Site-archief

Rood

Tentoonstelling en magazine

.

Van november 2010 tot mei 2011 werd in het Tropenmuseum in Amsterdam de tentoonstelling ‘Rood’ georganiseerd. In die periode verscheen ook het magazine Rood, een uitgave van het Tropenmuseum en KIT publishers. In het magazine een overzicht van wat er allemaal te zien was in deze tentoonstelling. Driehonderd objecten die rood van kleur waren of in overgrote mate rood gekleurd waren zoals een Engelse soldatenjas uit de slag bij Waterloo, een prachtige hoofdtooi uit Noord-Amerika, een Roemeens duivelsmasker en politieke affiches uit Nederland, Iran en China. Daarnaast veel kunstwerken van kunstenaars als Armando, Walter van Beirendonck, Inez van Lamsweerde en Constant.

In het magazine veel prachtige fotografie (van de verschillende objecten), rood in kunstfotografie maar ook artikelen over mensen met rood haar, rood in de erotiek en rood in volkskunst. En poëzie. Poëzie uitgezocht door Hafid Bouazza en wel van een dichter Tamim Ibn Al-Mu’izz (gestorven in 984) een prins uit de Fatimidische dynastie die heerste over Egypte en de rest van Noord-Afrika. Omdat hij geen troonopvolger was wijdde hij zich aan de poëzie. Het voorbeeld stond in het magazine.

.

O nacht waarin de maan mij lag te omhelzen

En waarin de zon een van mijn disgenoten was

.

En die ik verwijlde onbehoeftig door tanden aan hagelstenen

En door konen aan appels en mirte

.

Ik overhandigde haar de gelijkenis van haar wang: een wijn

Gemengd in de beker als het licht van een toorts

.

Ik kuste haar en zei sprak al wenend: –

Hoe kun je mensenwangen aan mensen schenken?

.

Ik zei: – Drink: zij ontsprong uit mijn tranen en haar menger

Is mijn bloed en mijn ademtochten kookten haar in haar beker

.

Zij zei: – Als je om liefde voor mij bloed hebt geweend

Drenk mij dan met deze wijn bij mijn ogen en hoofd! –

.

Cadeautje

Forough Farrokhzad

.

De Iraanse kunstenaar, documentairemaakster en dichter Forough Farrokhzad (1935 – 1967) was nog erg jong (15) toen ze naar de kunstacademie ging en al even jong toen ze trouwde (16) waarna ze ook alweer heel jong alleenstaand moeder werd (19). Farrokhzad ontwikkelde zich tot een rebelse dichter die de taal van de Iraanse poëzie vernieuwde en (mede daardoor) veel betekende voor de emancipatie van vrouwen. Ze overleed opnieuw erg jong als gevolg van een auto ongeluk. Na de Islamitische revolutie werd haar werk lange tijd verboden door het regime.

Ze debuteert met de dichtbundel ‘De gevangene’ (‘Asir’) (1955) waarin ze haar leven tot dan toe bespiegelt. Hierna volgen nog drie bundels in 1957 en 1958 en in 1964. Na haar dood wordt in 1968 postuum nog de bundel ‘Laten we geloven in het begin van het koude seizoen’ gepubliceerd.

Het gedicht ‘Cadeautje werd nooit gepubliceerd maar door dichter Amir Afrassiabi vertaald naar het Nederlands.

.

Cadeautje

.

ik spreek over de bodem van de nacht

ik spreek over de bodem van de duisternis

en de bodem van de nacht

.

als je bij mij thuis komt, vriend

breng mij een lichtje

en een raampje waardoor ik

naar de gelukkige drukte van de straat kan kijken

.

Schoon in elk oog is wat het bemint

Hafid Bouazza

.

In 2005 en 2006 publiceerde dichter Hafid Bouazza bij uitgeverij Prometheus drie bundels met vertaalde Arabische poëzie. Over het deel ‘Om wat er nog moet komen’ Pornografica, schreef ik al op 22 februari van dit jaar https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/02/22/pornografica/ maar nu wil ik het tweede deel uit deze drie bundels van deze Arabische bibliotheek, zoals Bouazza het noemt,  bespreken dat handelt over Arabische liefdesgedichten met de titel ‘Schoon in elk oog is wat het bemint’.

In het woord vooraf schrijft Bouazza dat het hier een persoonlijke keuze van hem is uit de gigantische hoeveelheid klassieke Arabische minnepoëzie zowel lyrisch en melancholisch als vrolijk en fysiek uitbundig. Het hart wordt niet altijd boven externe lichaamsdelen verkozen- en waarom zou het? voegt hij er nog aan toe.

We realiseren het ons tegenwoordig, zeker in de westerse wereld, niet meer maar in de klassieke oudheid heeft het Arabisch schiereiland maar ook landen uit Noord Afrika, Turkije en Iran, grote en beroemde dichters voortgebracht. Van de meeste (en misschien van alle) dichters in de bundel hebben de meeste mensen nog nooit gehoord (ik ook niet) maar dat wil niet zeggen dat deze dichters niet meer dan de moeite waard zijn.

Omdat ik, zoals gezegd, de dichters in de bundel ook niet ken heb ik voor een gedicht gekozen dat me beviel en dat is een gedicht geworden van Dik al-Djinn die leefde tussen het jaar 777/778 en 849/850 in de nu Syrische stad Homs. Dik al-Djin leefde ten tijde van het Abbasid kalifaat en was vooral beroemd door zijn liefde voor een christelijke vrouw met de naam Ward. Veel van zijn poëzie is voor haar geschreven. Daarnaast gaat veel van zijn poëzie over zijn liefde voor wijn.

.

Kijk naar de zon van de kastelen en hun naam

En naar hun lavendel en het blaken van hun bloesemrijk

Nimmer beproefde je oog een blank dat van zwart

Zo veel schoonheid vergaarde als haar gezicht in haar haar

Rozig van konen en wie nooit van haar heeft gehoord

Kan uit haar speeksel haar naam verkrijgen

Zij heupwiegde en ik lachte verwonderd om haar billen

Maar ik huilde om haar middel

Uit haar hand schenkt ze je een beker rozige wijn

En een wijn van twee van haar voortanden

.

 

Stem van alarm stem van vuur

Geëngageerde poëzie uit Latijns Amerika, Afrika en Azië

.

In 1981 gaven Het Wereldvenster, het NCOS en de de Novib de bundel ‘Stem van alarm stem van vuur’ uit. Een verzameling van gedichten van geëngageerde dichters uit Latijns-Amerika, Afrika en Azië. Ruim 250 gedichten van een bonte stoet van verschillende dichters uit vele landen in Nederlandse vertaling.

Uit zoveel gedichten is het moeilijk kiezen dus heb ik blind gekozen en daar kwam de Iraanse dichter, journalist en communistische activist tijdens de koude oorlog in Iran, Khosrow Golesorkhi (1944 – 1974) uit. Ten tijde van het regime van de Sjah werd Golesorkhi, samen met zijn vriend Keramat Daneshian opgepakt en veroordeeld voor de ‘samenzwering om de zoon van de Sjah te ontvoeren’. Hiervoor kregen zij in 1974 de doodstraf.

In het gedicht ‘De dood’ lijkt Golesorkhi een vooruitziende blik te hebben (de twee werden door een vuurpeloton geëxecuteerd).

.

De dood

.

Vraag mij niet naar liefde;

in dit land van toenemende duisternis

heeft, in de aanwezigheid van angst,

liefde

de Dood getrouwd,

en de Dood,

de bijtende Dood, de vluchtende Dood,

is een buurman voor je eeuwige eenzaamheid

in het wrede angstgif van slangen.

,

Hier is de stem van mensen gevangene

van hun keel

en bloed

zie je, wanneer je je ogen ook opent.

Vraag mij dus niet naar liefde;

kijk naar mijn borst

vóór hij verbrand is door kruit.

.

Verse taal

Mahsai Attai

.

In 2007 werd door uitgeverij De Brouwerij de bundel ‘Verse Taal’ uitgegeven. In deze bundel met CD staan de verhalen en gedichten van een aantal vluchtelingen dichters. Vluchtelingen van alle tijden (van Chili in de jaren zeventig) tot Irak en Kroatië begin van deze eeuw. Wat hen bindt is een gedeelde geschiedenis van vluchten voor onderdrukking, geweld en angst uit hun vaderland naar Nederland. Schrijfster Alejandra Slutzky, fotograaf Jan Kees Helms en muzikanten Wilma Paalman en Marcel van der Schot stelden deze bundel en CD samen.

Een aantal dichters uit deze bundel heeft als dichter of in de poëzie enige naam gemaakt. Zo staan onder andere Sallah Hassan, Juan Heinsohn Huala en de helaas veel te vroeg gestorven Pero Senda in deze mooi en met respect uitgegeven bundel.

Als gedicht en dichter kies ik vandaag echter voor een wat minder bekende, namelijk Mahsa Attai die destijds vluchtte uit Iran met haar gedicht ‘Het leven’. Het gedicht is al meer dan 10 jaar oud maar nog altijd pijnlijk actueel.

.

Het leven

.

Er is in feite geen plek waar God eindigt en je begint

En geen plek waarop je eindigt en ik begin

.

Oh, laten we leven in vreugde, in liefde onder hen die haten!

Laten we onder mensen die haten leven in liefde

.

Ik adem in en word rustig

Ik adem uit en glimlach

Op dit moment weet ik

Er bestaat geen ander moment

.

versetaal

ma

Nieuwe vrouwelijke dichters

Anne Rouse

.

In één van de vele charity shops die je overal vindt in Engelse steden kocht ik de bijzonder fraaie bundel ‘New Women Poets’ uit 1990. Samengesteld door Carol Rumens. In deze bundel staan maar liefst 25 vrouwelijke dichters uit Ierland, Wales, Schotland, Nieuw Zeeland, Zuid Afrika, Oostenrijk, Iran, Engeland en Amerika. Zij zijn door Rumens gekozen, niet om hun nationaliteit maar om hun frisse geluid en landstaal. Er zitten dichters tussen die in vaste vormen dichten en anderen laten zich juist meer leiden door alledaagse- en ongestructureerde taal.

Mijn keuze voor vandaag viel op een gedicht van Anne Rouse. Geboren in 1954 in Washington studeerde zij in Londen waar ze nu ook woont. Ze werkte als (psychiatrisch) verpleegkundige en is nu alweer jaren zelfstandig schrijver. Ze wordt door de International Poetry Society omschreven als een intelligent en vakkundig dichter. Haar gedichten werden onder andere gepubliceerd in The Guardian, The Observer, The Independent en the Times Literary Supplement.

Toen in 1990 dit boek werd gepubliceerd was Rouse vooral bekend van gedichten van haar hand die in magazines waren gepubliceerd. Vanaf 1993 verschenen er ook een aantal dichtbundels van haar. Uit de bundel ‘New Women Poets’ heb ik gekozen voor het gedicht Virginian Arcady’.

.

Virginian Arcady

.

My muse came up from the creek,

taller than a man

in the speckled shade

where crayfish imitate tiny stones

and the brisk water plays.

.

Reckon it was my muse,

being so ringlety and fair

with a child’s eye.

In her head-dress bitter, living grapes

nest on the wild vine.

.

We strolled the bog paths

from the lower fields,

apart by armlength.

She talked low, reproachful, pretty:

said I don’t lover her enough.

.

ar

nwp

Vrouwen voor vrede

Haval Amin

.

Op de blog van Mirjam (http://pop2mirjam.nl/) kwam ik op de pagina ”gedichten over protest/vrede’ een gedicht tegen van Haval Amin met als titel ‘Vaderlijk advies’. Dit gedicht werd gepubliceerd in de bundel ‘Veelzeggende cijfers, verhalen en gedichten van vluchtelingen in Nederland’.

“Dit boek bevat gedichten en korte verhaalfragmenten van vluchtelingen in Nederland: van enkele bekende auteurs als Kader Abdollah (Iran) en Ibrahim Selman (Irak), maar voor het merendeel van hoog opgeleide vluchtelingen die schrijven als hobby. Ze komen onder meer uit Somalië, Armenië, Afghanistan, Koerdistan, Kongo en Mauretanië. De gedichten en verhalen liggen dicht bij de ervaringen van de schrijvers en hebben allemaal een ondertoon van trauma, heimwee en eenzaamheid, maar ook van kracht en moed.” Uit de recensie van Biblion van L. K. de Voogd.

.

Vaderlijk advies

.

Zoon, vergeet wat de geschiedenisboeken

geschreven en verteld hebben

Ze zeggen dat wij heldhaftige

zonen van de krijgsgod zijn

.

Allemaal zijn we generaals

maar lees de ogen en je ziet

wat wij echt zijn

generaals van verloren oorlogen

.

Toch houden we nooit op met oorlogen

altijd winnaars op papier

altijd verliezers op de grond

generaals van verloren oorlogen

.

Lees geen geschiedenis meer, zoon

en maak jouw eigen geschiedenis

wellicht reinigt de jouwe de onze

of aait de vergetelheid onze mooie leugen

.

Veelzeggende

 

 

Verslag van een middag in het Park

Poëzie in het Park

.

In het kader van het Weekend van de Cultuur organiseerde de stichting Ongehoord! voor de 4e maal een poëziepodium in het Park achter theater Koningshof in Maassluis. Dit maal traden op de dichters Yvonne Koenderman, Jelmer van Lenteren, Edwin de Voigt, Luuk Imhann en Sanne van Balen.

Een zeer gevarieerd aanbod aan verschillende stijlen van poëzie, Jelmer met een bijzondere herinnering aan zijn geboortedorp Maasdijk, Yvonne met mooie persoonlijke poëzie, Edwin met zijn typernde taalkundige gedichten met een twist, Luuk met soms bijna surrealistische poëzie en Sanne met treurige en vrolijke poëzie.

In het kader van de Week van de Alfabetisering en de opening van het Taalhuis in de naastgelegen bibliotheek had Vluchtelingenwerk MaasDelta gevraagd of een aantal vluchtelingendichters deel kon nemen onder de titel Verborgen Gedichten. Uiteraard kon dat en in dat kader traden dichters op uit Iran (Shoku Tajammoli), Palestina (Abu Omar Ramadhan), Soedan (Mohammed Abdulmaruf) en Eritrea (Negash Mohamed). De gedichten werden in de eigen taal voorgedragen en de vertaling werd daarna voorgedragen door Lisa Heinsohn.

Na deze dichters was er een hommage aan de vorig, jaar november overleden, Bosnisch-Kroatische dichter uit Maassluis Hrvoje Pero Senda. Ik las een tekst voor van Lida Kersten, vriendin en oud collega van Pero en Margarita Mena en Juan Heinsohn-Huala droegen beide een gedicht voor van Pero.

Op het open podium Piet Hardendood (initiatiefnemer van Dichterskring.nl) met eigen poëzie en Jelle Ravestein op met zijn poëzie.

De muziek werd verzorgd door Ágabága, een duo (gitarist en zangeres) uit Hatvan Hongarije.

Hieronder de foto’s van een geslaagde middag ( van Jan Buijse en Wouter van Heiningen)

.

2014-09-14 14.38.23

 

PP2

 

PP3

 

2014-09-14 13.52.18

 

2014-09-14 14.05.59

 

PP6

 

2014-09-14 14.19.27

 

2014-09-14 14.42.27

 

2014-09-14 15.13.28

 

Poëtische kunst of kunstzinnige poëzie?

Shirin Neshat

.

Shirin Neshat (1957) is in Iran geboren en vluchtte na de revolutie aldaar naar de Verenigde Staten. Shirin Nesha. Tegenwoordig woont ze in New York met haar vriend, de Iraans-Amerikaanse filmer Shoja Y. Azari. Centraal in het werk van Shirin Neshat staat de Iraanse vrouw. Ze combineert tekst met beeld vanwege de relatie tussen de inhoud van die twee. De tekst fungeert in haar werk als een stem om de stereotype negatieve beelden en de slachtofferrol van Iraanse vrouwen aan de kaak te stellen. Veel van de teksten zijn poëziefragmenten van een beroemde Iraanse dichteres, wiens geschriften handelen over de ervaringen van de vrouw in de Iraanse cultuur. Andere teksten die Neshat in haar werk gebruikt, zijn religieus van aard en gaan over het verlangen van Iraanse vrouwen om deel te nemen aan de revolutie. Shirin Neshat  werd in 1957 geboren in Qazvin, een stadje in het noordwesten van Iran waar haar vader arts was. Net als haar vier broers en zusjes ging ze op haar zeventiende voor haar studie naar het buitenland. Vanaf 1974 woonde ze bij familie in Los Angeles en volgde aan de Berkeley Universiteit een opleiding voor beeldend kunstenaar. Ze gaf het schilderen op toen ze begin jaren tachtig met haar toenmalige vriend in New York een non-commerciële galerie begon, The Storefront for Art and Architecture.

.

Over het gebruik van poëzie in haar werk zegt ze: “I feel the use of poetry is particularly apt because literature has historically played a major part in the struggle against political repression.”

De onderstaande foto’s komen uit de serie “Unveiling” (1993-1997). Om dit werk te kunnen maken deed Neshat een chador aan. Ze fotografeerde de delen van haar lichaam die niet werden bedekt door de chador; haar handen, haar ogen en haar voeten. Deze delen beschreef ze met hedendaagse liefdes poëzie uit Iran.

.

hand

ogen

voeten

shirin-neshat-1

 

Met dank aan Frans Roesink
%d bloggers liken dit: