

.Geul 3

De Oliemolen

Geul 2

Tussen Heimansgroeve en de brug over de Geul

Geul 4

Stella Maris

Geul 1

De Volmolen

 

Meer informatie vind je op http://gedichtenlangsdegeul.nl/

Zo meen ik dat ook jij bent

Jan Hanlo

.

Jan Hanlo (1912 – 1969), onsterfelijk geworden door zijn gedicht ‘Oote’ schreef prachtige gedichten. Ook over de liefde. Hier een voorbeeld van zo’n liefdesgedicht getiteld ‘Zo meen ik dat ook jij bent’ uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1989.

.

Zo meen ik dat ook jij bent

.

zoals de koelte ’s nachts langs lelies

en langs rozen

als wit koraal en parels diep in zee

zoals wat schoon is rustig schuilt

maar straalt wanneer ik schouwen wil

zo meen ik dat ook jij bent

.

als melk

.

als leem

en ’t bleke rood van vaal gesteente

of porselein

zoals wat ver is en gering

en lang vergeten voor het oud is

.

zoals een waskaars en een koekoek

en een oud boek en een glimlach

en wat onverwacht en zacht is en het eerste

en wat schuchter en verlangend en vrijgevig

gaaf maar broos is

zo meen ik dat ook jij bent

.

JH

%d bloggers liken dit: