Site-archief

Lyriek

Literaire kunst door H.J.M.F Lodewick

.

Ik heb al eerder geschreven over het boekje Literaire kunst van lodewick uit 1962. Hierin staat alles uitgelegd over deze vorm van kunst. Al eerder behandelde ik de Epiek. Nu wat meer over de Lyriek.

Onder Lyriek verstaan we de uiting van de subjectieve gedachten en gevoelens van de schrijver. De schrijver of dichter kan zijn gevoelens direct uiten (de directe lyriek) maar hij kan ook gestalten scheppen waarin hij zijn gevoelens als het ware projecteerd (indirecte lyriek). De meester van de lyriek is ongetwijfeld de Duitse dichter Rainer Maria Rilke. In de Nederlandse letterkunde is M. Nijhoff een groot lyrisch dichter.

De Lyriek kunnen we onder verdelen in de volgende genres:

– het lied

– de ode, de hymne en de dithyrambe

– Elegie of klaagzang

– satire of hekeldicht (met als subgenre de parodie)

– het epigram of puntdicht

– het oosters kwatrijn

.

Het lied

Het lied is wel het meest voorkomende genre in de lyriek. Het geeft , in vrij beknopte vorm, de directe uiting aan de gevoelens, de stemming, die dan ook altijd hoofdzaak zijn. Verder kenmerkt zich het lied door een zekere eenvoud en zoetvloeiendheid, terwijl het bijna altijd in strofenvorm geschreven is.

Liederen zijn te onderscheiden in geestelijke en  wereldlijke liederen.

De meest voorkomende liederensoorten zijn:

– Religieuze liederen

– Natuurliederen

– Liefdesliederen

– Nederlandse en historieliederen

Het Wilhelmus en de Marseillaise zijn voorbeelden van deze laatste soort.

.

Een bijzonder aardige uitgave over de Lyriek is Lessen in Lyriek van W. Bronzwaer uit 1993. Full text te lezen op: http://www.dbnl.org/tekst/bron013less01_01/

.

lyriek

Literaire kunst

Nieuwe categorie

 

Wie mij kent weet dat ik nogal van de boeken ben. Ik mag erg graag tussen oude boeken snuffelen en zo vond ik bij een tweedehandsboekenwinkel het volgende boekje uit 1962.
LK

Literaire kunst van H.J.M.F. Lodewick, leraar aan het stedelijk Lyceum te Maastricht.

In dit boekje heel veel theorie over literaire kunst en met name over poëzie. Omdat ik denk dat elke (aspirant) dichter in ieder geval iets zou moeten weten over de theorie van poëzie ga ik de komende tijd jullie vermaken met voorbeelden van Vorm en Inhoud want; “Vorm en Inhoud zijn een” zoals door de Tachtigers al sterk naar voren is gebracht (dit laatste verzin ik niet, dat staat in dit leuke boekje).

De nadruk zal liggen op de inhoud met zijn letterkundige voortbrengselen. Je ziet de taal is hier en daar wat ouderwets maar ja het boekje is dan ook al bijna 50 jaar oud. Maar de theorie besproken staat nog altijd als een huis.

 

%d bloggers liken dit: