Site-archief

Waka

Japanse versvorm

.

De Waka (letterlijk: Japans gedicht) of Yamato uta is een genre van klassieke Japanse dichtkunst, en een van de hoofdgenres van de Japanse literatuur. De term ontstond tijdens de Naraperiode, en werd gebruikt om Japanstalige gedichten te onderscheiden van Kanshi (gedichten geschreven in het Chinees door Japanse dichters) en renga (kettinggedicht, gewoonlijk geschreven in samenwerking tussen verschillende dichters). Traditioneel heeft Waka over het algemeen geen concept van rijm of een vaste structuur.

In het ‘omstreden’ boek ‘Bloemen van het kwaad’ staat over Keizer Hirohito een aardig stuk met betrekking tot deze vorm van dichtkunst. Elk jaar tijdens de jaarlijkse Keizerlijke Dichtwedstrijd, de Utakai Hajime, die wordt georganiseerd in het Keizerlijk paleis, zendt de keizer van Japan ook zelf een gedicht in.Dit gedicht wordt door iemand anders dan de keizer zelf voorgelezen. In de waka’s van de keizer, die meestal natuurbeschrijvingen of onschuldige observaties bevatten zit echter altijd een dubbele laag, waarin de keizer echt zegt wat ie vindt.

De grootvader van Hirohito, keizer Meiji schreef bijvoorbeeld deze Waka:

.

‘De zee omringt de wereld, overal zijn wij broeders

Waarom gaan de wind en de golven dan zo wild tekeer?’

.

Keizer Meiji verwijst in deze Waka ‘acht koorden aan de kroon, één dak’ naar zijn streven om alle hoeken van de wereld onder Japanse hegemonie te brengen. Meiji was ook helemaal niet vreedzaam of pacifistisch; hij viel, net als zijn kleinzoon later Pearl Harbour, de Russische vloot aan zonder oorlogsverklaring. In 1940 was Hirohito’s bijdrage aan de Utaka Hajime ook heel vreedzaam:

.

‘In dit nieuwe jaar bidden wij dat oost en west en de hele wereld

zullen samenleven en samen voorspoed delen’

.

Hij schreef dit terwijl zijn land en leger zich voorbereidde op de oorlog in Zuidoost Azië.

.

Gedichten van het jaar

The New Yorker

.

Al vanaf februari 1925 plaatst The New Yorker poëzie in het magazine. In 2017 waren dat zo’n 100 gedichten van onder andere The Poet Laureate (zeg maar de dichter des Vaderlands van de Verenigde Staten), bekende dichters en aanstormend talent. Elk jaar wordt er een overzicht geplaatst op de website van The New Yorker met alle gedichten die dat jaar zijn gepubliceerd. Daarnaast is er een website waar alle gedichten die vanaf het allereerste begin zijn gepubliceerd zijn gearchiveerd en waar je ze dus allemaal terug kan lezen https://www.newyorker.com/magazine/poems

Tussen de vele dichters die in dit archief zijn terug te vinden staan beroemde namen als Bertold Brecht, Leonard Cohen, Dorothy Parker en Seamus Heaney maar ook het Franse volkslied (editie 1926) staat ertussen.

In de editie van 2017 staat onder andere een gedicht van de dichter John Ashbery (1927 – 2017) getiteld ‘Disorder and Light’.

.

Disorder and Light

.

Answer: I would dump it.
She lost her husband. It was time.
The more blurry it’s gonna be, the great complicator
takes us all into account.

I don’t know what this is, remnant.
You won’t get there forever.
Decades ago, after the dogs inspected it
it became part of their repertory.

. . . Comes in and ankles around like
he owned the place (which he did, in a sense).
Fast action on their part drew her on.
This wasn’t morning. It was more like

a week from now. I’ll be on your side, searching
for what we both know is there: our crumbling infrastructure.
You stay out of it.
You’ve got to be kidding me. Your pill, he urged.

Have a wild breakfast,
eyed and mulled. There you go, passionate
as a song. I mean, that’s what he told us to say.
The trees seem to agree.

.

 

%d bloggers liken dit: