Site-archief

Nederlandse poëzie van de 20ste eeuw

Van Holst tot heden

.

Op mijn oproep via Twitter, om onverkochte poëziebundels aan mij te schenken die anders wellicht weggegooid zouden worden na de Koningsdagverkoop, kreeg ik van Elisabeth vijf bundeltjes die “bij mij een beter thuis zouden hebben”. Waarvoor mijn dank uiteraard. Een van deze bundeltjes valt bijna uit elkaar (blijkbaar goed gelezen en zelfs met plakband hersteld) maar is dan ook uit 1958. Het is de Prisma pocket ‘Nederlandse poëzie van de 20ste eeuw, Van Holst tot heden’ samengesteld door C.J. Kelk en Bert Voeten. Nu had ik al aardig wat bundeltjes uit deze periode en allemaal in pocketversie (waar zijn ze gebleven?), maar deze had ik nog niet. Van Willem Elsschot’s (1882) gedicht ‘Tot den arme’ tot Alfred Kossman’s (1922) ‘Bosheks’ staan erin.

Ik heb gekozen voor een gedicht van Ida G. M. Gerhardt (1905) met de titel ‘De paarden’.

.

De paarden

.

Daags drinken bij het wed

de grote aardse paarden.

Hoefprenten staan op de aarde,

het gras is zilt geplet

.

Te nacht, als sterren en maan

in zachte diepten spiegelen,

beweegt het wak aan wiegelen:

twee vleugels ruisen aan.

.

Het water ligt vervaard,

als witte manen zinken:

rimpelend om het drinken

van een geweldig Paard.

.

Later draagt het, weer blak,

de adem in nevelvegen

van ’t Paard dat, reeds ontstegen,

dronk uit een sterrewak.

.

prismapocket

IdaWEr

Dichtersomnibus, 12e Bloemlezing

Ida G.M. Gerhardt

.

In de jaren 60 van de vorige eeuw gaf Esso elk jaar een bloemlezing uit onder de titel Dichtersomnibus (ik schreef al eerder over deel 9) en gaf dit als nieuwjaarsgeschenk weg aan haar medewerkers (vermoed ik). Ik heb 6 exemplaren in mijn boekenkast en vandaag uit de 12e bloemlezing uit 1966 een gedicht van Ida G.M. Gerhardt. De gedichten in deze bloemlezing verschenen in het jaar 1964 en dit gedicht werd in het literaire tijdschrift Maatstaf gepubliceerd.

.

In de bergen

.

Achter de barre wand vandaan

verschijnt, een steengrauw stalactiet,

de ram. Hij daalt naar zijn gebied.

Haast raakt de vacht de voeten aan.

.

Oeroud, gelijkt hij een profeet:

Elia, in zijn vacht gekleed,

uit Tisbe over de Jordaan.

.

Asketisch, tot de strijd gereed.

.

Een die niet wijkt voor het geweld

maar nadert en de horens velt.

.

12e

Ida_Gerhardt_uitg.Kontrast

%d bloggers liken dit: