Site-archief

Vrees niet

Liter

.

In Nederland zijn verschillende literaire en poëziemagazines. Veel zijn bekend omdat ze al lang bestaan of een zekere naam hebben (Hollands Maandblad en De Gids). Een aantal andere magazines zijn minder bekend bij het brede publiek (Liter en Awater). En sommige zijn nog nieuw en werken hard aan een naam en nieuw publiek (MUGzine). In het literair tijdschrift Liter (nummer 104, jaargang 25 met als titel ‘Lezen is geloven’) staan essays, artikelen, korte verhalen en gedichten.  Een mooi vormgegeven tijdschrift met een kundige redactie en medegefinancierd door de Vermeulen Brauckman stichting.

Op de website van deze stichting lees ik: “De Vermeulen Brauckman Stichting steunt grote projecten die de Bijbel ontsluiten voor een breed publiek. Ook bieden wij een helpende hand aan nieuwe, nog voor groei vatbare initiatieven.” En hoewel ik wars ben van publicaties die vanuit een bepaalde hoek verschijnen moet ik zeggen dat bij Liter dit niet tot irritaties leidt. Het is een mooi blad waar religie af en toe aan de orde komt maar waarin vooral veel moois te lezen valt.

Ik koos uit nummer 104 een gedicht van Hedwig Selles. Door de opmaak van het gedicht is het me niet duidelijk of het gedicht nu ‘Vrees niet’ of ‘Gedicht’ heet. Ik vermoed het eerste. Hedwig Selles (1968) heeft cultuurwetenschappen gestudeerd en bracht meerdere gedichtenbundels uit, onder andere ‘Wie hier binnentreedt’ (2016), waarover Piet Gerbrandy schreef: ‘Hedwig Selles schrijft organische poëzie, waarin “het schorre oergeluid van wereld vuur en wind” te horen is. Dat lijkt me een formidabele prestatie.’

Hedwig Selles publiceerde eerder korte verhalen en gedichten in bijvoorbeeld De Gids, Tirade, Hollands Maandblad, DWB, Het Liegend Konijn en De Brakke Hond. Selles wordt geïnspireerd door dichters als Achterberg, Faverey, Arends, Auden, Gerlach en Peeters. Haar persoonlijk leven met anorexia heeft haar schrijven ook beïnvloed. Ik las op een website dat ‘haar levensdrift wel dieper gaat dan haar woordkunst’. Met dat laatste is helemaal niets mis getuige het gedicht ‘Vrees niet’.

.

Vrees niet

.

Ik haat de dood, echt

ik haat de dood

maar ik kan het niet laten

ik kan het niet laten

gewoon even dood

.

kijken hoe het is

ik kan het toch gewoon proberen

in de vrieskou min vijftien graden

in de hitte plus veertig graden

er komt een moment dat je het kunt voelen

.

dat je het lichaam gaat verlaten

dat je valt en dat je echt wilt

leven.

.

Postindustrieel wonen (Oostblok)

Geert Buelens

.

De Vlaamse dichter Geert Buelens (1971) is tevens essayist, columnist en als hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde verbonden aan de Universiteit Utrecht en als gasthoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit Stellenbosch in Zuid-Afrika. Zijn onderzoek richt zich vooral over de omgang van schrijvers en andere kunstenaars met momenten van crisis.

In 2002 debuteerde Buelens met de bundel ‘Het is’ waarvoor hij in 2003 de Lucy B. en C.W. van der Hoogtprijs kreeg. In 2005 verscheen ‘Verzeker u’ en in 2014 ‘Thuis’.

In 2020 verscheen zijn dichtbundel ‘Ofwa’. De gedichten van Buelens gaan over de problemen waar de mensheid vandaag de dag mee te kampen heeft, specifiek op sociale media en in de vorm van de klimaatcrisis. Of zoals de uitgever het op de bundel beschrijft: “De samenleving staat onder hoogspanning. De planeet is vergiftigd. De dichter probeert homeopathie door verongelijkt, woedend, al te zeker van zichzelf de tegenstellingen op scherp te zetten. Hoe de achterkleinkinderen van de Verlichting zachtjes indutten.”

Buelens schreef voor ‘De Morgen’ en was jarenlang redacteur van het literaire tijdschrift ‘Yang’, waarin hij gedichten en essays publiceerde. Dit was ook het geval voor onder meer ‘Bzzlletin’ en ‘Het liegend konijn’. Sinds 2012 is hij lid van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde en sinds 2013 van de Academia Europaea.

Uit zijn bundel ‘Thuis’ komt het gedicht ‘Postindustrieel wonen (Oostblok)’.

.

Postindustrieel wonen (Oostblok)

.

Alles wat van het vijfjarenplan kwam
ligt hier verloren

.

Stilgevallen wat hydraulisch
werd aangedreven
wat mechanisch

.

Het valt niet mee
de overgang te verlichten
het staal te plooien als weleer

.

Zou dat kunnen
beton afgrazen
de koepel opengooien en
de was drogen in het neon?

.

Op de rug van een stier

Hanneke van Eijken

.

Dat je poëzie op vreemde plekken kan aantreffen blijkt wel uit de vele (meer dan 100) voorbeelden die je kan vinden in de categorie ‘Gedichten op vreemde plekken’ op dit blog. En meestal zijn de plekken dan overal behalve in boeken. Daar staan gedichten normaal gesproken al tenslotte. En toch kun je ook gedichten in boeken aantreffen waarvan je het van te voren nooit verwacht zou hebben. Toen ik was aan het rondsurfen was op het net op zoek naar iets volledig anders, kwam ik in ‘FIDE, The XXIX congress in The Hague 2021’ een gedicht van Hanneke van Eijken tegen getiteld ‘Op de rug van een stier’.

Hanneke van Eijken (1981) is dichter en jurist. Ze publiceerde in literaire tijdschriften (o.a. Tirade, Het Liegend Konijn, Deus ex Machina, De Poëziekrant). In 2012 stond Hanneke op een podium van de poëziestichting Ongehoord! in Rotterdam dat ik mocht presenteren. Toen al was ik onder de indruk van haar dichtkunst. In 2014 debuteerde ze met de bundel ‘Papieren veulens’ gevolgd in 2018 door ‘Kozijnen van krijt’.

Maar terug naar het congresboek van FIDE (International Federation of European Law). Hanneke van Eijken is naast dichter namelijk ook universitair docent en onderzoeker bij de leerstoel Europees recht. In 2014 promoveerde ze op haar proefschrift “EU citizenship and the constitutionalisation of the European Union”, waarin ze de rol van het Europees burgerschap in het proces van constitutionalisering van de Europese Unie analyseert. In haar positie als postdoc onderzoeker blijft Hanneke onderzoek doen op het terrein van Europees burgerschap, in het multidisciplinaire onderzoeksproject bEUcitizen. Het is dus niet heel verwonderlijk dat dit gedicht een plekje kreeg bij de inleiding van dit congresboek.

Liliane Waanders schreef over dit gedicht op Hanta: Uit haar woorden maak ik op dat ik het gedicht vrij letterlijk moet nemen. Dat Hanneke van Eijken het erg vindt dat er zo slordig met Europa omgesprongen wordt dat zelfs de voordelen over het hoofd gezien worden. Oordeel zelf.

.

Op de rug van een stier

.

Iemand zei dat Europa niets meer is

dan een grillige vlek op een wereldkaart

zonder te beseffen

dat goden van alle tijden zijn

.

dat Europa vele vormen kent

ze is een eiland in de Indische oceaan

een maan bij Jupiter

zevenentwintig landen die als koorddansers

in evenwicht proberen te blijven

.

er leven godenkinderen die vergeten zijn

wie hun vader is

.

Europa is een vrouw

met een kast vol jurken

ze houdt er niet van een vlek genoemd te worden

.

over de wraak van goden en vrouwen met jurken

kun je beter niet lichtzinnig doen

.

 

 

Godface

Asha Karami

.

In 2019 debuteerde de, in India geboren, Asha Karami bij uitgeverij De Bezige Bij, met de dichtbundel ‘Godface’. Ik vind dit een intrigerende titel en in een interview met Karami zegt je zelf over de titel: “In het gedicht ‘Godface’ staat een regel die ik droomde: ‘godface’ riep ik ‘a god that kills you’ – in hoeverre bedenk je je dromen? –, dus daar heb ik een gedicht omheen geschreven.”

Karami is daarnaast een ietwat mysterieuze dichter. In India geboren, haar moeder trouwde met een Iraanse man en kwam zodanig in Nederland terecht. Naast haar schrijfwerk is zij jeugdarts en yogadocent. Tevens is zij werkzaam als arts bij vechtsportgala’s wat ook al bijdraagt aan het eerder genoemde. Haar bundel ‘Godface’ bevat poëzie en prozaïsche stukken. Voor deze bundel ontving ze  nominaties voor Herman de Coninckprijs, Grote Poëzieprijs en E. du Perronprijs. Ze ontving een eerste beurs voor debutanten van het Nederlands Letterenfonds en mocht als schrijver resideren bij de Jan van Eyck Academie. De residentie leidde tot het cureren van programma’s voor Perdu, waarbij kunstenaars en schrijvers werden gevraagd nieuw werk te maken rondom de thema’s: Neurodiversity; Food, Embodiment & Language; Effect of Sound an Poetry on the Body & Breath (geen idee waarom dit allemaal in het Engels is). .

Haar gedichten, essays en korte verhalen verschenen in o.a. nY, Het Liegend Konijn, Tirade, Poëziekrant, Terras, Revisor, De Groene, DW B, Cimedart, Extra Extra en De Gids en online op SampleKanon, MisterMotley, DIG, Notulen van het Onzichtbare, Optimist, en Ooteoote. Met kunstenaar Johan van Dijke maken ze poëziefilms. Daarnaast is ze adviseur poëzie bij Literatuur Vlaanderen en jurylid bij de maandelijkse poetryslam in Festina Lente in Amsterdam.

Haar poëzie wordt beschreven als verkennend, open, intuïtief, zoekend en onderzoekend. Zelf zegt ze hierover dat: “Door te doen wat ik wilde en wat ik interessant vond, en door in mijn onderbewuste te duiken en met dromen bezig te zijn. Ik hoop dat dat afgeeft op de lezer”. Oordeel zelf aan de hand van het gedicht ‘Ik was een bastaard’ uit de bundel.

.

Ik was een bastaard

.

ik lig op de bank

terwijl ik mee moet doen met de revolutie

.

open mij alsjeblieft beste

je bent een aardig persoon geweest

.

hebben de mensen dat gemerkt

en welke culturen zijn dan kwaadaardig

.

ik had me voorgenomen dat drie

van mijn vijf gezichten op elkaar zouden lijken

.

open mij nu

binnen zit de verrassing

.

goud in de natuur gevonden is altijd geel:

het is het contrast dat ons verbindt aan het verleden

.

ik heb hier een ingang gemaakt voor als je er nog in wilt

.

ik ga dood dat beloof ik

jij gaat dood dat beloof ik

.

Plattegrond

Frouke Arns

.

Voormalig stadsdichter van Nijmegen (2015-2016) Frouke Arns (1964) studeerde Engelse Taal- en Letterkunde in Nijmegen. Naast dichter is ze auteur, literair vertaler en tekstschrijver. Haar gedichten werden gepubliceerd in onder meer de Poëziekrant, Het Liegend Konijn, Schrijven Magazine, Het Parool en nrc.next. In 2013 verscheen haar debuutbundel ‘Mensen die je misschien kent’ bij uitgeverij Marmer. In 2017 volgde ‘Eigen terrein’ ,met daarin alle gedichten die ze tijdens haar periode als Stadsdichter van Nijmegen schreef. In 2018 kwam haar derde bundel, ‘De camembertmethode’ bij De Arbeiderspers uit, die genomineerd werd voor de Herman de Coninckprijs 2019.

Zo won ze onder andere de Meander Dichtersprijs (2017), de literaire prijs van de Stad Harelbeke en de jury- en publieksprijs van de Nijmeegse editie van ‘Aan het woord!’ Twee van haar gedichten werden opgenomen in de bundel ‘De 100 beste gedichten voor de VSB Poëzieprijs 2015’. In De Revisor, jaargang 2016 werden drie van haar gedichten geplaatst waaronder het gedicht ‘Plattegrond’.

.

Plattegrond

.

Berlijn was jong aan haar oevers, het bier liep over straat.
Op een bank zat een vrouw te bellen, haar vlees hing
aan alle kanten over, haar stem kristalhelder in de nacht.
.
Ik werd aangesproken in het Spreepark door een Penner
die me wegwijs wilde maken; in ruil daarvoor hield hij zijn hand op.
Bij Zenner dansten dames met watergolven zich terug hun jeugd in.
.
Blote heren lagen in het Tierpark op beladen gras. Augustus, de stad was open-
gebroken en klam, overal resten van muur en wespen. Eentje stak;
ik voelde het gif de hele nacht gonzen.
.
Later zag ik hoog vanuit de koepel wat de stad beneden niet prijsgeeft
– sprakeloos lag zij aan mijn voeten – van scheiding geen sprake.
Wolken dreven de dag uiteen.
.
Bij het monument
had iemand gevraagd wat het gekost heeft en
iemand had geantwoord: miljoenen.
.

Hals over kop

Yerna Van den Driessche

.

De Vlaamse dichter Yerna Van den Driessche (1949) studeerde als laborante en volgde tegelijkertijd een vier jarige toneelopleiding. Als kind had zij al een grote voorliefde voor poëzie maar begon haar literaire loopbaan ernstig op te nemen vanaf 2005 door deel te nemen aan talrijke poëziewedstrijden. Ze behaalde meerdere prijzen zoals in 2008 de ‘Prijs van de Stad Harelbeke’. In 2008 was ze ook laureaat ‘Literaire Creatie’ aan de ‘Stedelijke Academie voor Muziek en Woord’ te Ieper.

In 2009 debuteerde zij met de dichtbundel ‘Reconstructie’ waarna nog drie bundels volgde. De laatste in 2020 getiteld ‘Op twee benen lopen is moeilijk’. Gedichten van haar werden gepubliceerd in ‘Het Liegend Konijn’, ‘Poëziekrant’, ‘Deus Ex Machina’ en op de literaire sites ‘Meander’ en ‘Digther’.

In 2017 verscheen ‘Schaken met de dood’. Uit deze bundel staan een aantal gedichten in ‘Het liegend konijn 2019/1. Ik koos uit deze gedichten het liefdesgedicht ‘Hals over kop’.

.

Hals over kop

.

hij is het middelpunt van mijn universum

paal in het moeras van een losgeslagen zomer

.

in een wirwar van knisperend katoen

verhitte verstrengeling van huid haar en handen

is hij een blinde die mij toekomst biedt

.

de dag versplintert in de geruststellende geur

van soepel leer en verwarmde zetels

van lichamen die elkaar begrijpen

.

we nemen afscheid

hij oogverblindend met een kushand

ik met de koosnaam – junior – op mijn lippen

.

In medias res

Dubbel-gedicht

.

De Latijnse term ‘in medias res’ betekent zoveel als dat een verhaal niet bij het begin begint, maar ergens in het midden of mogelijk zelfs al rond het einde. Men arriveert bijvoorbeeld in een situatie die al enige tijd bezig is. In een film, boek of een gedicht kan het een stijlfiguur zijn (de film begint ‘in medias res’) waarbij de kijker of lezer bewust informatie wordt onthouden. Vervolgens worden de verhaallijnen en conflicten tussen personages veelal door middel van flashbacks uiteengezet.

Het gebruik van een dergelijk ‘stijlmiddel’ kan uitdagend zijn en soms ook verwarrend (waar gaat het eigenkijk over?). Deze uitdrukking werd door de Romeinse dichter Horatius voor het eerst geïntroduceerd in zijn ‘Ars poetica’. In de klassieke letterkunde en in epische poëzie zoals Paradise Lost van John Milton, is ‘in medias res’ de stijlfiguur bij uitstek.

Ik leerde de term kennen ergens begin van deze eeuw. In 2009 schreef ik er, voor ‘Alkmaar Anders’ een gedicht over. De opdracht of het thema van Alkmaar Anders was destijds de Toekomst. In mijn ‘in medias res’ gedicht gaat het over de smeltende ijskappen en de dood van een pinguïn.

In ‘Het Liegend Konijn’ 2019/1 kwam ik een gedicht van Dorothee Cappelle (1980) uit het Vlaamse Ieper tegen met de titel ‘in medias res’. Het leek me aardig om deze twee gedichten in een dubbel-gedicht samen te brengen. Voor zover ik heb kunnen nagaan heeft Dorothee Cappelle geen poëziebundel uitgebracht. Wel schreef ze artikelen voor het tijdschrift ‘Ons Erfdeel’.

.

Hoe het de pinguïn verging
(In medias res)
.
Doorboort door
het ijzervlijmscherp ivoor,
glijdend door het inktzwarte pak
.
nooit meer Napoleon
nooit meer het dwingend aanroepen
nooit meer de handel en wandel
mars of geen mars
.
want verrassing overwint snelheid
.
een laatste glimp
van het vuur dat warmt
maar niet smelt
.
voordat het licht dooft.

.

In medias res

.

dat we ergens moeten beginnen

hier of daar, gisteren misschien

.

dat schrijven zich niet zomaar

laat kisten ook al luisteren we

.

naar verhalen over vaders

in vijvers en raven en slagers

.

dat hij het noorden kwijtraakt

als zijn pen een misdaad pleegt

.

en zwijgt als hij eindelijk aan zijn

boek toekomt. Dat schrijven lijden

.

is of talmen of zoeken

hij weet het ook niet allemaal

.

maar spannend is het zeker

dat wel

.

De oneindige oester

Joris Miedema

.

Dichter Joris Miedema heb ik pas kort geleden leren kennen toen ik de bundel ‘Controversiële diersoort’ van uitgeverij Opwenteling las. En nu is er de bundel ‘De oneindige oester’ van Miedema. En vanaf het moment dat ik ben gaan lezen in deze bundel tot ik de bundel uit gelezen had belande ik in een soort rollercoaster, een surrealistische wereld waar de dichter mij, als lezer, niet alleen in uitnodigde maar in mee trok.

Als ervaren poëzielezer weet ik dat er vele vormen van poëzie bestaan, op dit blog verken ik juist ook de rafelranden van die poëzie. De rijke wereld van poëzie, de vele kinderen die de poëzie heeft voortgebracht, de vele vormen waarin poëzie zich manifesteert, het boeit me mateloos.  En de bundel ‘De oneindige oester’ voegt daar weer een element aan toe. Want voor de achteloze lezer die deze bundel in handen zou krijgen, er in zou bladeren en lezen, is dit misschien een brug te ver.

Tegen die mensen zou ik willen zeggen, leg deze bundel niet weg, probeer je in te leven in de wereld die Miedema schept, een wereld waarin alles mogelijk is, waarin absurditeit geen gegeven op zich is en waarin je, tussen de regels door, inzichten en gevoelens kan ontdekken die de dichter met je wil delen. Of zoals de tekst op de binnen achterflap ons meldt: “Waanzin blijkt geen losse flodder, maar onderdeel van een totaalbalans waar we als mens geen kaas van hebben gegeten”. Of met andere woorden: probeer niet alles in de poëzie van Miedema te begrijpen maar lees het, laat het over je komen, herlees het en op enig moment voel je de kwartjes vallen.

Zoals in het gedicht ‘Bloedbrommer’ waarin ik het gevoel herken van het terugvinden van een oude brommer, de herinneringen aan die brommer, de ritjes die ermee gemaakt zijn, de fysieke staat en sensatie van die brommer; “zijdewind wacht geduldig / in de openingen van het frame / ik kan haast de toonhoogtes / van je ribben horen”. Of in het gedicht ‘Witte urn’ waarin vaders urn de hoofdrol speelt, een urn waarin een witte vlek lijkt te ontstaan maar dat in werkelijkheid, volgens de ‘medewerker’ een ondergaande zon voorstelt. En de twee laatste regels; ‘dat is bijna poëzie mam zei ik / ga toch eens weg met die poëzie’. Waarmee een inkijkje in het gevoelsleven van de dichter wordt gegund.

En zo ontdek ik steeds meer kleine details in gedichten waar ik de absurditeit die vooral ook in de gedichten aanwezig is, de baas kan. Waarmee je de waanzin bij de kop kan grijpen en bedwingen. Want dat er waanzin of absurditeit in de gedichten aanwezig is staat als een paal boven water. Zoals het gedicht ‘in zijn umpie’ begint; uit de klimtoren viel een jongen / in duizend umpie bonken / uiteen op de straat.  je kon zijn bange pupil / in het glas / zien zitten.

Voeg daar de Jheronimus Boscheske tekeningen die de bundel sieren aan toe en je waant je tijdelijk in een andere wereld, een wereld die niet altijd meteen duidelijk is of  herkenbaar, maar waar zoveel in valt te ontdekken, waar je je in een taal kunt wentelen die je meeneemt en die je soms met vragen achterlaat. En voor mij is ook dat poëzie, een reis die je aangaat (in een bundel) waarvan je niet weet waar die je gaat brengen, wie je gaat tegen komen en welke ‘avonturen’ je er mee gaat beleven. Deze bundel ‘De oneindige oester’ doet dat.

Joris Miedema (1978) debuteerde in 2011 met de bundel ‘Oogtheater’ bij De Contrabas. Gevolgd in 2017 door ‘De dood en drie andere gedichten’. Daarnaast werd werk van Miedema gepubliceerd in Het Liegend Konijn, Meander, Gierik-NVT, Dighter en de bloemlezing ‘Zo helpt poëzie’.

.

plaats delict

.

op de ondergrondse plank van de voorraadkast ligt Kees

we dachten eerst aan een uit de hand gelopen vaas

maar oma zei al snel

dat het haar eerste zoon was

die ooit bevolkt werd door trollen, tovenaars

en een Russische spion

.

ze vertelde dat er altijd oorlog in hem woedde

zijn wimpers werden al snel van prikkeldraad

en nergens in zijn woorden

was nog klank te herkennen

tot het bos waar al zijn persoonlijkheden

verbleven volledig was afgebrand

.

ik ging vaak bij hem zitten als we op visite kwamen

met wat takken die ik gevonden had

om te kijken of ik nog een dorp kon bouwen

maar in plaats daarvan

dacht ik een besneeuwde afgezette weg te zien

met rode linten

.

Doodsbeenderenboom

Rinske Kegel

.

In de nieuwe MUGzine, #10 die half december wordt gepubliceerd staan naast dichters Laura Mijnders en Jabik Veenbaas ook dichter Rinske Kegel (1973). Schrijver van poëzie en kort proza. Rinske heeft in verschillende literaire bladen publicaties gehad, waaronder Revisor, het Liegend Konijn, De Gids en Op Ruwe Planken. Op dichtsite Meander is een interview met haar te lezen. Ook is haar werk in verschillende verzamelbundels gepubliceerd, waaronder ‘Dichters uit de bundel; De moderne Nederlandstalige poëzie in 400 gedichten.’ Samengesteld door Chretien Breukers en Diewertje Mertens.

Daarnaast was Rinske een tijdlang Dichter bij de Dag bij het radioprogramma Dit is de Dag op radio 1 van de E.O. Waarbij ze live in de uitzending een gedicht op maat maakte en heeft ze op een aantal festivals opgetreden waaronder Dichters in de Prinsentuin en Onbederf’lijk Vers. Van Rinske zijn 4 bundels/boekjes verkrijgbaar;  twee bij uitgevers en twee gemaakt in eigen beheer. Op haar website kun je nog veel meer lezen over haar en haar werk.

Bij uitgeverij De Zeef verscheen in 2019 de bundel: ‘Als het maar en vacht heeft’. Uit deze bundel komt het gedicht ‘Doodsbeenderenboom’.

.

Doodsbeenderenboom

.

We waren er allemaal behalve hij en iedereen
zei hetzelfde en niemand wilde het horen en mijn neefje
wilde slagroom op de chocomel maar dat hadden ze niet
en hij bleef lang boos en eigenlijk waren we allemaal boos.
Boos op de koning en boos op de lakeien
ook al kregen we extra koekjes en vlogen buiten de bijen af en aan
als kleine traumahelikopters.
Onder een van de bomen in het park waar we net gewandeld hadden
lagen grote zwarte peulen, binnenin de peulen rammelde het.

.

Nummer 10

Jabik Veenbaas

.

Behalve dat we een geboortedag delen is Jabik Veenbaas (1959) dichter, schrijver, vertaler en filosoof. Hij schrijft in het Nederlands en in het Fries. In de nieuwe MUGzine editie 10, staan gedichten van zijn hand, evenals van Laura Mijnders en Rinske Kegel.

Veenbaas vertaalde veel filosofisch werk, maar ook veel poëzie, onder meer ‘Grashalmen’ van Walt Whitman en ‘Lyrische balladen’ van William Wordsworth en Samuel Coleridge. Veenbaas publiceerde tot nog toe acht dichtbundels, vier Friestalige en vier Nederlandstalige. Zijn meest recente bundel was Soms kijkt de aarde me aan  uit 2020. Zijn Nederlandstalige poëzie verscheen in onder meer Het liegend konijn, Poëziekrant en Hollands maandblad.

Naast poëzie van deze drie dichters bevat de nieuwe MUGzine natuurlijk een Luule en fotokunst van Esther Wijntje. Het kleinste poëziemagazine van Nederland en België verschijnt op mugzines.nl en is daar gratis te downloaden. En natuurlijk worden er van nummer 10 ook weer honderd papieren exemplaren gedrukt. Deze worden automatisch verstuurd naar onze donateurs. Ook donateur worden? Ga dan naar deze pagina.

Uit de bundel ‘Brieven aan mijn kind’ van Jabik Veenbaas uit 2007 komt het gedicht ‘de aarde’.

.

de aarde

.
de aarde, een zware geur van groen en water,
bleef me toch altijd na, ook als ik
wegdreef, met mijn spinragwieken
over de ijle, wijkende hemel

of wakker werd
in haar vorstige lente, aan een boos
en visloos diep, een ijsharde hand op mijn
knokige schouder

meer dan eens ontkwam ik
het laatste verse brood in een slip van mijn jas
dat ik verborg, een paar vluchtige stonden, in
het hazenleger van een vrouw

en tenslotte terugvond
in jouw kindergezicht, mijn boom en mijn wortel.
toen wist ik: ik was het zelf, steenoude oergrond,
broer van zon en sterren, sterk als een berg,
en ik zou jou bergen

.

%d bloggers liken dit: