Site-archief

Poëzie schrijven

Over het hoe en wat van Poëzie

.

Op 31 januari jongstleden (Nationale Gedichtendag) verscheen in dagblad Trouw een artikel over Tom Lanoye, Poëzieweekdichter van 2019, waarin hij 5 tips geeft over ‘hoe je poëzie schrijft’. Ik moest meteen denken aan een bericht dat ik hier op 21 augustus 2017 op dit blog plaatste over wat poëzie nu eigenlijk is https://woutervanheiningen.wordpress.com/2017/08/21/poezie-zeker/. Een aantal zaken kwamen overheen. Ook de andere tips van Tom hebben in de loop der tijd dit blog wel gehaald. Al lezend in het artikel werd mij wel duidelijk dat we er hetzelfde over denken. Poëzie is vooral je ‘eigen stem’ vinden, wat je doet door veel naar poëzie te luisteren en het te lezen, en het gewoon doen, het schrijven.

Voor wie het artikel niet heeft gelezen hier de tips van Tom:

  1. Laat je door niemand iets wijsmaken. Wat poëzie precies is, is voor ieder mens anders. De een zal refereren aan de klassieken, aan de vaste versvormen, de ander zal deze juist ver van zich werpen. Poëzie komt in vele vormen en maten. Van sterk hermetische poëzie tot verhalende proza gedichten, van de beeld poëzie van de Dada dichters tot de readymades en stiftgedichten. Terecht merkt Tom op dat hoe meer kennis je hebt van de verschillende stijlen en technieken hoe beter je eigen poëzie vaak wordt. Ze wordt dan gelezen of opgenomen in een kader dat lezers (her)kennen.
  2. Léés voordat je gaat schrijven. Ook hier ben ik het hartgrondig eens met Tom. Om poëzie te kunnen schrijven (in welke vorm dan ook) heb je een kader nodig om je poëzie in te framen. dat is wat anders dan domweg iemand na doen of een stijl kopiëren. Lezen, lezen en nog eens lezen. Door veel te lezen merk je vanzelf welke vormen en stijlen je liggen en welke minder. De vorm die je bevalt en ligt kun je vervolgens jezelf eigen maken(wat ook echt iets anders is dan gewoon nadoen). Elke dichter heeft voorbeelden, wordt geïnspireerd door andere dichters. Door veel te lezen gaat er niet alleen een wereld voor je open, er zal zich ook een idee vormen van de poëzie die je zelf graag wil schrijven.
  3. Probeer alle genres zonder dedain. Deze is niet eenvoudig kan ik uit ervaring zeggen. Maar opnieuw heel waar. Jarenlang dacht (en vond) ik dat ik niet over een vaststaand thema kon dichten. Ik moest geïnspireerd worden. Maar ik wilde wel graag af en toe aan een wedstrijd meedoen. Dus ik heb mezelf ertoe gezet. Dit bleek heel succesvol, ik won wedstrijden met gedichten die ik speciaal voor dat doel had geschreven. een ander voorbeeld; ik werd gevraagd om een gedicht voor een kersttentoonstelling te schrijven. Het wilde maar niet lukken en toen dacht ik, laat ik eens gek doen, ik probeer een sonnet te schrijven. dat had ik nog nooit gedaan daarvoor. Vooral omdat ik dacht dat ik dat niet zou kunnen (te gekunsteld, te gezocht). Niets was minder waar. het ging me heel goed af en er kwam een prachtig, kloppend gedicht van waar ik nog steeds heel blij van wordt.
  4. Draag je poëzie voor. Deze komt uit mijn hart. Er is werkelijk niets mooiers, niets leukers dan je eigen poëzie voordragen en de reactie van de toehoorders te merken. Natuurlijk heb ik makkelijk praten, ik doe dit al jaren maar ik herinner me de eerste keer nog. Net voor het uitbrengen van mijn debuutbundel ging ik met de versie op A4 mijn gedichten voordragen. Ik was er (toen) niet bijster goed in maar het voelde geweldig, dit wilde ik. Een enkele keer zeg ik weleens tegen dichters dat het voordragen van je poëzie je gedichten pas echt laten leven. Na vele jaren oefenen denk ik het eindelijk een beetje onder de knie te hebben. Door te kijken en luisteren naar dichters die voordragen zal het je zelf ook steeds makkelijker afgaan. Dus doen!
  5. Als laatste punt laat Tom optekenen: vergeet niet te leven. En dat is natuurlijk waar. Wie dingen meemaakt heeft altijd een reservoir aan ideeën en herinneringen om over te schrijven. En daar horen de vervelende zaken van het leven ook wel degelijk bij. Dus liefde, romantiek, ontdekkingen en geluk maar ook ziekte, dood, ongeluk, verlies, wanhoop. Je hoeft er niet naar op zoek te gaan maar scherm je er niet voor af, doorleef de dingen. Ze zullen je poëzie ten goede komen.

Uitstekende tips dus van een goed schrijver en dichter. Ik zou daar heel onbescheiden nog een laatste aan toe willen voegen: Fantasie. Laat je fantasie de vrije loop, verzin dingen die niet kunnen, associeer er op los, laat woorden, zinnen ontstaan die misschien kant noch wal raken maar laat de fantast, het kind zo je wil, in jezelf los en schrijf. Je zult zien dat je hieruit de meest fantastische gedichten kunt distilleren. Misschien niet altijd als tekst maar zeker al idee.

Om een voorbeeld van zo’n soort gedicht te noemen heb ik gekozen voor een gedicht van Jeroen de Vos uit zijn bundel ‘Soms zijn drie woorden genoeg’ uit 2009.

.

Duet

.

Mijn gitaar staat naast zijn vriend

de piano

.

ze kunnen het wel vinden die twee.

.

vaak genoeg laat mijn gitaar zich

voorover vallen

zodat hij met zijn kop tegen de piano slaat

.

iedere keer als dat gebeurt trillen hun snaren

en komt er een onbestemd diep bombastisch

geluid naar boven.

.

daarna moeten ze onbedaarlijk lachen

.

                                                                                                                                                                                                                                             Foto Tom Lanoye: Saskia Lienard

Advertenties

Peggy Verzett

haar vliegstro

.

Pasgeleden mocht ik mijn verhaal vertellen op de middag van de bibliothecaris in De Doelen in Rotterdam samen met nog een aantal inspirerende collega’s. Een van hen was Peggy Verzett. Deze Rotterdamse dichter en beeldend kunstenaar zong daar samen in een trio een aantal nummers maar ze droeg ook gedichten voor uit haar laatste bundel ‘haar vliegstro’ uit 2016.

De bundel  ‘haar vliegstro’ gaat over haar moeder en in de poëzie zie je haar kunstenaarschap terug. Geen gedichten met een titel en dan het gedicht volgens een vaste vorm of concept, nee Peggy Verzett gebruikt in deze bundel de ruimte die haar gegeven wordt. Ze gebruikt de volledige bladspiegel, wisselt korte gedichten af met lange prozaïsche poëzie, ze maakt gebruik van kolommen en af en toe moest ik denk aan de dichter van Paul Ostaijen.

Haar poëzie is niet heel makkelijk leesbaar of toegankelijk, eerder hermetisch of sterk associatief, maar voor wie zich de tijd gunt en de gedichten aandachtig leest valt er veel te genieten en te begrijpen.

Een voorbeeld uit de bundel zonder titel.

.

ik wilde niets

geen blij gras

of ‘paviljoen in blij gras’

’t eerste deel dat ik vulde met gist,

.

hoe goed het glijden ging over

haar afficherende dienstingang

de mogelijkheid van glas erin te gaan en dansen, er vuurgraads levens lang

(de overkappingen/netwerken van elektrieken, mijn en jouw gedrag

.

neuzen snuiten in Lapland)

bereikte mij in hevig binnenrijm op een punttere

zich in eigen kwik

een rij gleed – de berm gedroeg zich

.

als ’n heilige anonieme in stilstaande bleke

lichte een zitting uit van het vacuüm

ik voelde spijt in

ongeboren kiezen woelden witte zachte ingedeukte kegels

.

na het sluiten van de geslachten

op mosniveau viel zeker iets

te halen een nieuwe afgeluisterde die hersenschuinte in

toen was Draussen nog of het goed of

.

zomer zomer

motors motors

mutabele motoren van bloed

.

Dichter aan huis

Den Haag en Gent

.

Toen ik op mijn huidige adres in Den Haag kwam wonen zag ik op een mooie zondag een groot aantal mensen in de huiskamer van mijn overburen zitten. Op dat moment wist ik niet precies wat er aan de hand was (het waren geen bekende gezichten) maar later begreep ik dat dit één van de adressen was waar het festival ‘Dichter aan huis’ plaats vond.

Vanaf 1991 vond in de oneven jaren het poëziefestival ‘Dichter aan huis’ plaats en in de even jaren de prozavariant ‘Schrijver aan huis’. In 2013 werden beide festivals samengevoegd en bood het programma ruimte aan poëzie in al zijn facetten, van hermetische poëzie tot light verse, en proza in alle disciplines zoals fictie, non-fictie, thrillers, reisverhalen, geschiedenis en biografieën.

De editie in 2013 was ook helaas de laatste editie. Ondanks dat er ruim 800 deelnemers waren die wandelend en fietsend langs de vijftig locaties in de Archipelbuurt en het Zeeheldenkwartier gingen.

In 2007 was er naast een ‘Dichter aan huis’ in Den Haag ook een editie in Gent. Van deze editie werd, zoals vaker, een bundeltje gepubliceerd. Uit dit bundeltje een gedicht van Luuk Gruwez (eerder gepubliceerd in ‘Het liegend konijn’ in 2007) met als titel ‘Versterving’.

.

Versterving

.

Als oude mannen over jonge vrouwen kletsen,

dan sijpelt uit hun ooghoeken het fletse licht

van zuigelingen die hun zuigfles missen,

een fopspeen of de tepel van hun moe.

.

Veel meer dan in hun overige lichaamsdelen,

speelt zich haast alles in hun koppen af:

heel dat langdradige en stoffige verleden,

die tamme lusten en die saaie kussen.

.

Als oude venten over jonge vrouwen kletsen,

gaan als vanzelf hun handen wapperen,

hun ogen flakkeren, hun hersens fladderen:

zij hebben eindelijk besloten te beginnen.

.

dichteraanhuis20052

Foto: Diana Ozon

De dichter moet stem worden

Een Magistrale Stralende Zon

.

Poëzie komt in vele vormen en dichters komen in verscheidenheid. De een schrijft in eenzaamheid aan verzen, de ander kwakt iets in alle spontaniteit op papier en kan niet wachten om het aan anderen te laten horen. Voor de een is het publiceren van een eigen bundel het hoogst haalbare, voor de ander telt slechts de performance. Dichters die hun poëzie bijna fluisterend voordragen vanaf het papier versus slamdichters en spoken word dichters.

Het is geen wedstrijd. Voor ieder soort dichter is er ruimte binnen de poëzie. Sommige dichters zijn gezegend met een prachtige pen en voelen zich als een vis in het water voor roerige menigten. Anderen kiezen bewust voor het een of het ander. En dan is er een hele grote groep die beide ambieert.

Voor die laatste groep stond er in het Volkskrantkatern Sir Edmund van 19 september een goed artikel van Aisha Zeijpveld. In dit artikel worden wenken en tips gegeven voor de dichter die graag wil voordragen maar hier of moeite mee heeft of niet precies weet hoe dit te doen.

Wat maakt een gedicht geschikt om voor te dragen? Niet alle gedichten zijn podiummateriaal. Gedichten die iets geestigs of iets aangrijpends hebben doen het vaak goed voor publiek. Maar wees voorzichtig met het opzoeken van de lach, voor je het weet begeef je je op het terrein van de cabaretier en wordt je als dichter niet serieus meer genomen. Een uitzondering hierop zijn de light verse dichters wat mij betreft.

Kies gedichten die een zekere muzikaliteit hebben en herkenbare thema’s (verlangen, liefde, dood) en zorg ervoor dat de gedichten niet te complex zijn. Abstracte, experimentele of hermetische poëzie leent zich nu eenmaal niet goed voor een podium.

Een ander punt is de combinatie publiek en locatie. In een kleine intieme setting kun je je wat subtielere en complexe gedichten veroorloven (ook wat langere) maar sta je in een rumoerige zaal waar je moet concurreren met groepen pratende mensen of een koffiemachine kies dan voor meer verstaanbare, stevigere en luidere teksten.

Maar kijk ook inhoudelijk naar de gedichten die je voordraagt. Passen deze bij het publiek dat je verwacht? En natuurlijk ben je als dichter zelf een belangrijke factor van het welslagen van je voordracht. Hoe sta je voor een publiek? Ken je je gedichten uit het hoofd en kun je tijdens de voordracht het publiek goed aankijken of lees je alles voor van papier, slecht articulerend, te snel en murmelend?

Als je hierover van te voren goed nadenkt kan dat je voordracht in positieve zin beïnvloeden.Of zoals in het artikel staat “de dichter moet helemaal opgaan in de poëzie en moet eigenlijk alleen nog maar stem worden”.

Als je als dichter erin slaagt je gedichten die toon, muzikaliteit, sfeer en schwung mee te geven dat ze gaan zingen dan kan het gebeuren dat de vonk overspringt en er die magische sfeer ontstaat waar je op hoopt. Dat zijn voor de dichter en het publiek de bevredigendste optredens, waarin iedereen één wordt met het gedicht.

Natuurlijk sluit ik dit stuk af met een gedicht, van een dichter die niet alleen de pen maar vooral ook het podium beheerste. Johnny van Doorn. Uit: ‘De tijdgeest’ van Johan van der Keuken het gedicht ‘Een magistrale Stralende Zon’.

.

johnny1-1

.

Zonder lidwoord

Sluitende man I

.

Poëzie komt in vele vormen. Zo is er de vorm waarin lidwoorden volledig of vrijwel volledig worden weggelaten hetgeen, in mijn beleving, het gedicht vaak een mate van afstandelijkheid meegeven. Dichten zonder lidwoorden is niet niet domweg lidwoorden weglaten waar je die normaliter zou schrijven, het is ook zoeken naar alternatieven, naar wegen om zonder lidwoorden toch dat te kunnen schrijven wat je wil schrijven.

Ik weet dat er dichters zijn die bijna niet anders meer kunnen of willen. Ik blijf het met enige verbazing lezen. Een mooi voorbeeld dat ik zeker kan waarderen is het gedicht ‘Sluitende man I’ van dichter Piet Gerbrandy.

Piet Gerbrandy (Den Haag, 1958) is dichter, classicus en poëziecriticus. Hij ontving voor zijn werk verschillende literaire prijzen waaronder de Jan Campert-prijs en de Herman Gorterprijs. Over zijn bundel ‘Kreukmonden opgevuld met gelei schreef Wiel Kusters begin dit jaar:

“Zijn experimentele, atonale poëtica heeft niet alleen symbolistische trekken maar is ook sterk verwant aan de poëzieopvattingen van hermetisch genoemde dichters als Hans Faverey, Cees Nooteboom en Kees Ouwens.”

Misschien niet de meest eenvoudige poëzie om te lezen maar wel poëzie waar je op kan kauwen en waarvan de schoonheid langzaam tot je komt.

.

Sluitende man I

Te midden van jaarloze flessen tast
schrander de gymnasiast naar contact in een muur
want aantocht van mensen is denkbaar.

Uit rokzak puilt een zinderende schuimkraag.

Staat kroegjool op springen, het lekt
in zijn aards gewelf – ach daar velt hem
vonkende stroom, stuipt zijn hart.

In baaierd van zwam zal zijn rotting
geknakt, hoge zijden gedeukt nog wat liggen.

Hij leeft. Hij vermoedt dat hij leeft.
Hij wendt zich van veel dingen af die zijn.

En sluitende man kiest hij vrouw
om aanspreekbaar te blijven.

.

gerbrandy

Met dank aan gedichten.nl

Hermetische poëzie

Met vis op weg

.

Naar aanleiding van het gedicht dat ik gisteren plaatste heeft Ger Belmer gereageerd. Deze reactie gaat ondermeer over het toevoegen van onbegrijpelijke elementen aan gedichten waardoor deze vrijwel onleesbaar worden. Elementen die op het eerste gezicht niets met elkaar en het gedicht te maken hebben. Hoewel mijn gedicht Met vis op weg bedoeld was als een stukje absurde tekst zonder enige betekenis (gewoon omdat het kan en ik er zin in had zoiets te schrijven) heeft dit me wel aan het denken gezet.

Ook ik lees weleens poëzie waarvan ik denk; waar gaat het eigenlijk over? Poezie die ondoorgrondelijk en eigenzinnig is (zou je ook kunnen zeggen) maar waar ik niets mee kan. Nu weet ik dat er mensen zijn die dit ook van (delen) van mijn poëzie vinden. Hierover schreef ik al in Zoet en Fruitig versus Zoet en Bitter (27 april). Soms kan mijn poëzie wat abstract zijn. Toch denk ik dat mijn poëzie niet als hermetisch gekenschetst moet worden. Zoals ik in mijn reactie op de reactie van Ger schreef heeft Jorsi Lenstra een zeer duidelijk en leesbaar stuk voor Meander geschreven over wat hermetische poëzie is, wat de kenmerken zijn en hoe deze vorm van poëzie te (leren) waarderen. Dit stuk kun je hier lezen: http://meandermagazine.net/leesmaar/tekst.php?txt=3573

Tot slot een voorbeeld van hermetische poëzie van Hans Faverey. Met dank aan gedichten.nl

Zodat ik uitzie

.

Zodat ik uitzie

door het oog

van mijn naald

.
en sneeuwblind herken

de zwerfsteen,

sterfsteen onder

.
mijn tong: splinter

voor splinter

.
slaagt hij erin

niets te wegen,

niets voor te stellen.

.

%d bloggers liken dit: