Site-archief

Zo blijf je in de herinnering

Jaap Harten

.

In 1954 debuteerde de dichter Jaap Harten (1930 – 2017) bij de Bezige Bij met de bundel ‘Studio in daglicht’. Harten woonde in Den Haag en werkte daar bij het Nederlands Letterkundig Museum en Documentatiecentrum. Dit museum liet hij een grote som geld na, na zijn overlijden. De poëzie van Harten heeft een pregnante en harde zeggingskracht, of zoals Hans Andreus de poëzie van Harten beschreef: “Harten’s beelden hebben scherpte en fantasie, de toon van zijn gedichten is bijna koel, met juist genoeg afstand tot de stof en het onderwerp”.

In 1966 verscheen van Jaap Harten de dichtbundel ‘Totemtaal’ en uit deze bundel het gedicht ‘Zo blijf je in de herinnering’.

.

Zo blijf je in de herinnering

.

‘Zonder hoed geen heer’-

dus: zonder hoed.

.

Het hoofd een krotwoning vol pijpestelen,

vuurdeeltjes en persiflages. Woorden

morriger dan muizen in een val.

.

Ik reageer het snelst op rauw uitgestoten

taal: keukenmeiden-

drama’s in de 1e pers. enk. en bouwkeet-

gevloek hebben mijn voorkeur

.

zoals ook een plotselinge dood

mijn voorkeur heeft: die van Anton Webern bv.

in 45 per ongeluk kapot-

geschoten door een amerikaanse legerkok

.

die sindsdien, altijd wanneer

hij dronken was herhaalde:

.

I wish I hadn’t killed that man!

.

Advertenties

Misschien

Hans Andreus

.

De verzenbundel ‘Misschien’ werd in 1956 uitgegeven voor de Vriendenkring van De Beuk. De bundel bestaat uit twee delen, het tweede deel werd bekroond met een Regerings-reistoelage.

Uit dit fijne kleine bundeltje het gedicht ‘Het ander woord’.

.

Het ander woord

.

Dodelijk in mij

een ander woord.

.

Het is rond,

want het weet weinig

.

van rechtlijnig.

Maar het licht

.

op wanneer ik

mij niet verdedig

.

en wij bestaan

in het zinledig.

.

Eigenlijk zijn we

Hans Andreus

.

In 1974 verscheen van de dichter Hans Andreus (1926 – 1977) de bundel ‘Twaalf liefdesgedichten voor Lukie’, Witte netten van zon en maan. Daarin stond het gedicht ‘Eigenlijk zijn we’. In de vuistdikke bundel ‘Ik ben genoemd meisje en vrouw’ 500 gedichten over de vrouw uit de Nederlandstalige letterkunde, samengesteld door Christine D’haen dat verscheen in 1980 is dit gedicht ook opgenomen en dat is maar goed ook want van het oorspronkelijke werk kon ik niets terug vinden. En het gedicht is te mooi om verloren te gaan. Mede daarom deel ik het vandaag op dit blog.

.

Eigenlijk zijn we

.

Eigenlijk

zijn we

een fijne

schommeling

.

van liefde,

een en-

zovoort

van

.

beweging en tegen-

.

beweging

tot ‘t

.

hoogste

punt van rust.

.

Laat mij

Hans Andreus

.

Een paar weken geleden (14 maart) deelde ik een aankoop uit een kringloopwinkel met jullie; de Dichters Omnibus, tweede bloemlezing uit 1954. Als reactie daarop kreeg ik van Corry Nieman, een van de drijvende krachten achter http://www.schrijvenswaard.nl, dat zij deel 3 en 4 had en dat ik die wel mocht hebben. Omdat ik van de 18 edities nog 8 edities mis was ik daar, zo begrijp je, heel blij mee. Corry stuurde ze me toe en ik zal er deze week uit elk een gedicht delen.

Vandaag de derde bloemlezing uit 1957. Hier heb ik gekozen voor een gedicht van een van mijn favoriete dichters uit Nederland, Hans Andreus, die achterin dit bundeltje wordt beschreven als “behorende tot de groep van experimentele dichters” met het gedicht ‘Laat mij…’.

.

Laat mij…

.

Laat mij, laat

mij gaan waar niemand gaan wil.

De eenzame wolven, zegt men.

Geen mens meer met een zelfgeschapen ruimte,

waarin hij loopt en ademt.

Geen mens meer met zijn uitverkoren

steden, landen, zeeën.

Geen ruimte meer,

geen mens meer, nee, geen mens,

.

En geen versierde woorden.

Maar hoe lang, hoe lang, hoe lang

de onontkoombaarheid?

Het sterven in de tijd?

Het brekende woord, de weer eenzame mond?

.

Weet je

Liefdesgedicht

.

Hans Andreus gaf in 1973 de bundel ‘Om de mond van het licht’ uit met als ondertitel ‘een kleine case history’. Deze bundel is verbonden met wat hem al in zijn vroegste werk bezighield; het licht. Zintuiglijke waarneming samengaand met een soms bijna mystieke aandacht en extase was toen zijn manier van benadering. In deze bundel staat het terug verlangen naar het licht meer nog in het middelpunt van de poëzie.

Ook in dit liefdesgedicht met een lichte erotische toets komt dat naar voren.

.

Weet je,

je was altijd fenomenaal

in ons horizontaal

buikdansen:

.

hoe stil op het laatst

je trance

van lichaam samen met

dat gelokene

.

in je gezicht:

ogen niets ziende,

oren niets horende,

.

totaal verloren de

tijd, de

gebrokene.

.

om-de-mond

Van de morgen tot morgen

Bloemlezing van moderne poëzie (1964)

.

Pas geleden gekocht in een kringloopwinkel de bundel ‘Van de morgen tot de morgen’. Deze bundel is uit 1964 maar is zeer goed bewaard gebleven. Het  betreft hier een “Bloemlezing van moderne poëzie ten dienste van het onderwijs”. Kom daar nog maar eens om tegenwoordig. In deze bundel dichters geboren in het begin van de vorige eeuw, de meeste zeer bekend maar ook een aantal wat minder bekende dichters of dichters die in de vergetelheid zijn geraakt door de tijd heen.

Hans Andreus, Hans Lodeizen, Ellen Warmond, Cees Nooteboom, Leo Vroman, Huub Oosterhuis, Lucebert, Remco Campert en Simon Vinkenoog maar ook Lode Bisschop, Edith de Clerq Zubli, Nes Tergast, José Boyens en Jan Wit.

Dit keer een gedicht van een wat minder bekende dichter C.O. Jellema (1936 – 2003). Cor Onno Jellema was dichter en essayist en debuteerde in 1961 met ‘Klein Gloria en andere gedichten’. Uit deze bundel het gedicht ‘In het bos’.

., 

In het bos

.

Daar was het zo stil,

ik kon mijn stem er niet verbergen

in het rumoer van auto’s,

in de muziek van een café.

.

Er was geen omweg voor het woord

en geen geluid waarin het kon verdrinken

en weer gevonden worden

alsof het van een ander was.

.

Wanneer ik daar gezegd had wat ik zeggen wilde,

had je het onherroepelijk gehoord,

hadden wij zwijgend verder moeten lopen.

Te stil was het, ik durfde niet.

.

En toen we bijna bij de huizen waren

en ik het zeggen ging, zag je

een eekhoorn, je wees

en holde naar de boom waarin hij was geklommen.

.

Vandemorgentotmorgen

Ik heb je liever

Hans Andreus

.

In de categorie liefdespoëzie vandaag een gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977)

.

Ik heb je liever

.

Ik heb je liever dan brood,

al zegt men ook dat het niet kan

en al kan het ook niet

.

Ik heb je liever dan vrolijkheid of regen,

liever dan de stilte van drie uur

in de rustig in- en uitademende nacht.

.

De meeuwen scheren overdag met hun vleugels

langs de blonde warme lucht.

De wilde bloemen staan te lachen

in het warme bad van de zon.

De zon danst zijn toch maar kleine rol

met zoveel overgave dat het heel

stil wordt, hier, in dit deel van het heelal.

.

Ik heb je liever dan brood,

al zegt men ook dat het niet kan

en al kan het ook niet.

Liever dan vrolijkheid of regen,

liever nog dan ik heb je lief.

.

liefde_2

 

Uit: Gedichten 1948-1974, U.M.Holland, 1975

Let the sun shine

Hans Andreus

.

Omdat het zulk prachtig weer is vandaag een toepasselijk gedicht van Hans Andreus (1926 – 1977) uit ‘Muziek voor kijkdieren’ uit 1951 (Windroosserie deel 12).

.

Liggen in de zon

Ik hoor het licht het zonlicht pizzicato
de warmte spreekt weer tegen mijn gezicht
ik lig weer dat gaat zo maar niet dat gaat zo
ik lig weer monomaan weer monodwaas van licht.

Ik lig languit lig in mijn huid te zingen
lig zacht te zingen antwoord op het licht
lig dwaas zo dwaas niet buiten mensen dingen
te zingen van het licht dat om en op mij ligt

Ik lig hier duidelijk zeer zuidelijk lig zonder
te weten hoe of wat ik lig alleen maar stil
ik weet alleen het licht van wonder boven wonder
er ik weet alleen maar alles wat ik weten wil.

.

liggen

 

Lees ook de boeiende bespreking van dit gedicht op http://klassiekegedichten.net/index.php?id=87 van Joris Lenstra.

Liefdespoëzie

Hans Andreus en RAU

.

Afgelopen zondag trad RAU op op het Ongehoord! podium in Rotterdam. Een prachtig optreden van Menno Smit (poëzie), Selma Peelen (gitaar en zang) en Johan Visschers (gitaar en zang) dat veel indruk maakte. Een van de nummers die ze brachten was een gedicht van Hans Andreus ‘Voor een dag van morgen’ op muziek gezet en gezongen door Selma.

Ik moest tijdens de uitvoering van het nummer en later tijdens het beluisteren van de CD denken aan een blogbericht dat ik hier plaatste op zaterdag 28 september over de nieuwe verzamelbundel van Arie Boomsma met als thema liefdesgedichten.

Hoewel het gedicht ogenschijnlijk gaat over de dood en naar ik heb begrepen nogal eens wordt gebruikt bij begrafenissen en crematies is het naar mijn mening een ultiem liefdesgedicht. In een verklaring van het gedicht op http://www.literatuur.comli.com/Andreus.htm bespreekt Dr. Fa Claes het gedicht en hij eindigt zijn betoog :

“De vraag is waarom precies een dergelijk gedicht zulke bijval heeft. Het is op de onmogelijkste ogenblikken geciteerd en voorgedragen, het heeft zelfs vaak op doodsprentjes gestaan. Het is moeilijk aan te nemen dat mensen zulke lage dunk van hun medemensen hebben dat ze die niet in staat achten om het leed van anderen te begrijpen. En niet zozeer hun leed, vooral hun liefde niet. Ze zouden je niet geloven. / Ze zouden niet willen geloven… met een sterke nadruk op willen. Waarom toch? Blijkbaar flateert het mensen te denken dat ze uniek zijn in hun liefde die zo volstrekt is dat niemand hen verstaat. Het is precies andersom, wie een beetje mens is verstaat het zonder enige moeite. Sommigen zien in deze wanhopige uitspraken de uiting van volstrekte verwarring waarin een mens verkeert bij het verlies van de geliefde. Zelfs dan blijft de negatieve toon het gedicht overheersen, de bittere smaak van – moedwillige? – miskenning van de medemens.”

Ik ben het niet eens met Claes, volgens mij is hier geen sprake van een miskenning van de medemens of een negatieve toon van het gedicht. Volgens mij wil Andreus met de laatste strofe van zijn gedicht zeggen dat mensen van nature geneigd zijn tot een zeker pessimisme (Hans Andreus lijkt het beste voorbeeld, zijn ouders scheiden op zeer jonge leeftijd, hij had op jonge leeftijd een psychische crisis en een kind van hem overleed op jonge leeftijd) maar dat er ook zoiets bestaat als echte onvoorwaardelijke liefde. Dat veel mensen dat niet zouden begrijpen is geen miskenning van de medemens of een negatieve toon in het gedicht, het is een verklaring van zijn onbegrensde liefde die hij extra aanzet door te wijzen op dit (menselijke) aspect.

Hoe dan ook oordeel zelf.

.

Voor een dag van morgen

Wanneer ik morgen doodga,
vertel dan aan de bomen
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan de wind,
die in de bomen klimt
of uit de takken valt,
hoeveel ik van je hield.
Vertel het aan een kind,
dat jong genoeg is om het te begrijpen.
Vertel het aan een dier,
misschien alleen door het aan te kijken.
Vertel het aan de huizen van steen,
vertel het aan de stad,
hoe lief ik je had.

Maar zeg het aan geen mens.
Ze zouden je niet geloven.
Ze zouden niet willen geloven
dat alleen maar een man alleen maar een vrouw
dat een mens een mens zo liefhad
als ik jou.

.

IMG_5397

.

De geluidsopname van RAU:

Hans Andreus

Hans Andreus (1926-1977)

Een dichter die ik al lang zeer bewonder en waardeer is Hans Andreus. Hij was niet alleen bekend als dichter (zijn werk wordt gezien als ‘experimentele dichtkunst’ en hij is één van de vijftigers) maar ook als schrijver van kinderboeken.

Of hoe dat heet

 

Gelukkig dat
Het licht bestaat

en dat het met
me doet en praat

en dat ik weet
dat ik er vandaan

kom, van het licht
of hoe dat heet.

 

Uit: Holte van het licht (1975)

(met dank aan http://www.poëzie-leestafel.info)

%d bloggers liken dit: