Site-archief

Voor waar genomen

Inge Boulonois

.

Inge Boulonois (1945) leerde ik jaren geleden kennen (2008) via het huiskameratelier van Alja Spaan, waar door laatstgenoemde met enige regelmaat poëzieavonden werden georganiseerd in het kader van Alkmaar Anders. We mochten daar beiden een voordracht doen. Vorig jaar schreef ik nog over haar bundel light verse getiteld ‘Vers gekruid’ https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/08/03/vers-gekruid/ en over de verzamelbundel ‘Er is light’ met light verse gedichten waar Inge aan deel nam via Het Vrije Vers.

Maar nu is er dus een nieuwe bundel zonder light verse dit keer maar met poëzie geïnspireerd op kunst (Inge is van origine kunstschilder). In deze bundel wordt door Inge het raakvlak tussen beeldende kunst en poëzie verkend. De invalshoeken die Inge kiest zijn zeer gevarieerd, zo kan een model, een landschap, een kunstenaar of een stilleven centraal staan bij de gedichten. Verreweg de meeste kunstwerken, van beroemde tot onbekende, zijn in full colour bij het gedicht afgedrukt. Een deel van de gedichten is bekroond in Nederland en Vlaanderen en/of gepubliceerd in literaire tijdschriften.

De bundel is te koop voor € 18,50 bij https://www.bravenewbooks.nl/shop/index.php/catalog/product/view/id/564417/s/voor-waar-genomen-gedichten-geinspireerd-door-kunstwerken-248493-www-bravenewbooks-nl/

Uit de bundel een voorbeeld van een gedicht bij een stilleven van Giorgio Morandi (1890 – 1964), de Italiaans schilder, tekenaar en etser, gespecialiseerd in stillevens.

.

Bij de stillevens van Giorgio Morandi (20e eeuw)
.
Dat dingen kunnen rijmen.
Leeg steengoed in bedaarde aardetinten,
verbindend strijklicht. Onveranderlijk
.
in een geschikt herschikt evenwicht,
een seizoenloze pleisterplaats
voor onze ogen. Kijken
.
wordt zien hoe tijd door verf
tot stilte is gebracht. Ik hoor
het zwellen van mijn oorgesuis.
.
Wilde de schilder lof zwijgen
van het dieplood van het hier en nu,
van vazen die tot zichzelf ontwaken,
ving hij hun eigen klank op?
.
Of zag hij dat ze zó stil staan
te staan als enkel schilderijen
kunnen laten horen?
.

 

Italiaans

Dubbel-gedicht

.

Vandaag een dubbel-gedicht met als verbindende factor een Italiaanse titel. Van twee totaal verschillende dichters uit twee heel andere tijdperken: Martinus Nijhoff (1894 – 1953) en Antoinette Sisto (1963 – 2017).

Antoinette Sisto was tolk-vertaler Italiaans en dichter. In haar bundel ‘Iemand moet altijd gemist worden uit 2015 komt het gedicht ‘Adagio’, een muzikale term die langzaam en comfortabel tempo aangeeft.

Martinus Nijhoff, dichter, toneelschrijver, vertaler, essayist en naamgever van uitgeverij Nijhoff publiceerde in Elseviers Geïllustreerd Maandschrift in 1916 het gedicht ‘Tempo di menuetto’ een lichte verbastering van het Italiaanse ‘A tempo di minuetto’ hetgeen langzaam en sierlijk betekent en ook een muzikale term is. Ik nam het gedicht uit ‘Martinus Nijhoff, Verzamelde gedichten, 5e druk uit 1975.

.

Adagio

.

Dagenlang sloeg ik bladzijden om

van dezelfde partituur

zoveel zuivere noten op mijn zang

had ik nog nooit gehad

.

In mij neuriede een jonge vrouw

met zilveren hakken

onwetend stak ze de straat over

van jouw verlangen, jarenlang klonk het

kokette getik van haar schoenen

heen en weer.

.

Snelle stappen als een tegenwicht weergalmden

tijd was ongunstig

geen metronoom was bruikbaar

een gouden stemvork evenmin.

.

Nachtenlang trilden dezelfde noten

in de slaapkamer nog na

het adagio

waarin ik wist hoe je met dichte lippen

afscheid kust

.

was nog ver

 .

Tempo di menuetto

Voor Claudine

.
De volle weelde van een melodie
Breekt uit het hart van de piano open.
Ik zie je bleeke stille handen, die
Over de witte en zwarte toetsen loopen.
.
En voor me zie ‘k een zaal van vroeg’ren tijd,
Met blanke wanden, spiegels in ovale
Lijsten, veel goude’ en glazen kostbaarheid –
Door open deuren ziet men and’re zalen.
.
Menschen dansen langzaam een menuet
In oude kleeding van antieke statie,
Het bloed van ’t hart erkent de strenge wet
En buigt zich, dansend, in voorname gratie.
.
Door ’t venster zie ‘k den tuin achter ’t balcon,
Waar hooge boomen naar hun schaduw nijgen,
De lage maan is een gedempte zon:
Om ’t luid, licht huis een tuin van donker zwijgen.
.
God heeft ons in een vreemde weerld gezet:
Wij dansen nog zooals we vroeger deden,
De ziel danst nog het oude menuet,
De tijd is zonder doel voorbij gegleden.
.
Ons is een grooter leven niet bereid:
Een mensch die danst al weet hij zich gehavend –
De weelde van de melodieën schreit
Uit de piano door den glans der avond.

.

Italiaanse dichter

Europa

.

Ik realiseerde me dat ik op dit blog eigenlijk weinig over Italiaanse dichters heb geschreven, toen ik de bundel ‘Olijven en zilveren populieren’ tegen kwam in een stapel boeken die al een tijd naast mijn bureau stond. Deze bloemlezing uit 1960 van de ‘Moderne’ Italiaanse lyriek werd in Den Haag uitgegeven door uitgeverij L.J.C. Boucher, ingeleid door Giacomo Prampolini en van Nederlandse vertalingen voorzien door Catharina Ypes.

In de bundel staat een overzicht van, in 1960, als modern geldende dichters uit Italië, dichters geboren tussen 1876 en 1924. Feitelijk dus in alle gevallen inmiddels overleden dichters. Een van de meest recent geboren en overleden dichters die vertegenwoordigd is in de bundel, is de dichter Franco Fortini (1917 – 1994). Naast dichter was Fortini schrijver, vertaler, essayist, literair criticus en marxistische intellectueel.

Van 1964 tot 1972 gaf hij les op middelbare scholen en vanaf 1976 bekleedde hij de leerstoel Literaire Kritiek aan de Universiteit van Siena . Gedurende deze periode had hij aanzienlijke invloed op jongere generaties die op zoek waren naar sociale en intellectuele verandering. Hij werd beschouwd als een van de belangrijkste intellectuelen van Italiaans Nieuw Links. Fortini werd geassocieerd met enkele van de belangrijkste Europese schrijvers en intellectuelen, zoals Sartre , Brecht , Barthes en Lukács en hij vertaalde werken van grote dichters, schrijvers en intellectuelen als Goethe , Brecht, MiltonProustKafka, FlaubertGide en vele anderen.

Als je dit rijtje zo ziet zal het niet verbazen dat een van de gedichten die is opgenomen in deze bundel als onderwerp en titel ‘Europa’ heeft. In een week waarin bekend is geworden of het Verenigd Koninkrijk Europa via een (no deal) Brexit gaat verlaten, leek me dit wel een passend gedicht.

.

Europa

.

Lang zullen wij door de ramen kijken naar de lichten en de losplaats

van een station in de nacht, waar een zwijgende menigte is

van slapenden en van doden uit andere winters.

.

De hand heeft de hand verloren en het voorhoofd is gezonken,

het hart heeft het trage hart verlaten. De schildwachten

lopen in de sneeuw voortdurend op en neer.

.

Verlaat ons niet, o slaap, de laatste schim van onszelf,

tot de dag verrijst die de gezichten wakker zal maken,

tot die zelfde dag schreeuwt, als hij de doden herkent,

.

en de ijskoude hand wordt bedekt met vurige tranen.

.

Gerrit Kouwenaar

Hermetische poëzie

.

Hermetische poëzie is voor de meeste mensen iets ongrijpbaars. Ik ken poëzielezers die zeer bedreven zijn in het lezen en interpreteren van poëzie maar niet aan hermetische poëzie beginnen omdat men er niks mee kan, of omdat men er geen betekenis in kan vinden. Wat is hermetische poëzie nou eigenlijk? Letterlijk betekent het: gesloten poëzie. Gedichten die zo weinig naar iets buiten zichzelf verwijzen (behalve soms naar het overige werk van de auteur), dat ze bijna ontoegankelijk voor de lezer zijn.

De term wordt dan ook heel vaak gebruikt als synoniem voor heel moeilijke poëzie ( die niet perse hermetisch is in de letterlijke zin). In de 20e-eeuwse Italiaanse literatuur wordt de stroming van het ‘ermetismo’ onderscheiden, waartoe belangrijke dichters behoorden als Guiseppe Ungaretti (1888-1970), Eugenio Montale (1896-1981) en Salvatore Quasimodo (1901-1968). Hermetische poëzie werd in Nederland o.a. geschreven door Gerrit Kouwenaar (1923-2014) en Hans Faverey (1934-1990). De bekendste hermetische dichter uit het buitenland is de Franse dichter Stéphane Mallarmé (1842-1898), die tot de stroming van het symbolisme behoorde.

In ‘Ons Erfdeel’ uit 1997 schrijft Ron Elshout over de bundel ‘De tijd staat open’ uit 1996 van Gerrit Kouwenaar over het onderstaande gedicht gedicht:
“maar ik hecht er wel aan er nog maar eens op te wijzen dat zo’n gedicht over zo’n moment in Kouwenaars geval niet alleen een beschrijving van een gebeurtenis is, maar dat het gedicht zelfs de verbeelding van dat moment te boven gaat en als het ware gedurende de tijd dat ik het lees even die ervaring wordt. Hier wordt dat bereikt doordat het gedicht een hoog stamel- en van-de-hak-op-de-tak-gehalte heeft, de lezer maakt daardoor tijdens het lezen van het gedicht de verwarring even mee, ondervindt haar. Ergens in deze bundel noemt Kouwenaar dat ‘iets om even te schrikken’. Let op! Niet: ‘iets om even van te schrikken’. ‘Alleen’ door het weglaten van het voorzetsel komt de schrik dichterbij, en dat heeft weliswaar een talige oorzaak, maar een voor de lezer zeer lijfelijk voelbaar gevolg.”
.
Wil je meer lezen over hermetische poëzie lees dan vooral mijn post https://woutervanheiningen.wordpress.com/2012/06/26/hermetische-poezie/ waarin ik verwijs naar een artikel van Joris Lenstra op Meandermagazine.net over ditzelfde onderwerp.
.
Er schikt een ogenblik tegen de hor, nee
dit is vertaald, het is een slaap, het is
de nachtvlinder het daglicht, leeg

lopend in het steenslag

.

er ligt gefluister over de mond, blind
zicht over het oog waar men in zit, dat het licht
ontkent wat de taal verduistert, nee het is
de kelder de doofheid de witte krekel
.
nee het is de radio die luistert, nee
het is geschreven, het is wat niemand –
.
.
.

A. den Doolaard

Poëzieweek 2019

.

Zoals op elke zondag deze maand aandacht voor de komende poëzieweek die loopt van 31 januari t/m 6 februari. Op zondag 27 januari echter trappen we in Maassluis al af met o.a. een optreden van de dichter Ingmar Heytze https://www.poezieweek.com/activiteit/poeziemiddag-4/

Op de zondagen in januari schrijf ik over gedichten van Ingmar Heytze of over het thema van deze Poëzieweek ‘Vrijheid’. Vandaag een gedicht over de vrijheid van schrijver, dichter, journalist A. den Doolaard of Bob Spoelstra (1901 – 1994), zoals zijn echte naam was.

Al heel vroeg, nog ver voor de oorlog, publiceerde A. den Doolaard waarschuwende artikelen tegen het opkomende fascisme. Een aantal kritische artikelen die hij schreef voor het Nederlandse dagblad Het Volk over totalitaire landen werd gebundeld in 1937 in ‘Swastika over Europa – een grote reportage’ . Deze anti-nazi-artikelen resulteerden in uitzetting uit Italië, Oostenrijk en Duitsland. De Duitse krant Völkische Beobachter beschuldigde Den Doolaard van lasterlijke berichtgeving.

Van de oplage van 1000 exemplaren werden er ongeveer 500 onverkochte exemplaren in mei 1940 door uitgeverij Querido vernietigd , toen het Duitse leger Nederland binnenviel en hij en zijn vrouw naar het zuiden vluchtten. Uiteindelijk slaagden ze erin Engeland te bereiken als Engelandvaarder , na bijna een jaar in Frankrijk te hebben doorgebracht. In Londen werkte hij voor de Nederlandse radio-omroep Radio Oranje en vaak verzorgde hij toespraken voor de Nederlandse bevolking onder Duitse bezetting, wat weerstand aanmoedigde.

In 1944 verscheen in Londen van zijn hand de dichtbundel ‘De partisanen en andere gedichten’. In 1945 werd deze bundel bij De Bezige Bij herdrukt. Uit deze bundel het gedicht ‘De partizanen’.

.

De partizanen

.

Dit is de roem der partizanen:

Te strijden, de uitkomst ongeteld,

Niet deinzend voor het dichtst geweld

Noch zijn miljoenen onderdanen,

.

Alleen te staan desnoods, met God,

Alleen, gesteund door ’t straf geweten;

In ’t kleed, tot op de draad versleten

Koning te zijn in ’t vuilste kot.

.

Dit is het lot der partizanen:

Gebrand te worden en gekerfd

Gelijk een waas te zijn verscherfd

Druipend van bloed en bittere tranen,

.

Van hoofd tot scheen te zijn bedekt

Met d’eretekens der wonden,

Door ketenen te zijn geschonden,

Misvormd te zijn en uitgerekt.

.

Dit is het loon der partizanen

Tien regels in ’t geschiedenisboek,

Een kuil, in een vergeten hoek

En hier en daar herdenkingstranen.

.

Wie over vijfentwintig jaar

Als straten naar ministers heten

Kent nog de man, die heeft gesmeten

Die eerste bom, in ’t eerste jaar?

.

Grafsteen van A. den Doolaard met daarop, volgens zijn eigen zeggen, de mooiste zin die hij ooit schreef.

Childe Harold

De omzwervingen van Jonker Harold

.

Afgelopen week bekeek ik de film ‘The trip to Italy’ een vervolg op de geweldige road movie ‘The trip’ met Steve Coogan en Rob Brydon. In het begin van deze film, waarin ze in de voetstappen treden van de grote Engelse dichters Byron en Shelley, komt in een gesprek het gedicht ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ ter sprake. Ik kende het gedicht niet en ben dus eens op onderzoek uit gegaan.

In 1812 verschijnt van de hand van George Gordon, Lord Byron (1788 – 1824) een lang verhalend gedicht getiteld ‘Childe Harolds Pilgrimage’. Het gedicht is geschreven in de versvorm die door Edmund Spenser werd geïntroduceerd in diens gedicht ‘The Faerie Queene’. Deze naar hem genoemde versvorm (Spenserian stanza) werd na zijn dood niet meer gebruikt, tot hij in de 19e eeuw werd herontdekt door onder meer Lord Byron, Keats, Shelley en Scott. In deze versvorm bestaat elk couplet uit negen regels, de eerste acht daarvan zijn jambische pentameters, de laatste regel is een alexandrijn. Het rijmschema is “ababbcbcc.”.

‘Childe Harold’s is een melancholieke en romantische jongeman, die na een losbandig leven afleiding zoekt in buitenlandse reizen. Hij beschrijft die reizen door het Middellandse Zeegebied, bezoekt romantische plekken en diverse ruïnes en verbindt hieraan overpeinzingen over het verleden. In totaal beschrijft Lord Byron in vier canto’s de reis van de hoofdpersoon door landen als Portugal, Spanje, Albanië, Griekenland maar ook België (de slag bij Waterloo), Duitsland, het Alpengebied en tot slot Italië (een reis van Venetië naar Rome).

In 2009 werd ‘Childe Harold’s Pilgrimage’ vertaald door Ike Cialona en zij gaf dit verhalende gedicht de titel ‘De omzwervingen van Jonker Harold’ mee. Uit deze editie een strofe waarin de hoofdpersoon het slagveld bij waterloo bezoekt.

.

’t Ardenner woud wuift met zijn loof, bedauwd
Door tranen die Natuur hier heeft gestort.
Het rouwt – als iets dat onbezield is rouwt –
Om elke krijger, ach! die binnenkort
Vertrapt zal zijn zoals het gras nu wordt
Geplet door hem, die niet meer op zal staan.
Het gras herleeft en zal deze cohort,
Die vurig hoopt de vijand te verslaan,
Bedekken wanneer zij tot stof zal zijn vergaan.

.

Pier Paolo Pasolini

De as van Gramsci

.

Dat je nooit uitgeleerd bent in dit leven was me al heel lang duidelijk. Niet alleen veranderd de wereld in een rap tempo maar ook terugkijkend is er nog zoveel te leren, te weten en te ontdekken. Zo’n ontdekking is voor mij het feit dat de Italiaanse filmregisseur, schrijver en marxist Pier Paolo Pasolini (1922 -1975) die ik eigenlijk alleen kende van zijn films, ook dichter was. Sterker nog, van zijn poëzie is ook best het een en ander vertaald voor de Nederlandse markt.

In 1939 ging Pasolini studeren aan de universiteit van Bologna. Hij publiceerde zijn eerste gedichtenbundel ‘Poesia a Casarsa’ al op 19 jarige leeftijd in 1941. Tijdens de toen aan de gang zijnde Tweede Wereldoorlog werd hij in het leger opgenomen en raakte hij later in Duitse krijgsgevangenschap waaruit hij echter wist te ontvluchten. Na de oorlog werd hij lid van de Italiaanse Communistische Partij; het lidmaatschap werd hem echter een paar jaar later weer ontnomen toen hij er openlijk voor uitkwam homoseksueel te zijn.

Na zijn studies in Bologna kwam hij begin jaren vijftig definitief in Rome terecht, samen met zijn moeder. Zijn vader, een officier in het fascistische leger, was op dat moment al overleden. Zijn jongere broer was als partizaan tijdens de oorlog gesneuveld. Moeder en zoon woonden in een verpauperde buitenwijk van Rome, onderwerp van zijn spraakmakende novelle Ragazzi di vita (1955), en later van de film Accattone. Voor zijn novelle kreeg hij behalve literaire lof ook kritiek vanwege het obscene karakter van het betreffende werk. In de jaren ’50 schreef hij ‘poemetti’, vrij lange verhalend-didactische gedichten, meest in terzinen, die hij in 1957 bundelde. Nadat hij eind jaren vijftig al enige schreden had gezet op het gebied van de film, debuteerde hij 1961 met zijn eerste eigen, hierboven reeds vermelde, film Accattone.

Pasolini werd vooral bekend met zijn opmerkelijke film ‘Il Vangelo secondo Matteo’ (Het evangelie volgens Matteüs) uit 1964, die zelfs vanuit de Kerk werd geprezen. Vanuit zijn sociale bewogenheid groeide zijn kritiek op de gangbare christelijke opvattingen. Zijn films schiepen verwarring en waren omstreden, niet het minst vanwege bepaalde obsceniteiten. De bekendste uit zijn laatste jaren daarvan is Salò of de 120 dagen van Sodom uit 1975, naar de roman van de Markies de Sade in combinatie met de Republiek van Salò.

Pasolini was echter dus ook een begenadigd dichter en zijn poëzie heeft zeker een sociaal maatschappelijk tintje maar is daarnaast ook zeker zeer poëtisch. Een goed voorbeeld daarvan is het gedicht IV dat verscheen in de in 1989 door Meulenhof uitgegeven bundel ‘De as van Gramsci’ in een vertaling van Karel van Eerd. Gramsci was één van de stichters van de communistische partij in Italië in 1921. De as van Gramsci is bijgezet in een sobere tombe op de begraafplaats voor niet-katholieken in Rome, die rond 1800 vooral voor Duitsers was gesticht – ook de enige, in Rome geboren, onwettige zoon van Goethe ligt er – maar nadien vooral bekend gebleven als ‘Engelse begraafplaats’, omdat de graven van Keats en Shelley er zo veel pelgrims heenleiden.

.

IV

.

Het schokkende feit dat ik mezelf tegenspreek,

met en tegen jou ben; met jou van harte,

bij licht, tegen jij in de duistere onderbuik;

,

was ik verrader van de staat der vaderen

-indenken, een zweem van activiteit-

ik weet me eraan gehecht in de warmte

.

van instinct, esthetische bevlogenheid;

bekoord door een proletarisch leven

van voor jouw jaren, koester ik piëteit

.

voor de levenslust daarvan, voor zijn strijd van eeuwen

echter niet: voor zijn eerste wezen, voor

zijn bewustzijn niet; die de mens gegeven

.

oerkracht ging gerealiseerd teloor,

maar liet er de roes van heimwee achter,

een licht van poëzie, een ander woord

.

heb ik er niet voor dan liefde, waarachtig,

echter niet oprecht gemeend, abstract,

geen zeer-doend delen van gevoel en gedachte…

.

Arm zoals de armen, klamp ik me vast

net zoals zij aan hoop die vernedert,

net zoals zij lever ik alle dag

.

strijd voor het bestaan. Maar moge ik onterfd zijn,

moge troosteloos mijn situatie zijn,

bezitter ben ik: en van het meest verheffend

.

bezit dat burgerdom zich wenst, het eind

van alle staten. Maar, bezitter van de historie,

ben ik ook haar bezit; sta ik haar lichtende schijn:

.

maar welk nut heeft licht?

.

Grotesk en sinister

Gabriele d’Annunzio

.

In de loop der tijd zijn er vele dichters geweest die niet helemaal geestelijk gezond, maniakaal of gewoon gek waren. Een belangrijke dichter in deze dubieuze groep was Gabriele d’Annunzio  (1863 – 1938), een Italiaans schrijver, dichter en politicus. Zijn literaire stijl ontwikkelde zich en veranderde geregeld, centraal blijft min of meer de ontwikkeling tot een soort hedonisme zoals dat begin 20e eeuw opleefde. Zijn vroegere werk is lyrisch, ietwat ontremd over het uiten van emoties, waarin naturalisme te herkennen is. Zoals vaker in hedonistische poëzie, komt in zijn latere werk, onder invloed van Friedrich Nietzsche, Arthur Schopenhauer en Richard Wagner, het übermensch-motief centraal te staan. Desalniettemin werd hij als schrijver en dichter bewonderd door Proust en Joyce.  Zijn uit 48 stuks tellende werk verkent het sensuele, brutale, erotische en het bizarre. Onnodig te zeggen dat zijn werken door het Vaticaan werden verboden.

Hoewel hij vernoemd was naar een engel beweerde hij bijvoorbeeld dat hij het vlees van kinderen had gegeten. Hoewel hij slim was (op zijn zestiende kon hij in 6 talen schrijven en spreken) ontwikkelde hij een minachtend oog voor de mensheid. Onder invloed van Nietzsche zag hij zichzelf als een superman ( übermensch) boven de gewone kudde. D’Annunzio ging in 1897 de politiek in, vluchtte in 1910 naar Frankrijk omdat hij grote schulden had en werd tijdens de Eerste Wereldoorlog jachtpiloot. In deze periode ontwikkelde hij zijn nationalistische en proto-fascistische opvattingen. Hij geloofde dat het noodzakelijk was voor Italië om internationaal respect te winnen door de levens jongeren in de strijd op te offeren. Zijn overdreven retoriek, raciale opvattingen en het in zetten van zwarthemden om tegenstanders aan te vallen, waren van grote invloed op Mussolini, die hem later cadeaus, waaronder een vliegtuig en onderdeel van een slagschip, stuurde voor zijn tuin.

Zijn gekste onderneming kwam in 1919, toen hij en zijn aanhangers hun eigen stadstaat op Fiume of Rijeka  (een stad in Kroatië) vestigden nadat de vredesconferentie van Parijs het aan Kroatië had gegeven. D’Annunzio leidde de stad met een bizarre mengeling van fascisme en estheticisme. Hij zette raciaal exclusief beleid en een leiderschapscultus in, terwijl tegelijkertijd muziek werd opgenomen als een fundamenteel onderdeel van de grondwet en de bloemen om zijn bed dagelijks driemaal ververst moesten worden. Hij verwachtte drie keer per dag seks met zijn huishoudster. Er gingen geruchten dat hij ribben had laten verwijderen, zodat hij zichzelf oraal kon bevredigen. Zijn laatste minnaar bleek een Nazi-agent te zijn, die hem mogelijk met gif vermoordde.

Ondanks al deze bizarre ontwikkelingen en uitspraken als: “elke kogel uit onze geweren moet een Sloveen of een Kroaat doden” (1919) nam hij eind 1920 D’Annunzio bezit van een in beslag genomen villa aan het Gardameer, waar hij leefde tot aan zijn dood in 1938. In 1921 werd hij lid van de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique. In 1924 werd hij geadeld en verkreeg de titel Prins van Montenevoso.

Ondanks al de bizarre wendingen en uitlatingen in zijn leven was D’Annunzio dus ook dichter. Hier een voorbeeld (vertaling Frans van Dooren).

.

(In het maanlicht)

.

O mes van de slinkende maan

dat schittert op ’t eenzame water

o zilveren sikkel, welk oogstveld van dromen

staat wuivend onder jouw tedere licht!

Kortstondige vleugjes van blaren

en zuchtjes van bloemen vervloeien

van ’t bos naar de zee: geen zangen, geen kreten

geen klanken verstoren de oneindige rust.

Bevangen door liefde en behagen

valt ieder die ademt in slaap …

O slinkende sikkel, welke oogstveld van dromen

staat wuivend onder jouw tedere licht!

.

(O falce di luna calante)

.

O falce di luna calante

Che ballisu l’acque deserte.

o falce d’argente, qual messe di sogni

ondeggia al tuo mite chiarore qua giu!

Ancha brevi di foglie

e ospiti di fiori dal bosco

esalano al mare: non canto, non grido

non suono pe ‘l vasto silenzio va

Apresso d’amor, di piacere

i popolde’vivi s’addorme …

O falce calante, qual messe di sogni

endeggia al tuo mite chiarore qua giu!

.

Een appel rust

Homero Aridjis

.

Homero Aridjis (1940) is een schrijver, dichter, milieu-activist, journalist, en diplomaat bekend om zijn rijke fantasie, zijn lyrisch poëtische gedichten en zijn ethische onafhankelijkheid. Zijn poëzie werd in vele talen vertaald, hij mocht als schrijver en milieu-activist al meer dan 20 internationale prijzen op zijn palmares bijschrijven en specifiek voor zijn poëzie ontving hij de Prix Roger Caillois (1997, Frankrijk), de Smederevo Gouden Sleutel voor Poëzie (2002, Servië) en de Premio Internazionale di Poesia (2013 en 2016, Italië). Voorwaar geen kleine dichter. Vanaf 1960 publiceerde hij 18 dichtbundels in Mexico. Nog een leuk weetje: Homero Aridjis was ambassadeur voor Mexico, onder andere in Nederland.

Dichters als Octavio Paz en Juan Rulfo zijn bewonderaars van Aridjis en Seamus Heaney zei over zijn poëzie: “Zijn gedichten openen een deur naar het licht”. In 1977 verscheen in Nederland zijn vertaalde bundel ‘Dagboek zonder data’ en uit die bundel het gedicht zonder titel in een vertaling van Laurens Vancrevel.

.

Een appel rust

op het zachte groen

van zijn eigen rijpheid

.

een glas weerspiegelt

de vermoeide stralen

van de herfstmiddag

.

een vrouw verschijnt

in de halfopen deur

van een eetkamer

.

vanaf een gele sofa

kijkt een meisje naar haar

alles is op zijn plaats

.

het ligt in de glazen

legt witte muziek

op gezichten en dingen

.

en een ogenblik lang

zijn voor eeuwig samen

mandarijnen en handen.

.

 

 

 

Humor, brutaliteit en satire

John Wilmot, graaf van Rochester

.

In de rij van dichters die opvielen door hun krankzinnighied, hun gevaar voor de medemens en hun idiotie mag John Wilmot, de graaf van Rochester (1647 – 1680) zeker niet ontbreken. John Wilmot erfde de titel van graaf bij de dood van zijn vader in 1658. Op 12-jarige leeftijd ging hij naar het Wadham College van de Universiteit van Oxford, waar hij op slechts 14-jarige leeftijd zijn Master of Arts verkreeg. Vervolgens ondernam hij, onder begeleiding van een tutor, de grand tour door Frankrijk en Italië. In 1662 keerde hij terug naar Engeland en begaf zich naar het hof, waar hij vanwege zijn knappe voorkomen, humor en scherpe geest de gunst verwierf van Karel II. In 1665 verwierf hij de heldenstatus door zijn optreden tijdens de Slag in de Baai van Bergen in de Tweede Engels-Nederlandse Oorlog.

Wilmot had zich echter al vroeg een nogal vrije levenswijze aangemeten en werd door zijn gedrag diverse malen van het hof verwijderd, maar steeds weer in genade aangenomen. Die levenswijze was overigens een aanslag op zijn fortuin en hij besloot de rijke erfgename Elizabeth Malet het hof te maken. Zij wees hem echter af, waarop hij haar op 28 mei 1665 schaakte. De koning werd hierop zo kwaad dat hij hem liet opsluiten in de Tower of London. In 1667 stemde Elizabeth overigens alsnog in met een huwelijk. Dit maakte echter geen eind aan zijn escapades, getuige zijn diverse affaires, onder andere met de actrice Elizabeth Barry, met wie hij in 1677 een dochter kreeg. Hij wierp zich ook op als mecenas voor verschillende dichters en toneelschrijvers, waaronder de dichter John Dryden. Er ontstond ongenoegen met Lord Mulgrave, de latere hertog van Buckingham, een andere begunstiger van Dryden. Deze daagde hem uit tot een duel, waar Wilmot met een smoes (gezondheidsredenen) onderuit kwam. Hierop nam hij wraak op Dryden door hem door een groep mannen aan te laten vallen.

Op 33-jarige leeftijd liet zijn gezondheid hem inderdaad in de steek als gevolg van geslachtsziekten en overmatig alcoholgebruik. In het voorjaar van 1680 trok hij zich terug in zijn huis in Woodstock Park en leek daar uiteindelijk tot inkeer te komen. Hij liet bisschop Gilbert Burnet bij zich komen, die tot de slotsom kwam dat zijn berouw oprecht was, en twee dagen later overleed hij.

Dat John Wilmot over enig talent beschikte blijkt uit dit vers,  met de veelzeggende titel ‘To this moment a rebel’ waarvan de datum onbekend is.

.

To this moment a rebel

.

To this moment a rebel I throw down my arms,
Great Love, at first sight of Olinda’s bright charms.
Make proud and secure by such forces as these,
You may now play the tyrant as soon as you please.

When Innocence, Beauty, and Wit do conspire
To betray, and engage, and inflame my Desire,
Why should I decline what I cannot avoid?
And let pleasing Hope by base Fear be destroyed?

Her innocence cannot contrive to undo me,
Her beauty’s inclined, or why should it pursue me?
And Wit has to Pleasure been ever a friend,
Then what room for Despair, since Delight is Love’s end?

There can be no danger in sweetness and youth,
Where Love is secured by good nature and truth;
On her beauty I’ll gaze and of pleasure complain
While every kind look adds a link to my chain.

‘Tis more to maintain than it was to surprise,
But her Wit leads in triumpth the slave of her eyes;
I beheld, with the loss of my freedom before,
But hearing, forever must serve and adore.

Too bright is my Goddess, her temple too weak:
Retire, divine image! I feel my heart break.
Help, Love! I dissolve in a rapture of charms
At the thought of those joys I should meet in her arms.

.

491-1882
Painting – John Wilmot (1647 – 80) 2nd Earl of Rochester;
English;
Late 17th century.

%d bloggers liken dit: