Site-archief

De geleerden

W.B. Yeats

.

In een tijd waarin de wetenschap en wetenschappers onder druk van allerlei mensen die denken dat wetenschap ‘ook maar een mening is’ (zalig zijn de armen van geest) is een gedicht over geleerden natuurlijk mooi om te delen. Totdat ik het gedicht las, ik heb het hier over het gedicht ‘The Scholars’ of zoals het in de vertaling van Ivo van Strijtem heet ‘De Geleerden’ van William Butler Yeats (1865 – 1939) uit de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ uit 2010, en me realiseerde dat het hier niet gaat over alwetende (of moet ik hier spreken van altijd twijfelende) geleerden maar over de kloof die er altijd is tussen generaties geleerden.

Aan de ene kant de oude, eerbiedwaardige geleerden en aan de andere kant de jonge honden die de kennis en waarden van deze oude geleerden (mannen in dit gedicht) tarten en uitdagen. Met aan het einde van het gedicht de verwijzing naar de Latijnse lyricus Gaius Valerius Catullus (ca. 84 – tussen 54 en 47 v.Chr.) die in zijn tijd tot de meest moderne onder de antieke dichters werd gezien, waarmee Yeats zijn duidelijke mening geeft over literaire critici. Een korte analyse van dit gedicht staat hier

Ik plaats het gedicht hier in het Engels en in de vertaling voor wie het Engels niet (voldoende) machtig is.

.

The Scholars

.

Bald heads forgetful of their sins,

Old, learned, respectable bald heads

Edit and annotate the lines

That young men, tossing on their beds,

Rhymed out in love’s despair

To flatter beauty’s ingnorant ear.

.

All shuffle there: all caught in ink;

All wear the carpet with their shoes;

All think what other people think;

All know the man their neighbour knows.

Lord, what would they say

Did their Catullus walk that way?

.

De Geleerden

.

Kaalkoppen, eerbiedwaardig, oud,

Geleerd, zich van geen kwaad bewust

Kijken ieder woord na van wat

Jonge mannen in een bed van onrust

Rijmden, liefdeswanhoop zat,

Waar schoonheid geen oren naar had.

.

Zij schuifelen, kuchen in inkt,

Verslijten sloffend het tapijt;

Zij vinden wat een ander vindt,

Kennen de mensen die hun buurman kent.

God, verbeeld je maar hun ego,

Liep hun Catullus dan ook zo?

.

Advertentie

Leda en de zwaan

William Butler Yeats

.

Iedereen kent, of heeft weleens gehoord van ‘Leda en de zwaan’ een verhaal uit de Griekse Mythologie. Terwijl ik dit typ realiseer ik me dat waarschijnlijk maar weinig mensen dit verhaal kennen. Leda is de echtgenote van de Spartaanse koning Tyndaeros. De Griekse oppergod Zeus was verliefd op haar, maar kon haar niet overtuigen met hem geslachtsgemeenschap te hebben, hiertoe veranderde hij zichzelf in een zwaan en overweldigde Leda. Beschaamd om wat er gebeurd was, had Leda gemeenschap met haar man die avond en na negen maanden kreeg zij kinderen, die zo gaat het verhaal, uit een ei kwamen. Pollux en Helena waren deze kinderen van Zeus.

In 1933 publiceerde William Butler Yeats (1865 – 1939) in de bundel ‘The Poems of W.B. Yeats’ het gedicht over dit verhaal van Leda getiteld ‘Leda and the Swan’. In de bundel ‘de mooiste van William Butler Yeats’ samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, staat een vertaling van dit gedicht door Paul Claes getiteld ‘Leda en de zwaan’.  Deze vertaling werd op haar beurt genomen uit de bundel ‘De liefste. Onsterfelijke liefdesverzen’ uit 1990.

.

Leda and the Swan

.

A sudden blow: the great wings beating still
Above the staggering girl, her thighs caressed
By the dark webs, her nape caught in his bill,
He holds her helpless breast upon his breast.
.
How can those terrified vague fingers push
The feathered glory from her loosening thighs?
And how can body, laid in that white rush,
But feel the strange heart beating where it lies?
.
A shudder in the loins engenders there
The broken wall, the burning roof and tower
And Agamemnon dead.
                                  Being so caught up,
So mastered by the brute blood of the air,
Did she put on his knowledge with his power
Before the indifferent beak could let her drop?
.
.
Leda en de zwaan
.
Opeens een slag: nog klappen wieken boven
Het wankelend meisje, dijen worden zwart
Gestreeld door vliezen, bek om nek geschoven,
Hij houdt haar weerloos hart tegen zijn hart.
.
Hoe kunnen die verschrikte vingers vaag
De veren pracht slaan van haar dij die zwicht?
En hoe zou vlees onder dit wit gevlaag
De vreemde hartslag voelen waar het ligt?
.
Een lendensiddering wekt daar als vrucht
De wal in puin, toren en tin vol rook
En Agamemnon dood.
                                     Zo opgepakt,
Zo overmand door ’t brute bloed der lucht,
Verkreeg zij met zijn kracht zijn kennis ook,
Eer zij de achteloze bek ontzakt.
.
                                                                                                                                    Schilderij: Valdemar Alekson

Dickinson en van Strijtem

Lezing over Emily Dickinson

.

Ik herinner mij een bezoek aan een museum in Nottingham waar ik bij de ingang kleine (A6) zelfgemaakt mini tijdschriftjes tegen kwam. Die mini magazines waren later de aanleiding en inspiratie voor MUGzine, het leukste en meest eigenwijze mini poëziemagazine van Nederland en Vlaanderen. Op één van die kleine Engelse periodiekjes was een beroemde foto in zwart/wit van Emily Dickinson afgedrukt. Op de voorkant van elk deeltje stond zij. De maker van dit tijdschriftje was kennelijk een groot bewonderaar van de Amerikaanse dichter Dickinson.

Emily Dickinson (1830 – 1866) is het onderwerp van een lezing van bewonderaar Ivo van Strijtem in de Poëzieweek. Op donderdag 27 januari zal hij in de bibliotheek van Zwijndrecht (Binnenplein1 aldaar) in Vlaanderen tussen 19.00 en 21.00 een lezing geven over “Deze schuchtere én koppige vrouw uit Massachusetts. Ze schreef zo onnoemelijk verrassend, hartstochtelijk én beheerst, intiem én wereldomvattend over leven, liefde en dood. Beschut door de eenzaamheid maakte ze de poëzie onaantastbaar.” Meer informatie over deze lezing en hoe je je kan aanmelden vind je hier.

Geen bericht over de Poëzieweek zonder gedicht dus daarom van Dickinson een gedicht dat het thema van deze Poëzieweek raakt, gepubliceerd in ‘Youth’s Companion’ in 1898.

.

Were nature mortal lady

.

Were nature mortal lady
Who had so little time
To pack her trunk and order
The great exchange of clime –

.

How rapid, how momentous –
What exigencies were –
But nature will be ready
And have an hour to spare.

.

To make some trifle fairer
That was too fair before –
Enchanting by remaining,
And by departure more.

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd

Ivo van Strijtem

.

Ivo van Strijtem is het pseudoniem van Ivo Evenepoel (1953) een Vlaams dichter, essayist en bloemlezer die zichzelf vernoemde naar zijn geboortedorp Strijtem in Vlaams Brabant gelegen in het Pajottenland. Hij werd door het Poëziecentrum als ‘ambassadeur van de poëzie’ of ‘advocaat van de poëzie’ bestempeld doordat hij steeds enthousiasmerend spreekt en schrijft over de dichtkunst.

Van Strijtem debuteerde in 1983 met de bundel ‘Aardbeien met slagroom’ die hij in eigen beheer uitgaf. Daarna volgden nog 11 dichtbundels en vele bloemlezingen over onder andere de liefde, erotiek, de dood en de wereldpoëzie. Maar hij schrijft dus ook zelf poëzie en in de bundel ‘De Liefde, jazeker’ staat het heerlijke gedicht ‘Er wonen meisjes in mijn hoofd’.

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd

.

Er wonen meisjes in mijn hoofd.

Een kwam er om een klontje suiker,

een ander wilde iets om op te schrijven,

een blad, het juiste woord,

en weer een ander vroeg een koord,

dat heb ik niet gegeven.

.

Zo bleven zij, ook zonder mij,

maar kom ik thuis, dan staat er

toch maar weer een verse ruiker,

kattenbelletje incluis:

Komt later langs, ben buitenshuis

verliefd. Ik ook, lach ik dan, ik ook.

.

Lied

Christina Georgina Rossetti

.

De Engelse dichter met de Italiaanse naam Christina Georgina Rossetti (1830 – 1894) is in de bundel ‘De Tiende Muze’ onsterfelijke vrouwenpoëzie uit 1995, opgenomen met het gedicht ‘Lied’. Hoewel haar werk wordt gekenmerkt door een zekere zwaarmoedigheid, maar ook door een diep geloof blijkt dit niet uit het gedicht ‘Lied’ (vertaling van ‘Song’ door Ivo van Strijtem). Op de een of andere manier komt dit gedicht op mij over als heel realistisch en taalkundig heel pragmatisch. Voor een mooie verklaring van het gedicht kijk je op https://www.bachelorandmaster.com/britishandamericanpoetry/when-i-am-dead-my-dearest.html#.YAAgT-hKiM8

.

Lied

.

Wanneer ik dood ben, liefste,

Zing geen droef lied voor mij,

En plant geen rozen op mijn graf,

Geen doodcipres erbij,

Sta boven mij als groen gras

In druppels dauw gekleed,

En als je wil, herinner,

En als je wil, vergeet.

.

Ik zie daarginds geen schimmen,

Ik voel de regen niet,

Ik hoor daarginds geen nachtegaal

Die zingt, als van verdriet,

En dromend in de schemer

Die opkomt noch verglijdt,

Vind ik herinneringen,

Vind ik vergetelheid.

.

Neem mijn verzen in acht

Osip Mandelstam

.

In de heerlijke dikke pil ‘Iedereen dichter’ poëzie is een manier van leven, van Ivo van Strijtem uit 2018 is een hoofdstuk gewijd aan de Russische dichters. Twee van deze Russische dichters zijn Anna Achmatova (1889-1966) en Osip Mandelstam (1891-1938). Osip Emilievich (Joseph Khatskelevich) Mandelstam was een dichter en essayist en stamde uit een geslacht van Poolse joden.

In 1917, het jaar van de Russische revolutie, schreef Mandelstam een gedicht waarvan de eerste regels over Anna Achmatova gaan. Het is, zoals van Strijtem treffend stelt, een gedicht tussen onschuld en pijn en zit vol prachtige poëtische beelden. In haar memoires schrijft Achmatova over dit gedicht dat de eerste vier regels gaat over hen beide, zij had koorts en nam haar temperatuur op.  Achmatova en Mandelstam waren collega dichters, zeer goede vrienden en ze bekommerden zich om elkaar.

Het gedicht is genomen uit de bundel ‘Neem mijn verzen in acht’ uit 2010 van Osip Mandelstam, samengesteld door Yolande Bloemen en Peter Zeeman in een vertaling van Nina Targan Mouravi.

.

Zing de krekelklok een liedje,

ritsel beverig de koorts,

ruist de kachel droog, dan weet je:

rode zijde staat in brand.

.

Hebben muizen deze schrale

levensbodem aangeknaagd,

’t is de dochter, ’t is de zwaluw

die mijn schuit heeft losgemaakt.

.

Murmelt op het dak de regen-

zwarte zijde staat in brand.

Maar de vogelkers zal horen

uit de diepste zee: vergeef.

.

Want de dood is maar onschuldig,

en je kan er niets aan doen

dat je hart nog altijd nagloeit

van de nachtegalenkoorts.

.

Zo eenzaam als een wolk

William Wordsworth

.

Vandaag precies 10 jaar en 10 dagen geleden deelde ik het gedicht ‘Daffodils’ van William Wordsworth (1770 – 1850) uit 1804 op dit blog https://woutervanheiningen.wordpress.com/2010/09/21/omdat-het-zon-prachtig-gedicht-is/. Het gedicht is één van de klassieke gedichten uit de Engelse literatuur en poëzie.

In 2004 verscheen de bundel ‘De mooiste van William Wordsworth’ in een redactie van Koen Stassijns en Ivo van Strijtem. In deze bundel is een vertaling van ‘Daffodils’ opgenomen van Ivo van Strijtem onder de titel ‘Zo eenzaam als een wolk’.

.

Zo eenzaam als een wolk

.

Zo eenzaam als een wolk alleen,

Die wegdrijft over land en dag,

Zo zwierf ik tot ik plots een zee

Van dansende narcissen zag:

Onder de bomen langs het meer,

Tienduizend dansend heen en weer.

.

De golfjes dansten glanzend mee,

Maar niet zo fraai, zo licht van toon.

Gezelschap lachend en tevree

Als dit, is haast een dichtersdroom.

Ik staarde, staarde maar ik dacht

Niet aan de weelde hier gebracht.

.

Want vaak als ik verzonken lig

In vaag gepeins of ledigheid,

Dan vangt mijn geestesoog hun licht,

De zegen van de eenzaamheid,

Een vreugde die mij diep bevalt:

Narcissen dansend met mijn hart.

.

Van Dante tot Neruda

Steinn Steinarr

.

In de bundel ‘Van Dante tot Neruda’ 123 wereldgedichten om uit het hoofd te kennen, samengebracht door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem, staat een gedicht van de IJslandse dichter Steinn Steinarr. Nu lijkt het me een hele opgave om de 123 gedichten in deze bundel uit het hoofd te leren maar er staan vele prachtige gedichten in van evenzoveel prachtige dichters. De dichter Steinarr (1908 – 1958) kende ik niet.

Steinn Steinarr wordt soms beschouwd als de eerste belangrijke IJslandse modernistische dichter , maar hij had ook een goede beheersing van de traditionele IJslandse poëzie. Zijn poëzie is verrassend goed verouderd. In feite is het tegenwoordig op veel manieren actueler dan het was toen het werd geschreven. Een reden kan zijn dat zijn favoriete thema, de strijd van de eeuwige eenling / buitenstaander tegen de diepgewortelde tirannie van corrupte macht, nu minstens zo waar klinkt als in de jaren dertig en veertig. Een andere reden kan zijn dat de werken van Steinnarr een spin-off zijn van een van ’s werelds grote literaire tradities: de poëzie van de middeleeuwse IJslandse ‘skalds’ (wat ‘dichter’ betekent, is over het algemeen een term die wordt gebruikt voor dichters die in de Vikingtijd en in de middeleeuwen aan het hof van Scandinavische leiders hebben gecomponeerd), beroemd om hun complexe en raadselachtige stijl, hoewel Steinnarr ook een van de eerste IJslandse dichters was die wegging van de dominantie van strikte meter en alliteratie. (Bron: Wikipedia).

Het gedicht dat in ‘Van Dante tot Neruda’ is opgenomen is getiteld ‘Kind’ en komt oorspronkelijk uit ‘Letters’ uit 1995 en is vertaald door Claude Van De Berge.

.

Kind

.

Ik was een klein kind

en speelde bij het strand.

Twee zwartgeklede mannen

gingen voorbij

en groetten mij:

goedendag, klein kind,

goedendag.

.

Ik was een klein kind

en speelde bij het strand.

Twee bleekharige meisjes

gingen voorbij

en fluisterden:

ga met ons mee, jongeman,

ga met ons mee.

.

Ik was een klein kind

en speelde bij het strand.

Twee lachende kinderen

gingen voorbij

en riepen:

goedenavond, oude man,

goedenavond.

.


Schilderij Hallgrímur Helgason

Als je oud bent

William Butler Yeats

.

Het gedicht ‘Als je oud bent’ van William Butler Yeats in vertaling van Ivo van Strijtem gaat over dat wat geweest is, om nog maar eens te benadrukken dat we vooral van het nu moeten genieten, in alles wat er gebeurt, wat er op ons pad komt. Als je oud bent is er nog tijd genoeg om de dingen die voorbij gingen te herinneren.

.

Als je oud bent

.

Als slaap je overmant en jij daar oud

En grijs het vuur inkijkt, neem dan dit boek,

En lees, droom van je zachte blik en zoek

Je diepe ogenschaduw, eens vertrouwd.

.

Wie hield niet, waar of vals, van je zo licht’

En lieve schoonheid die ieder zo beviel;

Slechts een hield van de pelgrim in je ziel

En van je ouder en bedroefd gezicht.

.

En buigend bij de gloeiend hete haard,

Mompel, een beetje triest, hoe Liefde ging

En over bergen hoog in schittering

Van sterren liep, verbergend gelaat.

 

 

Het wiel

William Butler Yeats

.

Gistermiddag las ik ergens een stukje over de dichter Yeats en hoe gaat dan dan in mijn hoofd; wanneer ik thuis ben pak ik een bundel met zijn poëzie erbij (elke aanleiding is er een zeg ik altijd). In dit geval is dat de bundel ‘De mooiste van William Butler Yeats’ samengesteld door Koen Stassijns en Ivo van Strijtem uit 2010.

Uit deze bundel het gedicht ‘The Wheel’ of ‘Het Wiel’ in vertaling van Jan Eijkelboom.

.

The Wheel

.

Through winter-time we call on spring,

And through the spring on summer call,

And when abbandoning hedges ring

Declare that winter’s best of all;

And after that there’s nothing good

Because the spring-time has not vome-

Nor know that what disturbs our blood

Is b ut its longing for the tomb.

.

Het Wiel

.

’s Winters willen wij de lente

En in de lente liefst de zomer,

En als het wemelt in de heggen

zeggen wij: laat winter komen.

En daarna is er niets meer goed:

Het voorjaar komt er niet meer aan.

Wij weten niet dat in ons woedt

Verlangen om maar dood te gaan.

.

%d bloggers liken dit: