Site-archief

Vingerafdrukken

Herman de Coninck

.

Van een goede vriendin kreeg ik een doos met poëziebundels. Bij het uitruimen van de boekenkast van haar ouders kwam ze ze tegen en daarop vroeg ze of ik geïnteresseerd was. Dat was ik en er zitten prachtige (oudere en nieuwere) bundels bij. Onder andere de bundel ‘Vingerafdrukken’ van Herman de Coninck uit 1997. Hermen de Coninck schrijft in het voorwoord: “In elk geval is deze bundel schaamteloos pastoraal, in een periode waarin het televisiejournaal alleen maar oorlog te bieden heeft”. In het gedicht ‘Slaapliedje voor Laura in Gigaro’ komt dit mooi tot uiting wanneer je de betekenis van zielverzorgend kiest voor pastoraal (het kan ook herderlijk, landelijk of arcadisch betekenen).

.

Slaapliedje voor Laura in Gigaro

.

Eén miljoen vissen houden zich stil

en daardoor slaapt de zee.

Moge ook jij een paar duizend gedachten

niet hebben, en daaronder slapen.

.

(Ik heb ze voor jou gehad. En soorten verdriet.

Ze waren de moeite niet.)

En moge je ontwaken door vogelgekwetter.

God is vrij vertaald in het Hebreeuws,

.

maar dit is naar de letter.

.

Advertenties

Treinen en frambozen

Erotiek op zondag

.

Patricia Lasoen (1948) is een Vlaams dichter die in 1968 debuteerde met de bundel ‘Ontwerp voor een Japanse houtgravure’. Ze werd samen met dichters als Daniel van Rijssel, Herman de Coninck, Jan Vanriet en Roland Jooris tot de zogenaamde nieuw-realisten gerekend. Zelf denkt ze daar genuanceerder over, in haar werk komen ook surrealistische elementen voor en daarnaast is haar poëzie soms magisch-realistisch en dan weer sociaal geëngageerd.

In 1993 publiceerde dichter Patricia Lasoen de bundel ‘De wanhoop van Petit Robert’. Uit de recensie destijds van NBD Biblion: “Het droomachtige en beeldrijke is uit haar poëzie verdwenen om plaats te maken voor bitterheid en ontgoocheling.” Het gedicht ‘Treinen en frambozen uit deze bundel voldoet echter nog steeds aan de kenmerken droomachtig en beeldrijk. De erotiek die ze opvoert in de eerste zin van dit gedicht is in de rest van het gedicht steeds duidelijker aanwezig en steeds meer voelbaar.

.

Treinen en frambozen

.

Treinen vind ik erotisch, zei ze

en frambozen.

Treinen: hun weg is voorgebaand,

ze zoeven door het landschap

genadeloos; soms lijken ze wel wreed

zoals ze onbarmhartig bermen vol

met bloeiend onkruid achterlaten –

en dan, hoe ze zich in beweging zetten:

nauwelijks merkbaar eerst

met kleine schokjes, en pas na een tijd

komen ze tot hun volle kracht

en fluitend razen ze voorbij signaal

en overweg, en over water

ze komen dan geruisloos stil –

een schok kaatst soms onzacht

hun inhoud en hun doel terug.

.

Frambozen staan vanzelf

met liefde in verband:

hun zachte huid en nauwelijks voelbare haartjes

worden liefs tegelijk met

lippen, tong en huig geproefd

langzaam smelten ze open

en naderhand weer dicht

je hoeft ze zelfs niet aan te raken –

direct nadien zijn ze ontastbare herrinering.

.

Gedichten op vuilniszakken

Tom Lanoye

Het project heet ‘Dichter bij de mensen’. Door toegankelijke teksten van gerenommeerde schrijvers op huisvuilzakken te plaatsen, op grote schaal te verspreiden en zichtbaar te maken voor de hele bevolking, hoopte Kortrijk de bevolking wat cultuur bij te brengen.
Bovendien zag het stadsbestuur in de witte vuilniszakken met zwarte opdruk (Tot nu toe hadden de Kortrijkse huisvuilzakken een donkergrijze kleur) een middel om de verzuring in de maatschappij tegen te gaan. Volgens de verantwoordelijke wethouder De Coene was het een maatregel tegen de verzuring: ‘We leven allemaal in welstand en toch is er een foetercultuur, kijk maar naar de brieven in de krant. Er is een toename van het onbehagen.’

Het sprak de inwoners van de gemeente Kortrijk in België kennelijk nogal aan. De vele duizende vuilniszakken die gedrukt werden waren in no time uitverkocht.

Het gedicht van Tom Lanoy luidt:
.
Vuilnispraat
.
Kom, steek mij vol. Het kan, het mag
het is zelfs obligaat. Kieskeurig ben ik
niet: ik kan tegen een geurtje en zelfs
tegen de kleur van alles wat vergaat.
.
Laat mij met zorg uw vuiligheid verhullen.
Het is mijn zelfgekozen taak. Benut me dus
en wees, voor eens – gesteund door zelfs
de Staat – een zakkenvuller van formaat.
.
Met dank aan Karin Wissink en John Roovers voor het vinden van de foto’s.

Zoals dit eiland van de meeuwen

Herman de Coninck

.

Een van mijn vaste bijdragers Stefanie stuurde mij vanuit Mechelen een paar voorbeelden van poëzie in de openbare ruimte. Haar foto van een bord in een winkelstraat met daarop een gedicht van Herman de Coninck vond ik ontroerend door zijn eenvoud en door het feit dat men niet de moeite had genomen het op te hangen (zoals vaak gebeurt) en het feit dat er op de hoek van het bord al een barst zit. Poëzie voor iedereen, dichtbij, tegen een boom geplaatst in een winkelstraat, ontdaan van alle pretenties. Zo zie ik het graag. Daarom deel ik hier het gedicht en de foto van Stefanie.

.

Zoals dit eiland van de meeuwen

.

Zoals dit eiland van de meeuwen

is en de meeuwen van hun krijsen

en hun krijsen van de wind

en de wind van niemand

.

zo is dit eiland van de meeuwen

en de meeuwen van hun krijsen

en hun krijsen van de wind

en de wind van niemand.

.

Gendray

Herman de Coninck

.

Van de bekende en beroemde Vlaamse dichter Herman de Coninck is een biografie verschenen met de titel ‘Toen met een lijst van nu errond’. Geschreven door Thomas Eyskens en na het prachtige boek van zijn vrouw Kristien Hemmerechts ‘Taal zonder mij’ nu dus een officiële biografie, en hoewel zij aan deze biografie niet heeft meegewerkt is het een zeer uitgebreide en informatieve biografie geworden.

Toen ik dit las werd ik: A. meteen nieuwsgierig en B. kreeg ik de aandrang om de werken van Herman de Coninck er weer eens bij te pakken. Zoals de regelmatige lezer van dit blog weet, ben ik een groot liefhebber van zijn gedichten en elke reden om weer eens aandacht te besteden aan deze, veel te vroeg gestorven, dichter te besteden is er een.

Daarom uit de bundel ‘Schoolslag’ uit 1994 het gedicht ‘Gendray’.

.

Gendray

.

  Voor Hugo Brems

De koe, Hoe ze het al eeuwen

met hetzelfde ontwerp moet doen.

Zoiets als de Volkswagen-kever:

de koe-koe.

.

Maar hier liggen er mooie, meisjes haast,

godinnen van het staren, hun grote

stofzuigerzakken volgegraasd, lichtjes verbaasd

van tevredenheid om dit bestaan.

.

Eén wil, moe van al dat ligwerk

overeind gaan staan.

.

Flamingo’s

De lenige liefde

.

In 1969 debuteert Herman de Coninck met de dichtbundel ‘De lenige liefde’. Tot op de dag van vandaag lezen vele mensen deze bundel opnieuw en opnieuw, door de schoonheid van de gedichten, de liefde die uit zijn gedichten straalt en de optimistische sfeer die de bundel uit ademt. Omdat er nog altijd mensen zijn die Herman de Coninck en zijn werk niet of niet zo goed kennen daarom een gedicht uit deze bundel.

.

Flamingo’s

.

Ze zijn er bijna niet

zoals heel slanke vrouwen

na heel licht verdriet.

Met hun poten als met een dun pincet

pikken ze preuts hun tenen

uit het water op, o, ze

zijn zo rose

als gedachten van een maniërist.

Ze zijn vraagtekens achter al ons weten

en zo fraai dat we even

niet meer om een antwoord geven.

.

Der Hirt auf dem Felsen

Herman de Coninck

.

Vandaag op de zondag van Herman de Coninck een gedicht uit zijn bundel ‘Enkelvoud’ uit 1991. Het gedicht met de intrigerende titel ‘Der Hirt auf dem Felsen’ .

.

Der Hirt auf dem Felsen

.

Een klarinet is genaakt van o’s.

Die worden door twee kleppen dichtgehouden.

Dood laat er twee tegelijk open.

.

Uit de riolering van de dood komt dit lied.

Uit open deksels van de hel.

Tot helemaal boven stijgt verdriet.

.

Ik kan handen over mijn oren doen

maar dan blijf ik zien.

Ik kan ze voor mijn ogen slaan

maar dan blijf ik horen.

Notenbalken van wanhoop tot sopraan.

.

Zoals Alfred Brendel na twintig jaar Schubert

naar zijn vingers kijkt. Zij

hebben het bestaan.

.

Jawoord

Herman de Coninck

.

Op deze zondag in september opnieuw een gedicht van Herman de Coninck. Uit de bundel ‘De gedichten’ uit 2014 (in mijn geval), een liefdesgedicht. Soms denken mensen dat liefdesgedichten heel hoogdravend (moeten) zijn, met vuur en vlam, boordevol emoties. Terwijl de mooiste liefdespoëzie volgens mij altijd klein en subtiel is. Zoals het volgende gedicht van Herman de Coninck, zonder titel uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’.

.

Zoals het strand en de zee:

jij gaat nooit weg. En ik

kom altijd terug. Het is bijna zo goed

.

als blijven. Voor een jawoord

is het te laat.

Maar je zegt niet nee.

.

Zondag, dichter van de maand

September

.

Er zijn dichters die ik graag en regelmatig teruglees. Het viel me op (naar aanleiding van het bericht over Edna St. Vincent Millay) dat ik al een tijdje geen poëzie van Herman de Coninck had gelezen. Terwijl De Coninck echt één van mijn favoriete dichters aller tijden is (zoals ook E.E. Cummings, Vasalis en Charles Bukowski). Toen ik ‘De gedichten’ van Herman de Coninck weer ter hand nam wist ik dat ik weer over zijn werk wilde gaan schrijven.

Daarom heb ik, na een aantal maanden zonder dichter van de maand en inmiddels een paar jaar zonder Herman de Coninckzondag, besloten dat ik de komende maanden de zondag weer zal gebruiken voor nieuwe dichters van de maand. In ieder geval zal ik de onlangs veel te jonge gestorven dichter Antoinette Sisto een plaatsje geven als dichter van de maand maar andere suggesties zijn welkom.

Nu, in september, een terugkeer van één van de grootste dichters die het Nederlands taal gebied en Vlaanderen in het bijzonder heeft voortgebracht, Herman de Coninck. Uit zijn bundel ‘De gedichten’ en dan bijzonder uit het onderdeel ‘Verspreide gedichten’ het gedicht ‘Walcheren’.

.

Walcheren

.

Een echtpaar tegen de wind in

in twee strandstoelen: het lijkt wel

of ze tegen 100 per uur

vooruitgaan

.

Zo is stilstand hier: uit alle macht.

Duinen vestigen

het wereldrecord standhouden:

de nul meter in twee eeuwen.

.

 

Sonnet 30

Edna St. Vincent Millay

.

Op zondag 30 augustus 2015 schreef ik op ‘Herman de Coninckzondag’ over zijn bundel ‘Ter ere van de goedertieren maan’ uit 1978. Deze bundel bestaat uit vertalingen van gedichten van Edna St. Vincent. Voor deze vertaling kreeg hij de Koopalprijs in 1981. Edna St. Vincent Millay (1892 – 1950)  was een Amerikaans dichteres, toneelschrijfster en activiste. Voor haar prozawerk gebruikte ze het pseudoniem Nancy Boyd. Zij ontving in 1923 de Pulitzerprijs voor poëzie, voor de bundel ‘The Harp-Weaver and Other Poems waarmee ze de eerste vrouw was aan wie deze prijs werd toegekend (de Pulitzerprijs voor poëzie wordt uitgereikt sinds 1922).

Haar eerste poëziebundel ‘Renascence and Other Poems’ (1912) verscheen toen ze pas zeventien jaar oud was, en bevat een aantal opvallend volwassen gedichten, geschreven in een sterk lyrische en romantisch-beschouwende toon. Met name het titelgedicht trok sterk de aandacht, vooral ook door de publicatie in hetzelfde jaar in de bekende bloemlezing ‘The Lyric Year’. Al snel kreeg ze de naam een soort wonderkind te zijn. Haar gedichten zijn doordrongen van beelden uit de natuur en met name van het kustlandschap van haar geboortestreek Maine. Over het algemeen kennen ze een traditionele structuur: Millay maakte veel gebruik van het sonnet, een vorm die ze perfect beheerste, maar waagde zich zelden aan experimenten.

Hoewel biseksueel en bekend door haar schoonheid en onconventionele leefstijl trouwde ze in 1923 met de veel oudere en rijke Nederlander Eugene Jan Boissevain. In 1950 overleed ze na een val van een trap waarbij ze haar nek brak.

Het gedicht ‘Sonnet 30′ werd door Herman de Coninck vertaald en gepubliceerd in ‘Ter ere van de goedertieren maan’.

.

Sonnet 30

.

Love is not all: it is not meat nor drink
Nor slumber nor a roof against the rain;
Nor yet a floating spar to men that sink
And rise and sink and rise and sink again;
Love can not fill the thickened lung with breath,
Nor clean the blood, nor set the fractured bone;
Yet many a man is making friends with death
Even as I speak, for lack of love alone.
It well may be that in a difficult hour,
Pinned down by pain and moaning for release,
Or nagged by want past resolution’s power,
I might be driven to sell your love for peace,
Or trade the memory of this night for food.
It well may be. I do not think I would.

.

Sonnet 30

.

Liefde is niet het einde. Is geen eten en drinken.

Is geen dak boven het hoofd tegen de regen,

geen reddingsboei voor wie verdrinken.

Liefde is nergens voor en nergens tegen.

Liefde biedt geen uitkomst tegen de dood.

Vult geen lege longen met lucht. Verricht geen wonder,

tenzij dat je elke dag al een beetje sterft in mijn schoot.

Je hebt er niets aan maar je kunt niet zonder.

Het kan best zijn dat ik in toekomende tijd,

verslagen van pijn en kreunend om respijt,

gesard door armoe en moe van het huilen

jouw liefde voor rust zou verruilen,

of de herinnering aan vannacht voor een kleiner verdriet.

Het kan best zijn. Maar ik geloof het niet.

.

Foto: Calr van Vechten, 1933

%d bloggers liken dit: