Site-archief

Dichter aan huis

Simon Vinkenoog

.

In de kringloopwinkel kocht ik een paar bundels van ‘Dichter aan huis’. De manifestatie ‘Dichter aan Huis’, die in 1991 als een éénmalige gebeurtenis was bedacht, en in 1993 nog eens éénmalig werd herhaald, was een dermate groot succes dat de organisatie er wegens succes een tweejaarlijkse traditie van maakte. Tijdens Dichter aan Huis 1991 bleek dat veel poëzie zich er heel goed voor leent om in kleine, huiselijke kring te worden voorgelezen. Er ontstonden heel verrassende confrontaties van dichters en publiek. De locaties, particuliere huizen, met hun gevarieerde architectuur en interieurs, hun uiteenlopende typen bewoners en de zeer verschillende wijzen van ontvangst van het publiek, gaven dit poëzieweekend een uniek karakter. Dichter aan huis zou 11 edities kennen (tot en met 2011) en kreeg in 2016 een herstart. In 2017 echter werd de stichting ‘Dichter aan huis’ opgeheven.

De vijftig huizen van waaruit de dichters voordroegen bevinden zich verspreid over Den Haag maar vooral in de oude binnenstad, in het Bezuidenhout en het Benoordenhout, in de Vogelwijk, rond het Sweelinckplein en in het Statenkwartier. Ik herinner mij, begin deze eeuw dat er ook bij mijn overburen een dichter kwam voordragen en dat dat toen nogal wat belangstellenden trok.

Gelukkig zijn er de bundels nog, zoals ook de bundel van de 2001 editie, toen met dichters als Rutger Kopland, Gerrit Kouwenaar, Hanny Michaelis, Neeltje Maria Min, Ilja Leonard Pfeijffer, Jean Pierre Rawie, Jan Wolkers, Bart Chabot, Carla Bogaards en Simon Vinkenoog (en nog 40 anderen!). Uit de bundel koos ik voor het gedicht ‘Niets dan goeds’ van Simon Vinkenoog.

.

Niets dan goeds

.

Niets dan goeds

onder woorden brengen

niets dan goeds

op je kerfstok hebben

niets dan goeds

als metgezel

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

tranen drogen

honger stillen

dorst lessen

.

pijn doen verdwijnen

honger uit de wereld helpen

.

-maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

kwaad bestrijden

twisten laten betijen

oorlogen doen wijken

vriendschappen sluiten

eigen taken kwijten

.

-niets dan goeds

maar ik wist niet wat

noch wist ik hoe

.

Niets dan goeds wens ik de wereld toe

levenskrachtig levensmoe tot daden geleid

of aan het einde van de strijd

in een tartende tussentijd

.

uit de hoorn des overvloeds

niets dan goeds

in de toekomende tijd

.

Advertenties

Dreamsong 14

John Berryman

.

De Amerikaanse dichter en schrijver John Berryman (1914 -1972) brak met zijn poëzie door in 1956 met ‘Homage to Mistress Bradstreet’, een dramatische monoloog waarin hij zijn bewondering uitspreekt voor Anne Bradstreet (1612 – 1672), ook wel de ‘eerste Amerikaanse dichteres’ genoemd. Berryman begon overigens al veel eerder met het schrijven van poëzie in de jaren dertig van de vorige eeuw. In de jaren veertig publiceerde hij een aantal bundels; ‘Poems’ in 1942 en ‘The Dispossessed’ in 1948 maar die sloegen niet meteen aan bij het grote publiek.

In 1965 won hij de Pulitzerprijs voor de bundel ’77 Dream Songs’. Berryman wordt wel gerekend tot de school van de ‘confessional poetry’. Dit is poëzie van ‘het persoonlijke of het ik’, die autobiografisch is en waarin vaak taboe onderwerpen worden behandeld als seksualiteit, geestesziekte en zelfmoord. Berryman is duidelijk verwant aan Robert Lowell en Anne Sexton. De humor die hij telkens weer door de behandeling van serieuze levensvraagstukken weeft werkt echter relativerend en verfrissend. In ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries, staat het gedicht ‘Dreamsong 14’ in een vertaling van Rob Schouten. Voor de liefhebbers van het originele werk ook het gedicht in het Engels.

.

Dreamsong 14

.

Leven, vrienden, verveelt. Zie je verkeerd

immers de zon straalt en de zee smacht,

wijzelf stralen en smachten

daar komt nog bij dat moeder toen ik klein was zei

(en meer dan eens) ‘Wie zegt dat-ie zich zo

verveelt ontbeert

 

een Innerlijke Bron.’ Nou: ik ontbeer

een innerlijke bron want ik verveel me dood.

Mensen vervelen me,

literatuur verveelt me, vooral grote,

Henry verveelt me, z’n ‘ja doe ik’, ‘zeker’

net zo stierlijk als Achilles

.

die mensenvriend met z’n heldengedoe,

stomvervelend.

De kalme heuvels, gin, allemaal saai gelispel

op een of andere manier

is er een hond met staart en al een eind

de bergen ingehold, de zee, de hemel

met achterlating van: mij, kwispel.

.

Dreamsong 14

.

Life, friends, is boring. We must not say so.
After all, the sky flashes, the great sea yearns,
we ourselves flash and yearn,
and moreover my mother told me as a boy
(repeatingly) ‘Ever to confess you’re bored
means you have no
Inner Resources.’ I conclude now I have no
inner resources, because I am heavy bored.
Peoples bore me,
literature bores me, especially great literature,
Henry bores me, with his plights & gripes
as bad as achilles,
who loves people and valiant art, which bores me.
And the tranquil hills, & gin, look like a drag
and somehow a dog
has taken itself & its tail considerably away
into mountains or sea or sky, leaving
behind: me, wag.

.

Grond

Antjie Krog

.

Afgelopen week kreeg ik een mail met daarin een gedicht van Antjie Krog (1952), in het Zuid Afrikaans. Reden om weer eens wat van haar te lezen. In dit geval pakte ik de ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ erbij, de vuistdikke Canon van de Europese poëzie want daarin staan een aantal gedichten van haar vertaald naar het Nederlands. Op zichzelf is het natuurlijk vreemd om Antjie Krog, die niet uit Europa komt op te nemen in de Canon van de Europese poëzie,maar deze ‘dwaling’ vergeef ik de samenstellers Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries met veel liefde. Overigens geven ze zelf in de inleiding hiervoor een reden: “Het zou belachelijk zijn om Engelse, Portugese en Nederlandse dichters op te nemen en tegelijkertijd Amerikaanse, Braziliaanse en Zuid-Afrikaanse dichters buiten te sluiten.. omdat ze elkaar allemaal hebben gelezen, diepgaand door elkaar zijn beïnvloeden deel uitmaken van dezelfde traditie, of je die Euopees noemt of anders”. Ook daar valt nog wel wat tegen in te brengen maar gelukkig benadrukken de samenstellers verschillende malen dat het hier een subjectieve verzameling betreft.

Het gedicht van Antjie Krog is in een Nederlandse vertaling, want hoe prachtig ik poëzie in het Zuid Afrikaans ook vind, in de vertaling krijg je toch altijd net iets meer mee (zeker als je het Zuid Afrikaans niet machtig bent). Daarom het gedicht ‘Grond’ dat oorspronkelijk verscheen in de bundel ‘Om te kan asemhaal’ uit 1999, hier in een vertaling van Robert Dorsman.

.

Grond

.

op bevel van mijn voorgeslacht was jij bezit

had ik taal kon ik schrijven want jij was grond mijn grond

.

maar mij wilde je nooit

hoe ik me ook uitstrekte om me neer te leggen

in ruisende blauwe eucalyptusbomen

in runderen die hun hoorns laten zakken in Diepvlei

rimpelend drinkt het trillende vel aan hun keel

in tafzijden stressen in druipend gom

in doornbloemen afgegeleden naar de leegten

.

mij wilde je nooit

mij verduren kon je nooit

keer op keer schudde je me af

duwde je me weg

grond, ik word langzaam naamloos in de mond

.

nu wordt om je gevochten

wordt bedongen verdeeld verkaveld verkocht verstolen verpand

ik wil ondergronds gaan met je grond

grond die mij niet wilde hebben

grond die nooit aan mij heeft toebehoord

.

grond die ik vergeefser dan vroeger liefheb

.

Het kleine meisje

Nâzım Hikmet

.

In de vuistdikke bundel ‘500 gedichten die iedereen gelezen moet hebben’ de canon van de Europese poëzie, samengesteld door Ilja Leonard Pfeijffer en Gert Jan de Vries staat een enorme schat aan gedichten van vrijwel elke Europese dichter die er toe doet. Vele bekende dichters en een groot aantal ( voor mij) onbekende dichters.

Zo ook de dichter  Nâzım Hikmet Ran (1901 – 1963).  Hikmet was een Turks dichter, toneelschrijver, romanschrijver, regisseur en memoires schrijver. Hij stond vooral bekend om zijn vloeiende lyrische manier van schrijven. Hij werd ook gezien als een romantische communist en romantische revolutionair. Hij werd regelmatig gearresteerd om zijn politieke ideeën en hij zat daardoor een groot deel van zijn volwassen leven in de gevangenis of buiten Turkije als politiek vluchteling. Zijn gedichten werden  in meer dan 50 talen vertaald.

In 1981 verscheen het Masereelfonds in Gent de bundel ‘Turkse gedichten’. Daar komt ook de vertaling vandaan van het gedicht ‘Het kleine meisje’ door Joris Iven en Perihan Eydemir.

.

Het kleine meisje

.

Bij zovelen klopte ik aan,

wie weet, ook bij jou misschien.

Maar doden zijn onzichtbaar,

ik kan me niet laten zien.

.

Het is nu tien jaar geleden

dat ik in Hiroshima stierf.

Ik ben een meisje van zeven,

dode kinderen groeien niet.

.

Eerst vatte mijn haar vuur,

dan verbrandde mijn ogen.

Ik werd een handvol as,

mijn bloed is vervlogen.

.

Ik vraag van jullie niets,

je hoeft niet te boeten.

Een kind dat verbrandde

kan niet eens meer snoepen.

.

Ik klop weer bij jullie aan:

geef me toch je woord van eer.

Laat de kinderen snoepen.

en doodt hen nooit meer, nooit meer.

.

Ilja Leonard Pfeijfer

Koninklijke Bibliotheek

.

Pas geleden was ik in de Koninklijke Bibliotheek en daar zag ik in de lobby dat de KB haar werk serieus neemt. Als bastion van de Nederlandse Literatuur (De Koninklijke Bibliotheek verzamelt en ontsluit alles wat er in Nederland wordt uitgegeven op papier en tegenwoordig wordt er ook heel veel aan digitalisering gedaan). Elk boek dat er wordt uitgegeven in Nederland door een uitgever wordt gevraagd een exemplaar toe te sturen aan de KB. Moet je nagaan wat een schat aan poëzie de KB in haar collectie heeft. Jaloersmakend.

Daarom was ik ook verrast en blij dat er in de lobby van de KB groot een gedicht van Ilja Leonard Pfeijffer is aan gebracht op een zuil. Daarom in het kader van gedichten op vreemde plekken (maar in dit geval dus helemaal niet zo vreemd), hier het gedicht ‘De kracht van het geschreven woord’ dat ook qua inhoud (maar dat zal geen toeval zijn) heel goed past bij deze plek.

.

Kygnos

Ilja Leonard Pfeijffer

.

In de afgelopen zomervakantie heb ik, zeer tot mijn genoegen,  de roman ‘Superba’ van Ilja Leonard Pfeijffer gelezen. Het is een bijzondere roman die ik in één ruk uitlas.  Ik kende Pfeijffer eigenlijk alleen van zijn poëzie en zijn Instagram account @iljaleonardpfeijffer,  waar hij vooral foto’s van het dagelijkse leven (in vooral Genua) met zijn volgers deelt. Superba deed me besluiten weer wat van zijn poëzie te lezen.

In 2001 verscheen van zijn hand de dichtbundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Die heb ik voor de gelegenheid maar weer eens uit mijn kast gehaald en daaruit wil ik graag een gedicht met jullie delen getiteld ‘kygnos’.

.

kygnos

.

of wringt iets? nogal log in vogelvlucht

krakeel je krijtwit schraapt je zwanenhals

ten krijgersyell je valt je dondert als

bij heldere hemel tergend uit de lucht

.

maar altijd jeukt wel iets als vliegen vliegen

op beide vleugels liegen door de lucht

wie wil niet hemeltergend helder vluchten

uit loden schoenen en een kracht bedriegen?

.

het is de klank die klinken moet de gil

van schoolkrijt op een matzwart bord een zwaan

die vallend voor het eerst ten oorlog zingt

.

het is de kriebel in de buik die wil

spijbelen van bezwaartekracht en aan

de hemel dondert klaar en liegt en klinkt

.

Het kleinste gedicht

Ultrakorte gedichten

.

Ik schreef al over het langste en het kortste gedicht ter wereld maar vandaag wil ik het over kleine gedichten hebben. In 2005 gaf uitgeverij Podium een heel aardig klein bundeltje uit met de favoriete ultrakorte gedichten van Nederland en Vlaanderen. Honderd gedichten van maximaal 5, 6 zinnen maar de meeste van maar twee zinnen.

De kracht van veel van deze ultrakorte gedichten schuilt in veel gevallen in de combinatie van de titel en de weinige zinnen die het gedicht bevat. Ik heb de, naar mijn mening, aardigste voor je op een rijtje gezet.

.

Ontroerend onhandig…

.

Ontroerend onhandig

zoals vuilnisauto’s die hardrijden

(Remco Campert)

.

Krantenkop

.

vlieg verwijt paard

dat drol niet deugt.

(Riekus Waskowsky)

.

Geen haiku

.

vlinder in de trein

mijn god dacht ik als daar maar

geen haiku van komt

(Ilja Leonard Pfeijffer)

.

Sprookje

.

Er was eens een man

die altijd rechtvaardig was.

(Herman de Coninck)

.

Het leven zelf

.

Levering van stro.

Afvoer van mest.

(Bart Chabot)

.

Voorzichtige zelfmoordpoging

.

Twee Rennies

en een kopje kruidenthee

(Ingmar Heytze)

E

En tot slot een kort gedichtje dat de bundel (ten onrechte natuurlijk) niet gehaald heeft.

.

Hoe is dat toch gekomen

van altijd blijven slapen

tot nooit meer willen zien.

(Judith Herzberg)

.

klein

Poëziebieb-app

Met zingen is de liefde begonnen

.

De Poëzieweek zit erop, iedereen die de poëzie een warm hart toedraagt heeft zich de afgelopen week of weken kunnen laven aan allerhande poëzie activiteiten , wedstrijden, uitreikingen en voordrachten. Omdat ik dagelijks de poëzie een zeer warm hart toedraag heb ik juist in de gedichtenweek geen aandacht besteed aan dit, overigens zeer toe te juichen, initiatief.

Maar vandaag, een paar dagen na de poëzieweek wil ik toch nog even wijzen op een nieuw initiatief dat weliswaar georganiseerd is voor de Poëzieweek, maar dat nog heel 2015 te gebruiken en te genieten is: De Poëziebieb-app.

Tijdens de Poëzieweek kan iedereen (ook niet-leden van de bibliotheek) de speciale PoëzieBieb-app downloaden en voor de duur van 4 weken gratis tien dichtbundels digitaal lezen. In deze app verschijnen onder anderen Ilja Leonard Pfeijffer, Ellen Deckwitz, Hugo Claus en Jules Deelder. Na vier weken verdwijnt de bundel uit de app, maar blijven de boeken te ‘lenen’ via het e-bookplatform (alleen voor Nederlandse leden van de bibliotheek). Van elke bundel blijft wel één gedicht in de app voor een heel jaar beschikbaar.

Je begrijpt dat ik als bibliothecaris en werkzaam in de openbare bibliotheek dit initiatief niet alleen toejuich maar er ook hier reclame voor wil maken.

Een voorbeeld van een van deze 10 gedichten is Poëzie van Herman de Coninck.

.

Poëzie

.

Zoals je tegen een ziek dochtertje zegt:

mijn miniatuurmensje, mijn zelfgemaakt

verdrietje, en het helpt niet;

zoals je een hand op haar hete voorhoofdje

legt, zo dun als sneeuw gaat liggen,

en het helpt niet:

 

zo helpt poëzie.

.

De app is  nu gratis te downloaden.

.

PW

 

 

PW2

Lijstenboek

10 dichters en hoe ze aan de kost kwamen

.

Behalve inmiddels twee meters aan dichtbundels bevat mijn boekenkast ook een zeer vermakelijk boek: Lijstenboek, het onmisbare handboek van merkwaardige informatie. Nu ben ik al mijn hele leven gek op weetjes en rare feiten maar in dit boek staat een hoofdstuk dat me erg aanstaat. Tien dichters en hoe ze aan de kost kwamen. Een overzicht:

.

William Blake (1757-1827) maakte gravures voor boekhandelaren, hij werkte als illustrator en tekenleraar. Hij kreeg echter zelden opdrachten en leefde in armoede.

Robert Burns (1759 – 1796) was op zijn 15e boerenknecht en werd uiteindelijk belastinginspecteur.

Allen Ginsberg (1921 – 1997) werkte als bordenwasser en marktonderzoeker.

John Keats (1795 – 1821) werd opgeleid voor chirurg en apotheker en ging werken als chirurgijnsassistent. Hij overleed aan tuberculose.

Pablo Neruda (1904 – 1973) was consul in Ceylon, Nederlands-Indië, Argentinië en Spanje. Terug in Chili werd hij gekozen in de senaat voor de communistische partij.

Piet Paaltjens (1835 – 1894) was dominee.

Ilja Pfeijfer (1968) deed een opleiding als tuinkabouter en heeft in die hoedanigheid jarenlang in een particuliere tuin gestaan bij de oude molen in Leiden (!).

De Schoolmeester ( 1808 – 1858) was kostschoolmeester in Engeland.

Jan Jacob Slauerhoff (1898 – 1936) was scheepsarts.

Walt Whitman (1819 – 1892) was drukkersknecht en redacteur maar ook timmerman en kantoorklerk voor Indiaanse zaken.

.

Er wordt ook nog een eervolle vermelding gegeven voor Arthur Rimbaud (1845 – 1891). Hij nam in Harderwijk dienst als soldaat bij het KNIL en ging naar Nederlands -Indië, deserteerde en kwam terug naar rankrijk, vond werk bij een circus, ging naar Cyprus als stenensjouwer en werd uiteindelijk in Ethiopië eigenaar van een handelspost waar hij handelde in koffie, ivoor, wapens en misschien ook slaven.

.

Om toch te eindigen met een gedicht, iets van Allen Ginsberg.

.

A desolation

.

Now mind is clear
as a cloudless sky.
Time then to make a
home in wilderness.
What have I done but
wander with my eyes
in the trees? So I
will build: wife,
family, and seek
for neighbors.Or I
perish of lonesomeness
or want of food or
lightning or the bear
(must tame the hart
and wear the bear) .And maybe make an image
of my wandering, a little
image—shrine by the
roadside to signify
to traveler that I live
here in the wilderness
awake and at home.

 

ginsberg

 

 

 

 

FAVORIETEN

 

Het glimpen van de welkwiek

Ilja Leonard Pfeijffer

.

Ilja Leonard Pfeijffer (1968) is dichter en graecus of kenner van de Griekse taal. Dat laatste laat hij graag zien in de bundel ‘Het glimpen van de welkwiek’. Voor iemand die geen kenner van de Griekse taal is betekent dat dat veel van de poëzie moeilijk te begrijpen is in deze bundel. Toch staan er in deze bundel ook gedichten die zeer goed te lezen zijn met alleen kennis van de Nederlandse taal. Zoals ook het gedicht ‘Spiegelgracht’.

.

Spiegelgracht

.

dan was jij gelukkig en ik was de hangmat

van de brug weerspiegeld

in de gracht

want dat zei je is het lekkerste

plekje om in te liggen

.

ging jij in mij lekker rimpelend liggen

en je golfde door mij heen als rimpeling

van golven zacht als jouw golvende handen

dan was ik zo zacht met jou in mij overbrugd

niet meer mijn zelfde eigen spiegeling

.

6929351

%d bloggers liken dit: