Site-archief

Nu hoort gij mij misschien

Coert Poort

.

De in Rotterdam geboren dichter Coert Poort (1922 – 2004). Woonde drie jaar in India (Bombay) en een jaar in Indonesië (Medan). Hij debuteerde in 1953 met ‘Twee gedichte’n, waarin details uit de werkelijkheid op hallucinerende wijze worden uitvergroot waardoor hun essentie voor de waarnemer aan het licht komt. Een van de centrale thema’s in de poëzie van Poort is de geboorte als grondslag voor het `ik’.

In 1970 verscheen van Poort bij Uitgeversmaatschappij Holland de bundel ‘Gedichten’ waarin gedichten zijn opgenomen uit de bundels ‘Een kleine dag voor mijzelf’, ‘De koning van Wezel’, ‘Mannenwerk’ en ‘Zonder omslag’. C. Ouboter schreef over deze verzamelbundel: ‘Terwijl de voornaamste tendens in onze westerse cultuur expansief is, staat de poëzie van Coert Poort in een tegengesteld teken van versobering en zelfs verijling, van inkeer tot een begin: een geboorte in een huis van bewaring’.

Een andere criticus Anton B. Lam schreef over Poort: Voor Poort is de poëzie een gebeuren, waarin niet de dichter het woord voert, maar waarin de taal zich, in haar volle openbarende kracht, aan de dichter – en via hem aan de lezer – meedeelt en voltrekt.

Uit de bundel met verzamelde gedichten koos ik voor een vroeg gedicht van Poort met de titel ‘Nu hoort gij mij misschien’ dat oorspronkelijk verscheen in ‘Een kleine dag voor mijzelf’ uit 1955.

.

Nu hoort gij mij misschien

.

Nu hoort gij mij misschien

gaan door het leven

door een deur

zoals huizen mij horen

eenmaal of honderdmaal op een dag

zoals zij mij beter horen

dan ik zelf

ik strijk vuur in het donker

ik streel een huid tegen de zin

ik blaas averechts op een fluit

ik schop stenen tegen de hellingen op

ik zwem rond in de lange rivier

ik wacht in de voortsnellende treinen

ik praat maar wat tegen de zon

ik geef mijn kinderen terug aan God

tegen de wind

ik steek langzaam de nacht over

ik paasser de stilte

langs de wegen verlaat ik het land

langs de zeeën verlies ik het water

ik ga tussen mijn woorden door

om bij u te zijn.

.

Maan

Nes Tergast

.

De Haagse Nes Tergast (1896 – 1974) was makelaar, dichter en kunstcriticus. Zijn echte naam was Albert Ernest Bruno Johannes en hij werd geboren in Java. Onder het pseudoniem Bruno van Nes werkte hij aanvankelijk met poëzie mee aan ‘Werk’ (1939). In 1940 verscheen de bundel ‘Glas en schaduw’, samengesteld uit de poëzie voor ‘Werk’ en het tijdschrift ‘Criterium’. Pas geruime tijd na de tweede wereldoorlog verscheen opnieuw poëzie in de bundel ‘Het moederland’ (1949), waarin zijn geboorteland Indonesië een belangrijke evocatieve rol speelt. Daarna volgden nog twee bundels gedichten: ‘Deliria’ (1951) en ‘Werelden’ (1953). De hem voor deze poëzie toegekende Jan Campertprijs 1955 weigerde hij. (Bron: DBNL.org).

De poëzie van Tergast kun je modern noemen zowel qua inhoud als qua vormgeving. Zijn werk sluit aan bij dichters als René Char, Prévert en Cummings. Onderstaand gedicht ‘Maan’ verscheen in Maatstaf.

.

Maan

.

Lach in de torens van mijn bloed

De weerhaken van je topazen rust

.

Zing de staalblauwe speren van je huid

In het weerbarstig huis van mijn gedachten

.

Ruk de vier windstreken van mijn verlangen

Met het stilet van je gebaar aan flarden

.

Dans in mijn ogen die op slapen staan

Nog enkele flitsen uit het ingewand

Van het hiernamaals over

.

O maan maanzieke maan

Die in de spiegel naast mij slaapt

Die achter in mijn dromen naast mij slaapt.

.

maan

 

 

Dichter van de Antillen

Changa Hickinson

.

Vanuit Trinidad en later Nederland ging Changa Hickinson  in de jaren ’80 van de vorige eeuw in Sint Maarten (Nederlandse Antillen) wonen, en het is hier dat zijn eerste boek, Illegal Thruth werd gepubliceerd in 1991. Zijn werk is ook te vinden in een bloemlezing van schrijvers uit  Sint Maarten. Daarnaast toerde Hickinson met Winternachten in Indonesië en de Nederlandse Antillen. Het multiculturele aspect van het eiland staat centraal in zijn werk, waarin hij het diverse en soms eigenzinnige karakter van het eiland beschrijft. Hij staat bekend om zijn voordrachtskunst, om de overdonderende stijl van zijn poëzie die hij op verschillende culturele evenementen ten tonele brengt en om zijn geloof, het Rastafari. Changa is niet alleen dichter, hij ontpopt zich ook als acteur. Tevens is hij actief als vakbondsmedewerker: hij heeft zich opgeworpen als organisator van de organisatie van buschauffeurs in het zuiden van Sint Maarten. De grote opkomst van bus- en taxichauffeurs bij de centrale TourMap transport vergadering in 2005 was mede aan hem te danken.

Van zijn hand het gedicht: Raffia

.

Raffia

While wicked rule
An’ righteous labor
Freedom fighters planning
While masses sweat red
Fe daily white bread
Freedom fighters training
While govament promising
An’ opposition lapsin
Freedom fighters surveyin
While students graduatin
An’ wuk not forthcomin
Urgency steamin/livin/tensin
While congregation rejoycin
Syn/a/gog/ues gamblin
collection missin
Preachers bles/sin
Elites toastin
Cocktails of henbane
Freedom fighters advancin
Like Afrikan drum beat
Warrior charge form ancient graves
An’ modern beliefs
In offensive defence
Of I an’ I.

.

Changa Hickinson

Gedichten aan de lijn

Zug, Zwitserland

.

Nu het bijna 2014 is en weer een heleboel mensen aan de lijn gaan doen dacht ik, laat ik eens over gedichten aan de lijn schrijven.

In het Zwitserse plaatsje Zug werd in 2011 door Sigit Susanto en Lisa Palak, de stadspromotor het idee uitgewerkt om in de zomer, wanneer iedereen naar het meer komt (Zug ligt aan het meer van Zug) gedichten aan lijnen op te hangen. Deze lijnen werden gespannen tussen bomen en in twee categorieën verdeeld; volwassenen gedichten en kindergedichten.

Op hard kartonnen borden staan teksten als: Neem een gedicht, Schrijf een gedicht, Lees een gedicht en Luister naar een voorgedragen gedicht. De gekozen gedichten waren onder andere van Georg Trakl, Hölderlin, Theodor Storm en Goethe. Daarnaast werden een aantal Indonesische gedichten opgehangen (zowel in het Schwizerdütsc als in het Bahasa Indonesia) van onder andere Desdemona Casio, Dadan S. Sanusi, Hoo Jan d’Ras, Iswadi Pratama, Elnisya Mahendra en Ally Dalijo.

Hieronder een voorbeeld van Iswadi Pratama.

.

Pulang

Jangan kau semprotkan parfum pada baju-baju itu
Ia telah tergantung dibalik pintu, sudah lalu
Aku tak mau kehilangan bau keringatku

Tolong matikan televisi
Supaya ada sunyi
Supaya terdengar keluh meja dan kursi
Aku ingin mengenangkanmu pada bunyi
air di kamar mandi, kecut ketiak
atau nasi basi di dalam rak

Dan kau bisa mengingatku
pada derit engsel di pintu kamar
Atau dengus nafas yang tak sabar

Ya, Aku sudah pulang
Lubang hitam di kepalaku makin dalam
Kau rumah dibatas kelam

.

lijn

lijn2

lijn3

lijn4

Meer informatie over het hele project op http://jaz-zug.ch/einblicke/gedichte-pfluecken-11/
%d bloggers liken dit: