Site-archief

Bar en Boos

De slechtste gedichten in de Nederlandse taal

.

Op Facebook heb je allerlei groepen waar mensen rond een thema berichten plaatsen. Op het gebied van poëzie zijn er verschillende maar er is er weer een bij gekomen: Het slechtste gedicht. Toen ik dat zag ben ik uiteraard meteen lid geworden van deze groep maar het deed me ook denken aan een bundel of een boek eigenlijk dat ik bezit getiteld ‘Bar en Boos’ De slechtste gedichten in de Nederlandse taal, gekozen en toegelicht door Wim Zaal. In dit boek uit 2001heeft Wim Zaal een collectie wartaal van eigen bodem bijeengebracht. Poëtische uitglijders, dubbelzinnigheden, platitudes, prullen en gestumper zoals op de achterflap staat te lezen.

Het boek heeft 10 hoofdstukken met titels als ‘Gewijde poëzie’, ‘Ikgericht’, ‘De kleine kosmos’ en ‘Huwelijk en huisgezin’. Zaal beschrijft gedichten uit alle eeuwen, dichters van naam en onbekendere dichters, iedereen komt aan bod. Een erg grappig en soms ook pijnlijk boek om te lezen. Elke dichter zal hierin wel iets herkennen.

In het hoofdstuk ‘Kunstenaars onder elkaar’ vooral gedichten bij beeldende kunst zoals het gedicht van K. Schippers ‘Zonder titel’ waarin Schippers volgens Zaal “niet de minste moeite doet om beeldende kunst – of poëzie – te benaderen, een grapje moest de kosten dekken.

.

Zonder titel

.

Als een kunstenaar

werk maakt met Engelse

maar soms ook Franse titels

hoe moet een schilderij,

een object of een etc.

dan in de catalogus

vermeld worden als

het geen naam heeft?

Untitled?

Sans titre?

.

Judy Carati

Gedachtengedichten

.

Judy Carati ken ik al langer, ik zag en stond met haar op poëziepodia waar zij, zichzelf begeleidend op gitaar, liedjes zong en gedichten voordroeg. En dat is precies wat ze doet in de bundel/CD ‘Gedachtengedichten’.

De bundel is opgedragen aan Cecilia en wordt voorafgegaan door een tekst die de Russische dichter Boris Ryzji (1974-2001) schreef in 2000 aan de, door hem bewonderde dichter Aleksandr Koesjner dat verscheen als voorwoord in ‘Rotterdam Dagboek’ uit 2006. Dit stukje gaat over zijn bezoek aan onder andere Delft en ik denk dat Judy dit in haar bundel heeft opgenomen omdat een aantal van haar gedichten Delft als onderwerp hebben.

De bundel is in eigen beheer uitgegeven en ziet er heel fraai uit. Op mooi stevig papier zijn de gedichten afgedrukt. De omslag in rood en blauw met een kleine foto van Judy op de kaft en achterin de CD met haar liedjes. Hoewel er ongetwijfeld iets valt te zeggen over haar liedjes beperk ik me tot de gedichten omdat ik daar iets zinnigs over kan zeggen.

Maar voor ik daar iets over schrijf moet me iets van het hart. De bundel heeft een mooie opmaak met een rustige bladspiegel maar wordt, en dat vind ik echt jammer, vaak verstoord door allerlei ‘extra’ informatie over gedicht, onderwerp, verwijzingen naar een andere bundel of de CD of over het feit dat een gedicht voor een speciale gelegenheid is geschreven.
Had er iemand meegelezen of was er enige vorm van redactie geweest dan had dit ‘opgelost’ kunnen worden door deze informatie achterin de bundel apart per pagina weer te geven. Bij het gedicht ‘Stille schuilplaats’ is dit maar liefst een halve pagina in een klein( erg klein) lettertype. Ook achterop de bundel staat heel veel informatie. Het lijkt alsof Judy alles wat ze ook maar kwijt wilde een plekje heeft gegeven in deze bundel en dat doet, in mijn ogen, de bundel een beetje tekort.

 

Over de gedichten schrijft Judy: ze bevatten persoonlijke elementen, ze zijn hier echter niet altijd 1 op 1 terug te voeren. De teksten zijn veelal ontstaan vanuit observaties en gedachten ( wat de titel verklaart). Dat wat je in het dagelijks leven meemaakt.

Zoals bijvoorbeeld in het gedicht ‘Herinneringen’:

 

Nog volop in het heden

fiets ik van Delft naar Rotterdam

de lucht kleurt rood, ik volg het water

in de verte het kerkje

 

De gedichten zijn duidelijk, beschrijvend, zonder al teveel ingewikkelde poëtische diepgang. Ze schilderen een plaatje waarin je al lezend mee kan gaan. Aan de dingen die ze ziet en beschrijft wordt een emotie meegegeven (berusting, woede, verdriet, verwondering) met name in het hoofdstuk dat dezelfde titel draagt als de bundel.

in het hoofdstuk ‘Fietsend van Delft naar Rotterdam’ vooral gedichten over Delft en in het gedicht ‘Blikken scheidsmuur’ over de dichter Poot ook een verwijzing naar Schipluiden en Abtswoude.

In ‘Aankondiging van de herfst’ tenslotte een aantal gedichten van wat algemenere aard maar steeds met een duidelijke ik en verwijzingen naar ervaringen en herinneringen.

Mijn conclusie na lezing is dat deze bundel een soort van ego document is van Judy, dat er mooie zinnen in staan en teveel informatie. Desalniettemin voor liefhebbers van dit genre van poëzie, het meer persoonlijke en verinnerlijkte, zeker te genieten.

 

ik wil eindigen met het gedicht dat als ‘Nagedicht’ is opgenomen en daarom niet lijkt te passen bij een van de hoofdstukken getiteld ‘Ontwortelen’.

.

Ontwortelen

.

Bij het water zien de bomen zichzelf

rimpelend, vervormd

in stilte luidruchtig

.

ik wilde wortel schieten

bladeren krijgen en blijven staan

maar de wind waaide mij voorbij de hemel

.

zo verder reizen

ga weg, maar zet je voeten niet in de grond

ga weg, maar krijg geen vleugels in de lucht

.

probeer te drijven op het water

en zie: je komt weer terug

.

Declamatorium

Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie

.

In 1979 publiceerde Standaard Uitgeverij het ‘Nieuw declamatorium der Nederlandse poëzie’ bijeengebracht door Teresa Van Marcke. Nu heb ik het woord declamatorium even opgezocht (dat het een afgeleidde is van declamatie was me duidelijk) en het betekent “Een dichtstuk dat bij de voordracht wordt begeleid en afgewisseld door muziek of zang” of ook wel “voordracht”. Hoe dat precies zit (het is tenslotte een geschreven bundel) blijkt uit het voorwoord. Daarin schrijft Teresa Van Marcke: “Voor dit werk ging de keuze in de eerste plaats naar het gedicht, geschikt om voor te dragen. Te hermetische poëzie werd vermeden”.

De bundel bevat een reeks aan gevestigde namen maar ook een reeks nieuwe namen (let wel: gevestigde of nieuwe namen in 1979!). “Dichters die de gevoeligheden van deze tijd en vooral van de jonge mens van nu, trachten te verwoorden”. In een aantal thema’s zoals ‘Bezinning/vragen’, ‘Vreugde/liefde/innigheid’, ‘Ontgoocheling/angst/pijn’, ‘aanklacht/eis/strijd’, ‘Reportage/verhaal’ en ‘Humor/ironie’, worden ruim 400 gedichten en dichters gepresenteerd. Zoals gezegd bekende namen (hoewel volgens het voorwoord een aantal Nederlandse dichters verstek liet gaan) maar dus ook onbekende en nieuwe dichters. Zo kan een dichter als Herman de Coninck naast een (voor mij onbekende) dichter als Albert de Longie staan en Halbo C. Kool naast Hendrik Marsman.

Ik heb uit het hoofdstuk ‘Aanklacht/eis/strijd’ gekozen voor het openingsgedicht van Paul de Bolle. Van deze dichter heb ik verder geen informatie gevonden en dit gedicht had wat mij betreft ook in het hoofdstuk ‘Humor/ironie’ kunnen staan.

.

Wanneer ik een soldaat zal zijn

dan grif ik gedichten in de kolf

van mijn geweer

en de man die dan zeggen zal

schiet

die sla ik met mijn gedichten

dood

.

Zondagskind

Akwasi

.

Enige tijd geleden was ik op een dag voor bibliotheekmensen en daar trad Akwasi op. Toen verbaasde ik mij al over alle dingen die Akwasi Owusu Ansah (1988) onderneemt: Hij is dichter, artiest, acteur, performer, schrijver, stemacteur, scenarist, presentator, gespreksleider, workshopmaster, eigenaar van muzieklabel Nederlands Dope en directeur van televisieproductiebedrijf Need Vision. Een multitalent kortom. Ik kende Akwasi destijds vooral als Spoken Word artiest die een geweldige performance neerzet met inhoud en toen ik hoorde wat hij allemaal nog meer deed werd ik bijna een beetje jaloers.

In de Poëzieweek was ik in de boekhandel om een dichtbundel te kopen en zag daar de bundel ‘Laten we het er maar niet over hebben’ van Akwasi. Die heb ik gekocht en in tegenstelling tot wat de titel suggereert wil Akwasi het er in deze bundel juist wél over hebben. Op de achterflap staat dan ook te lezen dat hij het er juist over wil hebben; over je haar, je geloof, je huidskleur, je familie, je verzwegen geschiedenis, je stijl, je hartkloppingen, je seksuele geaardheid, je fobieën en je achtergrond. En dat doet Akwasi in deze bundel op een hartverwarmende, soms schurend eerlijke maar altijd oprechte manier. Een bundel die je opnieuw aan het denken zet over onderwerpen waarvan je dacht dat je mening nu wel gevormd was.

Hoewel er niet echt sprake is van hoofdstukken (er is geen overzicht van te vinden in de bundel) worden er secties van elkaar onderscheiden door zwarte bladzijden met witte teksten als: Aan alle valse profeten,voel de toornen van mijn muziek, Soms zeg je met niet, al meer dan genoeg, Ik had al een donkerbruin vermoeden, Sirenes zijn ’s nachts het moois, Ik kan dit niet rijmen, Als ik vroeger had geleefd was ik vast een Marron geweest, en Geloof me niet op mijn blauwe ogen , geloof mij op mijn dreadlocks.

Omdat Akwasi (geboren op zondag betekent zijn naam in het Ashanti) zo’n veelzijdig mens is en zo’n geëngageerd dichter, koos ik voor het gedicht uit zijn bundel getiteld ‘i am not your negro’.

.

I am not your negro

.

ik ben die gast niet

ben niet wie je denkt

.

ben een mens

ik ben die gast niet

.

zie mij alsjeblieft als een man

en niet als een man van kleur

.

kijk nu eens en zie hier dan een hand

en niet een hand van kleur

.

ik ben een man van yes sir

maar ook een leeuw

dus ik kan rauw kijken

laat mij niet in mijn hemd staan

het is koud buiten

.

ik kom hier vandaan en ik zal hier hoogstwaarschijnlijk gaan

.

i am not your negro

.

niet je neger

niet je nigger

.

noem mij liever bij mijn naam

akwasi met de a van anton

en bedankt

.

dus heb je nog een vraag

dan ben ik graag je man

.

 

 

Ik proef iets wat bedorven is

Hekeldichten

.

Bij uitgeverij Passage worden mooie en interessante dichtbundels uitgegeven. In 2016 werd bijvoorbeeld, als onderdeel van De doos van Passage, de bundel ‘Ik proef iets wat bedorven is’ gepubliceerd. In deze fijne bundel nemen Daniël Dee, Alexis de Roode en Benne van der Velde ons mee in de wereld die Hekelgedichten heet. In de inleiding wordt door de heren meteen al korte metten gemaakt met de gedachte dat hekeldichten om te lachen zijn, of dat ze in de categorie Light verse zouden vallen. In de inleiding wordt uiteengezet dat hekeldichten (ook) groot, ernstig en complex kunnen zijn. De namen van de hekeldichters doen ook al zoiets vermoeden; Gerrit Achterberg, P.A. de Génestet, Jan Hanlo, Ilja leonard Pfeijffer maar ook Driek van Wissen, Hans van Willigenburg en Delphine Lecompte.

De inleiders besluiten de inleiding met de zinnen: “Geen gevaarlijker stroming in de poëzie dan het hekeldicht. Met name voor de dichter wel te verstaan. Talloos zijn de dichters die omwille van een hekeldicht in de gevangenis of of het concentratiekamp kwamen. Tegenwoordig is die kans in Nederland niet zo groot. Maar wie een hekeldicht schrijft, zeker wanneer de inzet serieus is, geeft zich werkelijk bloot.” En zo is het maar net.

De bundel is in een aantal hoofdstukken opgedeeld met titels die beginnen met ‘Tegen’ gevolgd door landen, klein leed, de liefde, een bepaald slag mensen, de wetenschap, de poëzie, God, etc etc.  Voor wie in een recalcitrante bui is of gewoon even tegen iets in het bijzonder of het leven in het algemeen is dit een heerlijke bundel om te lezen. Uit het hoofdstuk ‘Tegen de poëzie en de literaire wereld’ het gedicht ‘Hard werken’ van Joost Reichenbach

.

Hard werken

.

“dichten is hard werken”

.

zei de dichter tot zijn vrouw

“wacht dus maar niet

op mij vannacht”

.

en besteeg de trap

met een fles wijn

op weg naar de zolder

alwaar hij na drie lange teugen

deze regels optikte

zich daarna urenlang

heeft afgerukt bij

pornoplaatsjes van het internet.

.

“’t is weer mislukt”,

zei hij ’s ochtends,

.

“vanavond verder ploeteren.”

.

Zal ik liefde noemen

Een recensie

.

Bij MUG books uitgeverij van poëzie is halverwege januari de nieuwe bundel van dichter Evy Van Eynde uitgegeven. De Vlaamse Evy Van Eynde publiceert hiermee, na ‘Wanneer kom je buiten spelen’ uit 2013 (poëzie voor kinderen en volwassenen) en ‘Boze wolven’ uit 2015 (verhalenbundel), nu dan haar derde bundel met poëzie en voor het eerst bij MUG books.

De bundel is mooi uitgevoerd met op de voorkant een foto van een kunstwerk van Niels Cleuren getiteld ‘Woman with tits’. Op de achterkant een foto van de dichter en het geheel is vormgegeven door BRRT.

Op de achterkant van de bundel staat: In Zal ik liefde noemen neemt Evy je mee op het liefdespad, een pad dat pieken en dalen kent, euforie en verdriet. In onverbloemd poëtische taal leidt zij je over dit pad dat geen begin en geen einde kent. De gedichten in Zal ik liefde noemen zijn het ene moment theatraal, het andere moment zijn ze zinnelijk en kruipen ze onder je huid. Maar bovenal zijn ze altijd eerlijk en oprecht.

Wanneer je de bundel openslaat lees ik op een van de eerste pagina’s dat deze is opgedeeld in 7 hoofdstukken, te beginnen met Prelude en eindigend met Zal ik liefde noemen. Elk hoofdstuk wordt voorafgegaan door een citaat uit een popsong (Eurythmics, The Doors, Madonna, David Bowie) of een citaat van een schrijver of kunstenaar (Anaïs Nin, Vladimir Nabokov, Frida Kahlo) en de citaten hebben betrekking op de inhoud van de gedichten. Want de bundel van Evy Van Eynde is een reis die je met de dichter samen maakt langs het pad der liefde. Wiens pad dat is blijft de vraag, al blijkt hier en daar uit de zinnen en strofes  dat de gedichten een grote persoonlijke betrokkenheid herbergen van de dichter. Zoals in het hoofdstuk Ergens breekt een hart in het gedicht Hoe wij waren.

.

Niemand kan mij strelen

Niemand kan mij plukken

.

Ik zoek je, vind je

niet in mijn gedachten

niet in mijn naakte bloed”

.

Wanneer je de bundel in één keer uitleest (en dat raad ik je aan) dan word je als het ware aan de hand van Evy meegenomen langs dagen van liefde, twee mensen die elkaar vinden en van elkaar genieten naar een periode waarin deze liefde niet (meer) vanzelfsprekend is, waarin er barsten komen in wat zo mooi leek. Waarna er een periode aanbreekt van onmacht, ingehouden boosheid, onbegrip. Want ook dat zijn aspecten van de liefde, de liefde die eens zo mooi was en die gekanteld ineens zijn ware en nieuwe gezicht toont. Zoals in het gedicht Hesperornis:

.

Vannacht viel ik ongeleid

door de schacht van het leven

.

Met mijn hoofd naar beneden

mijn benen samengeknoopt

.

Maar dan komt het hoofdstuk Fata Morgana waaruit weer hoop klinkt, een nieuwe morgen, een nieuwe lente, een nieuw geluid. De toon van de gedichten verandert van zwart en zwaar in licht en luchtiger, maar nog twijfelend; is een nieuwe liefde bereikbaar?  Daarmee wordt de toon gezet voor het vervolg van dit verhaal, van deze bundel. In het gedicht Impersant zo treffend verwoord:

.

waar jij in een mirage

van vergeten dromen | op volle zee

voorbij komen zal

.

of niet?

.

Uiteindelijk beleeft de lezer aan de hand van de dichter een (voorlopig) happy end, in het hoofdstuk Zal ik liefde noemen. De positieve toon van de gedichten waar ineens het leven en de passie vanaf spat maken voor mij heel duidelijk waarom voor deze titel is gekozen. Dit komt heel duidelijk naar voren in het op een na laatste gedicht met de titel ‘Hoe anders’

.

Hoe anders

.

Zal ik liefde noemen

wat je in mij ontketent

de grootste gemene deler | van

.

het gelukzalige verlengstuk

van mijn verdriet

.

het lichtpunt in een nacht

die maar niet | wil ontwaken

.

de toren van vuur op een eiland

waarop ik me smijt | als het water

.

te diep en mijn tranen

gekust willen zijn

.

de zon op mijn lijf

dat dreigt te verstarren

.

het zacht likken

van mijn hart

.

de glimlach

waarin ik stap

.

een kano van lieve lippen

die me boeien | fluisteren

dat ik drijven blijf

.

Hoe anders noem je dat?

.

De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ is voor verliefden, voor lang gehuwden, voor zij die teleurgesteld zijn in de liefde en vooral ook voor hen die hopen. De gedichten van Evy zijn een pleister, een medicijn, een vergezicht en een droom die uit kan komen. Tegen iedereen die van liefdesgedichten houdt (en wie is dat niet) zou ik zeggen, koop deze bundel, lees deze bundel en laat je meevoeren door de bijzondere poëtische stem van de dichter.

De bundel ‘Zal ik liefde noemen’ wordt op 23 februari officieel gepresenteerd in Het café van Villa Basta, Schipperstraat 13 in Hasselt, aanvang 20.00 uur. Deze feestelijke avond zal muzikaal worden omlijst door de muzikanten Jelle Stevens, Martine de Kok, Sabina Tolu en Luk Swerts. Maar de bundel is nu al te koop via de dichter voor de zeer schappelijke prijs van € 12,50. Hiervoor stuur je een mail naar evyvaneynde@yahoo.com

Op de website van Evy https://evyvaneynde.wordpress.com/ staat nog veel meer te lezen over de bundel, haar eerdere werk en de komende presentatie.

.

 

Beweeg als een strateeg

Een recensie

.

Bij uitgeverij Bunker verscheen afgelopen maand alweer de tweede bundel sinds de oprichting, dit keer de bundel ‘Beweeg als een strateeg’ van Rik van Boeckel. Dit keer onder redactie en ingeleid door dichter Joz Knoop. De bundel is netjes uitgegeven met opnieuw een intrigerende cover. Naast een dichtbundel krijg je voor de aanschafprijs ook nog eens een cd erbij met daarop met gedichten waarop Rik zichzelf begeleidt (zoals hij tijdens voordrachten zichzelf vaak begeleidt met zijn djembé). In dit geval echter heeft hij op een aantal tracks ook andere muzikanten ingeschakeld zoals bijvoorbeeld een gitarist en iemand die de  synthesizer bespeelt.

Hoewel dit een heel aardige extra is, die prima bij Rik zijn poëzie past, wil ik me hier toch beperken tot zijn poëzie op papier. Rik is al vele jaren lang actief als dichter, in de jaren ’80 van de vorige eeuw genoot hij al bekendheid als popdichter. Zijn werk is nog steeds muzikaal en zijn gedichten liggen dicht tegen de meer muzikale vormen van poëzie aan zoals rap en liedkunst. De bundel is in feite in drieën opgedeeld (of in vieren zoals je wilt als je de cd als het vierde deel wil zien).  Drie hoofdstukken met de titels ‘Bij eb en vloed’,  ‘In de waterwei’ en ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’.

In de gedichten uit het eerste hoofdstuk lees ik steeds een soort onderhuidse waarschuwing, een achterdocht ten opzichte van het leven en de medemens met wel steeds een klein lichtpuntje, maar de teneur is er één van loslaten, vergeten en aanvaarden.  “als de zon maan is geworden / zijn er geen wolken om onder te schuilen’  en ‘de cel dat wordt jouw huis / met de kat, de rat en de muis / dat gebeurt met een ieder / die denkt een mens te zijn’ . Maar dan is daar toch de muziek die licht schijnt in de poëzie van Rik. Een zomerdans, een jazzy nachtegaal en ‘streelzachte klanken / van afgestreepte pianotoetsen’. Uiteindelijk wordt dit hoofdstuk toch weer in een overpeinzing afgesloten in het gedicht dat zijn titel leende aan dit hoofdstuk ‘wat geschreven wordt / gaat aan de tijd voorbij’.

In het hoofdstuk ‘In de waterwei’ lijkt er ineens een andere Rik aanwezig met gedichten die verhalen over de reizen die hij maakte, de plaatsen die hij bezocht: Ibiza, Kaapverdië, Lissabon, Cuba, Berlijn, Fatima. De gedichten in dit deel ademen een liefde voor de natuur, de omgeving en de mensen die de dichter ontmoet. Stuk voor stuk verhalende gedichten over plaatsen waar de dichter heel graag was, en ook in deze gedichten komt de muziek regelmatig terug. Veel zingen maar ook fluiten en dansen. Boven de gedichten staat een klein kaartje van het land met de plaatsaanduiding waar het gedicht plaatsvindt en onder de gedichten een verklaring van de ‘vreemde’ woorden die gebruikt zijn, wat ik heel charmant vind.

Het derde hoofdstuk ‘Van Parijs naar het ritme van Rap, Rock en Jazz’ 1983 – 2017′ zijn losse gedichten waar ik niet meteen een gezamenlijkheid in kan vinden of het moet het ‘popgedicht’ zijn. Gedichten waarin een heel duidelijke muzikaliteit en ritme zit. Over grote steden (deze gedichten zijn echt anders van opzet dan de gedichten over de steden in het hoofdstuk hiervoor) over reizen, mode en jazz. Ik vermoed dan ook dat de keuze op deze gedichten is gevallen (uit 34 jaar oeuvre) door hun vorm en muzikaliteit. In ieder geval doen ze de dichter Rik van Boeckel eer aan. In de verschillende hoofdstukken (en de cd) toont van Boeckel zich een veelzijdig, nieuwsgierig dichter, met oog voor detail en liefde voor zijn omgeving en de muziek.

.

De dagen voorbij

.

De dagen gevangen in twee gedachten

de liefde een waterval van erotiek

de reis een lichtzinnig avontuur

dwars door het rood en geel

van de tulpenvelden

.

torpedo’s van geluk

legden weken van verdriet

in een symbiotisch bed

.

jij zei dat mijn ogen

een gedicht konden liplezen

.

Bij benadering misschien dit

Een recensie

.

Elbert Gonggrijp (1965) publiceerde in november van dit jaar alweer zijn zesde bundel in eigen beheer met de titel ‘Bij benadering misschien dit’ in de Aescha Reeks. Sinds 2005 publiceert Gonggrijp dagelijks gedichten op zijn blog http://natuurgedichten.blogspot.com/. De bundel “Bij benadering misschien dit’ is met zorg vormgegeven en ziet er prima uit, een mooie harde kaft, overzichtelijk, goede bladspiegel, prima.

De dichter licht het thema van de bundel: “Het geschrevene kan de werkelijkheid nooit volledig benaderen” vanuit verschillende invalshoeken toe.

In het hoofdstuk ‘Nabij’ doet hij dat dichtend over de liefde, over een ik en een jij, hele intieme portretten van een liefde tussen twee mensen. In het hoofdstuk ‘Toenadering’ staan mensen, dichters, centraal die belangrijk voor Gonggrijp zijn of waren. Het hoofdstuk begint met drie gedichten over zijn moeder gevolgd door gedichten voor S., L.N., J.S., dichter J.M. en Rutger Kopland. Wie er achter deze initialen schuilgaan blijft verborgen.  In het hoofdstuk ‘Bij benadering’ zoekt de dichter naar zichzelf, in zichzelf maar altijd in relatie tot de ander. Een mooi voorbeeld zijn deze zinnen:

‘ Wat je niet koos gebeurt je, / wat ons uitvond hoeft niet te / worden gezocht -‘

In het hoofdstuk ‘In zekere zin’ komt de liefde van Gonggrijp voor de natuur sterk naar voren. Veel buiten, tuinen, gras, tuinen, mussen, vlinders, insecten, kievit, zwanen, kastanjes, populier, spreeuw, merel, longkruid, bladeren en hommels. Ik las ergens dat Gonggrijp ook wel als natuurdichter wordt betiteld, wat op zichzelf niet vreemd is, gezien de titel van zijn gedichtenblog. Ik zou zover niet willen gaan, de natuur speelt een rol in deze gedichten maar is niet overheersend, het heeft eerder een dienende rol in zijn poëzie.

In het hoofdstuk ‘Raaklijn’ verkend Gonggrijp het water en met name de zee. In het gedicht ‘Dit is de zee’  komt zijn poëzie tezamen, de dichter, de wereld, de ander. “De nagalm van de stilte, het moment voorbij het moment zoals het zich aanbood” Dat is het moment waarop de dichter zijn realiteit vat in woorden. De lijnen die Gonggrijp in elkaar vlecht in deze bundel; de liefde, de natuur, de zee, de ander, komen nog een maal terug in een retrospectief gedicht ‘Slotakkoord’ dat een heel hoofdstuk mag heten.

Al met al een zeer leesbare en genietbare bundel.

.

Dit is de zee

.

Jezelf te overwegen, achter elke stap de waterstanden

vermoeden, mijn eigen eb en vloed. Is dit waarnaar ik

zocht, alsof je kon weten wie je was toen de zon zich

heenspoedde? De golven omspoelen mijn voeten,

dichterbij dan hier kom ik niet verder

dan voorbij te gaan.

.

Jezelf te ijken. Dit ben jij, dit is de zee, zout, branding, het

zoveelste intermezzo van leven. Een vage bespiegeling,

het innerlijk betoog van het zuiverste nakijken. De nagalm

van stilte, het moment voorbij het moment zoals het

zich aanbood. Te raden welk gezicht

het zich uiteindelijk verkoos,

.

stukslaand in de branding, hier

waar ik sta, daar waar ik haar

bedenk: dit, dit is –

.

 

 

Het is koud waar ik niet ben

Een recensie

.

De dichter Jelmer Esmyn van Lenteren, die ik leerde kennen toen hij op mijn verzoek voor kwam dragen in het park achter het theater in Maassluis, was ik enige tijd uit het oog verloren ( No pun intended) maar nu is hij weer helemaal aanwezig met voordrachten in den lande en een nieuwe bundel. ‘Het is koud waar ik niet ben’ is uitgegeven door uitgeverij Proces Verbaal in een nette zwart/wit uitgave.

De bundel begint met een gedicht van mijn favoriete dichter Herman de Coninck die meteen al iets van de inhoud weggeeft, over een verlies, een vrouw die iemand verlaat en daarnaast een aantal woorden als: ogen en keek. Voor wie Jelmer een beetje kent weet dat hij heel slecht zicht heeft en ( volgens de achterflap) bijna blind is.

Op de achterflap van deze, overigens nette, uitgave van uitgeverij Proces Verbaal staat te lezen: “Soms neurotisch, dan weer psychotisch, bewandelt van Lenteren de grens tussen alles wat het leven in de weg staat en het leven zelf”. Deze omschrijving doet deze bundel recht. Voor wie in deze zinnen een obstakel ziet voor het lezen van de poëzie van van Lenteren, geldt slechts een advies; niet doen. Want de poëzie van Jelmer is niet eenvoudig niet voor de lezer van rijmen en verzen die handelen over alledaagse zaken, de liefde in romantische vorm of van poëzie met een kop en een kont.

Dit is poëzie voor de wat meer getrainde lezer die uit de vaak complexe lange zinnen de schoonheid kan halen die er wel degelijk in verborgen zit. Dit is nuchtere proza poëzie of poëtisch proza, verhalen in strofen, soms staccato opgeschreven dan weer in lange in elkaar vloeiende zinnen die tezamen een web vormen waarin de essentie van het gedicht verborgen ligt. Hierin herken je onder andere het neurotische en psychotische van de achterflap volgens mij.

Uit ‘De lineaal’.

“De cursus voor gevorderden begint. Wie dat weet, is aanwezig. Wat ontbreekt: present. Weerstand buiten spel gezet, comfortzones thuisgelaten. Naambordjes zijn overbodig; wie zichzelf kent / heeft een witregel dat te bewijzen. Vrij gegeven: informatie kan vertrouwelijk blijven.”

 

De taal van Jelmer is hoekig maar leesbaar, ongebruikelijk en vol observaties. Maar altijd is Jelmer de alwetende dichter van vele zinnen die klinken als onversneden waarheden.

 

’De tijd kan grofweg worden opgedeeld in wandelen, wikken en wegen over al dan niet  van het begane pad te gaan’ (uit ‘Gang’)

‘Lage tonen, takken van bomen, bloeddruk zijn respectievelijk veelal onmisbaar, doorgaans lastig, ongevaarlijk’ (uit Het systeem’)

’Kanaliseren dient in goede banen te worden geleid, weerstand is onwenselijk’ ( uit: De lineaal)

’Kleding maakt de man, de vrouw die kleding, het hok de gedachte wetten de overtreding. Kijk niet uit naar wat je wenst; het heelal is eindig en toch onbegrensd’ ( uit: Hoe verder men keek’)

 

De bundel bestaat uit drie hoofdstukken: Limbo, de hel en de hemel. Ik heb gezocht of ik in de gedichten een verband kon vinden met de namen van de hoofdstukken maar dit is me (nog) niet gelukt. Dit is poëzie die niet eenvoudig is maar die beklijft, die ik steeds weer opnieuw erbij pak om me te verbazen over hoe Jelmer met de taal speelt, hoe hij zijn zinnen aan elkaar rijgt. De bundel eindigt met het gedicht ‘Dankwoord’. Ik wil Jelmer en uitgeverij Proces Verbaal bedanken voor ‘Het is koud waar ik niet ben’ een aanwinst in vele opzichten.

.

Dankwoord

.

Dit is het gedicht dat ik zonder jou nooit had geschreven.

Het wil jou bedanken voor toen je mijn ergernis omzette

in een geschenk. Je deed het me zonder in te pakken

met woorden en praktisch slechts overdrachtelijk cadeau.

.

Ik koester het nu wel zo. Je zei wel dat je wilde

dat je net als ik altijd woorden klaar had. We spraken

over het verschil tussen introvert, extravert, onze definities.

.

Net in het gesprek waarin jij mij hebt gered

hadden we een discussie. Voor het eerst

sinds wat normaal niks is op een mensenleven

een tijd waarin je me het menselijkste van mij

.

hebt laten zien. Aan mezelf. Aan jou. Aan zovelen.

We hadden meer voor het eerst, de tweede, derde keer.

.

Veel meer ook niet. Toch: het verstilde me. Ik zweeg, zweette.

Wist niets. Was wat jij aan mij zei te benijden verloren:

woorden. En jij deed wat niemand eerder deed

zonder me ermee te vermoeien, zei dat ik er allicht

.

een gedicht aan kon wijden. Je hebt me geleerd

dat een simpel advies moeiteloos kan boeien.

.

Levensinkt

Een recensie

.

Op 27 oktober presenteerde uitgeverij Douane in Rotterdam de eerste solobundel van dichter Mark Boninsegna. Ik was daarbij aanwezig en de presentatie deed recht aan de dichter Boninsegna, druk, gezellig, onbevangen en recht uit het hart. Ik ken Mark al langer, stond regelmatig samen met hem op podia en samen met een aantal andere Rotterdamse dichters werd zijn werk (op zijn initiatief) gepubliceerd in de zeer succesvolle bundel ‘Wij dragen Rotterdam’ de eerste papieren uitgave van MUG books.

En dan is er nu zijn eerste solobundel ‘Levensinkt’. Eigenlijk zeggen de quote aan de binnenkant van de voorflap en de opdracht op de pagina na de titelpagina al heel veel over de inhoud van deze bundel;

Wereldseks / wanneer ik stiekem porno wil kijken / weet ik nooit wat te kiezen / de keuze is reuze (…)  en

Voor Ad Schouten  Weet dat God bij u is / -Hell no! / And if so… I’ll break its fucking neck

Twee stukjes tekst die veel  zeggen over deze zelfverklaarde Rock & Roll dichter. Aan de ene kant de directe toon, de onbeschaamdheid en bravoure en aan de andere kant het persoonlijke aspect. Want dat zijn twee rode draden die in deze bundel steeds weer boven komen. Wanneer mark Boninsegna poëzie schrijft over zijn zoontje Tony of zijn vrouw, over dichters en vrienden die zijn overleden, dan is hij heel persoonlijk in zijn woorden, en deelt hij een intimiteit die je op basis van de andere rode draad in zijn werk misschien niet meteen verwacht. En juist dat kenmerkt de dichter Boninsegna. Een ‘harde’ stoere kant vol bravoure gekoppeld aan een klein hartje en een lieve (ik durf het bijna niet te schrijven) zachte kant.

Uit het titelgedicht ‘Levensinkt’

.

Wanneer samen / schrijf ik woorden / op jouw lichaam

lezen wij poëzie / bewegend op ritmes / van jouw hart

.

En uit ‘Rotterdam street art’

.

waar anders dan op straat / in Rotterdam ken je op een Picasso /

abstractionisme creëren met je eigen zeik

.

En dan is er nog de stad Rotterdam, Italië, en zijn helden Jules Deelder en Frans Vogel. Aan de stad Rotterdam zijn meerdere gedichten gewijd (waaronder het geweldige gedicht ‘Port of Rotterdam’ nu volledig met ook de Watertorenhaven), in het hoofdstuk ‘Fortior Propter Proelium’ de wapenspreuk van Rotterdam (Sterker door strijd), staan gedichten over de Hef, Vreewijk, Delftsestraat en de lang in Rotterdam woonachtige en overleden dichter Frans Vogel. In het hoofdstuk ‘Il Teatro’ gedichten uit en over Italië, na Rotterdam Marks grote liefde en in het hoofdstuk ‘Grenzeloos’ onder andere gedichten over overleden vrienden en helden als Ad Schouten, Derrel Niemeijer en Menno Wigman. In deze laatste genoemde gedichten blijkt ook weer dat Mark Boninsegna niet alleen de recht voor zijn raap dichter is die hij graag op het podium laat zien maar juist ook de integere dichter van prachtige poëzie zoals in het gedicht ‘Adieu’ voor Menno Wigman.

.

Adieu

.

Voor Menno Wigman

.

het was koud en iedereen wou binnen

de laatste warmte van jou

.

waardoor ik buiten achter het raam stond

te kijken naar waar je voor altijd zal liggen

.

te luisteren naar muziek en poëzie

met duizenden die niets anders te doen hebben

.

dan de aarde waarin zij liggen vergeten

in de schoot van de moeder dekten wij je toe

.

Wie in deze donkere dagen voor kerst en Sinterklaas nog een persoonlijk cadeau zoekt waar je de ene keer om kunt (glim)lachen (61 aardkloten) en dan weer aan het denken wordt gezet, kan ik alleen maar zeggen: Schaf ‘Levensinkt’aan,een bundel die je niet zal teleurstellen.

.

Mark Boninsegna overhandigt het eerste exemplaar van zijn bundel ‘Levensinkt’ aan schrijfster/dichter Elfie Tromp.

.

 

%d bloggers liken dit: