Site-archief

Nieuwe categorie

Dubbel-gedicht

.

Wanneer je regelmatig dichtbundels leest is het je vast wel eens opgevallen dat je met enige regelmaat gedichten tegenkomt die of dezelfde titel hebben, of over hetzelfde onderwerp gaan.

Dat gegeven wil ik gebruiken in een nieuwe categorie op dit blog over poëzie onder de titel Dubbel-gedicht. Dat betekent dat wanneer ik in deze categorie een stuk plaats hier altijd twee gedichten in voor komen.

Als eerste voorbeeld heb ik twee gedichten over de reiger bij elkaar gezocht. Het betreft hier het gedicht ‘Tekening’ van Hans Warren uit de bundel ‘Vijf in je oog’ uit 1954 en het gedicht ‘Aan de kille slootkant staat een reiger, de stille moordenaar van de moerassen’ van Thomas Rap uit ‘Verzamelde gedichten’. Uit 2000.

.

Tekening

.

Een blauwe vijver, glad als ijs,

vissers halen hun netten op.

Winterzon als een vrouwenhand

in een herinnering. Geklop

van paardehoeven op een weg;

het witte wolkje van een trein

en zijn gedruis in kleurloos blauw,

steeds verder weg en meer nabij.

Hoeven en molens in het zwijgen

van een oudhollands schilderij,

spiegelbeeld van een dunne reiger

op ‘t water. Spiegelbeeld van mij.

.

Aan de kille slootkant staat een reiger, de stille moordenaar van de moerassen

.

Zijn grijze figuur als uit lood geknipt

Dan, stilaan, valt de samenwerking van mist en vorst uiteen

En langzaam, als met zachte hand gelegd, begint de eerste sneeuw te vallen

De wind steekt op en ik loop langs de nu witte oevers van het meer

De felle noordoostenwind bonkt en jaagt zware, dreigende wolkenpakken over het land

Het kale hout kermt onder zijn kracht.

Rietsnijden is nu simpel: de slappe grond is hardbevroren.

.

Zuidelijke gastvrouw

Maria van der Steen

.

In 1987 publiceerde uitgeverij Meulenhoff de lijvige bundel ‘De spiegel van de Nederlandse poëzie’ Dichters van de twintigste eeuw (5e herziene editie), samengesteld door Hans Warren. Het aardige van verzamelbundels uit een bepaalde tijd (in dit geval de jaren 80 van de vorige eeuw, wat de titel gelijk al een vreemde bijsmaak geeft, er waren nog 13 jaar te gaan in de twintigste eeuw toen deze bundel uit kwam) is dat er dichters in zijn vertegenwoordigd waar je veel later (in dit geval ruim 30 jaar later) nooit meer iets van hoort. Samen met dichters die nu nog steeds worden gelezen vormen zij een mooi palet van de dichterscultuur in een bepaalde periode.

Lezend in deze bundel kwam ik de dichter Maria van der Steen tegen met een aantal gedichten. Maria van der Steen is het pseudoniem van Annie Pepers (1906 – 1987).  Zij debuteerde (na eerder verschillende prozawerken te hebben geschreven) in 1970 met de poëziebundel ‘Sintels rapen’ waarna nog 10 dichtbundels en een bloemlezing zouden volgen. In haar eerste dichtbundels beschrijft Maria van der Steen eenvoudige, alledaagse toestanden, waarmee zij thematisch bij haar proza aanleunt (armoede en onmenselijkheid). Later zou zij meer feministische poëzie gaan schrijven.

Uit deze bundel koos ik het gedicht ‘Zuidelijke gastvrouw’ dat eerder verscheen in de bundel ‘Laat maar’ uit 1971.

.

Zuidelijke gastvrouw

.

zij snijdt nog brood

op de ouderwetse manier

.

zij neemt het bijna als een baby in haar armen

-zij moet een warm hart hebben- denk ik

een rilling van bijna betrapte herkenning

gaat door mij heen

.

ik word weer klein

en sta aan tafel

.

met de punt van het mes

maakt zij een kruis

van korst tot korst

.

het lemmer klieft

het grijs van golgotha

zij schijnt het niet te merken

.

ik bespied haar feller

het brood, een donkere homp nu

draait zich tussen haar borsten rond

en om haar warme wijze mond beeft

een nauw aanvaarde glimlach

als zij zegt

terwijl zij de sneden

behoedzaam op de broodschaal legt:

.

wat zijn de jaren snel gegaan

ik had je bijna niet herkend

nu ik het kind en jij de moeder bent

.

Ik heb alleen woorden

Rutger Kopland

.

Ik hou enorm van poëzie, van dichters en van hun dichtbundels. En daarnaast hou ik heel veel van themabundels. Ik heb er inmiddels al vele over verschillende thema’s. Een van die themabundels is ‘Ik heb alleen woorden’ uit 1998, de honderd meest troostrijke gedichten over afscheid en rouw uit de Nederlandse poëzie. Verzameld door Hans Warren en Mario Molegraaf. Op de achterflap van de bundel staat te lezen: Er zijn eindeloos veel soorten van verdriet- maar ook eindeloos veel soorten troost. En dat is natuurlijk ook zo. Verdriet en troost zijn persoonlijke belevingen en hoe we daar mee omgaan, wat we als verdriet of troost ervaren is voor elk van ons anders.

Lezend in deze themabundel kwam ik een gedicht van Rutger Kopland tegen. Oorspronkelijk verscheen dit gedicht in de bundel ‘Een lege plek om te blijven’ uit 19975. Een gedicht zonder titel waarvan ik me afvroeg wat de troost is die in dit gedicht schuilgaat. Oordeel zelf.

.

Boven het hooi hangt de boer in

de balken. In de sneeuw ligt de blote

boerin.

.

Onder de warme vacht van het dak

heeft het varken vergeefs gewacht op slobber

en slacht.

.

Wat is er gebeurd. Dit is heel erg, dit is

een gedicht waarin de boer, de boerin en

het varken

.

Sterven. Als een leeg nest in de winter

is warmte. Ik ben de kat in dit huis,

ze zijn weg.

.

Maar ik hou van de plek waar ik lag.

 

 

Betreffende vogels

Hans Warren

.

Sinds afgelopen zondag is het bundeltje ‘Betreffende vogels’ van Hans Warren in mijn bezit. Dit kleine bundeltje met 24 gedichten bij miniaturen van H. J. Slijper werd in 1974 uitgegeven door Erven Thomas Rap en mijn exemplaar is gesigneerd door Hans Warren (1921 – 2001) en H.J. Slijper (1922 – 2007). In deze bundel staan dus 24 gedichten gerangschikt in 4 hoofdstukken met namen als; Dode vogels, Historische vogels, Vogels in de spiegel en Zingende vogels en ze worden voorafgegaan door een gedicht getiteld ‘Slechtvalk en duif’.

Warren en Slijper hebben elkaar gevonden door hun wederzijdse voorliefde voor vogels. Slijpers illustraties sierde met regelmaat de voorkant van het blad ‘Vogeljaar’ en Warren vertaalde meerdere natuur- en vogelboeken. Ik heb voor het gedicht ‘De Wielewaal’ uit dit bundeltje gekozen omdat het een vreemd gedicht is, omdat Hans Warren in dit gedicht aan de haal gaat met de vele namen van de Wielewaal en tot slot eindigt in een vreemd soort klankdeel.

.

De Wielewaal

.

Oriolus, Gele Gouw, Gele wielewouw,

Loriot, Figo l’Aouriaou, Migliora,

Ajulu, Gabrieli, Agruppa filu,

Rigogolo, Crusuelo, Pirol,

Shulz von Milo, Schulz von Bülow,

Oropendola. ‘Hio bulo!

gidleo gitatidlio gigilio

gipliagiblio gidleeah!’

.

Liefde didactisch

Leonard Nolens

.

In een artikel van 4 november 1999 in het Leidsch Dagblad dat ik tegenkwam, las ik een recensie van Hans Warren over de bundel ‘Voorbijganger’ van Leonard Nolens. In het artikel staat onder andere  “Bij niemand was het verdriet zo groot (over de dood van Herman de Coninck WvH) als bij de 52 jarige bard Leonard Nolens”.

Nu heb ik al een aantal keer eerder op dit blog aandacht besteed aan de dichter Nolens maar met dit gegeven ben ik zijn werk nogmaals gaan lezen en ik begrijp wat Hans Warren bedoeld als hij stelt “Hij is zo’n beetje de laatste figuur die in poëzie de grote gevoelens en de grote woorden zoekt in plaats van schuwt”.

Uit ‘manieren van leven’ uit 2001 een voorbeeld van zijn ‘stijl’ van dichten.

.

Liefde didactisch

Zij spannen traag hun winterkleren voor de ramen
En sluiten elkaar en het straatlawaai in hun armen.

Zij gaan vanmiddag bloot een groot horloge binnen.
De wijzers zijn zijzelf. Zij maken plaats en tijd.

Een simpele duim op haar tepel verandert de wereld
Van deze volksbuurt in een kamer zonder pijn,

Een bed waaronder twee paar tranen samen slapen
Met afgelopen schoenen. Geluk heeft geen contour.

Langzaam vrijen is ook dat ronde kruispunt beneden.
Daar lopen mensen zoals wij van hen te dromen.

.

Nolens

 

nolens (1)

Voor jou

Hans Warren

.

In 1982 verscheen van Hans Warren de poëziebundel ‘Dit is werkelijk voor jou geschreven’. In die bundel staat het (bijna) titelgedicht ‘Voor jou’. In de week van de liefdesgedichten mag dit gedicht natuurlijk niet ontbreken.

.

Voor jou

.

Ben jij het die dit leest? Heb je net

je astrakan muts afgezet, en vallen nu

je zwarte krullen warm naar het papier?

Slaat het licht van deze bladzij

op in de goudspikkels van je ogen,

glimlach je gelukkig, nu je merkt

dat ik dit weet, en breng je ook

je donkere lippen zo dicht bij de woorden

dat het lijkt of je ze gaat kussen?

Leg je, toch even onzeker, je vinger

tussen de bladzijs, druk je het boek

tegen je borst, waar het ritselt

door het bonzen van je hart?

Ben je nòg mooier nu, kijk je door het raam?

Wees gerust: dit is werkelijk voor jou geschreven.

.

finger-021

Literaire wandelingen

Deel 1: Hans Warren wandeling

.

Een nieuwe categorie op dit: De literaire wandeling, waarbij ik me wel beperk tot literaire wandeling in relatie tot dichters. Er zijn vele literaire wandelingen in relatie tot proza schrijvers, heb je daarin interesse dan verwijs ik je graag naar de rubriek op Google.

Vandaag deel 1, de Hans Warren wandeling door Zeeland. Hans Warren (1921-2001) schrijver en dichter uit Borssele debuteerde in 1946 met de dichtbundel ‘Pastorale’. Hoewel Hans Warren vooral bekendheid geniet door zijn Geheime dagboeken heeft hij ook als dichter zijn sporen verdienD. Zo publiceerde hij in 1959 de populaire bloemlezing van de poëzie van P.C. Boutens met als titel ‘Mijn hart wou nergens tieren’.

De literaire wandeling, aan de hand van gedichten en fragmenten uit Geheim Dagboek loopt door het Zeeland van Hans Warren. Hans Warren leefde en werkte bijna zijn gehele leven tussen Westerschelde en Oosterschelde. Hier schreef hij zijn kritieken voor de krant, ontstonden zijn verzen en hield hij minutieus zijn dagboek bij. Hij zag ook hoe het Zeeuwse landschap veranderde. Op de plekken waar hij als kind fossielen zocht en uitkeek naar vogels, verrees een kerncentrale en een industrieterrein. Het station waar hij jarenlang zovelen verwelkomde en van zovelen afscheid nam, is er niet meer.

Langs de zeedijk loopt één van de nieuwe wandelingen van het Wandelnetwerk Zeeland. ( Zeedijk langs de Westerschelde ter hoogte van De Sluishoek bij Borssele). Daar staat ook dit bord met een gedicht van Hans Warren ‘Juli aan de Scheldedijk’.

.

Juli aan de Scheldedijk

Wit dons kleeft op het vuile schuim
dat rimpelloos over de slikken
de kust bevloeit. Er stierven krabben
en kwallen droogden tot een vlies.
Laag strijken vale meeuwen over,
ze ruien en hun harde pennen
dalen in puntige spiralen.
Het gras tussen de blauwe spleten
wolkt wrange stuifmeel. Lang geleden
vervloeiden horizon en water.

.

slik

%d bloggers liken dit: