Site-archief

Dubbeldichters, een recensie

Mattie Goedegebuur en Derrel Niemeijer

.

Na twee eerdere bundels van Derrel Niemeijer te hebben gerecenseerd kreeg ik nu het verzoek om de nieuwe bundel die hij en Mattie Goedegebuur hebben gepubliceerd  bij uitgeverij Heimdal te lezen en te recenseren. Mattie haar laatste bundel ligt nog op mijn stapel: te recenseren bundels maar na het lezen van deze bundel heb ik er zin in gekregen. Derrel volg ik al een tijdje en daaruit bleek me dat zijn gedichten in kwaliteit toenemen. De gekte is er zeg maar een beetje uit aan het verdwijnen. En met gekte bedoel ik de enigszins chaotisch manier schrijven, van opmaak en van alles op papier smijten. In die zin is ook deze bundel weer een verbetering ten opzichte van de voorgaande.

Gaat dat dan niet ten koste van de authenticiteit? Gelukkig blijft Derrel in zijn gedichten verrassen met opmerkelijk vondsten, creatieve manieren van zaken bespreken en is ook zijn manier van persoonlijk dichten gebleven. Zelfs ten aanzien van de bladspiegel (nog een pijnpuntje uit de laatste bundel) is in deze bundel de naar mijn mening juiste weg bewandeld. Jammer dat de wat langere gedichten op een bladzijde naast elkaar zijn gedrukt om het maar op die ene pagina te krijgen, dat komt de leesbaarheid niet altijd ten goede.

Dat hiervoor gekozen is begrijp ik trouwens wel en dat heeft alles te maken met de opzet van deze bundel. Zoals het in het voorwoord staat beschreven:

Na enkele ontmoetingen begint het poëtisch koppel met een gedichtenbattle: Niemeijer schrijft een uitdagend gedicht, waarop Goedegebuur weer reageert (of omgekeerd).

En dat is precies waar de bundel uit bestaat, steeds twee gedichten van beide waarbij de een op het gedicht van de andere reageert met een ‘tegen’gedicht. Vooraf vroeg ik me af of dit kon werken maar na lezing weet ik; dat kan, en hoe.

De ‘battles’ zijn uitdagend, verrassend, geven een kantelend beeld van een onderwerp en blijven daardoor fris en leesbaar. Waarbij beide duidelijk een eigen stijl hanteren zijn de gedichten van Derrel eerder provocatief en die van Mattie eerder om wat langer over na te denken. De chemie tussen beide dichters is echter bij elke battle aanwezig en dat is knap.

Ook in de titelkeuze wordt de samenwerking versterkt. Titelcombinaties als ‘Wapen-Heelmeesters’, ‘Een geboren dichter – Hij is gehoorzaam’, ‘Boeren, burgers en buitenlui – Koning, keizer, admiraal’ zijn een aanvulling op het concept van deze twee dichters.

Wat mij betreft, gezien de kwaliteit van de gedichten, de bijzondere combinatie van dichters en de verrassende thema’s op termijn reden tot herhaling.

Uit deze bundel de gedichten ‘battle’ ‘Heimwee naar de boekenkast – Slapend in boeken’

.

Heimwee naar de boekenkast

door Derrel Niemeijer

.

Mijn boekenkast

is mijn thuis.

Daar waar

mijn boeken staan

is mijn thuis.

.

Daar waar

mijn boeken stonden

is mijn thuis.

.

Dat huis

wat ik thuis noem…

moet noemen

is huis maar

mijn boekenkast

staat daar

.

Daarin kijken

is thuis komen

.

Slapend in boeken

Door Mattie Goedegebuur

.

Elk boek groet ik

hartelijk met

warme knik

.

Ze liggen mij

na aan het hart

.

Op alfabet

binnen de categorie

onderwerpssortering

.

Ze staan in het gelid

on- en gelezen

.

Mij begraven

in gedrukte inkt

is als in mijn bed

.

dubbeld

 

dubbeld2

Geef me de waarheid, een recensie

Magda Thomas

.

In november 2011 was ik te gast bij Magda Thomas in Gemert bij omroep Centraal. Het was een zeer onderhoudend bezoek van een uur waarin we veel over poëzie hebben gepraat, waar ik een aantal gedichten heb voorgedragen en waarbij me toen al de oprechte interesse opviel van Magda.

Nu is er een bundel van haar hand verschenen met de titel ‘Geef me de waarheid’ bij uitgeverij Heimdall. Ik kreeg de bundel van haar bij Podium X waar ze samen met die andere dichter van Heimdall, Derrel Niemeijer, ging voordragen.

Net als de bundel van Derrel is ook ‘Geef me de waarheid’ op een nette manier vorm gegeven, ook hier zijn de gedichten gecentreerd, blijkbaar een stijlfiguur van Heimdall.

Op de achterkant van de bundel staat dat ‘de schrijfstijl van Magda getuigt van een directheid en oprechtheid die schaars is’. Of dat laatste waar is vraag ik me af maar dat de gedichten direct en oprecht zijn is een ding dat zeker is. Dat de bundel een inkijk geeft in een getormenteerd leven dat niet alleen menig dieptepunt maar toch ook gelukzalige momenten kent vind ik persoonlijk wat sterk uitgedrukt.

Toegegeven, er staan een aantal gedichten in die in een donkere kant van Magda als onderwerp hebben (ervan uitgaand dat alle gedichten autobiografisch zijn) maar toch vond ik na lezing niet dat het een heel zware bundel was. Sterker nog, na lezing had ik het idee dat ik een bundel liefdespoëzie had gelezen. Dat de liefde niet altijd van een leien dakje gaat, okay, maar vrijwel elk gedicht heeft de liefde als uitgangspunt. De ene keer wordt de liefde bezongen met blijheid, de andere keer krijg je een inkijkje in wat de liefde ook kan doen; een mens kwellen of tot razernij brengen.

Al met al heb ik de bundel met plezier gelezen. De gedichten verschillen nogal van kwaliteit en vorm (dat ene Engelse gedicht had ik er persoonlijk uitgelaten) maar het geeft een mooi beeld van de dichter Magda Thomas. Bij het kiezen van een gedicht dat ik hier wilde plaatsen heb ik getwijfeld tussen ‘Geef me de waarheid’ wat een heel krachtig gedicht is, zonder opsmuk en recht voor zijn raap en ‘Ach, niets is zo mooi’ waar ik erg blij van werd. Het is de laatste geworden. Wil je die andere (en de rest) ook lezen, koop dan de bundel zou ik zeggen.

.

Ach, niets is zo mooi

.

Ach niks is zo mooi

als de liefde tussen een vrouw

en haar homo

.

Liggend op het strand in Tel Aviv

dromen we

Jij van mij

in wit kant met jarretels

lekker bruin

Ik van jou in witte pumps

en een witte lederen string

ook lekker bruin

.

Niets is zo mooi als

de liefde tussen een vrouw

en haar homo

.

Thomas

Hoop, geloof en liefde, een recensie

Derrel Niemeijer

.

Vorig jaar in december schreef ik een recensie van de bundel van Derrel Niemeijer met de veelzeggende titel ‘Krankzinnig aangedicht’. Ik schreef toen dat de bundel op mij overkwam als een geordende chaos en dat de poëzie van Niemeijer me deed denken aan de poëzie van Johnny the selfkicker. Onbegrijpbaar en ongrijpbaar met de neiging om na lezing van elk gedicht meteen tot herlezing over te gaan om er iets van te begrijpen. Ook schreef ik toen over de opmaak van de bundel, schreeuwerig en vol hoofdletters, uitroeptekens en punten en komma’s. Ondanks de interpunctie, de slordige opzet en het schreeuwerige karakter van de bundel was ik ervan gecharmeerd.

Derrel, door Von Solo ‘een levende icoon van de Neo beatniks’ genoemd lijkt in zijn nieuwste bundel wat tot rust gekomen. Lijkt, want in zijn poëzie is Derrel niet of nauwelijks veranderd. In de afwerking van de bundel is wel veel veranderd. Zo staan de gedichten op een normale bladspiegelverdeling, de vele dik gedrukte leestekens zijn achterwege gebleven, en de bundel heeft een rustig voorkomen. De afbeelding op de voorkant vind ik persoonlijk wat fletst en dat in combinatie met het lichte blauw en de titel doet een heel andere soort poëzie vermoeden. Ook de gekozen centrering van de gedichten in het midden van de bladzijden zou niet mijn keus geweest zijn maar al met al is ‘the look and feel’ van deze bundel professioneel.

Dan de inhoud, tenslotte gaat het om de gedichten. Bij veel gedichten overkomt mij hetzelfde als bij het lezen van ‘Krankzinnig aangedicht’, na lezing schud ik mijn hoofd, denk ik: “Waar gaat het eigenlijk over” en vervolgens lees ik het opnieuw. In de meeste gevallen komt na een tweede lezing het besef dat Derrel er vast iets mee heeft bedoeld dat ik er niet uit haal en dat wat ik er in lees vast niet zo door Derrel bedoeld is. En is dat niet precies waar poëzie over gaat.

Opnieuw soms zinsconstructies die wat krom zijn (bijvoorbeeld uit Ze is nu zo sterk: ‘om haar echt te waarnemen’ in plaats van ‘om haar echt waar te nemen’. Het gebruik van de ‘/ ‘ zoals in Masker: ‘als reflectie van/voor , wie/wat ik ben’ en in Achter de muur:  “Mijn leven behoud/behoed ik” . Maar ook de omkering van woorden die daardoor iets surrealistisch krijgen zoals in hetzelfde gedicht: ‘De Dood houd ik buiten. / Buiten houd ik De Dood. / Ik houd De Dood buiten.’

Tel daarbij de vele typisch Derreliaanse visuele ‘grapjes’ zoals in Verslikken: ‘over: *De liefde / *Je liefde/ *Liefde m.b.t./ *Liefde t.a.v./ *Liefde voor”

Komen we veel meer te weten over de mens Derrel? Wie goed leest en een beetje weet hoe stormachtig het leven van Derrel zich heeft ontwikkeld kan zich er een voorstelling van maken. Voor de neutrale lezer doemt een beeld op van een soms getormenteerde dichter, dan weer een ouwe romanticus en zelfs af en toe een sentimentele schrijver.

Voor ieder wat wils lijkt me. Een voorbeeld van het laatste in het gedicht ‘Ik houd van je’.

.

Ik houd van je

.

Hij is dichter

ik ben juist opener

sinds ik schrijf.

.

Soms schrijf ik vijf dingen

en soms op een dag

nog eens vijf.

.

Al die kraaienpoten

waren oefeningen.

.

Ik heb geleerd

Met minder woorden,

zeg je meer!

.

Vier woorden zijn genoeg!

.

derrel-250x370

 

Uitgeverij Heimdall is een betrekkelijk nieuwe uitgeverij van uitgever Hub Dohmen. Heimdall geeft naast poëzie vooral non-fictie uit.

 

%d bloggers liken dit: