Site-archief

Haka

Ka mate, ka ora (ik sterf, ik leef)

.

Bij het browsen op internet naar nieuwe poëzieverhalen kwam ik terecht op de website van de NZEPC, the new zealand electronic poetry centre http://www.nzepc.auckland.ac.nz/, een website over poëzie uit Nieuw -Zeeland. Daar stuitte ik op een artikel van Robert Sullivan over het poëzie magazine ‘Ka Mate Ka ore’. Dit magazine over poëzie en politiek (boeiende combinatie) is vernoemt naar het beroemdste gedicht uit de geschiedenis van Nieuw-Zeeland ‘Te Rauparaha’s haka’.

Deze Haka werd geschreven door  Te Rauparaha (1768? – 1849), een leider van Ngāti Toa en van Ngāti Raukawa afkomst. Een haka, de rugby liefhebbers zullen hem zeker kennen, is een hardop voorgedragen tekst (gedicht) om “de pezen te verstevigen en om het bloed op te roepen”.

De haka is een ceremoniële dans of uitdaging in Maori cultuur . Het wordt uitgevoerd door een groep, met krachtige bewegingen en stampen van de voeten met ritmisch geschreeuw begeleiding. Hoewel vaak geassocieerd met de traditionele gevechtsvoorbereidingen van mannelijke krijgers, wordt haka al lang uitgevoerd door zowel mannen als vrouwen, en vervullen verschillende varianten van de haka sociale functies binnen de Māori-cultuur. Haka wordt uitgevoerd om vooraanstaande gasten te verwelkomen , of om grote prestaties, gelegenheden of begrafenissen te erkennen. De haka is vooral bekend geworden doordat de All Blacks ( het nationale Rugbyteam van Nieuw-Zeeland) voorafgaand aan een wedstrijd een haka uitvoeren. De All Blacks zijn de meest succesvolle internationale rugbyploeg aller tijden met een winpercentage van 77,41% over 580 wedstrijden (1903-2019).

.

Ka Mate, Ka Ore

.

Ka mate!   ka mate!
Ka ora! ka ora!
Ka mate! ka mate!
Ka ora! ka ora!
Tēnei te tangata pūhuruhuru,
Nāna nei i tiki mai whakawhiti te rā!
Hūpane!    Hūpane!
Hūpane!    Kaupane!
Whiti te rā!

.

Ik sterf, ik leef

.
Ik sterf! Ik sterf!
Ik leef! Ik leef!
Ik sterf! Ik sterf!
Ik leef! Ik leef!
Dit is de harige man
die de zon heeft gehaald en heeft laten schijnen!
Een stap omhoog! Nog een stap omhoog!
Een laatste stap omhoog!
Stap dan naar voren!
In de zon die schijnt!

.

Krijtgedichten

Poëzieweek 2021

.

Een week voor de Poëzieweek en Gedichtendag 2021 bedacht ik dat het misschien leuk zou zijn om, in tijden van Corona en lockdown, toch iets aan poëzie te doen, nu allerlei fysieke bijeenkomsten, podia en voordrachten niet mogelijk zijn. Ik stuitte op een Amerikaanse website waar een aantal dichters iets met krijtpoëzie deden en het initiatief was bedacht.

Om meer te doen dan alleen dichters op te roepen een gedicht op een stoep, muur of straat te krijten maakte ik een Instagram account aan @krijtpoezie2021 en ik deelde mijn initiatief via de verschillende social media. Dat het een succes zou worden daar was ik eigenlijk helemaal niet mee bezig, of er veel of weinig respons op zou komen, ik had geen idee. Maar nu een week na Gedichtendag mag ik verheugd constateren dat veel dichters en poëzieliefhebbers gereageerd hebben met soms de meest fantastische krijtgedichten. Het gedicht dat gekrijt werd mocht een bestaand gedicht zijn van een bekende dichter maar het mocht ook een nieuw gedicht zijn. Alle vormen zijn binnen gekomen.

Toen ik het bericht deelde op de Facebookgroep Leraar Nederlands werd daar heel enthousiast op gereageerd wat mij heel goed deed, poëzie leeft, ook in het vak Nederlands. Ik kreeg gedichten binnen van mij bekende dichters, van onbekenden en van leerlingen die op aanraden van een docent aan de slag waren gegaan. Vooral het Stedelijk Gymnasium Haarlem zorgde voor een toestroom van geweldige krijtgedichten. Al met al had ik nooit kunnen bedenken dat zo’n eenvoudig idee zoveel los zou maken, ik ben er blij mee.  Hieronder een paar voorbeelden van de krijtgedichten, waaronder een gedicht van mijzelf, gekrijt op de muur van een badkamer en een persbericht in het Leiderdorps weekblad, dat er ook aandacht aan besteedde. Alle dichters en inzenders wil ik heel hartelijk bedanken voor hun leuke, enthousiaste en vrolijk makende berichten, ga zo door, de Instagram account blijft gewoon open voor inzendingen.

.

Gedicht ‘Genoeg ruimte’ door Monique Smit

Gedicht ‘Als ik oud word, neem ik …’ van Stephanie Wieberdink

Kranteartikel bij het gedicht ‘A4’ van Frans Terken

Bar en Boos

De slechtste gedichten in de Nederlandse taal

.

Op Facebook heb je allerlei groepen waar mensen rond een thema berichten plaatsen. Op het gebied van poëzie zijn er verschillende maar er is er weer een bij gekomen: Het slechtste gedicht. Toen ik dat zag ben ik uiteraard meteen lid geworden van deze groep maar het deed me ook denken aan een bundel of een boek eigenlijk dat ik bezit getiteld ‘Bar en Boos’ De slechtste gedichten in de Nederlandse taal, gekozen en toegelicht door Wim Zaal. In dit boek uit 2001heeft Wim Zaal een collectie wartaal van eigen bodem bijeengebracht. Poëtische uitglijders, dubbelzinnigheden, platitudes, prullen en gestumper zoals op de achterflap staat te lezen.

Het boek heeft 10 hoofdstukken met titels als ‘Gewijde poëzie’, ‘Ikgericht’, ‘De kleine kosmos’ en ‘Huwelijk en huisgezin’. Zaal beschrijft gedichten uit alle eeuwen, dichters van naam en onbekendere dichters, iedereen komt aan bod. Een erg grappig en soms ook pijnlijk boek om te lezen. Elke dichter zal hierin wel iets herkennen.

In het hoofdstuk ‘Kunstenaars onder elkaar’ vooral gedichten bij beeldende kunst zoals het gedicht van K. Schippers ‘Zonder titel’ waarin Schippers volgens Zaal “niet de minste moeite doet om beeldende kunst – of poëzie – te benaderen, een grapje moest de kosten dekken.

.

Zonder titel

.

Als een kunstenaar

werk maakt met Engelse

maar soms ook Franse titels

hoe moet een schilderij,

een object of een etc.

dan in de catalogus

vermeld worden als

het geen naam heeft?

Untitled?

Sans titre?

.

Kanneelgebed

Don Beukes

.

Het mooie van social media (naast heel veel minder aangename kanten) is dat je met de hele wereld in verbinding staat of kan staan. Zo kreeg ik via Facebook (the groep Poetry Club) contact met de Zuid Afrikaanse dichter Don Beukes. Don Beukes werd geboren in Kaapstad en studeerde Engels, geografie en psychologie voordat hij docent werd in Zuid Afrika en in Groot Brittannië. Inmiddels is hij gepensioneerd en in 2016 werd zijn eerste poëziebundel gepubliceerd ‘The Salamander Chronicles’ waarin thema’s als onderdrukking, pesten, politiek, globalisme, seksisme, misbruik, geboorte, dood, vluchtelingen en racisme aan de orde komen.

Zijn tweede boek ‘Icarus Rising – Volume One’ is een verzameling Ekphrastic-poëzie ( Ekphrastic-gedichten richten zich op kunstwerken, meestal schilderijen, foto’s of standbeelden) waarbij de meeste gedichten gebaseerd zijn op originele kunstwerken en in nauwe samenwerking met kunstenaars uit Zuid-Afrika, Amerika en het Verenigd Koninkrijk zijn geschreven.

Zijn Zuid-Afrikaanse publicatie-debuut van veertien exclusieve gedichten verscheen in augustus 2018 met drie andere prominente Zuid Afrikaanse auteurs (Bevan Boggenpoel, Leroy Abrahams en Selwyn Milborrow) in een unieke bloemlezing ‘In Pursuit of Poetic Perfection’, die na publicatie meteen op nummer 1 terecht kwam op de lijst van ‘Afrikaanse Literatuur’ op Amazon Kindle. Zijn poëzie is gepubliceerd in tal van literaire tijdschriften en tijdschriften in de VS, Canada, India, Bangladesh en de Filippijnen, evenals in verschillende bloemlezingen. Sommige van zijn gedichten zijn ook in het Albanees vertaald en in het Afrikaans en het Farsi.

Hij is van plan zijn publiciteitssucces te gebruiken om op een dag zijn eigen stichting in Zuid-Afrika te vestigen om de leesvaardigheid op scholen te verbeteren en om een ​​leescultuur in verarmde gemeenschappen te bevorderen. Don heeft ook een blog waarop je veel meer kunt lezen: https://donbeukes.wordpress.com

Van Don ontving ik een prachtig gedicht met getiteld ‘Kanneelgebed’ of in zijn eigen vertaling in het Engels ‘Cinnamon prayer’.

.

Kanneelgebed

.

As ek net jou spesery geure elke dag

kan aantrek, weet ek my siel sal weer

aansterk, maar jou daaglikse onsigbare

stem laat my weer jou soete woorde

verken – Geen meer goeiemôre soentjies

van my Godgegewe noentjies, geen meer

trane van blydskap soos ek saam lag met

my kosbare skat, terwyl ek gereed maak vir

markdag elke Maandag en heuningbloeisel

soene jou kant toe blaas.

.

Mense knik nog nou en dan medelyend

my kant toe, selfs ons nommer een

mededinger, wat soms ons robynrooi

waatlemoen effens proe – Kan jy glo hy

lok nou andere my kant toe?

Ek glimlag maar net gedwee terwyl ek

eerbiedig proe aan jou hemelsoet kanneeltee-

Gemeng met liefdevolle smeltende

herinneringe – Net die aromatiese

teenwoordigheid van jou verbied

my om onophoudelik te rou

vir jou.

.

Ek dra nog steeds die hemp wat jy in

Mauritius gekoop het, selfs al is die blou

nou verflou – Elke kledingstuk aanraking

teen my dorre woestynvel laat my

glimlaggend altyd wonder – Is ek nog

steeds jou kanneel koning?

.

Ek is omring deur jou – Elke spesery en

kruiedrankie herinner my aan jou – Die

kanneelgevulde plooie in my hand brandersvir jou,

Soms verbeel ek my ek gewaar jou oorkant my,

maar dan voel ek soos ’n jong verliefde gek en

fluister dan saggies my daaglikse

kanneelgebed…

.

Cinnamon Prayer

.

If I could wear your spicy

essence each and every day

I know I will not go astray

but only your daily echo illuminates

your fading halo – No more early

morning kisses from my heaven sent

missus, no more tears of joy just

to hear you say hey, as I leave

for market day, blowing your

honey blossom kisses my way.

.

People still nod sympathetically to

me, even our rival stall enemy –

can you believe he reluctantly

offered me his best ruby red watermelon?

I just proudly smile, honouring your

memory whilst sipping your favourite

cinnamon tea – infused with

loving melting reverie – Only the

aromatic presence of you prevents

my ginger grieving; my daily solitude.

.

I still wear the clothes you

mended, however much faded – each

brush of cloth against my parched skin

always gets me asking – Am I still your

cinnamon king?

.

I am surrounded by you – each spice

and herb reminds me of you – The cinnamon

filled crevices in my hands burn for you

I sometimes think I glimpse you over

there but then I just recite my daily

cinnamon prayer…

.

Wil je meer van Don Beukes lezen ga dan naar http://ourpoetryarchive.blogspot.com/2018/02/don-beukes.html 

.

 

Rubliw

Versvorm

.

De Rubliw (Wilbur achterstevoren) is een kleine, speelse versvorm, bedacht door de Engelsman Richard Wilbur. De naam is echter afkomstig van Lewis Turco. Het is een negenregelig, jambisch vers: achtereenvolgens monometer,dimeter, trimeter, tetrameter en dan pentameter. Daarna gaat het weer terug via tetrameter, trimeter, dimeter naar monometer.
De vorm wordt gewoonlijk gebruikt als een bericht aan iemand, of aan een groep.

Twee voorbeelden in het Engels (in het Nederlands heb ik er geen kunnen vinden maar ik hou me aanbevolen!) van Richard Wilbur en van Lewis Turco.

.

Rubliw for Lewis

Dear Lew
All hail to you,
Old formalist, who through
Your Book of Forms inform the new.
If you can name this bloody form, please do,
before it disappears from view,
For you’re the one man who
Might manage to.
Adieu.


Rubliw for Richard 

Dear Dick,
It’s quite a trick
To name the form poetic
You sent Sam Gwynn who, in the nick
Of time, included it in his panegyric
Celebrating my arthritic
Remove from the academic,
But rubliw’s a quick
Kick.

 

Van Inge Boulonois heb ik een Rubliw gekregen (waarvoor mijn grote dank) die ik hier graag met jullie deel:

.

Rijmpraktijk

.

Ik lijd

van tijd tot tijd,

het rijm vormt dan een strijd

waarbij ik driftig nagelbijt.

Maar als zich eindelijk na taaie vlijt

een gave rubliw heeft bevrijd,

rest er één zekerheid:

zo’n wapenfeit

verblijdt!

.

Laat mij

Hans Andreus

.

Een paar weken geleden (14 maart) deelde ik een aankoop uit een kringloopwinkel met jullie; de Dichters Omnibus, tweede bloemlezing uit 1954. Als reactie daarop kreeg ik van Corry Nieman, een van de drijvende krachten achter http://www.schrijvenswaard.nl, dat zij deel 3 en 4 had en dat ik die wel mocht hebben. Omdat ik van de 18 edities nog 8 edities mis was ik daar, zo begrijp je, heel blij mee. Corry stuurde ze me toe en ik zal er deze week uit elk een gedicht delen.

Vandaag de derde bloemlezing uit 1957. Hier heb ik gekozen voor een gedicht van een van mijn favoriete dichters uit Nederland, Hans Andreus, die achterin dit bundeltje wordt beschreven als “behorende tot de groep van experimentele dichters” met het gedicht ‘Laat mij…’.

.

Laat mij…

.

Laat mij, laat

mij gaan waar niemand gaan wil.

De eenzame wolven, zegt men.

Geen mens meer met een zelfgeschapen ruimte,

waarin hij loopt en ademt.

Geen mens meer met zijn uitverkoren

steden, landen, zeeën.

Geen ruimte meer,

geen mens meer, nee, geen mens,

.

En geen versierde woorden.

Maar hoe lang, hoe lang, hoe lang

de onontkoombaarheid?

Het sterven in de tijd?

Het brekende woord, de weer eenzame mond?

.

%d bloggers liken dit: