Site-archief

Een bundel liederen en gedichten

E.J. Potgieter

.

Hoewel ik al mijn poëziebundels (min of meer) bij elkaar heb staan kom ik zo nu en dan nog wel eens een bundeltje tegen elders in mijn boekenkast. Zo vond ik tussen mijn collectie ‘obscure oude boekjes’ een mooi bundeltje van E.J. Potgieter. Deze bundel getiteld ‘Liederen en gedichten’ is uit 1900, bijeenverzameld door Joh. C. Zimmerman. Voorin de bundel kwam ik nog een krantenknipseltje tegen wat waarschijnlijk van rond die tijd is. Omdat ik dit erg leuk vind en aandoenlijk heb ik het gefotografeerd en bijgevoegd.

Everhardus Johannes Potgieter (1808 – 1875) was schrijver en dichter. Hij richtte in 1837 het progressief-liberale weekblad ‘De Gids’ op. Hij was redactielid van ‘De Gids’ van 1837 tot 1865. Hij was tevens een van de meest actieve medewerkers en publiceerde vele commentaren en gedichten onder diverse pseudoniemen, veelal als W.D-s, een hommage aan de letterkundige en dichter W.A. Dwars. ‘De Gids’ was aanvankelijk hoofdzakelijk een kritisch tijdschrift, met vertalingen en oorspronkelijk werk geïllustreerd door prenten.

De laatste fase van zijn leven besteedde Potgieter voornamelijk aan de poëzie. Potgieters werk is over het algemeen kritisch en heeft een melancholische stemming.

.

Uit de bundel een bij dit jaargetijde toepasselijk herfstgedicht.

.

Herfst

.

In bosch en veld, in weide en tuin,

Schalt nu de stroeve herfstbazuin

met klaaggeluid

.

En haastig zijn ze weggevlucht

naar warmer, zoeler, blauwer lucht,

De voog’len reeds.

.

Ach, de adem van den najaarswind

Verstijft en doodt elk bloemenkind,

Dat bloeide nog.

.

En ’t groene loof van struik en boom

Verzinkt in d’eeuwen-ouden stroom

van komen, .. gaan.

.

En uit de zwarte, somb’re lucht…

Gudst regenstroom, met smarte-zucht;

Voorbij … voorbij!

.

Voorbij! wat leefde en danste en zong,

Voorbij! wat juichte, kweelde en sprong.

De herfst-tijd heerscht.

.

Een korte wijl –’t ijs ál gedaan !

Dan zal de winter boeien slaan

Om de aard – in ’t wit.

.

Advertenties

Bloemen van ’t veld

Alice Nahon

.

Van mijn broer kreeg ik de bundel ‘Bloemen van ’t veld’ van Alice Nahon. In de serie Vlaamse pockets; Poëtisch erfdeel der Nederlanden verschenen in 1970. Hoewel het uiterlijk van de bundel doet vermoeden dat het hier een pocket uit de jaren vijftig betreft (of ouder) is het toch nog maar 47 jaar oud.

De inleiding bij deze bundel is geschreven door Karel de Jonckheere.  Alice Nahon (1896 – 1933) was een Antwerpse dichter. In Vlaanderen is Nahon wellicht het meest bekend van de versregels van haar Avondliedeke III:

’t is goed in het eigen hert te kijken, nog even vóór het slapengaan, of ik van dageraad tot avond, geen enkel hert heb zeer gedaan’

Haar vader was Nederlander en haar moeder was Vlaams. Zij leed aan chronische bronchitis en depressiviteit en bracht meerdere jaren door in diverse sanatoria, waaronder Tessenderlo. Toch schreef zij in die periode twee dichtbundels: ‘Vondelingskens’ (1920) en ‘Op zachte vooizekens’ (1921), die haar een enorme populariteit bezorgden. Na verblijven in Italië en Frankrijk ging ze vanaf 1927 werken in de stadsbibliotheek van Mechelen. Met de bundel ‘Schaduw’ (1928) wilde ze zich afzetten tegen haar zoetgevooisd imago en tegen de kritiek van onder andere Paul van Ostaijen.

Uit haar debuutbundel ‘Vondelingskens’ het gedicht ‘Herfst’.

.

Herfst

.

Achter d’oude kloosterwoning

Hing wat rode zon.

Onder goud-getinte linde

Bad een jonge non.

.

Heur gelaten ogen droomden

Onder blanke doek,

Naar de zwart’ en rode letters

Van ’t getijdenboek.

.

Langs de wegskens was geprevekl

Van wat blâren bruin;

Aan heur voeten bogen schrale

Violieren schuin.

.

Als ’n dod’ illuzie, die ze

Lang vergeten had,

Viel er op heur jonge handen

Een verschrompeld blad.

.

Peer

Drs. P

.

Nu de zomer voorbij is en de dagen weer langzaam korter worden dacht ik dat het een mooi moment was om een najaarsgedicht te plaatsen. Ik herinnerde me dat Drs. P een grappig gedicht had geschreven over het najaar en inderdaad, dat bleek het gedicht te zijn dat helemaal aansloot bij de overgang van zomer naar herfst.

Uit het ‘Tuindersliedboek’ uit 1983 daarom hier het gedicht ‘Peer’.

.

Peer

.

De rozen zijn uitgebloeid, het is geen zomer meer
Ik ben alleen en heb een peer

De avond valt ook steeds vroeger, wat ik ook probeer
Ik schil de peer en snij de peer

In weemoedige, herfstige sfeer
Peuzel ik mijn stukje peer

De koude sluipt nader en de regen druizelt neer
Ik ben alleen en zonder peer

.

Herfst

J. Slauerhoff

.

Een gedicht van J. Slauerhoff dat aansluit bij de tijd van het jaar.

Uit: ‘Al Dwalend’ uit 1947 het gedicht ‘Herfst’.

.

Herfst

.

’t Is stil in de lucht, de trekkende ganzen

Richten hun zuidvlucht in wiggevorm.

Verbrijzeld, ontblaard door den laatsten storm

Hangen de takken in zilverglanzen.

.

’t Is stil… om van verre landen te droomen,

Of men vanzelf er zoo heen zal drijven,

Aan niemand gehecht, niets dat weerstand biedt,

Maar weet men wel dat men er nooit zal komen,

Om voortaan op deze plek te blijven…

Waarom op deze, op een andre niet?

.

Er is iets in dien vijver, die boomen

En ’t huis aan de heuvels dat samenhoort,

En ik ben als gast door hen aangenomen…

Nu wordt het tijd voor het laatste woord.

.

al-dwalend

Denk ik aan jou

Liefdesgedicht

.

Nu de herfst zich heeft aangediend en de blaadjes weer gaan vallen, is het goed wat extra aandacht te besteden aan de liefdespoëzie. Vandaag van Clem Schouwenaars een liefdesgedicht zonder titel uit de bundel ‘Liefdeshalve’ uit 1985.

.

Als ik denk aan maart

denk ik aan jou,

als ik denk aan hagel,

denk ik aan jou,

ik verberg mij voor het gloren,

en denk aan jou,

ik hoor de eerste merel,

en denk aan jou,

als ik denk aan de koelte,

als ik denk aan jonger,

als ik denk aan durven,

denk ik aan jou,

als ik denk aan meineed,

als ik denk aan vreemden,

als ik denk aan mijzelf,

als ik niet aan jou denk,

denk ik aan jou.

.

sad girl

%d bloggers liken dit: