Site-archief

Albatros

Charles Baudelaire

.

Een van de redenen (er zijn er verschillende) waarom ik graag in tweedehandsboekenwinkels en kringloopwinkels op zoek ga naar dichtbundels is dat deze altijd eerder in iemands bezit zijn geweest. Meestal zie of merk je daar niks van maar regelmatig kom ik krantenknipsels, uitgeknipte recensies, analyses van gedichten en gekriebel in de kantlijn terug in deze bundels. Wat ik daar zo leuk aan vind is dat je kan zien dat de bezitter of lezer van zo’n bundel echt de moeite heeft genomen om de gedichten te lezen en tot zich te nemen.

Zo herinner ik me een bundel waar enkele A4tjes in zaten met getypte aantekeningen die voorzien waren van commentaar door een hoogleraar (Nederlands vermoed ik). De bundel ‘Natuur zal kunst nooit blijvend evenaren’ De westeuropese poëzie in honderd gedichten uit 1990, samengesteld door Peter Verstegen, is een bundel die ik ooit kocht en volstaat met handgeschreven aantekeningen in potlood. Op deze manier is het voor mij mogelijk niet alleen de gedichten te lezen (van alle grote West-Europese dichters in de eigen taal en in vertaling) maar tegelijkertijd aan de hand van de aantekeningen van een eigenaar van deze bundel te kijken of ik het eens ben met wat er bijgeschreven is, of ik het begrijp en wat het mogelijk toevoegt aan het gedicht.

Bij het gedicht ‘De albatros’ of L’albatros zoals het in het Frans luidt, staan verschillende zinnen en woorden geschreven. Sommige van die aantekeningen kan ik heel goed plaatsen (spotters = scheepsvolk, gewoon volk en Urenlang met schip meevliegen = metafoor) maar er zijn er ook waarvan ik geen soep kan koken. Zoals in de eerste zin bij het woord verveling. Daar staat met een pijltje = dieptriest. Wat er dieptriest is aan verveling is me een raadsel maar het houdt me gedurende het lezen van het gedicht wel bezig.

In de tweede zin van de tweede strofe is bij het woord ‘azuur’ geschreven: blauw, hemel, vorst van de hemel} metafoor wat ik dan wel weer kan plaatsen.

In de laatste zin bij het woord reuzenwieken staat dan weer een pijltje met daarbij: hoge poëzie, creativiteit. De algemene conclusie van de aantekeningenmaker luidt: Beeldspraak: schrijver die zich omringt voelt door suffe burgers. Van dit soort aantekeningen word ik heel blij maar misschien is het wel een afwijking van me. Hoe dan ook, voor wie nu pas echt nieuwsgierig is geworden hier het gedicht van Charles Baudelaire (1821-1867) uit zijn bundel ‘Les Fleurs du Mal’  uit 1857 in vertaling van Peter Verstegen.

.

De Albatros

.

Vaak vangt het scheepsvolk, om verveling te verdrijven,

De vogel albatros die op zijn wieken wijd,

Als lome reisgenoot, elk schip nabij kan blijven

Dat over het bitter diep der oceanen glijdt.

.

Maar amper dwingt men hem om op het dek te landen,

Of deze vorst van het azuur sleept gelijk twee

Peddels zijn vleugelpaar, groot en wit, als een schande

Grotesk en zielig aan weerszijden met zich mee.

.

Gevleugeld reiziger, nu krachteloos, onhandig!

Komiek en lelijk nu, vroeger een lust voor ’t oog!

De een brandt met een pijp zijn snavel en de ander

Aapt hinkend het onmachtig dier na dat eens vloog!

.

De Dichter is gelijk die prins der hemelkringen,

Hij die met storm verkeert, lacht elke schutter uit;

Verbannen aan de grond, waar spotters hem omringen,

Wordt hij door reuzenwieken in zijn gang gestuit.

.

Reisgenoten

20 jaar poëzietijdschrift Awater

.

In 2002 richtte Gerrit Komrij, destijds Dichter des Vaderlands, het poëzietijdschrift Awater op. Een tijdschrift om de Nederlandstalige poëzie toegankelijk te maken voor een breed publiek. Nu, 20 jaar later, komt Awater met een bloemlezing van dichters die de afgelopen 20 jaar aan het tijdschrift hebben meegewerkt. De bloemlezing is getiteld ‘Ik vond vele reisgenoten’ en ik kreeg hem bij mijn abonnement op dit tijdschrift met het zomernummer van 2022 meegestuurd.

De bundel wordt ingeleid door Myrte Leffring en bevat 20 gedichten van bekende dichters die een gedicht schreven rond het thema ‘Ik zoek een reisgenoot’ het motto van het gedicht ‘Awater’ van Martinus Nijhoff uit 1934 (waar het tijdschrift naar vernoemd is). Zoals op het achterflap te lezen staat is het resultaat een rijk scala aan poëtische bestemmingen, met de nodige obstakels én prachtige uitzichten onderweg.

Als er voor mij één ding blijkt uit deze jubileumbundel dan is het dat de poëzie in Nederland (en de andere Nederlandstalige gebieden) leeft en veelzijdig is en dat er voor een poëzietijdschrift altijd ruimte is. Wat mij betreft op naar het volgende jubileum.

Onder de deelnemende dichters in de jubileumbundel grote bekende dichtersnamen en een enkele wat minder bekende. Ik koos voor het gedicht ‘Een wat langere reis’ van Jan Glas (1958) een Gronings beeldend kunstenaar, schrijver, dichter, zanger, fotograaf en redacteur van het Groningse tijdschrift Krödde. Ik koos dit gedicht omdat de laatste strofe mij heel erg deed denken aan het gedicht ‘Mannenman’ dat ik schreef in 2013.

.

Een wat langere reis

.

Voor een wat langere reis zoek ik gezelschap.

Een ezel. Een met harde hoefjes. Sterk, koppig en lief.

.

Een metgezel om de bevroren uren in te halen.

Om samen op te trekken door ons laagland

en te krabbelen in de bergen over steile paadjes

langs geïsoleerde dorpen waaruit rook kringelt.

Af en toe iets zeggen.

.

Wat ik te bieden heb, ik val met de deur in huis:

ik ben een truffel, opgegraven door een varken.

Heb slanke handen en haal honden aan. Een eenling

.

met weinig ambities. Ik hoef geen man te zijn.

Ik wil er eentje spelen.

.

Ik had als kind een huis en haard

Willem Wilmink en Jean Pierre Rawie

.

Ter gelegenheid van Willem Wilminks (1936 – 2003) zestigste verjaardag in 1996 maakte dichter Jean Pierre Rawie een sprekende en eigenzinnige keuze uit het omvangrijke oeuvre van dichter Wilmink. Na zijn dood in 2003 voegde hij nog enkele gedichten toe uit zijn latere werk. Die bundeling van gedichten verscheen in de jaren daarna in vele drukken bij uitgeverij Prometheus met als titel ‘Ik had als kind een huis en haard’ .

Ik bezit een versie uit 2010, een negende druk, wat iets zegt over de populariteit van Willem Wilmink als dichter en liedjesschrijver. Wilmink zelf maakte geen onderscheid tussen zijn liedjes en gedichten en stond daarmee in een grote, zij het bij ons ongewone, traditie, die teruggaat tot de middeleeuwen. Wilmink zelf beschouwde de verzameling van Rawie als de mooiste bloemlezing die iemand ooit uit zijn werk had gemaakt.

Uit de bundel koos ik het gedicht dat me om de een of andere reden erg aansprak getiteld ‘ Oude mensen’ .

.

Oude mensen

 

Ze hebben honderd rimpels

en ze hebben grijze haren

en ouderwetse dingen

die ze altijd maar bewaren.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze hebben snoepjes bij zich

om aan kinderen te geven,

daar moeten ze naar zoeken,

dus dan wacht je nog maar even.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze slapen nog maar kort, hoor,

dus ze worden heel vroeg wakker.

Ze gaan een praatje maken

met de slager en de bakker.

Oude mensen, oude mensen.

.

Ze willen graag vertellen

over heel erg lang geleden,

toen ’t zo koud was in de winter,

toen er nergens auto’s reden.

Oude mensen, oude mensen.

 

Kinderen, weet je wat zo gek is

aan dit grappige verhaal?

Over dertigduizend nachtjes,

dan zijn jullie allemaal

oude mensen, oude mensen.

.

Italiaanse dichter

Europa

.

Ik realiseerde me dat ik op dit blog eigenlijk weinig over Italiaanse dichters heb geschreven, toen ik de bundel ‘Olijven en zilveren populieren’ tegen kwam in een stapel boeken die al een tijd naast mijn bureau stond. Deze bloemlezing uit 1960 van de ‘Moderne’ Italiaanse lyriek werd in Den Haag uitgegeven door uitgeverij L.J.C. Boucher, ingeleid door Giacomo Prampolini en van Nederlandse vertalingen voorzien door Catharina Ypes.

In de bundel staat een overzicht van, in 1960, als modern geldende dichters uit Italië, dichters geboren tussen 1876 en 1924. Feitelijk dus in alle gevallen inmiddels overleden dichters. Een van de meest recent geboren en overleden dichters die vertegenwoordigd is in de bundel, is de dichter Franco Fortini (1917 – 1994). Naast dichter was Fortini schrijver, vertaler, essayist, literair criticus en marxistische intellectueel.

Van 1964 tot 1972 gaf hij les op middelbare scholen en vanaf 1976 bekleedde hij de leerstoel Literaire Kritiek aan de Universiteit van Siena . Gedurende deze periode had hij aanzienlijke invloed op jongere generaties die op zoek waren naar sociale en intellectuele verandering. Hij werd beschouwd als een van de belangrijkste intellectuelen van Italiaans Nieuw Links. Fortini werd geassocieerd met enkele van de belangrijkste Europese schrijvers en intellectuelen, zoals Sartre , Brecht , Barthes en Lukács en hij vertaalde werken van grote dichters, schrijvers en intellectuelen als Goethe , Brecht, MiltonProustKafka, FlaubertGide en vele anderen.

Als je dit rijtje zo ziet zal het niet verbazen dat een van de gedichten die is opgenomen in deze bundel als onderwerp en titel ‘Europa’ heeft. In een week waarin bekend is geworden of het Verenigd Koninkrijk Europa via een (no deal) Brexit gaat verlaten, leek me dit wel een passend gedicht.

.

Europa

.

Lang zullen wij door de ramen kijken naar de lichten en de losplaats

van een station in de nacht, waar een zwijgende menigte is

van slapenden en van doden uit andere winters.

.

De hand heeft de hand verloren en het voorhoofd is gezonken,

het hart heeft het trage hart verlaten. De schildwachten

lopen in de sneeuw voortdurend op en neer.

.

Verlaat ons niet, o slaap, de laatste schim van onszelf,

tot de dag verrijst die de gezichten wakker zal maken,

tot die zelfde dag schreeuwt, als hij de doden herkent,

.

en de ijskoude hand wordt bedekt met vurige tranen.

.

Koffie in de hemel

BBC books

.

Eind vorige eeuw gaf de BBC met haar boeken divisie een aantal dichtbundels uit onder de serie naam ‘The Nation’s Favourite’. De serie begon met ‘The Nation’s Favourite Poems’ en in de volgende jaren verschenen delen over Poems of Celebration, Poems of Childhood, Love Poems, Poems of Desire, Poems of Journeys maar ook Comic Poems.

Het idee erachter was even simpel als geniaal. Je schrijft een prijsvraag uit onder je luisteraars (BBC radio) en die vraag je naar hun meest favoriete gedicht, liefdesgedicht, reisgedicht, kindergedicht etc etc. Alle inzendingen tel je bij elkaar op en de meest gekozen gedichten publiceer je in een dikke bundel. Tijdens een vakantie in Engeland heb ik er vier weten te bemachtigen (Poems, Love Poems, Comic Poems en Poems of Journeys).

Het voorwoord van The Nations Favourite Comic Poems is geschreven door de Welsh komiek, auteur, actuer en presentator Griff Rhys Jones van het legendarische comedy duo ‘Smith and Jones’ dat in de jaren ’80 van de vorige eeuw furore maakte met hun televisieshow ‘Alas Smith and Jones’ waarin taboe doorbrekende sketches vaak op niet zo fijnzinnige wijze werden vertoond. Inmiddels is Griff Rhys Jones zeer gewaardeerd, zo ontving hij eredoctoraten aan verschillende universiteiten in het Verenigd Koninkrijk.

In ‘The Nation’s Favourite Comic Poems’ staat een gedicht van John Agard op de eerste plaats, getiteld ‘Coffee in Heaven. Over dichter John Agard (1949) schreef ik nog niet zolang geleden https://woutervanheiningen.wordpress.com/2020/06/27/listen-mr-oxford-don/.  Uit  Alternative Anthem: Selected Poems (Bloodaxe, 2009). Het gedicht is zo toegankelijk dat het zelfs in The Children’s Poetry Archive is opgenomen.

.

Coffee in Heaven

.

You’ll be greeted
by a nice cup of coffee
when you get to heaven
and strains of angelic harmony.

.
But wouldn’t you be devastated
if they only serve decaffeinated
while from the percolators of hell

.
your soul was assaulted
by Satan’s fresh espresso smell?

.

Moeders en roken

Dubbel-gedicht

.

Toen ik in de bundel uit 1999 ‘Familie duurt een mensenleven lang’ De honderd mooiste Nederlandstalige gedichten over vaders, moeders, dochters en zonen, samengesteld en ingeleid door Menno Wigman, het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg las, deed het me denken aan een gedicht dat ik ooit las van Nannie Kuiper. Na enig zoeken (waar vind je die tussen zovele andere bundels) kwam ik hem tegen. Het betreft hier de bundel ‘Ik heb alleen maar oog voor jou’ een bundel gedichten voor jongeren en volwassenen.

Opvallend genoeg hebben beide gedichten niet 1 maar 2 overeenkomsten. Ze gaan beide over een moeder en beide over roken. Het gedicht ‘Moeder’ van Gerrit Achterberg is genomen uit de bundel ‘Verzamelde gedichten’ uit 1991 en het gedicht ‘wat is ze kwaad’ van Nannie Kuiper is uit 1997.

.

Moeder

.

Ik zat met moeder aan de haard. zij breide

en ik deed niets dan sigaretten roken.

Ze zei; Jongen, je moet niet zoveel roken;

Je moet er vanaf morgen mee uitscheiden.

.

Ik ben het haardvuur nog wat op gaan stoken;

horende hoe het zachtjes in mij schreide,

omdat het niet kon worden uitgesproken,

wat zich vlakbij voor eeuwig wou bevrijden.

.

wat is ze kwaad

.

wat is ze kwaad

mijn moeder

nu ze net

ontdekt heeft

dat ik peuken rook

in bed

.

en in haar handen

ligt mijn nachtrust

tussen al die

stukjes sigaret.

.

Zij komt

Jacques Perk

.

Soms lees je een gedicht van lang geleden en dan kun je daar heel blij van worden. Het Nederlands van 100 jaar geleden is zo anders dan het moderne Nederlands. Als je kijkt naar het woordgebruik, de grammatica, en de zinsbouw valt er veel te genieten. Jacques Perk (1859 – 1881) leefde maar kort maar liet een aantal prachtige gedichten na, in 1882 postuum uitgegeven door Carel Vosmaer en Willem Kloos. De hierbij gepubliceerde inleiding van Kloos zou de geschiedenis ingaan als het manifest van de Beweging van Tachtig; daarbij had Kloos de volgorde van Perks gedichten niet gehandhaafd en er vele eigenmachtige veranderingen in aangebracht. Garmt Stuiveling verzorgde in 1941 een authentieke editie van de Mathildecyclus aan de hand van Perks handschriften. In 1957 gaf hij Perks ‘Verzamelde gedichten’ uit.

Mijn exemplaar uit 1962, is uitgegeven als Vlaamse Pocket in ‘Poëtisch erfdeel der Nederlanden’ als herdruk van de ‘Verzamelde gedichten’ uit 1957. Uit deze bundel koos ik voor het gedicht ‘Zij komt’ terwijl we nu, aan het begin van de herfst zouden moeten spreken van ‘zij gaat’, de zomer als bedoeld in dit gedicht.

.

Zij komt

.

Gij berken, buigt uw ranke loovertrossen!
Strooit, rozen, op het zand èn sneeuw èn blad!
Gij, zwaatlende olmen, nijgt u naar het pad,
En kust den dauw van sidderende mossen!
.
En, snelgewiekte liederen der bosschen,
Stemt aan èn zang èn lof! En, klimveil, dat
Den slanken, diep-beminden beuk omvat,
Druk hechter aan de twijgen u, de rossen!
.
Voorzegger, die u zelven roept, o, kom,
En roep uw ‘koekoek’ duizend blijde keeren,
En fladder aan, vergulde vlinderdrom!
.
Zij zweeft hierheen, die zon en zomer eeren:
De lof van hare schoonheid klinke alom,
Waar zon en zomer te beminnen leeren!
.
.

Don Juan Lul

Lévi Weemoedt

.

Schrijver en dichter Lévi Weemoedt (1948) pseudoniem van Izaäk Jacobus van Wijk is één van die dichters die iedereen wel kent en waarvoor veel mensen een zwak hebben. Misschien komt dat door de toon in zijn gedichten, deze zijn van een ongebreidelde zelfspot en liefde voor taal die je eigenlijk verder alleen maar tegen komt bij Hans Dorrestijn en ook wel bij Midas Dekkers. Mede dankzij schrijver en columnist Özcan Akyol (1984) is er nu na jaren (de laatste bundel was van 2014) weer een nieuwe dichtbundel van Lévi Weemoedt getiteld ‘Pessimisme kun je leren’ waarin Akyol een keuze heeft gemaakt van de mooiste versjes uit het werk van deze fijne dichter.

In deze bundel veel korte geestige en treurige gedichten en het gedicht ‘Don Juan Lul’ waarvan Akyol schrijft in zijn inleiding op de bundel: “Het gedicht ‘Don Juan Lul’ tors ik al ruim een decenium ingelijst met me mee naar de verschillende huizen die ik heb bewoon. Nu hangt het pontificaal in onze woonkamer. In al zijn eenvoud schetst het een beeld van iemand die ogenschijnlijk alles al heeft opgegeven. In werkelijkheid is het de taal die hem overeind houdt.”

.

Don Juan Lul

.

‘k Kan niet lezen en niet schrijven.

‘k ben de langzaamste in vlijt.

Maar het allerdroevigst ben ik

in sociale vaardigheid.

.

Nooit kan ik iets leuks verzinnen!

Sta ik voor een mooie meid,

ach, dan schiet mij slechts te binnen

dat ik dood wil. Heel de tijd.

.

Proces

Dirk Kroon

.

In mijn boekenkast staat als een waar pronkjuweel de prachtige dichtbundel ‘Op de hoogte van de vogels’ van Dirk Kroon (1946). In deze ruim 600 pagina’s tellende bundel staan de verzamelde gedichten van deze Rotterdamse dichter tot en met 2016 (vanaf 1968). Een prachtige bundel want boordevol gedichten maar ook door de zorg en de kwaliteit waarmee deze verzamelde gedichten bijeen zijn gebracht en ontsloten.

Na een inleiding op het werk van Dirk Kroon door Leo van de Wetering volgen vele gedichten, een biografie, een verantwoording, een bibliografie en een index op alle gedichten. De gedichten zijn niet alleen de gedichten die in bundels verschenen maar ook elders zoals in literaire tijdschriften en dergelijke.

Iets kiezen uit zoveel moois is nooit eenvoudig. Ik heb daarom het boek ergens opengemaakt en ben gewoon gaan lezen tot ik een gedicht tegenkwam dat ik heel bijzonder vind. In dit geval is dat het gedicht ‘Proces’ geworden, een gedicht over het schrijfproces, dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Dagelijks despoot’ uit 2013.

.

Proces

.

Schrijven – het is tijdelijk

verblijven in een huis van stilte,

een doorwaakte nacht doorbrengen

en voor het ochtendgloren uitzien

naar tekens van het eerste licht.

.

Het is afgedwongen liefde

op het laatste gezicht,

het worden alles belovende ogen.

.

En dan het hoofd neerleggen

totdat bij een vreemd ontwaken

een onbeschreven leegte je vervult.

.

Het zijn uiteindelijk

de levenslange uren

dat je op de ander wacht

die als een laatste oordeel

plotseling je woorden uitspreekt.

.

 

Vrij

Jacques Perk

.

Ik kwam er achter dat ik in de duizenden blogberichten die ik in de afgelopen 12 jaar op dit blog plaatste, nog geen enkele keer iets van de dichter Jacques Perk heb geplaatst. Jacques Fabrice Herman Perk (1859 – 1881) was een belangrijke Nederlandse dichter die echter maar kort leefde. Hij overleed al op 22-jarige leeftijd door een longaandoening, na een kort ziekbed.

Zijn sonnettenkrans ‘Mathilde’ (in zijn geheel te lezen op: https://www.dbnl.org/tekst/perk003gedi04_01/ ), uitgegeven door Willem Kloos, vormde de opmaat voor de vernieuwende Beweging van De Tachtigers in de Nederlandse literatuur. Perks beeldende natuurlyriek, vooral in de vorm van het sonnet, waarin hij, onder invloed van de Engelse dichter Shelley, ingrijpende vernieuwingen toepaste, behoort tot het beste dat op dit gebied in het Nederlands is geschreven en heeft belangrijke invloed gehad op de poëzie van later tijd.

Perks Gedichten werden postuum uitgegeven door Carel Vosmaer en Willem Kloos. De hierbij gepubliceerde ‘Inleiding’ van Kloos zou de geschiedenis ingaan als het manifest van de Beweging van Tachtig; daarbij had Kloos de volgorde van Perks gedichten niet gehandhaafd en er vele eigenmachtige veranderingen in aangebracht. Garmt Stuiveling verzorgde in 1941 een ‘authentieke’ editie van de Mathildecyclus aan de hand van Perks handschriften. In 1957 gaf hij Perks ‘Verzamelde gedichten’ uit.

Jacques Perk overleed op 22 jarige leeftijd op het punt van doorbreken als dichter (door Carel Vosmaer werd hij in de Spectator zelfs met Dante vergeleken kort voor zijn dood) aan een abces aan zijn longen. Hij werd begraven op de Nieuwe Oosterbegraafplaats (vak 1 nr. 19) waar ook zijn vader later is zou worden bijgezet. In La-Roche-en-Ardenne staat een herdenkingsmonument voor Jacques Perk en zijn vader Marie Adrien Perk ( die in 1882 een bundel anekdotes en legendes over deze stad publiceerde). Dit was de eerste ‘reisgids’ die verscheen over La-Roche-en-Ardenne waarna de Nederlanders in toenemende mate de stad bezochten. Dit was ook de plek waar Jacques Mathilde ontmoette waar hij zijn sonnettenkrans naar zou noemen en aan zou wijden. Uit deze sonnettenkrans het gedicht ‘Vrij’. Op bevrijdingsdag een toepasselijke titel leek me.

.

Vrij

De lauwe wind zweeft aan op loome zwingen
En spartelt door de loovers der abeelen,
Die ritselend de zonnestralen streelen,
En ’t water en zijn hellen glans bezingen.
Hoor! hoe in ’t veld de leeuweriken kweelen!
In de’ oofthof, waar de geuren ’t al doordringen,
Daar zwerven met haar mee de zwervelingen,
De vlinders, die om bloem en bezie spelen.
Mijn ziele zwerft als zij, maar kan niet vinden.
Zij ziet, hoe alles zich door iets voelt binden,
En voelt zich vrij…. De rijpe vrucht, gespleten,
Bij ’t smakken in het zand, is vrij. We ontvangen
Den dood, terwijl we ’t vrije Zijn erlangen:
Ik kan, ik kán Mathilde niet vergeten!
.
.
%d bloggers liken dit: