Site-archief

Elektron, Muon, Tau

Maria van Daalen

.

In 1989 debuteerde dichter Maria van Daalen met de bundel ‘Raveslag’ bij uitgeverij Querido. Deze bundel viel toen op door zijn mystieke toon en werd het jaar daarop genomineerd voor de C. Buddingh’ prijs. In de jaren hierna volgden nog 8 dichtbundels waaronder een Engelstalige bundel.

Van Daalen was drie jaar lang (1992 t/m 1994) redacteur van De Revisor en was later lid van de redactieraad van Dietsche Warande & Belfort. Zij publiceerde regelmatig verhalen en gedichten in DWB, Awater, De Revisor, Lust & Gratie, Parmentier, Tzum en andere literaire tijdschriften.Haar Amerikaans-Engelse werk verscheen in buitenlandse tijdschriften (The Southern Review/LSU, AGNI/Boston University, etc.). Van haar werk bestaan vertalingen in het Italiaans, Engels, Frans, Duits, Fries, Fins, Bosnisch, Bahasa Indonesia, Farsi. Bekendheid kreeg zij ook als organisator, bij ‘Winterschrift’ (Groningen) en bij ‘De Langste Dag’ (2010).

Uit haar erotische bundel ‘Elektron, Muon, Tau’ uit 2003 hier het sonnet  ‘Margo Timmins’.

.

Margo Timmins

.

de zangeres van Cowboy Junkies

tijdens een concert in Paradiso op 15 november 2001

.

de hand die ze om de microfoonstandaard vouwt

de andere hand bij de eerste tonen

losjes zoals ze in haar stem gaan wonen

zichzelf zuiver aan haar lichaam toevertrouwt

.

de stilte opzoekt wacht in een klank beschouwt

de diepte van het interval met lome

gebaren door het dal het licht intomen

legt ze mij uit dat en hoe ik van hem houd

.

die elk woord geluidloos meezingt en geniet.

Tranen glanzen in zijn vermoeide ogen.

Hij wiegt zich zoals zij zelf op haar muziek.

.

Kunst is niet om te troosten, dat is tragiek.

Bloeiende woorden zegt ze, volgezogen

groeit vanuit de wortel van de pijn het lied.

.

 

De enige vrouw

Bertalicia Peralta

.

De Panamese journaliste, schrijfster en dichter Bertalicia Peralta (1939 volgens de bundel, 1940 volgens andere bronnen) schrijft vaak over de positie van de vrouw, onder andere in essays maar ook in haar poëzie. Als schrijver specialiseert ze zich in poëzie en korte verhalen  en publiceert in tijdschriften, bloemlezingen en literaire supplementen in Amerika en Europa. Haar werk is vertaald in het Engels, Frans, Italiaans en Portugees. Ze is winnaar van verschillende literaire prijzen, waaronder een eervolle vermelding in de wedstrijd Ricardo Miró.

In de bundel ‘Zo’n gelukkige dag, dichters voor Amnesty International’ uit 2005, samengesteld door Daan Bronkhorst, staat het gedicht ‘De enige vrouw’ van haar hand in een vertaling van Koosje Verhaar.

.

De enige vrouw

.

De enige vrouw die kan bestaan

is zij die weet dat nu de zon over haar leven gaat schijnen

.

zij die geen tranen stort maar pijltjes uitstrooit

om haar territorium af te bakenen

.

zij die geen verzoeken doet

zij die haar mening geeft en haar hoofd optilt en met haar

lichaam zwaait

en die teder is zonder schaamte en hard zonder haat

.

zij die het alfabet van onderworpenheid heeft verleerd

en rechtop loopt

.

zij die de eenzaamheid niet vreest omdat zij alleen is

geweest

zij die de grote kreten van geweld voorbij laat gaan

.

en dat alles doet met gratie

zij die zich bevrijdt te midden van liefde

zij die bemint

.

de enige vrouw die de enige kan zijn

is zij die gepijnigd en zuiver voor zichzelf besluit

om uit haar voorgeschiedenis te stappen

.

 

Programma

Bastiaan van Heijningen

.

De tot voor kort mij volledig onbekende dichter Bastiaan van Heijningen (soms ook geschreven als Heyningen en nee, geen familie) werd in 1865 geboren in Dubbeldam. Op 8 jarige leeftijd verhuisde hij met zus en ouders naar Rotterdam. Rond zijn 20ste studeert hij aan de Poly-technische school te Delft. In Rotterdam treft hem een zware verkoudheid en hij keert terug naar zijn (inmiddels in Amsterdam wonende) ouders. Hij lijdt aan hevige pijn in zijn zij en heeft een hardnekkige hoest. Gevaarlijk lijkt dit aanvankelijk niet, maar na een bloedspuwing  – hij is dan eenentwintig jaar oud- ziet de situatie er nogal hopeloos uit. De ene bloedspuwing volgt op de andere.

Ondanks of misschien dankzij zijn ziekte kan Bastiaan toegeven aan zijn literaire aspiraties. Hij maakt studie van het Italiaans en van de Engelse letteren, vertaalt en schrijft poëzie. In deze laatste jaren van zijn leven ziet hij zijn gedichten en vertalingen in tijdschriften gepubliceerdMede hierdoor maakt hij zich literaire vrienden. Nadat zijn zus sterft in augustus van dat jaar (1889) aan de vliegende tering moet hij opnieuw hevig bloed opspugen. Dit ziekbed komt hij niet meer te boven en op de avond nadat zijn eerste gedichten gebundeld zijn in de bundel ‘Gedichten’ sterft ook hij op 24 jarige leeftijd.

Hoewel zijn werk verschillend beoordeeld wordt is er zeker waardering onder critici. Meer dan een euw na zijn dood wordt er van hem een gedicht opgenomen in de bundel ‘Dichten over dichten’ uit 1994 getiteld ‘Programma’.

.

Programma

.

‘k Beschrijf u niet den boedel der natuur;

Ik tel u niet, mocht ik van rozen spreken,

De blaadjes vóor; gewaag ik van een muur,

Wacht niet, dat ik u het stenental bereken.

.

‘k Tracht den graceur niet naar de kroon te steken;

En haar gelijm, gelik, gepoets, geschuur;

Maar ‘k troost mij lichtlijk over die gebreken.

Ik heb wat gal, wat hoogheid en wat vuur.

.

Mijn zang is vol vertwijfeling en toren,

Er in gestort uit overvloeiend hart,

Vrij schuw dit boekje, wie niets hards kon hooren.

.

O, kon ik zuivrer, liefelijker zingen!

Maar uit den gorgel, dichtgeschroefd door smart,

Zijn eenmaal weeker klanken niet te wringen.

.

Met dank aan Paulien van den Andel, 2010  http://bastiaanvanheijningen.webklik.nl

 

Dichter van de maand oktober

Antoinette Sisto

.

Op 3 juli jongstleden overleed Antoinette Sisto (1963), een prachtig dichter en een lief en mooi mens op veel te jonge leeftijd. Antoinette was dichter, vertaalde Italiaanse poëzie en ze was sinds 2007 redacteur voor Meander. Voor Meander interviewde ze vele dichters waaronder mij in 2014. Ik had haar leren kennen op het WAK festival in Den Haag en sindsdien volgde ik haar als dichter. Ze droeg een aantal keren voor op podia die ik organiseerde en ik mocht bij de presentatie van haar laatste bundel ‘Hoe de zee een woord werd’ in februari van dit jaar een aantal van haar gedichten voordragen. Als mens en als dichter wordt ze enorm gemist. Alle reden om haar dichter van de maand oktober te maken.

Op alle zondagen in oktober zal ik een gedicht uit één van haar bundels plaatsen. Deze keer uit haar laatste bundel het gedicht ‘Diner voor twee’.

.

Diner voor twee

.

Neem een bovengemiddeld slimme man
kies een bekoorlijke vrouw
geef de vrouw dat beetje koketterie
dat ruim door de beugel kan, onzichtbare lipstick
de man geen sigaret
maar een kalm gebaar van handen
zonder trouwring

zoek een decor bij elkaar
intieme muren, een goed verlicht restaurant
een kamerscherm
dat toch niet formeel aandoet.

Laat obers met zwarte vlinderstrikjes
hen bedienen met discretie, zonder tolken of
overbodige vorken, ervoor waken
dat ze geen wijn morsen
op haar met ijver uitgekozen jurk.
Laat hen niet meer dan twee ons vlees
per persoon eten.

Voeg beslist geen strijkers toe
maar laat van tijd tot tijd
passende geluiden vallen
het zachte tinkelen van metaal
tegen porselein de aandacht
van verlegen blikken afleiden
servetpunten die de lippen teder deppen
na elk met zorg gekozen woord
dat toch spontaan op de tong uiteenvalt.
Let op zonder te veel zout of bittere nasmaak.

Laat emoties hoog oplopen
een reden om het af te zoenen
op de drempel van de buitendeur zonder glas.
Maak dat ze tenslotte verdwijnen
hun schaarse woorden, de lichamen wit
tegen het donker, wanneer de avond sneller valt.

.

Ophelia

Jan Vercammen

.

De Vlaamse dichter en jeugdboekenschrijver Jan Vercammen (1906 – 1984) is zo’n dichter die redelijk snel uit het collectief geheugen van mensen aan het verdwijnen is. In Nederland was zijn dichterschap al weinig bekend maar ook in Vlaanderen nemen nieuwe namen zijn plaats in, in het literaire landschap. Daarom past zijn dichterschap prima in de categorie (bijna) vergeten dichters.

Jan Vercammens dichtdebuut was de bundel Eksode, uit 1929. Vanaf zijn De parelvisscher‘ uit 1946 wordt zijn werk religieus-humanistisch genoemd, met de liefde en de dood als belangrijke thema’s, daarvoor had zijn poëzie eerder een katholiek karakter. Zijn werk werd vertaald in het Frans, Duits, Italiaans, Spaans en Russisch, meerdere gedichten werden op muziek gezet. Daarnaast schreef hij ook jeugdverhalen en kinderpoëzie.

Jan Vercammen was redactiesecretaris van ‘De Tijdstroom’ (1931-1935), redacteur van ‘De Gemeenschap’ (1935-1941) en ‘De Schakel’ (1936-1940). Hij was lid van de Raad van Beheer van de Kultuurraad voor Vlaanderen (1959-1976), erevoorzitter van de Vereniging van Vlaamse Letterkundigen en lid van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde te Leiden.

Uit ‘Verzamelde gedichten’ uit 1976 het gedicht ‘Ophelia’, (de geliefde van Hamlet die verdronk) uit Hamlet van Shakespeare.

.

Ophelia

.

Ophelia, wit licht diep in het water

en de verukkelijke wonde van uw mond.

Uw duistre woorden werden dierbaar later

wanneer ik plotseling hun zin verstond.

.

Gij ziet het licht niet, want uw open ogen

zijn afgesloten met de schaduw van de dood,

o duisternis in hun verzonken bogen.

Ik was het leven dat gij duizelig ontvloodt.

.

De tijd beweegt zich traag als vinnen

van zilvervissen en ontstellend bloot.

Ophelia, nog moet ik u beminnen,

wit licht, verlokking tot de dood.

.

Umbrisch getijdenboek

Hans Franse

.

Bij de Ongehoord! Gedichtenwedstrijd 2016 werd Scheveninger Hans Franse tweede. Als prijs mogen de winnaars optreden op het Ongehoord! podium in Rotterdam en afgelopen 12 februari was het zover. Hein van der Schoot, Wouter Veldboer en Hans Franse traden op en wisten het publiek te boeien. Vooral bij Hans Franse (1940) was duidelijk dat hij tijdens zijn leven ervaring had opgedaan met spreken en voordragen voor groepen (politicus, theaterdirecteur, leraar). Tegenwoordig brengt Hans de lente en de zomer door in zijn huis op een berg in Umbrië. Dat was ook de reden dat hij niet aanwezig kon zijn bij de feestelijke prijsuitreiking afgelopen jaar.

Franse schreef twee boeken over Umbrië en in 2015 verscheen bij Edizioni Era Nuova srl. in Italië de tweetalige bundel uit getiteld ‘Umbrisch getijdenboek’ of ‘Le ore canoniche umbre’ poesie in Nederlandese e italiano.

De gedichten in deze bundel zijn gebeden, zo lees ik op de achterflap. Zijn gebedenboek begint met de muzikale stilte van de luisteraar in de hemelse natuur van Umbria en eindigt met het beschouwen van de luidruchtige stilte van voorbijgangers in het wereldse Perugia. Ook al stelt de dichter zich als heiden op, toch zijn de woorden vervuld van mystieke verlangen. Niet alle meditaties zijn zwaar en verheven, er zijn ook luchtige intermezzo’s zoals een vermakelijke schets van een processie en een lofzang op de Sangiovese wijndruif.

Ik heb gekozen, voor ik de achterflap ;las overigens, voor het gedicht ‘Processie’ juist om de combinatie van het verhevene en de vette knipoog aan het einde van het gedicht.

.

Processie

.

De cirkel van gesloten muren

weerstond de tand des tijds,

maar het gebit van de huizenrij

vertoond verval en gaten,

hier en daar opgevuld

met amalgaam van andere tijden.

Er waren toen nog heilige heiligen

die zegenend relikwieën

onder andere tegen kiespijn aandroegen

om het eindeloze verval te weerstaan.

Eenmaal per jaar worden

de heiligen gevierd

en loopt de bevolking

gezellig keuvelend en biddend

achter de muziek aan

voor de grote feestelijke middagmaaltijd

terwijl de oude pastoor met veel moeite

het Allerheiligste vasthoudt

en net doet alsof hij het

echt belangrijk vindt.

.

hf

img_6675

Coda

Huub Beurskens

.

Schrijver, kunstschilder en dichter Huub Beurskens (1950) debuteerde in 1975 met ‘Blindkap’ waarna nog vele poëziebundels zouden volgen met als laatste bundel uit 2015 ‘De warmte van het hondje’. Daarnaast publiceerde hij verhalen, essays en romans. Beurskens was redacteur van de literaire tijdschriften ‘Het Moment’ (1986-1988) en ‘De Gids’.

Beurskens vertaalde verschillende auteurs naar het Nederlands maar werk van hemzelf werd ook vertaald naar het Engels, Duits, Frans, Italiaans, Japans, Hongaars, Tsjechisch en Servisch.

Voor zijn werk ontvang hij o.a. de Herman Gorterprijs, de Jan Campert-prijs en de VSB Poëzieprijs. Uit de bundel ‘Klein blauw aapje’ uit 1992 het gedicht ‘Najaarsbloei op Kreta’.

.

Najaarsbloei op Kreta

.

Ik wou ik had een klein blauw aapje dat ik vroeg ‘Wat raap

je?’

en dat het op mijn schouder sprong met louter krokus die

het plukte,

de geschiedenis zou ik ingaan als de onder het komende

minst gebukte.

.

HB

met dank aan Wikipedia

De overtocht

Stefan Hertmans

.

Tijdens de Poëzieweek kreeg je bij de aankoop van een poëziebundel een gratis geschenk van de boekhandelaar. De kleine bundel ‘Neem en lees’ met 10 gedichten van de dichter Stefan Hertmans. Ik kende Stefan Hertmans niet maar hij blijkt bij onze zuiderburen een bekend dichter. Hertmans (1951) is een Belgisch auteur van een literair en essayistisch oeuvre (poëzie, roman, essay, theatertekst, kortverhaal) dat hem in binnen- en buitenland bekend maakt. Zijn gedichten en verhalen verschenen in het Frans, Spaans, Italiaans, Roemeens, Kroatisch, Duits, Bulgaars.

In 1995 ontving hij de Driejaarlijkse Prijs van de Vlaamse Gemeenschap en hij werd tweemaal genomineerd voor de VSB-poëzieprijs. Daarnaast ontving hij de Maurice Gilliamsprijs voor zijn bundel ‘Goya als hond’. Niet zomaar de eerste de beste dichter dus.

Het bundeltje met de 10 gedichten geeft een aardig beeld van Hertmans als dichter. Deze gedichten zijn bij elkaar gezet omdat ze als gemeenschappelijk thema ‘herinnering’ hebben. Uit ‘Neem en lees’ het gedicht ‘De overtocht’.

.

De overtocht

.

Het zijn die ogen in de schaduw

die dood gelezen zijn.

Waarheid is een woord met wapens.

Het gaat om angst in de woestijn,

gevleugeld beest uit lang vervlogen eeuwen,

wreedheden flitsend op een zinkend scherm.

.

Je moet niet met je vinger wijzen,

het was haar moeder die het zei.

Ze stak hem in haar keel,

de boot schokte zich door een storm

die de wereld overspoelde.

.

Haar vonnis onverstaanbaar,

iets dat zich niet liet beschrijven,

een vinger in een bloedend oog,

en naamloos door de jaren drijven.

.

Vingerwijzen

SH

A winter night

William Barnes

.

‘Country poems’, een bundeltje uit 1959 in de serie ‘Pocket poets’ samengesteld door Geoffrey Grigson is een klein mooi bundeltje met een doorsnee van alle beroemde Engelse dichters uit de voorgaande eeuwen. Zo staan William Shakespeare, Alfred Tennyson en William Wordsworth er in met elk drie gedichten maar ook minder bekende namen als Walter De la Mare, Walter Savage Landor en John Clare.

Maar er staan ook een paar gedichten in die niet terug zijn te voeren naar een dichter. Het gedicht dat ik gekozen heb is van de dichter William Barnes (1801 – 1886). Niet zo’n heel bekende naam maar ook hij is vertegenwoordigd met drie gedichten in deze bundel.

William Barnes was een dominee, dichter en filoloog (Een filoloog bestudeert de taal- en letterkunde van volkeren door middel van beschikbare geschriften in samenhang met de cultuurgeschiedenis van een volk). Barnes studeerde naast Duits, Frans, Grieks en Latijn ook Italiaans en Perzisch. Hij publiceerde maar drie dichtbundels waarvan ‘Poems of rural life in a Dorset dialect’ zijn debuut was waarmee hij zijn naam als dichter vestigde. Zijn gedichten zijn vaak geschreven in het dialect van zijn geboortestreek en ze schetsen het leven op het Zuid-Engelse platteland.

Zijn gedichten kenmerken zich door een zachtheid en gevoelige tederheid, een diep inzicht in het nederige landleven en een bijzonder gevoel voor het lokale landschap.

.

A winter night

.

It was a chilly winter’s night;
And frost was glitt’ring on the ground,
And evening stars were twinkling bright;
And from the gloomy plain around
Came no sound,
But where, within the wood-girt tow’r,
The churchbell slowly struck the hour;

.
As if that all of human birth
Had risen to the final day,
And soaring from the wornout earth
Were called in hurry and dismay,
Far away;
And I alone of all mankind
Were left in loneliness behind.

.

WB

Grave_of_William_Barnes_-_Winterborne_Came

Zijn graf bij St. Peter’s Church in Winterborne Came

.

Met dank aan Wikipedia.
%d bloggers liken dit: